< Terug

Landbouwpastoraat in de praktijk: ‘burger’ bezoekt ‘agrariër’

Kees is agrarisch ondernemer. Hij ging regelmatig naar de kerk, maar hij is er nu al een tijd niet meer geweest. Sinds een jaar hebben ze een nieuwe voorganger. Iedere keer als Kees de diensten bezoekt en naar de preek luistert, wordt hij kwaad. Hij voelt zich onbegrepen en onrechtvaardig behandeld. De voorganger wil geloof en levenspraktijk aan elkaar verbinden. Maar voor Kees is het linkse politiek, en hij kan er in ieder geval niets mee op zijn bedrijf. Nu belt de nieuwe dominee en vraagt of hij een keer mag komen. Kees ziet er eigenlijk tegenop. Maar wil ook niet zo onfatsoenlijk zijn om nee te zeggen. Iedereen is in principe welkom op zijn erf.

Wat is hier aan de hand en waarom?

Een pastor is een burger, de agrariër is een ondernemer. Beiden moeten ze zien rond te komen: de burger doet boodschappen en daarbij is geld een belangrijk argument bij het maken van keuzes; de agrariër moet zorgen dat er voldoende winst wordt gemaakt om te kunnen consumeren, investeren en te reserveren. Vaak hebben burger en agrariër dezelfde verlangens en kennen ze dezelfde belemmeringen om die te bereiken, in die zin kunnen ze elkaar begrijpen. Maar overtuigingen kunnen uiteenlopen en er kan onbegrip zijn voor elkaars keuzes.

Als een pastor een bezoek brengt bij een agrarisch gezin gaat het niet alleen om het ondernemerschap. In de eerste plaats gaat het om het geloofsleven, het wel en het wee van de persoon en/of het gezin. De agrariër is ook gemeentelid en heeft een sociaal leven. Toch dienen we aandacht te besteden aan het bedrijf. Boer zijn is immers een wijze van leven en is zoveel meer dan werk alleen. Er kan een nauwe band zijn tussen bedrijf, vee, gewas en het gezin. Daarvan dient een pastor (of pastoraal bezoeker) zich bewust te zijn. Een boer staat veel dichter bij de natuur, is meer afhankelijk. Voelt zich vaak ook meer verantwoordelijk en is ook vaker dankbaar voor alles wat God ons schenkt.

De pastor neemt zichzelf mee en komt namens de kerkelijke gemeenschap. Hij/zij dient zich ervan bewust te zijn dat hij andere overtuigingen kan hebben dan de agrariër. (In het praktijkvoorbeeld lijkt dat het geval.) Dat is niet erg. Maar belangrijk is wel om respectvol naar elkaar te luisteren en elkaar open te bevragen. De pastor dient oog te hebben voor de nood van de boer en zijn gezin. Zo kan het zijn dat de agrariër zich niet meer begrepen voelt in de gemeenschap of hij voelt zich slachtoffer van de reorganisatiedrang van kerkelijke instituten.

Bijbel en geloof

Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder. (Matteüs 9:39)

Wat Jezus hier op aarde doet is zien, medelijden krijgen en helpen. Het is het hart van het pastoraat. En dat is bij pastoraat aan agrariërs niet anders. ‘Zien’ is hier present zijn – een bezoek brengen, het bedrijf bekijken en bij de keukentafel doorpraten. Empathie tonen, aansluiten bij de leefwereld van de boer.

HEER, u kent mij, u doorgrondt mij, u weet het als ik zit of sta, u doorziet van verre mijn gedachten. Ga ik op weg of rust ik uit, u merkt het op, met al mijn wegen bent u vertrouwd. Psalm 139: 1-3

Wat zijn je verlangens en idealen? Welke normen en waarden hanteer je? En waar komen die vandaan? Waardoor laat je je nu beïnvloeden? Mooi zou dan zijn als een pastor daarbij ook iets van zichzelf kan delen. (Dit is niet zozeer iets voor een eerste kennismakingsgesprek, maar in het vervolg kan het wel.)

Doorgrond mij, God, en ken mijn hart, peil mij, weet wat mij kwelt, zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is. Psalm 139:23-24  

In een goed gesprek zal er ook gezocht worden naar de weg van God. Immers daar vinden pastor en pastorant elkaar. Beiden willen Jezus volgen en het goede leven in gehoorzaamheid aan God. Er kan gesproken worden over de persoonlijke intenties, de rol in het gezin, hoe je je eigen geloofsleven invulling geeft en zo mogelijk hoe werk en geloof met elkaar verbonden kunnen worden.

Tips

  • Hou er rekening mee dat agrariërs het beste zich kunnen uiten in de voor hen vertrouwde omgeving. En dat is de werkruimte of de stal. Dus een bezoek aan het bedrijf is het beste. (De agrariër heeft meestal wel laarzen en bedrijfskleding.)
  • Stel gewoon vragen bij wat je ziet. De meeste agrariërs waarderen dit en anders geven ze het wel aan. Vraag ook iets over het verleden, hoe het tot stand is gekomen.
  • Wees je ervan bewust dat een agrariër werkt met levende have; ziekten, plagen, slechte weersomstandigheden horen er gewoon bij. Hij/zij heeft niet alles in de hand.
  • Maak de thematiek en problematiek niet te groot. Vraag bijvoorbeeld wat de zorgen van déze dag zijn? Of vraag, als je iets in de krant hebt gelezen: Hoe doe jij dat nou? Hoe vertaal jij dit op jouw bedrijf? En waarom?

Pieter Knijff is pastoraal werker en gespecialiseerd in landbouwpastoraat. Hij werkt in gemeenten van de Protestantse kerk in Friesland. Van zijn hand zijn er meer artikelen verschenen. Lees meer artikelen over landbouw en pastoraat

< Terug