< Terug

Oprecht berouw en vergeving

In de oude stadsgevangenis van Rotterdam kwam ik een loodgieter tegen die graag een gesprek wilde. ‘Ik ben hier in de bajes twaalf kilo afgevallen, alsof ik van binnen word weggeknaagd. Mag ik eens met u praten? Ik slaap ook slecht

Al tijdens ons eerste gesprek was hij in tranen en vertelde me dat hij de man van zijn minnares had vermoord. Hij had daarna zelf de politie gebeld en was ogenblikkelijk ingerekend. En nu zat hij vast en had geen idee hoe lang hij zou moeten zitten. Knagende onzekerheid of knagende spijt? Daar wilde ik graag achter komenHet bleek om knagende spijt te gaan, met de levensgrote vraag of ik dacht dat hij ooit vergeven zou kunnen worden voor zoiets ergs! ‘Ik ben iemand die op zaterdag altijd de boodschappen voor mijn moeder doet. Zo’n jongen ben ik. Dat gelooft u natuurlijk niet, maar het is echt zo.’ Eerlijk gezegd geloofde ik hem direct, het was gewoon een aardige kerel die iets vreselijks gedaan had.

Wekenlang spraken we over zijn alles verterende spijt en ik kon alleen maar zeggen dat wie werkelijk berouw heeft met zijn schuld naar God mag gaan en dan vergeven wordt.

In de bajeskerk had ik net gepreekt over David, die de man van zijn minnares Batseba naar de frontlinie had gestuurd en zo feitelijk zijn moordenaar werd. De profeet Natan komt dan aan David uitleggen dat hij schuldig is en na enig gespartel blijkt David dat ook in te zien. Op hetzelfde moment wordt hij door God vergeven. Zelf vond ik dat wel erg soepel gaan, die vergeving. Maar zo is het verhaal opgetekend en daaruit kun je rustig concluderen dat God ruimhartiger met de vergeving omgaat dan zijn grondpersoneel.

RITUEEL

Maar nu onze loodgieter. Hij werd nog steeds elke dag verteerd door zijn onomkeerbare daad. Ik besloot aan te bieden samen met hem een ritueel van vergeving te maken. Hij mocht zeggen hoe dat ritueel er uit zou zien. Moest het in de kerkzaal of op mijn kamer? Moest ik naast hem knielen of zou hij alleen knielen? Moest ik mijn toga aan of niet? Na weken kreeg het ritueel vorm en gingen we samen de kerkzaal in. Daar las hij in een pijnlijk nauwkeurige brief voor wat hij gedaan had, geknield bij de Paaskaars.

Het was immers van wezenlijk belang om eerst zijn schuld onder ogen te zien en daarna vergeving te ontvangen. In die volgorde. Vergeving zonder schuld te bekennen zou immers een volstrekt leeg gebaar zijn.

WIE VERGEEFT?

Ik legde hem na zijn bekentenis de handen op en schonk hem namens de Eeuwige vergeving. Daarna staken we twee kaarsjes aan: voor zijn slachtoffer en voor iedereen die zo pijnlijk geraakt was door deze moord. Dat laatste vond ik zelf het moeilijkste. Wat zouden zijn slachtoffers vinden van deze biecht, gevolgd door vergeving? Zouden zij niet als enigen hem kunnen vergeven, als ze daartoe al in staat waren? Ik kon alleen maar bedenken dat dit niet mijn vergeving was, maar Gods vergeving.

Dat deze oprechte biecht hem had opgelucht, bleek de volgende dag. Toen ik hem tegenkwam, zei hij: ‘Ik heb eindelijk weer kunnen slapen.’

 

Folly Hemrica, theoloog en redactielid van Open Deur. Zij werkte o.a. als justitiepastor en straatpastor.

< Terug