< Terug

Mij geschiede naar uw woord

2e zondag van Advent (Jesaja 11:1-10, Psalmen 72, Romeinen 15:4-13 en Matteüs 3:1-12)

Het oude geloof waaruit David, Gods lieveling, nog leefde, was in de tijden van koning Achab en zijn opvolgers allang vergeten. Jesaja was als profeet belangrijk en allereerst een criticus van de wantoestanden van zijn tijd. Zijn verkondiging lijkt op die van Johannes de Doper: ‘de bijl ligt al aan de wortel’ (Matteüs 3:10); het oordeel komt nader (Jesaja 11:3-5). Alles kan niet blijven zoals het is, de bijl erin!

Maar Jesaja ziet meer, net als later Johannes de Doper. Hij ziet een nieuwe toekomst gloren en zegt dan: ‘Er zal een rijs ontspruiten uit de oude wortelstam’ (Jesaja 11:1). Er is hoop voor de toekomst! En dan droomt hij zijn dromen over een nieuwe toekomst rond een nieuwe koning, een heel bijzondere: ‘De Geest van de Heer zal op Hem rusten, de Geest van wijsheid en verstand (…)’ (Jesaja 11:2). Hoe zal die nieuwe koning regeren? Zo: ‘De kleinen zal hij recht verschaffen, maar [en dan komt de bijlgedachte terug] Hij zal de uitbuiters striemen met de woorden uit zijn mond’ (Jesaja 11:4). En hoe zal het dan uiteindelijk op aarde zijn? ‘Zoals de zeebodem bedekt is met water, zo zal de aarde met vrede bedekt zijn’ (Jesaja 11:9), ‘dan huist de wolf bij het lam’ (Jesaja 11:6).

Het Koninkrijk is nabij

Jesaja heeft deze prachtige dromen niet opgeschreven om er misschien eens een literatuurprijs voor te krijgen, maar om zijn tijdgenoten op te wekken zich te bekeren en te bouwen aan een nieuwe wereld waarin alles anders is: het Koninkrijk is nabij! Johannes de Doper was een belangrijke profeet. Een verkondiger van allure, die door Herodes en door de farizeeën en sadduceeën gevreesd en gerespecteerd werd. Niet alleen omdat hij – zoals wij hem meestal waarderen – zei dat de Messias zou komen, maar vooral omdat hij zei dat er hier en nu het een en ander diende te veranderen. Johannes de Doper moest daarom de gevangenis in en zijn verkondiging kostte hem zijn leven. Jezus is onder de indruk als Hij hoort dat Johannes vermoord is en zijn leerlingen zijn dode lichaam wegdragen. De evangelisten laten dat al bijna rijmen op Jezus’ eigen marteldood. Johannes de Doper was – in het Lucasjaar kwam dat nog duidelijker aan de orde – met hart en ziel getuige van het nieuwe en tegelijk nabije Koninkrijk van God (Matteüs 3:2). Dat betekent niet alleen dat het gauw komt, maar dat het dichtbij is in jou. Je kunt het met je eigen hart beamen en met jouw handen doen. En dan geldt wat Mozes reeds zei: ‘De geboden die ik u heden geef, zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik’ (Deut. 30:11-20).

Hij die na mij komt

Johannes herontdekte onder het stof van eeuwen, dat het oorspronkelijke visioen van het messiaanse Rijk over Gods volk gekomen was. Zijn grootste ontdekking moet zijn geweest dat hij in zijn dagen het profiel van de Messias, de Davidszoon, ontdekte in een tijdgenoot, een man uit Nazaret. De beweging rondom Johannes die doopte in de Jordaan was goed gegroeid, maar tegelijkertijd werd de aandacht van velen getrokken door de nieuwe leraar, de zoon van de timmerman. Dan gebeurt er iets bijzonders: geen van beiden wijst naar zichzelf; beiden wijzen naar elkaar. Jezus gaat naar de Jordaan en laat zich door Johannes dopen (Matteüs 3:13). Hij wijst hem aan als de grootste onder de kinderen der vrouwen (Matteüs 11:11). En Johannes wijst naar de man van Nazaret: ‘Midden onder u staat Hij die gij niet kent’ en ‘Zie daar, het Lam van God’ (Johannes 1:26.29). De volgelingen van de Doper werden ongerust: zijn aanhang verminderde en die van Jezus groeide. Johannes bleef rustig: ‘Ik ben de Messias niet.’ Hij wil zelf de heraut zijn die voor Jezus uit mag gaan. Jezus is de bruidegom van Israël, de bruid. Johannes is de vriend van de bruidegom, die staat te luisteren of hij Hem hoort. Hij is vol blijdschap wanneer hij de stem van de bruidegom verneemt: ‘Hij moet groter worden, ik kleiner’ (Johannes 3:29-30).

Bezinning op Gods wet

Het is duidelijk dat wij vandaag de dag, om goed kerk van Jezus van Nazaret te kunnen zijn, eerst goed moeten luisteren naar alles wat Mozes en de profeten gezegd hebben, dat ons via Johannes’ verkondiging bereikt. Pas daarna kunnen we overtuigend wijzen naar Hem die dopen zal met Geest en vuur. Psalmen 72 doet ons de oren spitsen om Gods boodschap te horen zoals die klonk in de woestijn. Een kerk die hoort naar de stemmen
in de woestijn, kan geloofwaardig getuigen en die hoorders behoeden voor onmenselijk fanatisme. Paulus roept ons op elkaar vast te houden en leergierig te zijn (Romeinen 15:1-13). Bezinning en doen hangen met elkaar samen.

Er is een oude discussie bekend tussen rabbi Akiba en rabbi Tarfon, bijna tijdgenoten van Jezus. De discussievraag is: Wat is belangrijker, dat wij als joden goede werken doen of dat wij ons bezinnen op de wet van God? Rabbi Tarfon zegt: Het doen is belangrijker. Rabbi Akiba gaat ertegenin: De bezinning is belangrijker. Na een diepe stilte zeggen ze opeens samen in koor: ‘De bezinning is belangrijker, want die leidt tot het doen door allen.’ De kerk is niet alleen maar een actiegroep: daar zijn er gelukkig heel veel van. Maar de kerk is wel de plek waar mensen samenkomen om zich te bezinnen op wat er in onze dagen gebeuren moet. In de traditie van de Rooms-Katholieke Kerk wordt vandaag ook gevierd hoe Maria openstond voor het Woord van God (Lucas 1:38). Volgens een oude traditie was zij vanaf haar ontvangenis helemaal op God gericht. Dat wij ook zo ontvankelijk mogen zijn!

Deze exegese is opgesteld door Hein Jan van Ogtrop.

< Terug