< Terug

Leren van diaconale ervaringen

Heilzame presentie. Diaconale betrokkenheid als leeromgeving voor protestantse kerken

Diaconaat verrijkt en verdiept het geloof van gemeenteleden en gemeenschappen. Wat leren zij van hun diaconale werk en is hiervoor genoeg aandacht in de kerken? Bert Roor stelde deze vragen in zijn proefschrift (2018) en bespreekt hier hoe diaconaal leren op gang komt en wat het brengt.

Datum

28 juni 2018

Universiteit

Protestantse Theologische Universiteit, Groningen

Promotores

prof.dr. H. Noordegraaf

prof.dr. H.P. de Roest

Opponenten

prof.dr. Pieter Boersema, gasthoogleraar Godsdienstwetenschappen & Missiologie, ETF Leuven

prof.dr. Erik Borgman, hoogleraar theologie van de religie, in het bijzonder het christendom, aan de Universiteit van Tilburg

prof.dr. Marcel Barnard, hoogleraar Praktische Theologie/ Liturgiewetenschap, Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam

Dr. Erica Meijers, docent Praktische theologie / Diaconaat, Protestantse Theologische Universiteit Groningen

Dr. Marten van der Meulen, docent Praktische theologie / Godsdienstsociologie, Protestantse Theologische Universiteit Groningen

prof.dr. Hijme Stoffels, em. hoogleraar

Godsdienstsociologie, Vrije Universiteit Amsterdam

‘Dat heeft hij ook verteld, hij had wel een levensgeschiedenis. Het was wel begrijpelijk dat hij spijt had van bepaalde dingen, want hij had geen leuke dingen gedaan in zijn verleden. Ook wel begrijpelijk hoe een leven dan loopt, hoe dingen dan ontstaan. En dat je dan op die manier reageert, dan vallen stukjes wel op zijn plaats. Daar kun je dan ook wel begrip voor hebben en daar leer je van, dat niet alles koek en ei is bij iedereen en er een heel verhaal achter iemand zit. – Marije (47)

Dit voorbeeld van een diaconaal betrokken kerklid laat zien dat diaconaat een bron van leerervaringen is. Natuurlijk is diaconaal handelen al goed in zichzelf, als het tenminste recht doet aan mensen. Het handelen zelf behoeft geen nadere rechtvaardiging, ook niet vanuit het geloof. Het is immers in zichzelf een daad van geloof en medemenselijkheid.

Maar diaconale ervaringen kunnen daarnaast leiden tot een nieuw perspectief op de naaste, nieuw zelfinzicht, nieuwe vaardigheden en een veranderde kijk op kerk, geloof en samenleving. In mijn promotieonderzoek (Roor 2018) gaven tientallen kerkleden voorbeelden van leerervaringen.

Identiteit herijken

Het bewust leren uit ervaringen kan kerken en gelovigen helpen om de spanning te hanteren tussen identiteit en openheid (Pasveer 1992). Die spanning is gegeven met de onmisbare wisselwerking tussen kerk en context, tussen de christelijke gemeenschap en de cultuur waarvan zij deel uitmaakt.

De identiteit van de kerk ligt fundamenteel verankerd in haar geloof in de Drie-enige God, geloof dat gewekt wordt door de Heilige Geest en gevoed door de omgang met de heilige Schrift, de sacramenten en de bronnen van de christelijke traditie. De kerk is daarvoor een veilige haven.

Maar het is kenmerkend en onmisbaar voor deze identiteit dat zij deze haven moet en wil verlaten om op een open manier wederkerige relaties aan te gaan met medemensen. In de ander komt God ons immers tegemoet, soms expliciet en confronterend, soms impliciet, in een hulpvraag of een appèl op medemenselijkheid.

Diaconaal handelen gaat gepaard met indringende ontmoetingen en ervaringen. Dat vraagt om persoonlijke en gezamenlijke reflectie om het waarheidsgehalte van de in de kerk gevormde identiteit voortdurend te ijken en herijken. In hoeverre is deze nog steeds waarachtig en houdbaar in het licht van wat er zich afspeelt in de wereld?

In dit artikel laat ik op basis van mijn onderzoek zien wat bepaalt of kerkleden leren uit hun diaconale ervaringen en hoe deze in geloofsgemeenschappen verwerkt (kunnen) worden.

De lerende gemeente

In een casestudy in drie kerken in Veenendaal (Hervormd-Protestantse Kerk in Nederland, Nederlands-Gereformeerd, Evangelisch) heb ik gemeenteleden gevraagd een recente situatie te beschrijven waarin zij extra aandacht, zorg of hulp hadden gegeven aan iemand in hun omgeving. Twee derde van de respondenten kon een voorbeeld geven uit de afgelopen drie maanden (n=332).

De vervolgvraag ‘Hebt u iets geleerd uit deze situatie, voor uzelf of voor uw kerkelijke gemeente?’ werd door 61 procent bevestigend beantwoord, 14 procent reageerde ontkennend en 25 procent met ‘weet ik niet’. Opvallend was dat vrouwen duidelijk positiever scoorden dan mannen (72 om 49 procent). Dit verschil vertaalde zich in een 20 procent hogere score van mannen bij ‘weet ik niet’ (Roor 2018, 308). Samengevat: binnen de drie kerken hadden vier op de tien gemeenteleden recente diaconale ervaringen waaraan zij leereffecten konden verbinden.

In aanvulling op deze survey werden bij 36 van de respondenten met recente diaconale ervaringen diepte-interviews afgenomen. De analyse hiervan leidde tot nieuwe inzichten in diaconaal-missionaire leerprocessen in lokale kerken. Daarmee bedoel ik een gemeentebreed leerproces met betrekking tot de identitaire en missionaire vragen die worden opgeroepen door diaconale presentie in de samenleving.

Wordt de leercirkel doorlopen, individueel en gezamenlijk? Wordt het ‘diaconale leergeld’ dat verscholen ligt in een deel van de gemeente verzilverd en komt dit bijvoorbeeld ten goede aan de missionaire communicatie van de geloofsgemeenschap, zodat de gemeente leert om beter aan te sluiten op mensen in hun omgeving?

Persoonlijke leerpatronen

Het onderzoek maakte duidelijk dat betekenisvolle reflectie afhankelijk blijkt van drie factoren:

• deelname aan diaconale praktijken met impact

• de bereidheid en het vermogen tot reflectie

• het delen binnen veilige plekken.

Door goede vragen te stellen in een veilige omgeving kunnen ook mensen die niet ‘als vanzelf ’ leren geholpen worden om nieuwe, waardevolle inzichten op te doen. Voorwaarde is uiteraard dat zij bereid en in staat zijn om hun verhalen te delen.

Ik ontdekte vier types van persoonlijke leerpatronen: doeners, delers, denkers en donors (Roor 2018, 309).

Handvatten voor diaconale leerprocessen

Gemeenten die aan de slag willen met diaconale leerervaringen, kunnen baat hebben bij de architectuur voor lerende organisaties van Peter Senge (1995). Zijn theorie geeft een kapstok voor bakens, methoden en infrastructuur.

– Bakens zijn richtinggevende ideeën die enthousiasme creëren en een gezamenlijk doel.

– Methoden zijn vaardigheden en werkvormen die het samen leren bevorderen. Dialogiseren is daarvoor de basis: het methodisch in gesprek brengen van ervaringen en overtuigingen met aandacht voor de eigen innerlijke stemmen (Van de Poll 2016). Daarbij kunnen activerende werkvormen worden ingezet die het samen verwerken van ervaringen leuk en effectief maken (Bijkerk & Van der Heide 2006).

– Ten slotte biedt een infrastructuur de voorzieningen die leren mogelijk maken. Met name de beschikbaarheid van agogisch en didactisch competente begeleiders is cruciaal voor het op gang brengen van gezamenlijke leerprocessen.

• Doeners zijn diaconaal actief, maar niet gericht op reflecteren en delen. Wat ze leren, leren ze spontaan en ‘al doende’, maar ze zijn zich hiervan niet altijd bewust en houden deze ervaringen meestal voor zichzelf. Ze vinden het lastig om zonder hulp van anderen hun leerervaringen te benoemen en onder woorden te brengen.

• Denkers reflecteren actief op hun ervaringen waardoor ze er zelf veel uit leren. Ze delen dit echter niet met anderen, soms uit onvermogen, uit onwil of omdat ze het overdreven vinden. Soms zijn denkers terughoudend; ze vinden dat diaconale ervaringen vertrouwelijk moeten blijven (geheimhouding) of omdat het ongepast is om jezelf in de aandacht te plaatsen. Door in gesprek te gaan kunnen deze belemmeringen mogelijk overwonnen worden.

• Delers zijn mensen die enthousiast en uitgebreid over hun ervaringen vertellen aan anderen, maar moeite hebben om hier zelfstandig conclusies aan te verbinden. Door hen goede vragen te stellen kunnen zij meer leerwinst halen uit hun praktijkervaringen. De uitspraak van Marije aan het begin van dit artikel laat zien hoe zij zelfstandig reflecteert op een diaconale ontmoeting en tot een nieuw bewustzijn komt. Velen – en met name mannen – hebben daar echter de hulp van anderen bij nodig.

De vierde groep, die ik donors noem, combineert doen, denken en delen en speelt daarom een speciale rol in het missionairdiaconale leerproces van hun kerk.

Donors opsporen en inschakelen

Deze donors zijn diaconaal actief, kunnen goed zelfstandig reflecteren, zijn bereid om leerervaringen te delen met anderen en zijn in staat om hun ervaringen en verworven inzichten effectief te communiceren. Dit laatste betekent meestal dat zij ze goed onder woorden kunnen brengen, maar ook op aan andere manieren kunnen communiceren, zoals met liederen of gedichten, verhalen en door middel van creatieve of dramatische expressie.

Kerken die diaconale donors opsporen en aanmoedigen om hun leerervaringen te delen met de gemeente, helpen hiermee hun geloofsgemeenschap in een doorgaand missionair-hermeneutisch leerproces, in het vruchtbaar maken van de spanning tussen identiteit en openheid, die nodig is om op een waarachtige manier kerk te blijven in de cultuur waarvan ze deel uitmaakt.

In de drie kerken uit mijn onderzoek vond ik voorbeelden van hoe donors die bijdrage aan het leerproces leveren. In de hervormde wijkgemeente werden diaconale en missionaire ervaringen twintig weken lang anoniem gedeeld achterop de weekbrief. De NGK bood ruimte aan gemeenteleden om in diensten te vertellen over diaconale ervaringen. In de onderzochte evangelische gemeente trokken enkele leden intensief met elkaar op in een ‘huddel’, een kleine groep die regelmatig samenkomt en de leercirkel doorloopt van ervaren, delen, reflecteren en het geleerde toepassen in de praktijk van alledag.

Een boeiend voorbeeld van een literaire verwerking is Het naaiatelier, een boekje van Mirjam van der Vegt dat in 2016 werd uitgebracht als christelijk boekenweekgeschenk. Zij verwerkt daarin haar persoonlijke ervaringen met vluchtelingen in de multi culturele gemeenschap Huis van Vrede op Kanaleneiland en deelt deze met een breed publiek.

Zo dragen leerprocessen die voortkomen uit diaconale ervaringen bij aan de opdracht van de kerk om vanuit haar eigen identiteit op heilzame wijze aanwezig te zijn in de wereld van vandaag. Ze verdienen daarom serieuze aandacht van kerkelijke gemeenschappen.

Literatuur

Bijkerk, L. & Heide, W. van der (2006). Het gaat steeds beter! Activerende werkvormen voor de opleidingspraktijk. Houten: Bohn Stavleu van Loghum.

Kock, A. de (2014), Leren geloven: de kerk als leergemeenschap? In: J. Hoek (red.), De kerk leeft. Vitaal gemeente-zijn vandaag. Heerenveen: Groen.

Pasveer, J. (1992). De gemeente tussen openheid en identiteit. Een open-systeemtheorie als model voor de gemeente ten dienste van haar opbouw. Gorinchem: Narratio.

Pol, H. van de (2010). Harthorend. Luisteren voor professionals. Ede: Vanbinnenuit.

Roor, B. (2018). Heilzame presentie. Diaconale betrokkenheid als leeromgeving voor protestantse kerken. Utrecht: Boekencentrum Academic.

Senge, P.M., Kleiner, A., Roberts, C., Boss, R.B., Smith, B.J. (1995). Het vijfde discipline praktijkboek. Strategieën en instrumenten voor het bouwen van een lerende organisatie. Schoonhoven: Academic Service.

Vegt, M. van der (2016). Het naaiatelier. Zoetermeer: Mozaïek.

Well, H. van (2009). Diaconale gemeenteopbouw. In: G. den Hertog & A. Noordegraaf (red.), Dienen en delen. Basisboek diaconaat (pp. 235-264). Zoetermeer: Boekencentrum.

Bert (dr. A.) Roor is docent en onderzoeker bij de opleiding Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE).

< Terug