< Terug

Nieuw gebod

Bij Johannes 15,9-17

Verhaal

Er was eens een koning die dol was op wetten. Overal had hij wetten voor: dat je niemand mag vermoorden bijvoorbeeld, en dat je mag niet stelen en dat je belasting moet betalen. Maar nu bedacht hij een nieuw gebod: je moet liefhebben!
‘Oei, Sire, dat wordt een lastige,’ zeiden zijn lakeien. ‘Want wat is dat precies, liefhebben?’ ‘Domoren,’ zei de koning, ‘dat jullie dat niet weten! Liefhebben is gewoon houden van. Simpel toch! Als jullie diep voor mij buigen en hard rennen om al mijn wensen te vervullen, dan kan ik zien dat jullie van mij houden.’ Zo kwam de wet er in het hele land.
Maar het pakte raar uit. De slager vergat zijn vrouw bloemen te geven op hun trouwdag. Een moeder werd boos op een zeurend kind. De juf gaf straf aan een meisje dat niet wou luisteren. De politie pakte de slager en de moeder en de juf op en ze belandden in de gevangenis.
Toen het halve volk in de gevangenis zat, begreep de koning zelf ook wel dat het zo niet langer kon. Hij vroeg zijn vrouw: ‘Wat nu?’ Ze zei: ‘Als je zelf nu eens begint en vrienden wordt met je lakeien?’ ‘Daar zit wat in!’ zei de koning. De lakeien hoefden niet meer te buigen. Ze hoefden ook niet meer te rennen. Ze mochten zelfs op de deftige stoelen zitten en met de koning theedrinken en spelletjes doen.
De lakeien werden vrienden van de gevangenisbewaarders en zeiden: ‘Laat die arme mensen maar los.’ En de gevangenbewaarders zeiden tegen de politie: ‘Ga maar geen mensen meer arresteren wegens overtreden van het liefdesgebod.’ En de politie werd weer vrienden met de mensen in het land en zeiden tegen de slagersvrouw en de kinderen: ‘Jullie moeten niet zo zeuren en klieren. Doe eens wat aardiger.’ Toen woei de wind van de liefde over het land.

Vraag

Wat ging er eerst mis, toen de koning het gebod van de liefde tot wet maakte?
Jezus geeft aan de vrouwen en mannen om Hem heen ook het gebod om elkaar lief te hebben. Hoe zouden ze dat kunnen doen?

Zingen

‘Liefde is blij zijn’, Alles wordt nieuw IV.26, Hanna Lam.

Bij Johannes 15:9-17

< Terug