< Terug

Licht, kind en woord

Kerst: we denken aan Maria en Jozef, aan het kind in de stal, aan engelen. En aan kerstkransjes, kerstmuziek, de kerstboom. Kerst roept herinneringen wakker aan gezelligheid en geborgenheid. Maar dat geldt niet voor iedereen.

Dichter Hans Andreus moest niets hebben van een gezellige kerstsfeer. Zijn gedicht ‘Geen kerstcantate’ wil geen traditioneel kerstgedicht zijn. Er zweven geen engelen in rond, de wijzen uit het Oosten komen niet aanrijden, Maria en Jozef ontbreken. Wel is er licht. Andreus sluit niet aan bij de schilderachtige kerstverhalen van Lucas en Matteüs die in de bijbel staan, maar bij het sobere, kernachtige begin van het Johannesevangelie. ‘In het begin was het woord, het woord was bij God en het woord was God.’ En dat woord ‘was het licht voor de mensen’.

Waar het licht naar verlangt

Wat is dat licht bij Andreus? Licht is bij hem een beeldspraak voor God, zoals in meer van zijn gedichten. Hij had grote twijfels over God en daarom sprak hij liever terughoudend over ‘licht’. Het licht, zo schrijft Andreus, heeft het koud. Het licht vraagt, hongert en hunkert, kortom: verlangt naar iets. Het verlangt volgens Andreus niet naar een romantische kerstsfeer. Het belieft geen engelengezang en geen ‘eeuwig hemelse zomers in en om het vaderhuis’.

Wat het licht wel wil? ‘Een beetje gerechtigheid aan deze kant van de tijd’, antwoordt Andreus, ‘zonder marteling en moord’. Dit zijn profetische woorden, zoals bijvoorbeeld die van de profeet Jesaja, die vaak in de adventstijd vóór Kerst worden gelezen: ‘Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht… Het juk dat hen drukte, de stok op hun schouder, de zweep van de drijver… iedere laars die dreunend stampte en elke mantel waar bloed aan kleeft, ze worden verbrand, een prooi van het vuur.’

Valt er meer te zeggen over het licht? Andreus schrijft dat het licht ‘van puur licht kind is’. Het is zo puur dat het verlangend, verwonderd en argeloos is als een kind. Dit licht kon eigenlijk niet anders dan kind worden.

Licht in mij

Andreus schrijft overigens dat het licht niet alleen kind is, maar ook woord. Wat bedoelde hij daarmee? Aan welk woord dacht Andreus? In elk geval was dat geen menselijk woord. Menselijke woorden zijn beperkt. Andreus schreef dat in zijn gedicht ‘Steeds’. Dat begint zo: ‘Steeds achter de weer hoopvol opgelaten vliegers aan lopend van mijn eigen woorden, heeft mij ook dat niet duidelijk gemaakt… waar het om begonnen is.’ Menselijke woorden kunnen het geheim van het licht niet bevatten. Maar het woord van het licht kan zich soms wel voordoen: als een moment van innerlijke lichtheid.

Andreus eindigt zijn gedicht met het gebed:

… laat me soms even merken dat je er bent, niet in een blinkende inzicht, bliksemflits, maar als een lichtheid in mij ademend.

Dat doet denken aan wat de middeleeuwse mysticus Meester Eckhart ooit schreef: dat wij innerlijk leeg moeten worden, opdat God geboren kan worden in onze ziel. Als Gods lichtheid in een mens gaat ademen, is het Kerst.

Stephan de Jong is predikant van de Protestantse Gemeente Oudemirdum-Nijemirdum-Sondel.

< Terug