< Terug

Pelgrimeren in het Drentse veen

Een voettocht van Schoonebeek naar het mirakel van Weiteveen en de Antoniuskerk bij Zwartemeer.

Een pelgrimstocht is niet alleen even afstand nemen van het alledaagse leven, maar ook van vertrouwde gemakken en gemakjes. Een beetje afzien dus – en dat helemaal vrijwillig. Al begrijpt hij het zelf niet, de pelgrim voelt gewoon dat dit zijn of haar weg is.
Maar het is in Nederland niet zo eenvoudig om je aan alledaags comfort te onttrekken. Wij hebben wel mensgemaakte, maar geen natuurlijke woestenijen. Elke vierkante kilometer is getemd door de mens, met het oog op nut, gemak of troost. Als je al iets denkt te hebben gevonden buiten de geijkte kaders, dan is de weg ernaartoe goed bestraat. En voor de voetreiziger zijn er overal voorzieningen om hem of haar van dienst te zijn – een picknickbank is wel het minste. Bovendien, voor de echte pelgrims onder ons: onze nuchtere volkscultuur biedt weinig ruimte voor plaatsen die verwijzen naar spirituele voorvallen. Of zit het toch anders?

Goede werken

Aan de noordoostelijke rand van het land, ver van steden en snelwegen, liggen grote veengebieden. Meestal afgegraven, maar toen Nederland ophield met turf stoken bleef er in Drenthe nog een flinke lap veen over. Buitenstaanders leken daar niets te zoeken te hebben, en er heerste tot ver in de twintigste eeuw bittere armoede. Veel van de toenmalige bewoners waren er blijven hangen na het stilleggen van de afgravingen of hiernaartoe getrokken omdat er elders geen plaats voor hen was. Juist hier, in Weiteveen, waren Franciscanessen actief voor de bewoners, onder de bezielde leiding van de plaatselijke pastoor Veltman. De nonnen zijn verdwenen, maar de goede werken worden nog steeds verricht in het kloostergebouw, nu Stichting Veltman, waar als vanouds verslaafden en psychiatrische patiënten worden opgevangen.

Een mirakel

Wie zal het verbazen dat juist hier een mirakel plaatsgreep: een tabernakel, gestolen uit de kapel van het klooster, werd een week later teruggevonden, verstopt onder graszoden. Het is er nog, in de kapel van de begraafplaats bij het klooster – al is die kapel geen bedevaartsoord in strikte zin geworden.
Je wandelt ernaartoe vanaf het dorp Schoonebeek, langs een vriendelijk kronkelweggetje met boerderijtjes en boomgaarden. Een zijpad in – en dan eindigt de lieflijkheid, worden de paden nat en de schoenen vies. De tocht voert over lange paden door een verlaten gebied, onder andere langs een oude turfstrooiselfabriek.

Voorbij Weiteveen zetten we de tocht voort langs de Duitse grens door een landschap dat we, ook dat nog, een schuldig landschap kunnen noemen: hier waren in de nazitijd aan de Duitse kant werkkampen ingericht voor Russische krijgsgevangenen. Eindeloze heidevelden met enkel berkjes aan de horizon – de associatie met desolate Russische steppen ligt voor de hand.

Missen in de afzondering

Einddoel is de eenzame Antoniuskerk bij Zwartemeer; het rode dak is al van ver te zien. De kerk is gebouwd als parochiekerk voor een nieuw te bouwen dorp dat bij nader inzien toch maar een eind verderop werd gesticht. Hoe ver kun je in de marge raken? Maar nog steeds worden hier in de afzondering missen opgevoerd volgens de oude Latijnse liturgie. En kan de pelgrim in deze spirituele omgeving op verhaal komen, voordat hij de terugreis naar het dagelijkse leven maakt.

Alexander Artz schreef verschillende boekjes met wandelingen door Nederland.

< Terug