< Terug

Meditatie Galaten 4:4-6

Van Kerst naar Pinksteren (Galaten 4:4-6)

Paulus beschrijft in Galaten 4:4-6 een korte boog de weg van Kerst naar Pinksteren. Van de zending van de Zoon tot de zending van de Geest. Van de geboorte van de Zoon uit een vrouw tot de geboorte van de zonen en dochters van God die roepen Abba, Vader. Met dit stuk roept hij bij zijn lezers de christelijke heilsleer en de christelijke heilsbeleving in herinnering.

Paulus ziet de Galaten losraken van de wortels van déze heilsbeleving. Hij zet zijn volle gewicht in de strijd om de gelovigen terug te krijgen bij hun oorsprong. Hij ziet hen terugkeren naar een leven ‘onder de wet’, en daarmee naar een leven als slaaf. Hij vraagt zich af of ze hun verstand verloren hebben (3:1) door zich te keren tot een ander evangelie, dat helemaal geen evangelie zijn (1:6,7). Hij vervloekt allen die zo’n ander evangelie verkondigen (8). Zijn verzet ten opzichte van de apostelen die zo’n pseudo-evangelie willen invoeren is zo heftig, dat hij deze aanraadt zich maar te laten castreren (5:12). Dat laatste uiteraard meer enigszins cynisch dan als echte aansporing. Evenwel, er is geen brief met meer passie dan deze aan de Galaten. We zouden Paulus nu onverdraagzaam vinden.

Paulus is er niet zeker van dat hij de strijd zal winnen. Hij vraagt zich af of hij zich tevergeefs heeft ingespannen. Hij doorstaat opnieuw barensweeën totdat Christus gestalte in het leven van de gemeenteleden zal krijgen (4:19). Zal het tot een geboorte komen, of zal hij wind baren? Het alle kanten uit. Het is met het evangelie nooit een gelopen race. De kerk op een bepaalde plaats een intermezzo zijn. Dan verdwijnt de gestalte van Christus, voor een tijd, of voorgoed. Sommigen vinden dat niet zo erg. Er komt wel weer wat anders voor in de plaats. Onze apostel, Willibrord, zou zich bij zulke praat omkeren in zijn graf.

De brug tussen Kerst en Pinksteren is een smalle brug. Deze smalle brug voert tot de vrijheid van de kinderen van God. Wie deze brug afbreekt het land van de vrijheid niet in. Alleen door de geboorte van de Zoon worden zonen en dochters van God geboren. Alleen door de Geest van Pinksteren wordt God aangeroepen als Vader. Het is moeilijk voorstelbaar dat deze smalle brug is aangewezen als de route naar de vrijheid. Het lijkt pure willekeur. Hoe een toevallige historische gebeurtenis het bewijs zijn van eeuwige waarheden (Lessing)? Voor de Galaten was de verleiding groot om het te doen met kosmische principes (door Paulus zwakke en armzalige wereldgeesten genoemd, 4:9). Moderne Verlichtingsdenkers maakten met de bizarre idee van de Brug korte metten in naam der (natuur)wet. Postmodernen zijn toleranter maar relativeren graag. Soms lijkt de brug een luchtspiegeling. Dat is de aanvechting waar elke gelovige mee te maken heeft. Zo bijna onzichtbaar is dit stukje geschiedenis dat je het zomaar uit je zicht ziet verdwijnen. christen te zijn en te blijven moet je behoorlijk koppig zijn.

Het helpt weinig om dit alles te gaan bewijzen. Paulus doet dit in de brief aan de Galaten ook niet. Wel maakt hij duidelijk dat Christus de zin is van de Schriften. Christus is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Alles is gericht op de komst van de Zoon. In Gal. 4:4 spreekt hij over de volheid van de tijd. Dat is ook de vervulling van de tijd. Zonder Christus wordt de geschiedenis een zinloze aangelegenheid. Het is de geschiedenis van slaven. God wil geen slaven, maar zonen en dochters. Daarom is God mens geworden, om mensen vrij te maken. Haal Christus uit de geschiedenis, en die wordt een sluis. Geslacht na geslacht komt de wereld in en spoelt er weer uit. Het gaat nergens naar toe. Er zit geen heil in. Er zit wel wet in en wetmatigheid, maar geen heil en verlossing. Maar mensen, geslacht na geslacht, verlangen naar heil. Onder de dromen van de volkeren ligt de diepste droom van de verlossing verscholen. Het is geen vergeefse droom, want verlossing werd vlees en bloed in de ene naam die onder de hemel tot zaligheid is gegeven.

Christus is gekomen in de volheid van de tijd, voor alle tijden. Er is geen tijd die losstaat van de volheid van de tijd. Er is ook geen tijd die dichter bij het Koninkrijk van God staat. Deze volheid van de tijd is het levende centrum van alle tijden. God is mens geworden. De eeuwigheid heeft de tijd geraakt en die van de doem van de zinneloosheid bevrijd.

Paulus wijst zijn lezers op de Schriften. Die getuigen van Christus. Het grootste bewijs voor Paulus is echter geen schriftbewijs, maar een bewijs van Geest en kracht. Door het evangelie wordt de Geest geschonken (3:5). En waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid (Gal 5:1). Dit bewijs is het sterkst. Onder protestanten is het echter sterk in de vergetelheid geraakt. Zij hebben de neiging in het schriftbewijs te blijven steken. Het moet echter van Kerst naar Pinksteren gaan. Het moet komen tot de roep Abba, Vader. Protestanten moeten daarom maar niet al te zelfgenoegzaam zijn.

< Terug