< Terug

Maskers af!

Iedereen draagt maskers. niet alleen om iets te verbergen, maar ook om iets te laten zien aan de anderen: dit ben ik, zo wil ik me laten kennen.

‘Voor jou zet ik mijn masker af’ is de eerste zin van een liedje van Marco Borsato. Ik gebruik het af en toe in mijn kerkdiensten in de bajes. Want als er één plaats is waar de mensen maskers dragen, is het wel daar. Dat is geen geheim, iedereen weet dat. Janken doe je op je cel, niet buiten. Als ik een gedetineerde op de trap begroet en hem vriendelijk vraag hoe het gaat, lacht hij breed en zegt: ‘Je weet toch, altijd goed.’ Ook als zijn gezicht lacht, maar ik heus wel kan zien dat het niet lekker gaat. Praten doen we als we niet gestoord worden door kijkers. ‘Und wenn uns Chinesen das Herz auch zerbricht, wir zeigen es nicht’ luidt een tekst uit een operette van Frans Lehár. En zo is het maar net. Je masker is je bescherming. En dat geldt natuurlijk niet alleen in de gevangenis. Maar daar is het zo goed voelbaar en zichtbaar. Eigenlijk veel eerlijker dan buiten. Daar doen mensen alsof ze geen maskers op hebben, binnen in de bajes weet iedereen het van iedereen.

KLAAR VOOR EEN ECHTE KUS

Toen ik een jaar of 16 was, las ik een strip waarin de atmosfeer van de wereld zo bedorven was dat mensen hun blote huid daar niet meer aan konden blootstellen. Iedereen was in een soort metalen robotachtig pakje gehuld. En dan is er dat meisje dat naast haar geliefde zichzelf langzaam ontdoet van al dat metaal om haar gezicht en haar lijf. Hij wordt bang, maar ze gaat gewoon door en toont zo haar huid en kwetsbaarheid, klaar voor een echte kus en de echte liefde. Ik ben het nooit meer vergeten, dat beeld. Pas later heb ik het begrepen natuurlijk. Voor jou zet ik mijn masker af. Het aandurven om kwetsbaar te zijn, dat kun je pas, als je het aandurft te zijn wie je bent; ook als je zelf nog niet weet wie je bent, maar je het innerlijke vertrouwen hebt dat het goed is zoals het is met jou.

ZO LAAT IK ME KENNEN

Veel mannen in de gevangenis hebben tattoos, overal op het lijf, tot de billen aan toe. Een teken, een traan onder het oog, allemaal symbolen om iets te tonen: ik heb iemand omgelegd; of: een vriend is dood; de naam van zijn dochter; een spreuk over het leven, als een wapenspreuk; of ‘only God can judge me’ als een schild tegen het oordeel van de mensen. Allemaal maskers, die tegelijk een gezicht tonen, een werkelijkheid: Dit ben ik, zo laat ik me kennen.

Ik denk wel eens dat we heel ons leven in alle situaties nieuwe maskers dragen. Niet altijd om iets echts te verbergen zoals onze kwetsbaarheid, maar ook omdat we zijn die we zijn met een gezicht, een masker dat ons past als teken van onze eigenheid. Niemand kan ons ontmaskeren ten diepste, want wie we werkelijk zijn, zonder enig masker – we weten het zelf niet. God zal het weten. Die kent ons dieper dan wij onszelf ooit zullen kennen. Pas voor zijn aangezicht zijn er geen maskers meer, dan kennen wij zoals we gekend zijn. Maar nu mogen we elkaar kennen zonder ontmaskering, als de ander die in een ontmoeting gekend wordt en herkend, maar toch een geheim blijft, beeld en gelijkenis van God zelf. Niet te doorgronden. Prachtig.

Sietse Visser is justitiepredikant.

< Terug