< Terug

Preek bij Johannes 2:1-11 – Kanazondag

Preek, gehouden in de Morgenster te Hilversum, op 17 januari 2021

Schriftlezing: Johannes 2: 1-11

(Omdat de dienst alleen online aangeboden werd en mede daarom ook korter moest zijn, werd alleen de lezing uit het Nieuwe Testament gebruikt; anders had ook Jesaja 62: 1-5 geklonken.)

***

Van tijd tot tijd maak ik mee dat iemand een grap maakt over water dat in wijn veranderd wordt. Zó bekend, ja overbekend is het verhaal van de bruiloft te Kana. Wat horen wij in dit verhaal, juist in onze tijd?

Afgelopen week maakte ik de zoveelste bijeenkomst via een videoverbinding mee. Een van de deelnemers sprak zijn verbijstering erover uit dat het nog maar twee maanden duurt of we leven al een vol jaar in een gedeeltelijke lockdown.
Veel mensen hebben het gevoel dat er straks echt een heel jaar van hen afgenomen is geweest.
Een vol jaar waarin allerlei dingen geen doorgang konden hebben. Huwelijken werden uitgesteld of werden in slechts zeer kleine kring gevierd.
Afgelopen week zag ik de tranen langskomen van iemand die haar proefschrift zou gaan verdedigen. Ze had er jarenlang voor gewerkt, en nu zou ze haar verdediging van achter haar eigen bureau moeten gaan doen. En er zou geen feest zijn.
Zo hebben we allemaal op onze eigen manier iets dat we missen.

Als je met dat alles in het achterhoofd het verhaal van de bruiloft te Kana nog eens hoort, dan valt op wat een ongelofelijke overvloed hier geschilderd wordt. Het kan niet op.
De inhoud van die vaten is bij elkaar ergens tussen de 500 en 700 liter. Het is allemaal wijn geworden.
Niet zomaar wijn, maar de allerbeste wijn!

Dat is het eerste teken of wonderteken dat de evangelist Johannes vertelt: Jezus zorgt ervoor dat het feest door kan gaan. Hij is de gangmaker van het feest.

Een bruiloft roept beelden op van mensen die zich feestelijk uitgedost hebben.
Het roept beelden op van verschillende emoties, van vrolijkheid en lachen, maar ook van tranen die bij de ouders van bruid en bruidegom opkomen. Het roept beelden op van eten, drinken, dansen en noem maar op. Het zijn gelegenheden dat de tijd even stil lijkt te staan en de zorgen vergeten worden.

Dat zijn de eerste beelden, en die zijn ook aanwezig in het verhaal, vooral in de opmerking dat de slechte wijn meestal pas geserveerd wordt als de gasten al het nodige ophebben en hun smaakzin niet meer zo goed ontwikkeld is.

Maar er zit ook een diepere laag in het gegeven van een bruiloft. Een huwelijk is in bijbels taalgebruik een beeld van de relatie van het volk Israël met de Eeuwige God. Het is een beeld van het verbond, van het zich verbinden van God en mens.
Zoals twee mensen zich aan elkaar verbinden, zo verbindt God zich met mensen.
Gods zijn is per definitie samen-zijn, gericht zijn op een band, op relatie, op een verbond.

Als we dat zien, beseffen we de diepere betekenis van de plek van het verhaal van de bruiloft te Kana. Johannes laat het optreden van Jezus beginnen met een verhaal dat in feite over het verbond gaat.
Jezus herstelt een bruiloft. Hij herstelt een verbond. Hij herstelt het verbond van God en mens. En dat doet hij niet zomaar, maar in overvloed, in een waanzinnige hoeveelheid wijn….

In het huis waar de bruiloft gevierd wordt moet een groot bassin geweest zijn dat gebruikt werd voor rituele wassingen. Om dat bassin te vullen waren er zes grote vaten aanwezig, elk met een inhoud van ongeveer honderd liter.
In het begin van het verhaal zijn de vaten leeg. Stuk voor stuk moeten ze tot de rand met water gevuld worden.
Het beeld van die lege vaten trof mij.
Ik kon het niet laten om daar mijn fantasie op los te laten.

Het eerste waar ik aandacht is misschien wat vergezocht, ik geef het toe.
Ik dacht aan hoe we in onze westerse cultuur gericht zijn op de dingen steeds sneller willen doen, met gegarandeerd resultaat.
Maar velen houden dat niet vol. De boog kan niet altijd gespannen zijn. Er komt een moment dat een mens denkt: ‘waar ben ik mee bezig?’
Is dit werkelijk wat ik wilde?
Was ik misschien bezig te vluchten voor de leegte door die vol te stoppen? Met mijn projecten? Met het project dat ‘leven’ heet?

De oude filosofen hadden het wel over de ‘horror vacui’: de angst voor het vacuüm, angst voor de leegte.
Ergens in ons huis staan als het ware de lege dozen. Dozen die niet volgestopt zijn met de geslaagde projecten. We lopen liever om die plekken van leegte heen.
Als we er niet voor zouden vluchten, maar die leegte onder ogen zouden durven zien, dan zouden we de leegte misschien durven te zien niet als de ruimte die ik zelf krampachtig weer moet zien te vullen, maar als een ruimte die erop wacht zich te laten vullen.

Misschien is het wel God die daarbij het initiatief neemt.
Niet door ons een antwoord te geven, maar door ons een vraag te stellen.

Dat is mijn eerste associatie bij die enorme lege kruiken: ze staan in een hoek, vergeten of voor gevlucht. Ze zijn de leegte die wij niet hebben kunnen vullen met onze goede bedoelingen en ons werk.

Maar daarmee is het beeld natuurlijk niet uitgeput.
Die lege vaten kunnen ook staan voor rituelen die we automatisch volvoeren zonder dat ze nog werkelijk inhoud hebben.

De lege vaten zijn te vinden als we oude vertrouwde woorden die we ooit vroeger geleerd hebben zonder na te denken blijven herhalen, ook al zeggen ze ons niets meer.

Lege vaten zijn te vinden in ons hele kerk-zijn als dat een prachtig omhulsel is dat bij nadere beschouwing niets dan een lege huls blijkt te zijn. De geest is eruit. Het stromende water is eruit. Het stroomt niet meer.

Op de bruiloft waar Jezus aanwezig is zijn de vaten leeg. En er is geen wijn meer, geen vreugde.
Maar het feest moet doorgaan! Er moet wijn zijn!
Welnu, wat Jezus doet is dat hij deze lege vaten in dienst neemt. Hij laat ze vullen met water, tot de rand.

In het water kunnen we een beeld te zien voor het gewone, dagelijkse, alledaagse leven.
Het leven met al z’n zorgen en vreugden, maar ook het leven dat soms te veel van de ene in de andere week lijkt over te gaan, zonder al te grote hoogte- en dieptepunten.
In deze coronatijd hebben veel mensen er last van dat de ene week snel overgaat in de andere. Dat komt omdat er te weinig momenten zijn die echt afwijkend zijn.

Ons gewone leven is het basismateriaal.
Het is een misverstand dat het bij geloven allereerst zou gaan om een bijzondere parallelle geestelijke wereld naast onze eigen wereld.
De verhalen van de bijbel wijzen een andere kant op.
Ze nodigen uit om ín onze eigen wereld, ín ons eigen leven Gods roepstem te gaan vernemen.
Het gaat niet allereerst om een andere werkelijkheid, maar om onze werkelijkheid anders.

Het medicijn dat het Nieuwe Testament ons daarbij aanreikt is dat van de liefde. De agapè, de zichzelf wegschenkende liefde. Die op haar beurt wordt gevuld door de oud-testamentische noties van recht en gerechtigheid. Zo voorkomen we dat ‘liefde’ een gevoel blijft. Liefde is een handelen. Liefde is een daad. Liefde is zorgen dat het feest toch door kan gaan. Niet zomaar, maar in overvloed.

Jezus laat de lege vaten vullen met water, met het water van alledag. Waar dat leven gevierd wordt in de geest van de liefde van Christus, daar wordt water tot wijn. Het water van alledag komt tot haar bestemming. Het leven krijgt een diepere kwaliteit, de Christus-kwaliteit. De wijn gaat stromen, wijn van vreugde. Wijn van eeuwig leven.

In Jezus geeft God ons zijn ja-woord. Zonder voorbehoud. Het feest gaat door. In overvloed. Wij mogen onze glazen laten vullen, in overvloed. En delen daarvan uit.

< Terug