< Terug

Op het verkeerde been

Wat maakt dat we iets grappig vinden? Dat het anders loopt dan we dachten. Een grap ontregelt ons. Vandaar dat sommigen aan Jezus denken als aan een clown: hij was een meester in omkeringen.

Paul Ricoeur, de Franse taalfilosoof, hield zich bezig met alles wat maar met taal te maken heeft. Hij studeerde erop hoe taal zich kan ontwikkelen tot materiaal voor dichters en onverwacht een voertuig kan worden voor veel meer dan een boodschappenlijstje. Toen stuitte hij ineens ook op de taal van de grap.

Wat maakt een grap tot een grap? Wat is daarvoor nodig? Heeft dat te maken met de manier waarop we woorden en zinnen rangschikken? Of is de ene taal van nature komischer dan de andere? Vragen waar Ricoeur eindeloos over nagedacht heeft. Het is inderdaad mysterieus hoe taal ons ineens een luid gelach kan ontlokken! Het blijft ook een beetje onvoorspelbaar, zoals elke cabaretier maar al te goed weet.

Er staat niet wat er staat

Ricoeur ontdekte dat een grap vooral ontstaat wanneer we worden meegenomen in bepaalde verwachtingen maar dan ineens op het verkeerde been worden gezet. We zijn vast overtuigd van de afloop, maar dan komt er een idiote wending en blijkt de grap ineens iets heel anders voor ons in petto te hebben. Tussen onze verwachtingen en de echte afloop ontstaat een spanning die zich ontlaadt in een schaterlach.

De wereld van de grap is dus onvoorspelbaar en oncontroleerbaar en de dingen zijn kennelijk niet wat ze lijken. Elke dichter weet dat, ook Martinus Nijhoff, die daarom zijn poëziebundel de prachtige naam meegaf: ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’.

Christus als clown

Jezus staat niet bekend om zijn komische uitspraken of sterke grappen maar hij heeft wel vaak zaken omgedraaid. Mensen aan de rand van de samenleving worden door hem warm omarmd, en hoeren en tollenaars blijken van zijn boodschap meer te begrijpen dan de mensen die ervoor hebben doorgeleerd. Wie dacht dat vijf broden en twee vissen niet een hele menigte kunnen voeden, ziet ineens dat er meer dan genoeg is; en wie dacht dat melaatsen nooit meer beter worden, ziet ze ineens huppelend door de stad gaan.

Steeds weer worden we door Jezus op het verkeerde been gezet. Het hele evangelie lijkt ons uit te nodigen om onze oren en ogen niet te geloven.

Misschien dat daarom zuster Margaret Mc Cready, een Anglicaanse non en mensenrechtenactiviste uit Glasgow, een groot portret van Christus als clown op haar kamer had gehangen, op de plaats waar bij haar medezusters een stemmig kruisbeeld hing. ‘Ik denk vaak aan Christus als clown’, zei ze. ‘Altijd beschikbaar en zo vaak ongewenst. Hij doet me denken aan Charlie Chaplin, die in een van zijn films met uitgestoken handen naar een beeldschone dame loopt, die glimlachend op hem afkomt. Chaplin versnelt zijn pas, maar de glimlach blijkt bestemd voor een heer achter hem. Dat is toch een sterk beeld van Christus! Hij komt met uitgestoken armen naar ons toe en wij zien hem niet eens.’

Alles omgekeerd

Het stemde mij tot nadenken: Christus als clown. Iemand die onze verwachtingen juist op de paasmorgen breekt en alles omkeert. De dood blijkt ineens niet meer definitief te zijn en de Vernederde, die vermoord en weggehoond aan een kruis werd gehangen, ontketent een wereldwijde beweging van liefde en recht. Alles wat wij zeker meenden te weten, wordt op de schop genomen. Pasen als een radicale perspectiefwisseling. Als dat geen paaslach waard is!

Folly Hemrica is theoloog en redactielid van Open Deur. Zij werkte o.a. als justitiepastor en straatpastor.

< Terug