< Terug

Levend water, dood water

Jezus ontmoet een vrouw bij een bron, vertelt het Johannesevangelie. Alleen al die plaats is veelbelovend. Bij een bron vond Jakob ooit zijn toekomstige vrouw Rachel en Mozes vond er zijn Sippora. Bij het water stroomt het. Of het gaat er stromen. De schepping begint niet toevallig bij de oervloed.

Als Jezus bij een bron komt, vraagt hij een vrouw om water. Hij is een Jood en zij is een Samaritaanse – ze horen bij groepen die vijandig tegenover elkaar staan. Maar dat speelt nauwelijks een rol. Jezus heeft dorst. In het gesprek komt het op de dorst van de vrouw: de dorst naar heelheid, vergeving, barmhartigheid. Jezus vertelt dat hij in staat is de vrouw iets te schenken tegen die vorm van dorst: ‘levend water’. Wat dat is? Om dat te begrijpen is het handig om te weten dat de profeet Jeremia er ook over sprak. Hij had het over God als de bron van levend water. Gods water kan over de akker van mijn dorre leven gaan lopen als: zegen, rechtvaardigheid, geluk, goedheid, werkelijk leven of ‘eeuwig leven’, zoals Jezus zegt.

SNELSTROMENDE BEKEN

Als kind maakte ik kennis met de bergen. Het was in Zwitserland. Het beeld van de kristalheldere, snelstromende beken staat nog op mijn netvlies. Aan dat water denk ik bij de term ‘levend water’. Dat is een ander soort water dan er in die put zat, waar Jezus en de vrouw elkaar ontmoetten. Dat water daar stond stil. Het leek dood. Er zat modder in. Er groeiden algen. Er wriemelden larfjes in. Dat water leefde dus in zekere zin ook. Maar aantrekkelijk is anders. Geef mij maar dat levende water uit die bergbeken.

LEVEND GELOOF

Stilstaand water in de put en levend water uit de goddelijke bron… Beide beelden kan ik ook toepassen op mijn geloof. Soms staat het stil, vol modder met twijfels en vragen. Soms is het levend. Het stroomt vol vertrouwen. Alle gelovigen kennen volgens mij wel afwisselende periodes waarin hun geloof lijkt op dood of op levend water.

Hoe kan mijn dode geloof weer levend worden? Over die vraag is in de christelijke traditie veel nagedacht.

Je kunt terugblikken op je leven en je afvragen: wanneer was mijn geloof levend? Waren er momenten dat God dichtbij voelde? Professor Kees van Peursen (1920-1996) kende als gelovige en intellectueel de spanning tussen geloof en verstand. Soms dreigde zijn geloof het te verliezen. Dan dacht hij terug aan momenten in zijn leven dat God er was: in de moed die hij zomaar ontving of in een goed woord dat hem trof of in de hand op zijn schouder. Door terug te kijken op momenten dat God er was, kan Hij er zomaar weer zijn.

‘Hij is het weer’, is de titel van een boekje dat Van Peursen daarover schreef.

INSPIRERENDE MENSEN

Dood geloof kan weer levend water worden door mij te richten op andere mensen. Mensen die er ernst mee maken de woorden van Jezus een plek te geven in hun leven. ‘Geloofsgetuigen’ worden ze wel genoemd. Soms is de kerk saai en geestdodend. Maar de Geest kan weer gaan stromen door zulke inspirerende mensen. Dan ben ik blij dat ik erbij hoor. En dan begin ik soms weer iets van geloof in mij te bespeuren.

KINDERTIJD

Een goede vraag kan zijn: hoe was God er in mijn kinderjaren? Iemand vertelde eens over een meisje dat een broertje kreeg. Ze boog zich over de wieg en zei tegen haar broertje: ‘Vertel me over God, ik heb het haast allemaal vergeten.’ Soms moet ik terug naar mijn eigen bron, mijn kindertijd, om weer als een kind te worden. Misschien gaat het geloof dan weer stromen.

Stephan de Jong is predikant in de Protestantse Gemeente Oudemirdum-Nijemirdum-Sondel en redactielid van Open Deur.

DE ONTMOETING VAN JEZUS MET DE VROUW BIJ DE BRON STAAT IN JOHANNES 4, VERS 1-42.

< Terug