< Terug

Ontmoeting met een engel

In dit themanummer willen we graag aandacht schenken aan verhalen van mensen in onze tijd die een engel op hun levensweg hebben ontmoet. Zes personen vertellen op welke manier zij een engel hebben ervaren en wat dat voor hen betekende. We hopen dat hun verhalen herkenning en bemoediging bieden aan wie iets vergelijkbaars hebben meegemaakt.

Nico

‘Voorheen meende ik altijd dat je de bijbelverhalen over engelverschijningen vooral psychologisch moest lezen. Ik geloofde niet dat er echt hemelse wezens aan mensen verschenen waren, maar toen werd ik zelf op een gegeven moment letterlijk aangeraakt door een engel.

Jaren geleden maakte ik een enorme crisis door. Er speelden allerlei problemen, mijn leven lag overhoop. Diep in de put zat ik achter mijn bureau. Ik voelde me helemaal lam. De toekomst was een groot zwart gat. Ik had geen idee hoe het verder moest.

Opeens voelde ik dat er iemand heel zachtjes mijn werkkamer binnenkwam. Misschien een van de kinderen, dacht ik. Ik keek om, maar ik zag niemand.

Dat verbaasde me, want ik voelde dat er iemand was. Even later raakten tot mijn verbijstering twee vingers mijn rechterwang aan, net onder mijn oog.

Uit die twee vingers stroomde een geweldige energie mijn lichaam binnen. Ik werd gevuld met troost en hoop, met geruststelling dat het goed zou komen.

Ik voelde die twee vingers heel fysiek, ook al zag ik ze niet. Ik probeerde ze tot twee keer toe te pakken, maar ook dat lukte niet.

Toch weet ik dat het echt was. Het was geen droom, ook geen verbeelding. Het was een lichamelijke gewaarwording. Ik voel die plek nog. Het is een heilige plek voor mij geworden. Vanaf dat moment nam mijn leven een wending ten goede.

Ik schrijf deze aanraking toe aan een engel van God.

Sinds die tijd ben ik anders tegen engelen gaan aankijken. Ik weet zeker dat ze er zijn en aan mensen verschijnen, niet alleen in de Bijbel maar ook in onze tijd.

Het ontroert me nog steeds om over mijn ervaring met de engel te vertellen. Aanvankelijk praatte ik er niet met anderen over. Later ben ik dat wel gaan doen, ook in mijn werk als predikant. Ik merkte toen dat door mijn verhaal ook andere mensen een engelervaring durfden te delen. Mensen die er nooit met een ander over hadden durven praten. Of die, als ze hun verhaal wel aan iemand hadden verteld, een vervelende en pijnlijke reactie terugkregen.

Ik heb inmiddels gemerkt dat engelverschijningen vaker voorkomen, niet alleen bij gelovigen maar ook bij mensen die niet religieus zijn. Ik vind het bijzonder mooi dat God nog steeds engelen gebruikt om zich met de mens te verbinden. Vooral op momenten dat deze zich totaal geen raad meer weet.’

Annette

‘Denver, maandag 25 juli 1988. Gisteren zijn we met ons viertjes, wij en onze twee dochters van 8 en 11 jaar, vanuit Nederland aangekomen in de USA voor een congresbezoek van manlief en een vakantie. Na de verplichte nacht in een hotel hebben we vanmiddag een camper opgehaald, die we pas uren te laat konden meenemen.

We hebben een mooie planning en willen vandaag nog naar een camping in Estes Park. Maar omdat we zo laat zijn vertrokken, rijden we al snel in het donker. Dat is op zich geen probleem, maar manlief voelt zich heel beroerd, hij heeft zware hoofdpijn en buikkrampen, en hij is de chauffeur.

Kunnen we ergens stoppen? Nee dus. Naast de lange, rechte weg is een greppel. We zijn in the middle of nowhere, het is heel donker om ons heen en naar Estes Park is het nog uren rijden. We zijn de wanhoop nabij en manlief zegt: ‘Als ik ergens een lichtje zie bij een huis, ga ik vragen of ik daar mag parkeren, want ik houd het niet meer zo lang vol.’

Maar nergens is iets te zien. Tot opeens, we zien het tegelijk, daar in de verte aan de rechter kant een lichtje! Langzaam zoeken we of we een wegje naar rechts vinden, en jawel, een zandpad. Opgelucht rijden we het licht tegemoet tot we uitkomen bij een lang, laag gebouw. Manlief parkeert ernaast en als we terug lopen de hoek om naar de voordeur is opeens de lamp uit. Geen licht meer te bekennen.

We bellen aan, kloppen op de deur, proberen naar binnen te kijken; geen reactie. Er staat ook nergens een auto.

Achter het gebouw is ruimte genoeg en daar parkeren we. Eindelijk kunnen we ontspannen en wat slapen. De volgende ochtend gaan we weer op onderzoek uit. Naast de deur zien we nu een bord. Dit gebouw is een kerk van de baptisten. Het staat helemaal verlaten in het prairie-achtige land. In de wijde omtrek is niets te bekennen. Ook nu is er helemaal niemand te vinden.

Nu, na al die jaren, vragen we ons nog steeds af: was het een engel die voor ons die lamp aangedaan heeft, zodat we een rustplaats konden vinden? In ieder geval voelde het als een geschenk uit de Hemel.’

Anna

‘Drie keer ben ik me bewust geweest van engelen om me heen.

Sinds mijn 14e ben ik me bewust van mijn ‘beschermengel’, die altijd bij me is. Al eerder heb ik zijn aanwezigheid gevoeld, maar sinds mijn 14 kon ik er woorden – een naam – aan geven.

De tweede keer dat ik me bewust was van engelen om me heen, was ik in een klooster. Ik overnachtte daar. Ik lag in bed, op mijn rug, met mijn ogen dicht. Ik voelde een koude wind over mijn gezicht gaan. Dat was vast tocht, bedacht mijn hoofd. Maar ik vóelde dat er meer was dan dat. Er was iemand bij me.

Even werd ik bang. Maar op het moment dat ik me bewust werd van mijn angst, hoorde ik de woorden:

‘Wees niet bang.’

Hoe bijbels dat je dat nu denkt, zei mijn hoofd. Maar het was niet mijn hoofd die mij zei niet bang te zijn.

Het waren twee engelen. Ik heb ze niet gezien. Maar ik voelde ze, één links en één rechts.

Deze engelen waren Hogere engelen dan mijn beschermengel. Zij namen me mee, omhoog. Ze lieten me zien, horen en voelen, wat ik op dat moment zo hard nodig had. Een glimp van het Leven na dit leven. Ik voelde oneindig veel Liefde en Geluk.

De derde keer dat ik de aanwezigheid van een engel heb gemerkt, is de enige keer dat ik een glimp van Hem heb gezien.

Ik was in hetzelfde klooster. Ik was ziek. Ik had koorts. Ik werd ’s nachts wakker. Het licht van de straatlantaarn scheen door een kier van het gordijn op het plafond.

Plots zag ik daar een engel. Weer was daar dat gevoel, van schrikken en angst. Maar op hetzelfde moment de geruststelling. Je hoeft niet bang te zijn.

Deze engel leek nog Hoger dan de engelen van de vorige keer. Onbenaderbaar. Streng. Ontzagwekkend.

Het is maar een lichtvlek, zei mijn hoofd. Je bent aan het ijlen, zei mijn hoofd. Maar meer nog dan ik hem zag, vóelde ik dat die engel daar was. Hoog boven mijn bed. Ik voelde een warme gloed in mijn borst. Ik was verdrietig en gelukkig tegelijk.

Van mijn beschermengel schrik ik al lang niet meer. Toch blijft hij me zeggen, dat ik niet bang hoef te zijn. Dat ik veilig ben, en niet alleen.’

Pieter

‘Vanuit mezelf heb ik geen ervaring met engelen. Engelen kwamen in bijbelverhalen voor en die beleefde ik als versiersel in een vertelling. Ze maakten het verhaal kleurrijk, maar raakten niet aan mijn leven.

Dat veranderde toen ik leerde dat engelen staan voor boodschappers van God, van Liefde die groter is dan ik kan bevatten. In dat licht waren er engelen in mijn leven. Jaren geleden was mijn zicht nog aanzienlijk slechter dan nu. Buiten liep ik met een slechtziendenstok.

Ik was een keer op het station in Utrecht. Er was een treinstoring en het was enorm druk. Dan kan ik me extra moeilijk oriënteren door mijn visuele beperking. Er kwam een trein aan die ik moest hebben. De deuren van de trein gingen open en iedereen drong naar binnen. Ik wist werkelijk niet wat ik moest doen. Ineens stak iemand zijn arm uit en duwde mensen voor me opzij en riep: ‘Laat die man naar binnen gaan’. Zomaar stond ik in de trein. Wie me uit de benarde situatie had geholpen kon ik onmogelijk zien en in de drukte in de trein was dat niet meer te achterhalen. Achteraf ervoer ik die onbekende man als een engel.

Een vergelijkbare ervaring hadden mijn vrouw en ik tijdens een vakantie in Frankrijk. Bij een tussenstop op een camping onderweg, reden we de caravan tegen een fors rotsblok dat in de schaduw lag in een bocht.

We stapten uit om de schade te overzien en ineens stonden er drie campinggasten bij ons die ons hielpen de caravan los te koppelen en op een geschikte plaats te zetten. Ook zorgden ze ervoor dat we met de auto en caravan de volgende dag verder zouden kunnen rijden. Opnieuw een ervaring met engelen, constateerde mijn vrouw. Er werd wat voor ons gedaan dat ons als het ware vrij maakte. Daarin proefden we iets van die liefde die ons omvat en concreet wordt in andere mensen.

Later moest ik aan het schilderij ‘de gewonde engel’ van de Finse schilder Hugo Simberg (1873-1917) denken. Op dit schilderij is een engel te zien die gebogen met een doek voor de ogen wordt weggedragen door twee jongens. Ervaringen waarin ik iets van een engel proef zijn er juist als ik in iets gewond ben. Als ik in mijn leven even het stuur moet loslaten omdat ik het niet meer in de hand heb. Mede dankzij wat andere mensen doen, ben ik dan dichter bij het geheim van die onnoembare liefde.’

Barbara

‘Ongeveer dertig jaar geleden maakte ik een emotioneel moeilijke tijd door.

In deze periode had ik een geloofscrisis. Ik twijfelde aan alles en voelde geen enkel houvast meer. Tijdens die crisis had ik een bijzondere, spirituele ervaring:

Ik lag in bed. Ik was ziek en uitgeput. Op een gegeven moment voelde ik geen vaste grond onder mijn voeten meer. Ik zakte weg in een soort modder, steeds dieper en dieper. Het was aardedonker en beangstigend.

Toen zag ik een doorgang, een soort poort, en daar was mijn overleden vader. Hij wenkte me en riep: “Kom maar!”

Er kwam een grote rust over me. Het voelde zo veilig, zo goed! Daar ga ik heen, dacht ik.

Maar ineens verscheen er een grote doorschijnende gestalte, lichtgrijs, en die versperde de doorgang. Zij/ hij zei: “Nee, jij hebt een man en kinderen, daar moet je voor zorgen. Je moet teruggaan!”

Ik lag (nog) in bed en heb me nog nooit zo vredig gevoeld. Door deze ervaring weet ik nu zeker: Er is leven na de dood!’

Richard

Het overkwam ons als gezin bij een wandeling in de Alpen.

Het was één van onze lange bergwandelingen.

Met goede wandelschoenen, eten en drinken en een nauwkeurige kaart waren we op pad gegaan.

We waren al een paar uur onderweg, toen we twee wandelaars tegenkwamen met verhitte hoofden en angstige blikken in hun ogen. ‘Hebben jullie ook een kaart bij jullie?’, vroegen ze ons, ‘We zijn verdwaald en hebben er geen idee van waar we nu zijn.’ We pakten onze kaart uit de rugzak, vouwden die open en zochten de plek op waar we nu waren. Het duurde niet zo lang of we vonden hem.

‘En waar komen jullie vandaan?’, vroegen wij hen. Na enig zoeken vonden ze hun camping. Ze waren daar inderdaad een heel eind bij vandaan. Hij lag aan de andere kant van een bergkam, die ze overgestoken waren. En ze ontdekten ook waar ze hun auto hadden neergezet om vanaf die plek te gaan wandelen.

Ze zochten uit hoe ze het beste weer bij hun auto terug konden komen. Opgelucht en dankbaar vertrokken ze. En vervolgden wij onze wandeling.

We hadden zeker alweer een klein uur gelopen, toen we de twee bij een parkeerplaats weer ontmoetten. Ze stonden op het punt hun auto weer in te stappen. Snel kwamen ze op ons afgelopen. En nogmaals bedankten ze ons, dat we hun de weg gewezen hadden. ‘Jullie waren engelen voor ons’, zeiden ze. Ze stapten in de auto en vertrokken.

We bleven wat beduusd achter. Hadden we dat goed gehoord? We herhaalden het nog een keer voor elkaar. Ja, dat zeiden ze: ‘Jullie waren engelen voor ons.’

We moesten er even aan wennen, dat anderen in ons engelen hadden gezien, dat wij voor mensen die we niet kenden engelen waren geweest. Als iemand ons soms vraagt, of wij ook wel eens een engel hebben gezien, dan komt deze ervaring bij ons boven.

Sindsdien weten we, dat je het ook zelf kunt zijn, een engel.

Deze portretten zijn samengesteld door de redactie van Ouderlingenblad. Ben je benieuwd wie er achter deze verhalen zitten? Neem contact op met de redactie.

< Terug