< Terug

Pastoraat aan mensen met een angst voor moslims

In de jaren dat mensen uit moslimlanden vooral als gastarbeiders naar Nederland kwamen (jaren 1960/70), kon men hen nog negeren en hier of daar achteraf ruimte geven voor een eigen gebedsruimte ofwel een moskee. Ze woonden vaak bij elkaar. Alleen in de steden kwam je ze op straat tegen.

Dat beeld is de laatste decennia ingrijpend veranderd. Veel moslims die gekomen waren als gastarbeiders kozen ervoor in ons land te blijven, lieten hun gezinnen overkomen. Uit andere landen raakten veel mensen op drift door oorlogssituaties. In grote groepen kwamen zij Europa binnen, in de hoop hier toegelaten te worden. Velen is dat gelukt, al moet je niet overdrijven. Het gaat om hooguit 5 % en veel groei zit er niet in.

Onder de leden van een christelijke geloofsgemeenschap – in alle geledingen – kom je mensen tegen die met de aanwezigheid van moslims veel moeite hebben, die ook echt bang zijn dat hun aantal heel snel toeneemt via hun grote gezinnen en straks de meerderheid vormen in ons land. ‘Als zij hun zin krijgen wordt hun moslimwetgeving ingevoerd en wij zijn niet meer veilig. Ons land en onze cultuur van vrijheid en zelf bepalen hoe je wil leven, staan op het spel.’  Dit gevoel van angst wordt gevoed door de zogenoemde populistische partijen, door mensen (zelf ook bang) die je voorrekenen hoeveel moslims er al in 2060 zouden kunnen zijn en ook door wat je in de media leest aan gruwelijkheden in moslimlanden en aanslagen door extremisten.

Hoe reëel is deze angst?

Tijdens bezoekwerk kom je als predikant, pastoraal werker, ouderling of bezoekdienst allerlei mensen tegen, ook mensen bezet met angst voor moslims en de dreiging dat ze ons land gaan overnemen. Ze vertellen je hun zorgen in openhartige gesprekken en kunnen niet begrijpen dat je als pastoraal werker niet veel meer gefocust bent op dit punt. Ze voelen zich niet gekend, in de steek gelaten. Soms schrijven ze brieven aan de kerkenraad. Soms beklagen ze zich over de laksheid en blindheid van de kerkelijke leiders in ons land. Of over hun eigen dominee omdat die net doet alsof het niet uitmaakt of je christen of moslim bent. Ze zijn oprecht bezorgd. Het zijn zeker geen racisten, maar ze voelen zich wel zo bejegend en opzij gedrukt.

In Rotterdam-Delfshaven vond in de jaren 1980 tot 2000 een bijna totale ‘verkleuring’ plaats in de straten om mij heen. Ook mensen die niet weg wilden, verhuisden op den duur toch. Omdat het verhuren van vrijgekomen woningen werd aangestuurd door het gemeentebestuur, kwamen er vaak migrantengezinnen voor terug.
De angst en zorg zitten diep. Gaat soms ook terug op echte ervaringen. Of op beelden op tv. Tien jaar terug liep ik in Rotterdam-Delfshaven eens mee met Turkse en Marokkaanse CDA’ers, die langs de deur gingen om het CDA aan te bevelen. Het trof me hoeveel autochtone Rotterdammers – om allerlei redenen niet verhuisd –  een verhaal hadden over een Turk met een mes. Of spraken over intimidatie: ‘Straks is alles van ons!’ In Rotterdam is ca. 50 % van de bevolking van migrantenafkomst, onder hen minstens zoveel christenen als moslims. Er zijn ca. 170 nationaliteiten. Wie hier sterk op focust en niet veel buiten komt, heeft zijn gedachten. De angst die je hier en daar aantreft, is daarom heel serieus te nemen.

Pastoraat: luisteren

Alle pastoraat begint met uitvoerig luisteren en serieus nemen.
Bij oudere mensen die om zich heen steeds meer moslimburen kregen, eerst luisteren: wat  irriteert? waar is men bang voor? Vandaag of over 20 jaar?
Wachten met uitleg en tegenspraak.
Vragen naar meer persoonlijke ervaringen – eigen ervaringen in straat en buurt, maar ook ervaringen  op het werk met collega’s,  ervaringen met hun kinderen en kleinkinderen.

Jongere mensen zijn vaak bang dat (moslim) migranten hun banen inpikken en voorgaan als het om wonen gaat. Hebben ze daar echt voorbeelden van, ervaringen mee of zijn het vooral verhalen? Zijn ze in de stad naar school geweest? Hebben ze als witte kinderen in gemengde klassen gezeten en een beetje trauma opgelopen?
Lang luisteren.

Informeren: Vragen wat men weet van het geloof van moslims. Hebben ze wel eens een Koran gezien? Is dat een soort Bijbel? Wat weet men ervan?
Hier een moment voor informatie:
Er is behalve een Koran ook veel literatuur in het Nederlands en Engels voor moslimkinderen. Daar pak je al snel iets van op.
Informatie over moslims: Hoeveel moslims wonen er in ons land? Zijn ze allemaal hetzelfde? Marokko ligt in Afrika, Turkije in Azië. Er zijn ook moslims uit Suriname en Indonesië. Dat maakt heel veel uit: hun taal is anders, hun cultuur en ook hun moslimvariant. Zolang mensen geen idee hebben wat de islam voorstelt, komen we niet verder.

Belangrijk punt in deze ronde is de vraag: in hoeverre is het reëel om geweld te verbinden met islam en moslims? Hoe kijken veel moslims in ons land daar tegenaan?  Kun je hen wel steeds aanspreken op toestanden in Arabische landen enzovoort? Vinden wij het correct dat  zij ons – de kaaskoppen –  aanspreken op wat we als Nederlanders bijvoorbeeld in Indonesië gedaan hebben, wat we aan de slavenhandel verdiend hebben?

Praktisch

Bovenstaande opmerkingen zijn bedoeld als informatie en het kunnen geven van rationele antwoorden op rationele vragen. Maar hoe help je iemand van zijn angsten af op dit punt?
Mijn ervaring is: hen meenemen naar een gespreksgroep met christenen en moslims. Mensen ontmoeten en naar hen luisteren, geeft snel vertrouwen. Voordeel anno 2021 : alle jonge mensen delen hun ervaringen als moeders en vaders, als opvoeders; en moslims spreken prima Nederlands. Ook andere alledaagse thema’s dan opvoeding zijn heel geschikt. In deze gesprekken groeit snel onderling vertrouwen.

In de kerk in Delfshaven hebben we al bijna 30 jaar zulke gesprekskringen. Voor ouderen en voor jonge mensen. Met en zonder hoofddoek. In die gesprekken ging het onder andere over Jezus en het christelijk geloof,  Mohammed en de islam; over bijbelfiguren die men ook in de Koran kent zoals Noach, Abraham, Jozef, Jona, Job. Maar ook onderwerpen als vergeving, en: is Allah dezelfde als de God van Jezus? Over mensbeeld, man en vrouw.
Het geloof van een doorsnee moslim is behoorlijk rationeel. Wil je discussie, dan wordt het discussie. Maar om elkaar te leren kennen, kun je beter eerst een tijd met elkaar praten op het niveau van beleving: gezin, is een kind ziek?, opvoeding, vakantie, sport, voetbal.
Misschien komt er later ruimte voor vragen als: was Jezus de Zoon van God? Drieëenheid enzovoort.

In deze groepen heb ik veel geleerd. In dit soort gesprekken merk je dat de mensen die je ontmoet geen enkele reden vormen om bang voor te zijn. Dat verreweg de meesten in ons land positieve mensen zijn en afschuw hebben voor toestanden in moslimlanden. Voor hen zijn extremisten geen moslims. Veel moslims maken graag contact, ze houden van ons land en willen oprecht Nederlanders zijn. Wel met achtergrond zus of zo.

Als mensen bang zijn, gaat het om het creëren van een ruimte waarin ze zachtjes elkaar proberen te accepteren, om wantrouwen een kans geven zich op te lossen. Dat geldt voor alle angsten en zorgen van pastoranten, ook als er naar ons besef geen enkele reden voor is.
Vervolgens komen uitleg en informatie. Pas daarna eenvoudige reflectie over het ABC van de islam.
Angst verliezen zie ik dus vooral gebeuren in ontmoetingen. Vooral met lotgenoten: gezinnen, ouderen. En rond alledaagse thema’s: babies en banen, opvoeding, zorg en ziekenhuis,  geloof en religie.

In de Oude of Pelgrimvaderskerk in Delfshaven zaten regelmatig groepjes moslims. Ook wel groepjes moslima’s. Na afloop voerden we gesprekken. Geïnteresseerd en open.  Oudere moslims willen vaak nog wel bekeren, maar in de sfeer van een ontmoeting kunnen dat prima gesprekken worden, waarin je weinig voelt van bekeringsdruk of drift.

Als christelijke gemeente was bij ons steeds het uitgangspunt:

  1. Wij zijn buren en als buren willen we het goed met elkaar hebben. Omgang met buren is vrijwel nooit een evangelisatiegesprek. Wel zorg om elkaar.
  2. Wij zijn niet hetzelfde en het doel van ons burencontact is niet dat we meer hetzelfde worden. Wel steeds meer elkaar begrijpen en, waar nodig, elkaar als buren bijstaan

Ds. Pieter L de Jong is oud-predikant (1992-2013) van de Oude of Pelgrimvaderskerk in Rotterdam Delfshaven.

< Terug