< Terug

Meditatie Handelingen 2:4

… en allen werden vervuld van de heilige Geest

(Handelingen 2:4)

Het zijn soms de eenvoudigste woorden die ons bij het lezen van de Schrift op het verkeerde been zetten. Weinig gelovigen zullen zonder blikken of blozen durven te stellen, dat ze begrijpen wie of wat de heilige Geest is en wat deze doet. Maar de uitspraak, dat de Geest mensen wil vervullen, durven de meesten nog wel voor hun rekening te nemen. Hoe men zich die toestand voor moet stellen, daarover wordt men dan al voorzichtiger. Toch gaan de ideeën veelal in de richting van spontaan enthousiasme, grote vreugde, of in ieder geval een vast geloofsvertrouwen. Vaak begint er dan ook enige bekommerdheid mee te klinken. Want twijfel, verdriet of gelatenheid worden dan al snel gezien als tekenen dat de Geest van iemand nog geen, of in ieder geval onvoldoende bezit genomen heeft.

Nu geeft de beschrijving van de komst van de Geest in Handelingen 2 eigenlijk weinig aanleiding direct te denken aan een kracht die we aan de zielekant van ons bestaan te zoeken hebben. Vlammen van vuur en het gebulder van een storm zijn zintuiglijk waarneembare fenomenen. Het oudtestamentische woord voor ‘geest’ is tevens het woord voor ‘wind’ en in het Grieks is de situatie niet wezenlijk anders. Dat wil niet zeggen dat we ruach of pneuma altijd met dezelfde term zouden moeten vertalen, of dat het altijd voor hetzelfde begrip zou worden gebruikt in de Bijbel. Ook het Hebreeuws kent het volstrekt normale verschijnsel van woorden met meerdere betekenissen. Maar polysemie veronderstelt wel een gemeenschappelijk element, en bij ‘geest’ en ’wind’ is dat volgens mij, dat het om een kracht van buiten gaat. Noordmans zei al: we moeten niet Christus buiten ons denken en de Geest binnen ons, maar andersom.

Lees verder

< Terug