< Terug

Nieuwe manieren van christen-zijn: rooms-katholieke migranten in Nederland

Wat weten we over de rooms katholieke migranten in Nederland, over hun migratiegeschiedenis, relatie met de Rooms-Katholieke Kerk en diversiteit? Waarom hebben ze specifieke pastorale begeleiding nodig?

Vorig jaar bezocht ik met studenten van de Radboud Universiteit Nijmegen verschillende religieuze gemeenschappen van migranten in Amsterdam-Zuidoost, waar zo’n honderddertig migrantenkerken te vinden zijn. Na alle bijzondere indrukken die we opdeden in een multiculturele pinksterkerk met leden uit de Antillen, Suriname en diverse Afrikaanse landen, bezochten we de Engelstalige parochie All Saints Catholic Church, beter bekend als het Afrikahuis.

Deze rooms-katholieke kerk, een eenvoudig gebouw dat eerder voor een gezondheidscentrum bestemd lijkt, was bomvol. We kwamen middenin een eucharistieviering binnen en proefden meteen de feestelijke sfeer, met onder de deelnemers veel kinderen en jongeren. Ze waren chic gekleed in Afrikaanse gewaden of kleren met Afrikaanse motieven. Hun luide gezang en intense gebeden straalden toewijding en passie uit.

Er werd in de viering ook een baby gedoopt. De doopritus verliep deels zoals gangbaar is onder rooms-katholieken: met peetouders die doopbeloftes en de geloofsbelijdenis uitspreken, wijwater dat over het hoofdje van de baby wordt gegoten, het zalven van het voorhoofd van het kindje met olie en het aansteken van de doopkaars. Een ander deel van de doopritus was voor ons onbekend: een grote groep kerkgangers vormde zingend en met cadeautjes (zoals luiers, snoetpoetsdoekjes, slabbetjes) in de hand een rij in het middenpad van de kerk, zoals gebruikelijk bij het ontvangen van de communie. Ze zongen en liepen naar de trotse ouders die de cadeaus in ontvangst namen.

Deze ritus is volgens kenners gebruikelijk in Nigeria en Ghana, maar ik heb het niet eerder gezien, noch in Latijns-Amerika noch in Europa. Het illustreert het fenomeen dat in dit themanummer van Handelingen centraal staat: wereldchristendom in Nederland, dat voor nieuwe manieren van christen-zijn in Nederland zorgt. Het verhaal gaat over de veranderde verhoudingen in het wereldchristendom door de migratie zoals we die vanuit de Nederlandse situatie kunnen waarnemen, de universaliteit van het geloof (katholiciteit) die van dichtbij wordt ervaren als ‘glocalisatie’. Dat wil zeggen, als geloofstradities uit verschillende windrichtingen (global) die in de lokale gemeenschap (local) te ervaren zijn.

Een structureel proces

Volgens migratiesocioloog Castles (2010) is migratie geen buitengewone ontwikkeling, maar (samen met andere aspecten) een structureel proces dat vormgeeft aan samenlevingen. Zowel de Nederlandse geschiedenis als de geschiedenis van het christendom in Nederland is diep verbonden met migratiestromingen (Lucassen 2002). Het christendom begon in het huidige Nederland immers als een migrantenreligie onder soldaten en handelaren ten tijde van het Romeinse Rijk. Het groeide door het missiewerk van Servatius in de vierde eeuw en later door Willibrord en Bonifatius in de achtste eeuw.

De eerste migrantenkerken werden gesticht door protestantse West-Europeanen vanaf de zestiende eeuw en vanaf de achttiende door niet-westerse migranten met de stichting van de Armeens Apostolische Kerk in Amsterdam in 1714. Vanaf eind jaren vijftig van de vorige eeuw intensiveerden processen van dekolonisatie in Nederlandse Indië, de Molukken en Suriname. Ook de arbeidsmigratie bracht toen mensen uit Zuid-Europa en van buiten Europa naar Nederland.

Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw maakte het gebruik van de Latijnse taal in de liturgie de deelname van rooms-katholieke migranten in bestaande parochies mogelijk. Toch was de liturgische taal niet voldoende voor de pastorale begeleiding van migranten, want het christendom dat ze meebrachten had een eigen vorm. Het was niet zomaar een exotische versie van het christendom, hen bijgebracht door Europese missionarissen.

Ontwikkelingen in de contextuele en interculturele theologie en in het wereldchristendom helpen ons om te begrijpen dat er veel meer sprake is van een veelvoud van ‘christendommen’ (Bünker et al. 2010). ‘Christendommen’ die een eigen oriëntatie kregen door de invloed van de inheemse culturen en bestaande religieuze tradities. Bovendien leidt de migratie-ervaring tot nieuwe interpretaties van het geloof en van de rol van de kerkgemeenschap. Deze hebben geleid tot het ontstaan van een theologie van de migratie (Tulud Cruz 2010; Kim 2012), die reflecteert op de wijze waarop migranten God als medereiziger ontdekken, als een pelgrim die migranten vergezelt in hun nieuw bestaan, los van familie en vrienden; God als een bron van hoop om veiligheid en waardigheid in een nieuw land te vinden (Castillo Guerra 2016).

Voor veel migranten verandert ook het kerkbeeld. De kerkgemeenschap is de nieuwe familie, bestaande uit landgenoten, taalgenoten, lotgenoten of anderen die hen als mens accepteren. Binnen de kerkgemeenschap vinden ze warmte en door samenwerking in sociale, culturele of oecumenische projecten worden ze ertoe aangezet contact te leggen met mensen buiten de eigen kerkgemeenschap. Een van de grote uitdagingen voor de kerkgemeenschappen van migranten is om pastores te vinden die in staat zijn om hun beleving en hun expressie van het geloof te aanvaarden en te kunnen begeleiden.

Het is jammer dat zowel de theologische als de pastorale vorming in Nederland veel te weinig rekening houdt met de pluralisering van het christendom en de specifieke behoeften van migranten of interculturele kerkopbouw. Het is te hopen dat er meer aandacht voor deze ontwikkeling komt.

Migratie in de Rooms-Katholieke Kerk

De behoefte aan bijzondere pastorale begeleiding werd reeds erkend tegen het einde van de negentiende eeuw toen paus Leo XIII de sociale leer van de Rooms-Katholieke Kerk (RKK) op de kaart zette. Er was toen sprake van een grootschalige emigratie van Europeanen naar de Verenigde Staten, Uruguay, Chili, Argentinië en Brazilië, waar ze terechtkwamen in erbarmelijke levensomstandigheden. Deze arbeidsmigratie trok de aandacht van de kerkleiding, die diverse initiatieven ondernam om de pastorale begeleiding van immigranten te verbeteren (Leo XIII; Blume 2003).

De pastorale zorg voor de migranten werd aan de ‘zendende’ landen toevertrouwd, die priesters voor de immigratielanden benoemden. De oprichting van het Pauselijke College voor Italiaanse Emigratie, door paus Pius X (Barua 2003, 53) en van de ‘Misión de París’, door de Spaanse Bisschoppenconferentie voor de begeleiding van Spaanse migranten in Frankrijk, beide in het jaar 1914, illustreren de toenemende aandacht voor de migratie in de RKK aan het begin van de twintigste eeuw. In hetzelfde jaar initieerde het Vaticaan de Mondiale Dag voor Migranten, waarop jaarlijks aandacht wordt gevraagd voor hun situatie.

Een van de grote uitdagingen is pastores te vinden die hun geloofsbeleving en expressie aanvaarden en kunnen begeleiden

Document ‘Exsul familia nazarethana’

Daarnaast hebben het Vaticaan en regionale bisschoppenconferenties documenten uitgegeven voor de pastorale begeleiding van migranten en voor de verdediging van hun rechten.

Het document Exsul familia nazarethana, ‘de geestelijke zorg aan migranten’, uitgegeven door paus Pius XII in het jaar 1952, staat bekend als de magna carta van migratie voor de RKK (Pius XII 1952). Dit document is bijzonder, want de RKK formuleerde hierin voor het eerst migratie als een grondrecht en zet aan tot een theologische waardering daarvan. Het sloot aan op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948, met name op artikel 13: ‘Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat’ en artikel 14: ‘Een ieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging’.

Regeringen worden in het document opgeroepen om een gastvrij beleid te bevorderen en om een vijandige uitleg van grenzen te overwinnen, zodat er waardering ontstaat voor de positieve effecten van migratie. Het adviseert regeringen verder om een evenwicht te vinden tussen de bevrediging van hun eigen behoeften en de behoeften van de buitenlanders, zodat ze de toegang niet weigeren aan de ‘verarmde personen, die elders geboren zijn’ (Pius XII 1952, no. 62). Vanuit deze invalshoek pleit de RKK voor de mensenrechten van alle migranten afgezien van religie, cultuur of herkomst.

Wat de theologische waardering van migratie betreft, verbindt het document Exsul familia nazarethana het verhaal van de vervolging en vlucht van de familie van Nazareth met het lot van de réfugiés die hun land verlaten om elders hun leven veilig te stellen. De vlucht van Jozef, Maria en Jezus naar Egypte is voor dit document geen detail, maar een bijzondere keuze met betrekking tot de incarnatie van de Zoon van God.

In andere documenten, tot de meest recente van paus Franciscus toe, uit de RKK zich ook over de plichten van migranten in hun nieuwe samenlevingen. Zo wordt het sterk aanbevolen de lokale taal te leren en aan te sluiten bij de samenlevingen in landen van aankomst. Landen worden opgeroepen om:

a. samen te werken om daarmee te voorkomen dat migranten hun landen moeten verlaten;

b. om de opvang van de meest kwetsbaren, de vluchtelingen, te garanderen.

Tot slot verzoekt het Vaticaan alle bisschoppenconferenties om kerkdiensten en pastorale begeleiding voor migranten te organiseren in hun eigen taal, cultuur en ritus en om hun waardigheid te beschermen (Congregatie voor de Bisschoppen 1969).

De overgang naar de lokale bisdommen

Om de huidige kerkvorming onder rooms-katholieke migranten te begrijpen, werp ik een blik op ontwikkelingen die in 2005 plaatsvonden en die ik van dichtbij heb meegemaakt als voormalige lid van een adviescommissie van de Stichting Cura Migratorum. In dat jaar besloot de Nederlandse Bisschoppenconferentie om alle migrantengeloofsgemeenschappen onder de verantwoordelijkheid van hun lokale bisdom te plaatsen. Deze gemeenschappen opereerden tot dan toe buiten de organisatie van gewone (territoriale) parochies, onder de Stichting Cura Migratorum.

Vanuit de veronderstelling (begin jaren zeventig van de vorige eeuw) dat de migratie van rooms-katholieken geen langdurig verblijf impliceerde, hadden deze gemeenschappen zich ontwikkeld tot provisorische en aparte gemeenschappen die weinig contact hadden met lokale territoriale parochies. Dat had verschillende nadelen. Rooms-katholieke migranten kregen het gevoel dat ze niet bij de RKK in Nederland hoorden en Nederlandse rooms-katholieken wisten weinig over het multiculturele karakter van hun eigen kerk en konden niet waarnemen hoe deze door de globalisatie veranderde.

De overgang naar de bisdommen gebeurde abrupt in het jaar 2005. Noch de kerkgemeenschappen van migranten noch de territoriale parochies en bisdommen waren voorbereid op een nieuwe kerkvorming vanuit culturele diversiteit en verschillende christelijke tradities, laat staan vanuit verschillende theologische inzichten.

Samenwerking en zelfs fusies

De verwachting vanuit de kerkleiding was dat er door meer samenwerking, en zelfs fusies, parochies zouden ontstaan voor migranten én autochtonen. Deze verwachting is waargemaakt in parochies waar met name het Engels de omgangstaal kon worden. In andere gefuseerde parochies werden migranten begeleid door pastores van binnen of buiten de parochie, met vieringen in de eigen taal maar wel met deelname aan het parochiebestuur.

Bij deze fusies zijn soortgelijke dynamieken te vinden die we ook zien bij fusies van territoriale parochies, waarbij macht en belangen een rol spelen en groepen moeten leren om met elkaar te overleggen over het beheer van de parochie, over plichten en rechten, moeten leren elkaar een eigen geloofsexpressie te gunnen en naar elkaar toe moeten groeien.

Er zijn ook grote migrantenparochies ontstaan, zoals die van de Portugeessprekende, Spaansprekende en Franssprekende onder de coördinatie van Nederlandse pastores. Andere parochies worden begeleid door migrantenpastores, gecoördineerd vanuit Europese bisschoppenconferenties (zoals de Duitse, Kroatische of Poolse missie). De meeste migrantenkerkgemeenschappen opereren als een eigen eenheid binnen een Nederlandse parochie. Binnen deze parochies werken ze in eigen diaconale projecten, internationale eucharistievieringen of catechese.

Tot slot, de overgang van de gemeenschappen van rooms-katholieke migranten naar de bisdommen betekende ook de beëindiging van hun centrale coördinatie en landelijke denktank. Anders dan de organisatie voor migrantenkerken Samen Kerk in Nederland (SKIN) beschikken rooms-katholieke migranten niet over een eigen orgaan die hun belangen vertegenwoordigt, bijvoorbeeld in de gesprekken met de bisschoppenconferentie, de overheid of in landelijke werkgroepen voor de interreligieuze dialoog. Daarnaast is er geen landelijke instelling die overzicht heeft over de stichting van nieuwe kerkgemeenschappen, hun adressen bijhoudt of pastorale of theologische bijscholing voor migrantenpastores organiseert.

‘De vlucht naar Egypte’ is geen detail, maar een bijzondere keuze met betrekking tot de incarnatie van de Zoon van God

Actualiteit van de kerkvorming

Vorig jaar werd tijdens het symposium ‘God blijft in Nederland: Rooms-katholieke migranten in kerk en samenleving’ de Database Katholieke Migranten (2017) gepresenteerd. Tien jaar na de publicatie van het boek Een gebedshuis voor alle volken (Castillo Guerra, Wijsen en Steggerda 2006) actualiseerde deze database de kennis over de samenstelling van rooms-katholieke geloofsgemeenschappen van migranten.

Aan dit onderzoek namen 44 geloofsgemeenschappen deel, die informatie over hun geschiedenis en actuele samenstelling aanreikten. Sommigen van deze kerkgemeenschappen hebben een coördinerende rol voor andere kleinere gemeenschappen, verspreid over meerdere provincies.

Ter illustratie, het pastorale team van de Spaanssprekende parochie San Nicolás begeleidt gemeenschappen in Utrecht, Enschede en Almere; de Poolse Parochie OLV van Czestochowa begeleidt vanuit Arnhem kerkgemeenschappen in Utrecht, Hengelo, Putten, Enschede, Lunteren, Tiel, Nijmegen, Zwolle en Kerkdriel.

Uit pastorale zorg

Uit de verzamelde gegevens blijkt dat vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw de pastorale zorg voor migranten de belangrijkste aanleiding was voor de oprichting van kerkgemeenschappen van migranten. De meeste werden opgericht op initiatief van een pastoor die bij deze groep hoorde of de taal en cultuur van de groep goed kende door missionaire ervaringen in het land van herkomst. De meerderheid van de leden van deze groepen kwamen naar Nederland om economische redenen (16 kerkgemeenschappen), gevolgd door politieke redenen (4 kerkgemeenschappen); een kleinere rol speelde geloofsvervolging, repatriëring en studie.

In alle provincies komen rooms-katholieke kerkgemeenschappen van migranten bij elkaar om samen hun geloof te vieren. Het grootste aantal is te vinden in Zuid-Holland (18), gevolgd door Noord-Holland (17), Noord-Brabant (9) en Utrecht (6). Het laagste aantal is te vinden in Friesland, Drenthe, Zeeland en Groningen, met ieder één kerkgemeenschap. De concentratie in de eerste twee provincies is te verklaren door de vestiging van migranten in de grote steden: Amsterdam (11), Den Haag (9), Rotterdam (8). De pastorale begeleiding van deze kerkgemeenschappen wordt voornamelijk vanuit deze steden gecoördineerd. Er zijn in Nederland in totaal 69 vieringsplaatsen met bijeenkomsten in verschillende frequenties, uiteenlopend van wekelijks tot jaarlijks. In deze 69 plaatsen worden vieringen georganiseerd in 22 verschillende talen.

Aantallen en leeftijdsgroepen

Het exacte aantal rooms-katholieke migrantenkerkgemeenschappen is moeilijk te schatten, want er is geen organisatie die hier systematisch data over verzamelt. Er is ook geen informatie over het aantal rooms-katholieken dat actief is in territoriale parochies. Het is echter waarschijnlijk dat de meeste rooms-katholieke migranten lid zijn van een territoriale parochie waarbij autochtonen de meerderheid vormen, dit vanwege het feit dat eigen migrantenparochies niet overal beschikbaar zijn. Uit verzamelde data voor de database blijkt dat het aantal regelmatige kerkgangers dat deelneemt aan een eigen migrantenkerkgemeenschap geschat wordt op 10.000 personen.

Onder de regelmatige kerkgangers van migrantengeloofsgemeenschappen is de leeftijdsgroep van 30-55 jaar het sterkst vertegenwoordigd (36%), gevolgd door de groep 55-plussers (27%), 18-30 jaar (18%), 12-18 jaar (10%) en kinderen tot 12 jaar (9%). Vrouwen vormen de meerderheid (54%); een uitzondering vormen sommigen Poolse kerkgemeenschappen waarbij de meerderheid man is (60%).

Wat betreft de generaties onder de regelmatige kerkgangers: de meesten behoren tot de eerste generatie (65%) gevolgd door de tweede generatie (21%), maar ook andere generaties zijn aanwezig, weliswaar in mindere mate (13%).

Diversiteit in samenstelling

De migrantenkerkgemeenschappen zijn divers van samenstelling. Niet-westerse allochtonen vormen de grootste groep van de 10.000 regelmatige kerkgangers (circa 6.000 of 60%), dit aantal is twee keer zo groot als het aantal westerse allochtonen (naar boven afgerond zijn dit er 3.000 of 28%) en er is een minderheid van autochtonen (circa 1.000 of 12%).

De categorieën westers en niet-westers, allochtoon en autochtoon zijn omstreden. Het is onmogelijk om de grote diversiteit van de kerkgangers uit verschillende werelddelen, met verschillende migratie-ervaringen en culturele tradities en godsbeelden, op te nemen in twee categorieën. Bovendien distantiëren veel mensen met een migratieachtergrond zich van de term ‘allochtoon’ vanwege de negatieve lading ervan.

De categorieën westers en niet-westers, allochtoon en autochtoon zijn wel nuttig om gegevens over de samenstelling van de kerkgemeenschappen van migranten te kunnen relateren aan gangbare termen en bestaande data over de regio van herkomst.

Taal belangrijk middel

In de kerkgemeenschappen van migranten is taal een belangrijk middel om groepen met verschillende achtergronden te laten deelnemen aan dezelfde vieringen of activiteiten. Internationale talen als Engels, Spaans, Frans, Portugees, Pools en het Nederlands als lingua franca dragen bij aan de deelname van mensen uit soms wel vijftig verschillende landen aan een kerkviering.

Een Engelse kerkgemeenschap kan zorgen voor de aanwezigheid van mensen uit alle continenten; Portugeessprekende kerkgemeenschappen zijn kleinere gemeenschappen maar zeer internationaal met mensen uit vier continenten, denk aan Kaapverdië en andere Afrikaanse landen, onder andere Angola, Mozambique, ook uit Brazilië, Portugal, India (Goa) of Oost-Timor.

Spaanstalige kerkgemeenschappen worden bezocht door mensen uit meer dan twintig landen van Latijns-Amerika en Europa. Poolse gemeenschappen worden ook bezocht door mensen uit Oekraïne, Tsjechië en een Engelssprekende Afrikaanse gemeenschap zoals de eerder genoemde All Saints Catholic Church, die wordt bezocht door mensen uit meerdere Engelstalige Afrikaanse landen.

Andere gegevens verzameld in de database betreffen het aantal vrijwilligers 1.223 en het aantal koorleden 362.

Onderstaande lijst met meest bezochte parochies heeft betrekking op één kerkgemeenschap en niet op een aantal verschillende kerkgemeenschappen die vanuit één pastoraal team worden begeleid.

Ter illustratie, met vier kerkgemeenschappen op de tweede, vierde, vijfde en zevende plaats zijn de Poolse migranten goed vertegenwoordigd. Er zijn zeven Poolse parochies in Nederland, de jongste parochie is gesticht in februari 2016. Elke Poolse parochie heeft een regionale functie en gezamenlijk zijn ze verantwoordelijk voor in totaal 32 kerkgemeenschappen. Dat betekent dat zij over een eigen parochiale organisatie beschikken, die ze inzetten als uitvalsbasis voor de begeleiding van Poolse kerkgemeenschappen op andere locaties.

Verder blijkt uit de lijst van de meest bezochte parochies dat de Spaanstalige parochies te vinden zijn op de eerste en negende plaats. De Engelstalige Church of our Saviour in Den Haag en de Blessed Trinity in Amsterdam (niet op de lijst) zijn de meest diverse kerkgemeenschappen, met leden uit alle continenten.

Wereldchristendom in Nederland

Het christendom in Nederland begon als een religie van migranten en passanten. In heel de Nederlandse geschiedenis is migratie een constante factor geweest die vorm gaf aan samenleving, religie en cultuur. Rooms-katholieke migranten stichtten in de tweede helft van de vorige eeuw eigen kerkgemeenschappen. Hun begeleiding gebeurde vanuit het beleid dat de RKK vanaf de negentiende eeuw ontwikkelde.

• Het eerste speerpunt daarin is: de sociale leer met aandacht voor de waardigheid en rechten van alle migranten en de internationale aspecten van migratie.

• Het tweede speerpunt: de RKK heeft richtlijnen ontwikkeld om de pastorale begeleiding van migranten te bevorderen in de eigen taal.

Anders dan het protestantse Samen Kerk in Nederland (SKIN) beschikken rooms-katholieke migranten niet over een eigen vertegenwoordigend orgaan

Op basis van deze speerpunten zijn er vandaag rond de zeventig kerkgemeenschappen van rooms-katholieke migranten in alle provincies van Nederland met rond de 10.000 leden, die regelmatig deelnemen aan hun vieringen. Ze zijn relatief jong, met 34% van de leden tussen de 30 en 55 jaar en 17% in de leeftijd tussen 18 en 30 jaar. In de loop van de laatste decennia stichtten ze diverse nieuwe kerkgemeenschappen.

De kerkgemeenschappen van migranten vervullen allerlei functies voor hun kerkgangers. Rituelen, sacramenten, overwegingen of gezang staan voor de zoektocht naar zingeving vanuit een conditio humana als migrant, in een ander land, met nieuwe kansen en tal van symbolische grenzen (o.a. vooroordelen, exclusie, racisme), waarbij zij hun geloof beleven vanuit een nieuwe identiteit als migrant (Castillo Guerra 2018).

Deze kerkgemeenschappen onderscheiden zich van andere door hun aansluiting op de transnationale manier van leven van migranten, als mensen die contacten onderhouden met anderen in de landen van komaf en in hun nieuwe samenleving.

Een nieuw thuis

Tot slot zetten de ontwikkelingen met betrekking tot rooms-katholieke en andere migrantenchristenen aan tot een transformatie van de waarneming van het christendom in Nederland. Een christendom dat niet past binnen heersende verwachtingspatronen en analyses, waarin religie uitsluitend wordt bestudeerd vanuit het ontwikkelingsproces dat het accent legt op secularisatie.

Met leden van alle continenten en kerkvieringen in 22 talen zijn kerkgemeenschappen van migranten een tastbaar bewijs van de komst van nieuwe manieren van christen-zijn in Nederland. Een nieuw beeld van het christendom waarbij geen sprake meer kan zijn van één christendom, maar van een wereldchristendom waarin diverse ‘christendommen’ een nieuw thuis vinden.

Literatuur

Barua, E. (2003). Movimientos migratorios y derechos de los fieles en la Iglesia. Ius Canonicum 43, nr. 85, 51-86.

Blume, M. (2003). Migration and the Social Doctrine of the Church. In: G. Campese & P. Ciallella (eds.), Migration, Religious Experience, and Globalization (pp. 62-75). New York: Center for Migration Studies.

Bünker, A., Mundanjohl, E., Weckel, L. & Suermann, T. (Hrsg.) (2010). Gerechtigkeit und Pfingsten. Viele Christentümer und die Aufgabe einer Missionswissenschaft. Ostfildern.

Castillo Guerra, J.E., Wijsen, F. en Steggerda, M. (2006). Een gebedshuis voor alle volken: kerkopbouw en kadervorming in rooms-katholieke allochtonengemeenschappen. Zoetermeer: Boekencentrum.

Castillo Guerra, J.E. (2016). Liturgie in geloofsgemeenschappen van migranten. Viering van de verbondenheid met God en met de nieuwe gemeenschap. In: L. van Tongeren (red.), Feesten in beweging: religieuze en seculaire trends en tradities (pp. 49-66). Heeswijk: Berne Meander.

Castillo Guerra, J.E. (2018). Coexistence of Pluralities through Practices of Intercultural Relationships.

Interreligious Studies and Intercultural Theology 2, no. 2, 155-176.

Castles, S. (2910). Understanding global migration. A social transformation perspective. Journal of Ethic and Migration Studies 36, no. 10, 1565-1586.

Congregatie voor de Bisschoppen (1969). De Pastorali Migratorum Cura. Roma. Vertaling RKK Documenten.nl https://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=284&id=958#

Database Katholieke Migranten 2017: https://www.ru.nl/kdc/database-katholieke-migranten/zoek-parochie

Kim, S.C. (2012). Origin and Destination: A Theology of the Migrant’s Trail. In: D. Kaulemu (ed.), Faith Perspectives on Migration and Human Trafficking, Mount Pleasant (pp. 98-103). Harare.

Leo XIII (1891). Encyclical Rerum Novarum, Rights and Duties of Capital and Labor. Roma.

Pius XII (1952). Apostolische Constitutie Exsul familia nazarethana: de geestelijke zorg aan migranten. Rome. Vertaling: https://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=400

Lucassen, L. (2002). Immigranten in Holland 1600-1800. Een kwantitatieve benadering. Amsterdam.

Tulud Cruz, G. (2010). An Intercultural Theology of Migration. Leiden.

Jorge (dr. J.E.) Castillo Guerra is universitair docent Empirische en praktische religiewetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

< Terug