< Terug

Ongeneeslijk religieus

Gerko Tempelman verloor zijn geloof. Maar kon niet stoppen met nadenken over God en geloof. Je kunt iets willen wat volstrekt onmogelijk is, ontdekte hij. Is zoiets aan de hand met geloven in God?

Afgelopen december vierden wij voor het eerst in ons leven geen Sinterklaas. Althans, dat dacht ik. Een kapitale blunder. Op de avond van 5 december zat er een fors cadeau in mijn schoen, maar de schoen van mijn vrouw was leeg. Ik heb het nog weken moeten horen. Dat zou me niet weer overkomen.

Toen het Valentijn werd, was ik dan ook op m’n hoede en kreeg ik acuut hoofdpijn.

CADEAUS

Valentijnhoofdpijn ontstaat door de onmogelijkheid van een goed cadeau. Want: in z’n ideale vorm is een cadeau iets dat je aan iemand geeft omdat je van die persoon houdt. Je wilt er niks voor terug. Maar dat bestaat niet. De ontvanger krijgt er iets bij: schuldgevoel. De eerstvolgende verjaardag kun je niet verstek laten gaan. En dus is een cadeau (hoe goed bedoeld ook) toch altijd óók een transactie, een ruil. Mijn ouders zijn er al mee opgehouden. Maar zo wil ik niet eindigen. Want cadeaus zijn, hoe onmogelijk ook, toch de moeite waard.

GOD IS DOOD

Geloof het of niet, maar er zijn veel hedendaagse filosofen die nadenken over het fenomeen ‘cadeau’. Ik begon erover te lezen net nadat ik mijn geloof was verloren. Opgegroeid in de vrijgemaakt gereformeerde zuil, ging ik theologie en filosofie studeren in Amsterdam. Ze hebben me nog gewaarschuwd: pas op, in Amsterdam zul je je geloof verliezen. Maar ik ging toch. En pardoes verloor ik m’n geloof. Net als vele anderen. Net als onze westerse maatschappij op grote schaal.

Maar het liet me niet los. Ook na jaren lukte het me niet om te stoppen om over God en geloof na te denken.

Eigenlijk weer hetzelfde als in onze westerse maatschappij. ‘God is dood’, horen we – ja, maar niet vergeten. God kwijtraken, lijkt onmogelijk te zijn. Net zo onmogelijk als een goed cadeau bedenken.

HET ONMOGELIJKE WILLEN

Cadeaus zijn onmogelijk. ‘Wat voor cadeaus geldt, geldt voor veel dingen’, zegt de filosoof Jacques Derrida. Er zijn veel idealen die we nastreven die volstrekt onmogelijk zijn. Miljoenen mensen hebben ‘welkom’ op hun deurmat staan. Slechts weinigen laten een zwerver op de bank logeren. Gastvrijheid is onmogelijk, toch vinden we het waard om het na te streven.

Of neem strijden tegen de opwarming van de aarde. Zal dat ooit lukken? Waarschijnlijk niet. En toch zet het mensenmassa’s in beweging. Mensenmassa’s die misschien zelf ook wel toegeven dat hun ideaal erg onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk is. Hé, dat is opvallend, zegt Jacques Derrida: iets hoeft niet mogelijk te zijn, niet geloofwaardig te zijn, om er toch naar te streven. Misschien is hetzelfde aan de hand met geloven in God, dacht ik.

ONVOORSPELBARE TOEKOMST

Theoloog John Caputo gaat verder op het denken van Jacques Derrida. Volgens hem zijn er twee soorten toekomst. De ene soort is de toekomst waarvan je denkt te weten in welke richting die zich zal ontwikkelen: je pensioenplan, je hypotheek, de opwarming van de aarde. En ook: ‘als je naar Amsterdam gaat, zul je je geloof verliezen’. Maar er is nóg een toekomst: de onvoorspelbare toekomst. Meestal is het een toekomst die je onaangenaam treft. De Brexit, de beurscrisis, soms een barst in je gezondheid. Maar ook: verliefdheid, een onverwacht weerzien, een prachtcadeau.

HOOP

Waar zit de hoop? Zit er hoop in de toekomst die je kunt uittekenen? Een beetje misschien. Dankzij de verzekeringen en de berekeningen. Maar echte hoop zit ergens anders. In een andere toekomst. Eentje die je niet kunt uittekenen en uitrekenen. Eentje waar normale principes niet gelden. Hoop op het onmogelijke. Juist omdat het onmogelijk, onzinnig, onwaarschijnlijk is. En het mooie is: je hoeft er geen klap van te geloven, om er toch op te kunnen hopen.

Gerko Tempelman is schrijver van het boek ‘Ongeneeslijk Religieus -Hoe God verdween uit onze wereld mijn leven, en waarom steeds meer filosofen zeggen dat-ie terug is.’ (KokBoekencentrum, 2018).

< Terug