< Terug

Ontmaskerd… maar een wereld gewonnen

Toen ik aan de KPV-training begon, was ik ruim acht jaar verbonden aan de protestantse gemeente in Eindhoven, in een voltijds aanstelling. Ik voelde een behoefte aan verdieping in mijn werk. Verdieping in de pastorale gespreksvoering, maar ook verdieping in ‘waarom-doe-ik-wat-ik-doe-zoalsikhet-doe?’

Het predikantswerk is veelzijdig maar ook veeleisend. Allerlei mensen, elk met hun eigen verhaal, hebben hun verlangens, verwachtingen en weerstanden, en dat komt vroeg of laat wel een keer bij de predikant terecht. Soms voelde het alsof ik in een tenniswedstrijd was beland, met aan de overkant niet één maar drie spelers.

Een groot deel van deze ervaring ligt in het werk zelf. Het is nu eenmaal nooit af, er zijn nooit zoveel mensen bezocht als zou kunnen, een preek zou altijd nog meer diepte kunnen hebben, en zelfs na vijf gesprekken met een pastorant zijn de problemen nooit opgelost.

Een eerlijke vraag bij deze balans is: hoeveel hiervan hoort nu eigenlijk bij het werk en hoeveel hiervan zit in mijzelf?

Dan is het schokkend om al in de eerste week van de KPV-training ontmaskerd te worden als iemand die alles wil fiksen en bovendien nog de behoefte heeft iedereen te willen redden (waarbij de eigen redding tamelijk onderbelicht blijft).

Persoonlijke thema’s

Iedere deelnemer aan de KPV-training komt op een of andere manier zijn of haar eigen thema’s op het spoor. De thema’s draag je met je mee, vaak zonder dat je je ervan bewust bent. Maar ze kleuren wel alles wat je doet!

Het is heel verrijkend om zicht te krijgen op deze thema’s. Je gaat inzien wat je doet en waarom, in pastoraat, preken en vergaderingen. Je komt erachter hoe je jezelf met bepaalde thema’s behoorlijk in de weg kunt zitten.

Voorbeeld

Een van mijn thema’s hangt samen met mijn sterke geloof dat heel wordt wat gebroken is: niet vandaag, niet morgen, maar wel ooit. Het is een sterke theologische leidraad. Tegelijk merk ik in het pastoraat dat het vaak niet goed komt. Dat mensen ziek zijn en niet beter worden. Dat mensen lijden aan het leven, en dat dat lijden niet over gaat. De chaos in het leven wordt niet zomaar ‘goed’. Werkelijkheid en ideaal liggen eindeloos ver uit elkaar.

Dat maakte pastoraal bezoek voor mij heel lastig. Want ik had, onbewust, de opdracht op me genomen om een brug te slaan tussen die twee uitersten: heelheid te brengen in de gebrokenheid. Pas tijdens een verbatim-bespreking werd ik me ervan bewust dat precies dít de pastorale bezoeken soms zo vermoeiend maakt. Blijkbaar had ik een opdracht op me genomen die voor een mens onuitvoerbaar is. Het was een enorme bevrijding om te zien wat ik nu eigenlijk probeerde te doen in die gesprekken – er viel een hele last van me af.

Sinds de KPV-training begrijp ik zoveel beter wat ik doe, en waarom. Zo sta ik meer ontspannen in het pastoraat

Spiegel

Natuurlijk volgt de vraag: wat kun je dan wel doen? Vanuit de groep werd mij aangereikt dat het veel betekent dat je er bént.

• Het beeld dat erbij past is dat van twee mensen samen: de pastor en de pastorant, die op een smalle weg langs een ravijn lopen, en samen in de diepte kijken. Het geeft de pastorant steun dat hij daar niet alleen loopt, maar dat er zo nu en dan even iemand meeloopt.

• Een ander beeld was dat van lichtbrenger. Iemand die telkens weer in chaos verkeert, die heeft ervaren dat mensen onbetrouwbaar zijn, vindt hoop en steun bij een pastor die blijft komen, telkens opnieuw luistert, en kan voorgaan in gebed.

Het was leerzaam om te zien hoe andere groepsleden daar in stonden. Een van de groepsleden had bijvoorbeeld het gevoel altijd oproepbaar te moeten zijn voor zijn pastoranten. Ook vanuit het gevoel dat je mensen niet in de steek mag laten, dat jíj het bent die mensen moet ‘redden’. Op een bepaalde manier liep dat parallel met mijn verhaal. Voor mij was het overduidelijk dat hij zichzelf overvroeg, maar tegelijk had ik een blinde vlek voor mijn eigen positie. Zo werd hij voor mij een spiegel.

En dan?

Als je je thema’s op het spoor bent gekomen, komt de volgende vraag: wat nu? Het inzicht in mijn tot dan toe verborgen motivatie maakte me lichter. Aan de ene kant was er verdriet, omdat ik echt inzag dat mijn mogelijkheden maar beperkt zijn en ik het daarmee moet doen. De andere kant daarvan is natuurlijk een enorme opluchting. Ik kan geen heelheid brengen, maar er is ook niemand die dat van mij vraagt!

In andere besprekingen kwam dit thema ook weer naar voren. In de preekbespreking bijvoorbeeld, of in het theologisch essay: mijn theologie was doordrongen van een toekomstverwachting van licht en vrede – vele teksten van Jesaja passen mij goed!

Gaandeweg is er een verschuiving gekomen. Meer naar het hier en nu, in plaats van dat verre punt in de toekomst, waar je dus eigenlijk niet bij kunt. Wat kan ik hier en nu voor mensen doen? Er zijn! Samen in de diepte kijken, betrouwbaar zijn, veiligheid bieden, liefdevol aanwezig zijn. Zo kun je als pastor licht brengen in een leven dat donker is. Het is geen heelheid, maar veel meer dan waar mensen soms nog op durven hopen.

Tegelijk komt God zo ook dichterbij, voor mijzelf en hopelijk ook voor de pastoranten. Het is niet alleen maar die God die het ooit recht maakt, maar deze God ís er, hier en nu. God lijdt mee, maar brengt ook licht door de mensen die op je weg komen. God gaat zelf mee op weg, soms voor je, soms naast je, maar altijd dichtbij.

Maar de KPV is geen wondermiddel! Je thema’s blijven gewoon bestaan, al palmen ze je niet zo snel meer in

Oogsten

Sinds de KPV-training begrijp ik zoveel beter wat ik doe, en waarom. Zo sta ik nu meer ontspannen in het pastoraat. Ik kan de gesprekken meer ontspannen voeren, ik hoef niet langer als een razende te zoeken naar antwoorden en oplossingen. Daardoor is het tegenwoordig makkelijker om mijn aandacht op de pastorant te richten dan voorheen en zijn de gesprekken minder belastend.

Doordat ik nu zelf helder heb dat ik niet alles kan fiksen, hoef ik ook naar buiten toe niet meer te doen alsof ik alles prachtig onder controle heb. Daardoor zien en horen mensen meer van mij, daardoor kan ik juist dichter bij de mensen komen en zij bij mij. Het blijft wonderlijk. Datgene waar je kwetsbaar in bent, wil je het liefste wegstoppen. Maar als je erover praat, blijk je zelden alleen te staan en kan je kwetsbaarheid zelfs je kracht worden.

Maar de KPV is geen wondermiddel! Want je thema’s blijven gewoon bestaan, al kost het ze meer moeite om mij in te palmen. Natuurlijk overkomt het me nog regelmatig dat ik in de oude groef verval. Maar meestal merk ik het, en dat is winst.

Op persoonlijk vlak heeft de training mij veel gegeven. Het werkt ook door in de gemeente, al weet ik niet of gemeenteleden dat ook zo ervaren. De preken zijn wat persoonlijker geworden, ik durf meer van mijn persoonlijke geloof expliciet te laten zien. Ook in de presentatie ben ik wat losser gekomen, dat heb ik wel terug gehoord.

Daarnaast durf ik mijn eigen twijfels en onzekerheden makkelijker te benoemen, in preken, maar ook in het vormingsen toerustingswerk. Voor sommige gemeenteleden werkt dat ontspannend: het geeft hun ook de ruimte om hun eigen onzekerheden te benoemen.

Beter dan voorheen kan ik grenzen aangeven. Ik geef aan wat kan, wat niet kan, en dat ik niet alles kan. Voorheen was dat moeilijker: ik moest toch alles aankunnen? Ik geef het ook aan als iets niet uitkomt en vraag regelmatig of mensen er op een ander moment op kunnen terugkomen.

Vreemde eenden

Het maakt voor je eigen proces in de KPVtraining uit hoe de samenstelling van de groep is. Daarbij speelt de grootte van de groep een rol, de verdeling van mannen en vrouwen, het werkgebied, maar natuurlijk ook de religieuze achtergrond.

De groep waarin ik de training heb gevolgd, was zeer divers. We waren met vijf personen: twee vrouwen, drie mannen. Vier christenen, één moslim. Twee wijkpredikanten, twee geestelijk verzorgers in verschillende instellingen, één pastoraal werker in een parochie. We moesten veel aan elkaar uitleggen.

Religieuze symbolen, Pauluskerk Rotterdam

Natuurlijk springt in dit rijtje de moslim eruit: een vreemde eend in zo’n christelijke omgeving. Hoe ga je daarmee om, als je die ene moslim bent, of als je overtuigd christen bent? Het was best weleens spannend. Keer op keer bleek dat christenen zo vreselijk weinig weten over de islam. Hij moest veel vertellen, veel uitleggen. Maar hij deed dat soms met zoveel overtuiging, dat sommigen uit onze groep, onder wie ikzelf, weleens het gevoel kregen dat wij te weinig overtuiging hadden. De ene keer werkt zo’n sterke overtuiging inspirerend, de andere keer irriteert het juist. Maar ook onder de christenen waren de verschillen in geloofsbeleving en -overtuiging groot. Het kwam dus ook voor dat moslim en confessioneel christen elkaar soms beter verstonden dan confessioneel christen en vrijzinnig christen.

Ontroerend om te zien dat de individuele ervaringen ondanks verschillen toch aan elkaar kunnen haken

Stilstaan bij die ene moslim zou het beeld van de groep dan ook vernauwen; de groep was zo divers dat we allemaal veel moesten uitleggen, telkens weer. Ieder kerkgenootschap heeft immers zijn eigenaardigheden! Als protestantse heb ik me verbaasd over de hiërarchie in de Rooms-Katholieke Kerk en gezien hoe lastig het is als je geen kerkenraad hebt. Als middenorthodox/ vrijzinnig wijkpredikant heb ik me verwonderd over de rol van de predikant in een meer evangelische kerk – op sommige vlakken zo anders dan in mijn gemeente. Een ander groepslid kende de Protestantse Kerk goed, maar geworteld in een andere stroming kun je elkaar soms toch niet echt goed verstaan: ik was zelf ook een vreemde eend.

Al die verschillen maken dat je lang erg beleefd doet. En zolang je het gevoel hebt beleefd te moeten zijn, laat je niet alles zien. Dit werkt vertragend voor het leerproces. Daarnaast liggen er soms struikelblokken waar je niet op rekende. Binnen deze religieus diverse groep waren de man-vrouwverhoudingen een terugkerend thema. Drie mannen met een orthodoxe achtergrond (moslim en christenen) en twee vrouwen met een iets vrijzinniger inslag: dat brengt wrijving, soms ook irritatie. Het kan zomaar nog gevoeliger liggen dan de religieuze verschillen, alsof we die uiteindelijk gemakkelijker van elkaar konden accepteren.

Bibliodrama

De verschillen vielen soms ook weg. Moslim, vrouw, christen, man … In bibliodrama konden we onze vaste rollen even loslaten en spelen. Zoveel meer in elkaar bovenhalen dan een gesprek zou doen! Misschien juist in de rol, en juist niet in je eigen verhaal.

• We lazen en speelden verhalen uit de Bijbel, die ook op een of andere manier in de Koran voorkomen. Zo speelden we de roeping van Abraham. Abraham werd voor mijn ogen werkelijk de aartsvader van joden, christenen, moslims.

• We speelden een stuk uit het geboorteverhaal van Mozes. Persoonlijke thema’s kwamen naar boven: moeder zijn, zoon zijn, loslaten, aan de kant staan, et cetera.

Het was ontroerend hoe in het spel alle confessionele verschillen wegvielen, hoe we elkaar konden vinden, maar ook uitdagen, helpen of in de weg zitten – alles in het spel. Dan maakt het niet meer uit in welke traditie je bent groot geworden, of je christen of moslim bent; het maakt dan vooral uit wat het verhaal met jou doet, hoe jij je ertoe kunt verhouden. Heel bijzonder.

Ik vond het ontroerend om te zien dat de individuele ervaringen, ondanks de soms grote verschillen, toch aan elkaar kunnen haken. Het verhaal van de een kan zomaar iets losmaken bij de ander, verschillende thema’s grijpen in elkaar. Dat brengt je dichter bij elkaar, zonder dat je ook maar iets hoeft uit te leggen.

Onverwacht

De diversiteit in de groep werkte zonder meer verrijkend. Wij zijn zo gewend om te kijken vanuit onze eigen ervaringen, onze eigen gewoonten en verwachtingen. Maar in een diverse groep is het noodzakelijk om je je daarvan bewust te worden, om vervolgens ook echt met de ander mee te kunnen kijken. Dan blijkt het mogelijk om met een ander mee te denken, ruimte te zoeken, zelfs als iemand in een heel andere cultuur geworteld is.

Voor mij is de training van onschatbare waarde geweest, het is een krachtbron geworden

Het was een hoopgevende ervaring. In deze tijd, waarin we zoveel te maken hebben met culturele en religieuze diversiteit, weten we soms niet hoe we een ander kunnen verstaan of aan de ander recht kunnen doen. Het is mooi en nodig dat een KPV-groep divers is. Als het allemaal vrouwen uit de middenorthodoxie van de Protestantse Kerk waren geweest, was het ongetwijfeld een stuk saaier geweest.

Maar ik wil de werking van diversiteit ook niet overschatten.

• Soms liggen er conflicten op een punt waar je ze niet zag aankomen, soms vormen overduidelijke verschillen juist geen probleem.

• Soms zijn er overduidelijke verschillen, maar liggen de individuele thema’s heel sterk in elkaars verlengde. Zo bleek ik met ‘de moslim’ overeenkomsten te hebben, terwijl ik die met ‘de (christelijke) confessioneel’ minder leek te hebben, terwijl ‘de confessioneel’ ook weer overeenkomstige thema’s had met ‘de moslim’.

• Sommige verschillen zijn niet te overbruggen: bepaalde man-vrouw-aspecten bijvoorbeeld. Hoewel ik die van tevoren vooral bij de moslim zou verwachten, blijken die bij sommige confessionele christelijke mannen – zij het met een andere nuancering – toch ook te liggen.

Vertrouwen en geduld

Het hele proces vereist vertrouwen en veel geduld. Soms duurt het lang voor je werkelijk begrijpt waarom iets een probleem is of waarom iets nadrukkelijk niet wordt benoemd. Maar luisteren, meekijken en vragen blijven stellen helpt. Daarbij is het onmisbaar dat de gesprekspartners ook werkelijk de wil hebben elkaar te verstaan. Binnen een groep gaat dat altijd met vallen en opstaan, zeker als je door een denkbeeldig vergrootglas naar elkaar zit te kijken. Geduld is er ook weleens niet. Maar het zou de KPV niet zijn, als dat vervolgens niet ook gethematiseerd wordt!

Ten slotte

Voor deze groep heeft het uiteindelijk goed uitgepakt. Ieder heeft maximaal zijn en haar eigen thema’s kunnen uitspitten en ruimschoots kunnen oefenen. Dat is ook te danken aan de trainer. De groep had veiligheid nodig en de trainer kon zowel grenzen bewaken alsook uitdagen om die grenzen te verleggen.

Voor mij is de training van onschatbare waarde geweest, het is een krachtbron geworden. Het was confronterend, in wat die anderen aan jou zien en ervaren. Maar het was vooral ontroerend hoe mensen met elkaar kunnen meeleven, ondanks en soms dankzij verschillen.

Je culturele achtergrond, tijd en plaats van opgroeien kan mijlenver uiteenlopen; in de menselijke ervaringen van verlies en geluk, angst en overmoed, verdriet en bevrijding kun je elkaar toch werkelijk vinden, bemoedigen en kracht geven. Als je dat met elkaar durft aan te gaan, win je er een wereld bij.

Kirsten (ds. K.) Wuijster is predikant van de Protestantse Gemeente Eindhoven. 

tips bij het thema

Didachè-studiedag

14 januari 2019 over ‘Jongeren in de godsdienstles. Van weerstand naar nieuwe onbevangenheid in zin-zoeken?’. Promotiezaal KU Leuven. www.kuleuven.be/thomas/page/didache-studiedag-jongeren-in-de-godsdienstles-2019/

Summerschool PThU

Van 8-10 juli 2019 wordt in het Dominicanenklooster te Huissen de jaarlijkse Summerschool van de PThU gehouden. Thema: ‘Vreemdelingen en migranten’. Predikanten, kerkelijk werkers en anderen kunnen hier theologische inspiratie opdoen in een mix van lezingen, workshops, liturgie en onderling gesprek. www.pthu.nl/PAO_PThU/PAO1819/

Documentaire

VPRO Tegenlicht: uitzending 28 oktober 2018: ‘Mijn stad is mijn hart’. Hoe de identiteit van de Rotterdammer multicultureel aan het worden is en de stad op weg is om een plek te worden waar alleen maar minderheden zijn en niemand meer de meerderheid heeft. www.npostart.nl/vpro-tegenlicht/28-10-2018/VPWON_1284427

< Terug