< Terug

Preekschets 1 Koningen 17:1

De Tisbiet Elia uit Gilead zei tegen Achab: ‘Zo waar de Heer leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg’

  • Bijbelgedeelten: 1 Koningen 17, Jakobus 5:13-18
  • Preektekst: 1 Koningen 17:1
  • Thema: Woorden van de Heer zijn betrouwbaar

Liturgisch kader

Deze preekschets kan worden gebruikt voor de periode van Advent.

Liederen uit het Liedboek, Zingen en bidden in huis en kerk, 2013 zijn:

  • Lied 108:1, 2 (Mijn hart is, Heer, in U gerust)
  • Lied 439 (Verwacht de komst des Heren)
  • Lied 835 (Jezus, ga ons voor)

Uitleg

Het begin van de Elia-geschiedenis is abrupt. Met welk gezag spreekt Elia? Er staat in vers 1 niet, dat God hem letterlijk een opdracht geeft, zoals in vers 2 en vers 8. Een verklaring hiervoor is, dat de gelovige Elia, afkomstig uit een gelovig gezin (naam Elia door ouders gegeven), zich ergert aan de goddeloze Achab en Izebel. Elia: Mijn God is Jahwe. Daarom bidt hij tot God, of via de droogte koning en volk tot inkeer zouden kunnen komen, of in ieder geval dat de afgodendienst zal worden gestopt (Jakobus 5). Door God ervan overtuigd dat dit een goed gebed was, sprak Elia indringend tot Achab over de naderende ramp.

Als in hoofdstuk 18:1 staat, dat de Here zich opnieuw tot Elia richt, is dat in vervolg op de concrete aanwijzingen van vers 2 en vers 8. Ook 18:1 is concreet: nog voordat de drie jaar om zijn, arrangeert de Here een ontmoeting tussen Achab en Elia die uitloopt op de confrontatie tussen Elia en de Baälpriesters op de Karmel en daarna ook op het einde van de droogte.

Elia wist dat Gods woord, dat hij mag doorgeven, gaat over voorspoed en tegenspoed. Door beide leidt God zijn volk. En daarom durft hij ook om droogte te bidden. Gods Woord dat hij doorgeeft, is betrouwbaar. Daar is hij zelf van overtuigd. Zo sluit het hoofdstuk ook af: de vrouw in Sidon erkent de waarheid van Gods woord in de mond van Elia, als ze ziet dat haar zoon leeft.

Er zijn in 1 Koningen 17 drie passages over opdrachten die Elia krijgt en wat hij doet. Wij weten niet hoe lang Elia al profeet was en in hoeverre deze wonderen ook hemzelf hebben gevormd. Vers 1, in de uitleg zoals boven gegeven, toont hem als een man met een rijp geloof. Aan de andere kant: ook dan moet je gevormd blijven worden door God om het betrouwbare woord te kunnen blijven spreken. Daar kunnen crises zoals Elia ze meemaakte een bijdrage aan leveren. Hoofdstuk 19 leert dat ook het geloof van de grootste profeet nooit ‘af’ is.

Elia verbergt zich in een spelonk bij een wadi in het Overjordaanse: dat doet hij niet alleen om veilig te zijn, maar ook om te voorkomen dat de koning hem komt dwingen om te bidden om regen (zie hoofdstuk 18). God houdt hem daarbij in leven.

Van het Overjordaanse reist Elia naar Sidon: beide gebieden vallen buiten de directe macht van Achab. Het Noorden van het Overjordaanse stond onder gezag van Damaskus en via Syrië reist hij naar Libanon. Ook hier houdt God hem in leven. Door een weduwe bereid te maken voor hem te zorgen en door het wonder van olie en meel, dat niet opraakt.

Elia wekt de jongen van de gastvrouw op uit de dood. Zij denkt eerst aan een zonde van haarzelf als achterliggende oorzaak. Zo hoef je niet denken (vergelijk Psalmen 73). In Elia’s optreden tegenover de dode jongen ligt nadruk op gebed. Zijn handelingen ondersteunen het gebed. Elia is zelf ook verslagen door het sterven van de jongen. Je mag aannemen, dat hij een band met hem had, want hij logeerde al een poosje daar in huis. Hij begrijpt ook niet, waarom dit gebeurt.

Vraag er aandacht voor dat de vrouw en Elia beiden inzien dat zowel goed als kwaad van de Here komt. Je zou kunnen denken dat het voor wat de vrouw betreft een blijk is van heidens denken. Toch moet je het niet zo benaderen, maar er oog voor hebben dat het ook volgens de Bijbel zo is. Vertrouwen op de macht van de Heer impliceert om Hem ook te zien in rampen. Zonder God als bewerker van het kwaad te zien, maar wel om Hem te erkennen in zijn macht die over alles gaat.

Aanwijzingen voor de prediking

De vraag opwerpen: is er overeenkomst te zien tussen rampen toen en nu? Droogte, toen en nu? Oorlog, toen en nu? Spreek over de kracht van het gebed om regen, om vrede. En probeer aan te tonen dat ook nu crises vormend kunnen zijn in het geloof: klimaatcrisis, gezondheidscrisis (COVID), veiligheidscrisis (Oekraïne).

Daarom ook is Jakobus 5 erbij betrokken. Elementen als: Elia was een mens als wij. En: het gelovige gebed zal de zieke redden. Weliswaar wordt Elia genoemd als de man, die zowel om droogte als om regen bad en valt voor het oog de nadruk niet uitsluitend op redding, niet uitsluitend op het positieve. Toch wil met die dubbele inhoud van het gebed van Elia niet gezegd worden, dat wij even zeer om rampen mogen bidden als om voorspoed en zegen. Wij worden er wel door gevormd, maar het is niet aan ons er om te vragen. Wij hebben niet het profetische inzicht van de profeten in het Oude Testament en doen er goed aan ons in het bidden te houden aan de woorden van de Here Jezus, dat we zullen bidden in zijn naam, Johannes 14:14. Dat wil zeggen: gericht op het grote doel van zijn leven op aarde: de redding van mensen (Johannes 14:8).

Je treft in de Bijbel verschillende malen aan, dat er wonderen gebeuren inzake levensonderhoud (brood) en opwekking van doden. In het Oude Testament bij Elia en Elisa en in het Nieuwe Testament: door de Heer Jezus. Samen overtuigen ze ons ervan, dat God bij machte is om in elke nood te redden en dat Hij eeuwig leven schenkt. Door Christus de Verzoener. Elia heeft mogen leren bij de Krith en in Sidon; laten wij ook letten op alles wat God doet in onze levens wat materie en wat gezondheid betreft! Hoeveel wonderen zijn er op dat gebied niet, naast de beproevingen als het daaraan ontbreekt.

Jakobus 5 kent verschillende lagen: zieken worden beter, maar ‘redden’ betekent daar ook: (eeuwig) leven en moed krijgen, evenals ‘opgericht worden’ ook betekent: nieuw leven krijgen en zelfs opstaan uit de dood en moedeloosheid.

De profeten van het Oude Testament spraken vaak woorden, die rechtstreeks door God waren ingegeven. Maar niet altijd. Bij hen kon zich de profetische verkondiging ook vormen door de omgang met God in gebed en luisteren naar eerder gesproken woorden van God. Het voorbeeld van Elia in vers 1. Dan is het verschil met de gelovigen van nu niet onoverbrugbaar groot!

Door dieper in te gaan op de figuur van Elia kan Advent getekend worden. Voor de Joden was hij mét Mozes de grootste profeet. Dat hangt samen met de wonderen, die hij deed, en de wonderen waardoor hijzelf door God in leven werd gehouden. Daar komt bij zijn hemelvaart, met vurige paarden en wagens (2 Koningen 2). Maar het belangrijkste is wel dat van hem door de profeet Maleachi is gezegd dat God Elia zal zenden, voordat de grote dag van de Here komt (Maleachi 3:23). Veel Joden verwachten Elia nog terug aan het eind van de tijden. Volgens het Nieuwe Testament is het Johannes de Doper, over wie God via Maleachi spreekt (Matteüs:10-13, Marcus 9:11-13). Elia, de voorloper.

De figuur van Johannes de Doper verdient het in Adventstijd genoemd te worden, maar dan Elia ook! Zijn oproep om alleen de Heer als God te belijden en te dienen spreekt ons aan: zo bereiden we ons voor om de Heer te ontmoeten. De wonderen die God door hem deed, leren ook ons, dat al het leven komt van God, die in Jezus Christus ons redt. Net als Elia mogen ook wij van deze God getuigen. Door erop te wijzen dat materiële voorspoed en gezondheid niet vanzelfsprekend zijn en ook niet alleen afhankelijk van hard werken en deskundigheid, maar afkomstig zijn van God, kunnen we onze bijdragen leveren in het voorbereiden van de mensheid op de tweede komst van de Messias. Dat zegt zijn Woord, dat betrouwbaar is.

Ideeën voor kinderen en jongeren

De Bijbel is een boek vol bijzondere verhalen (kinderlied). Zo ook het verhaal over Elia, die eten krijgt van de raven. Als God wonderen doet door dieren, gebruikt Hij soms ook precies de dieren, die daarvoor geschikt zijn. Raven zijn slim, laten bijvoorbeeld noten vallen op een weg, zodat ze openbreken. Ze zijn ook zo slim, dat ze her en der brood kunnen wegpikken en naar iemand brengen.

Ook uitleggen in een kinderverhaal: het mooiste in de Bijbel is wat verteld wordt over de Heer Jezus. Elia doet al een beetje aan de Heer Jezus denken: wonderen van brood, en opwekking van doden.

Geraadpleegd

  • M.B. van ’t Veer: Mijn God is Jahwe. I. Franeker 1939
  • C. van Gelderen: De boeken der Koningen (Korte Verklaring), II, Kampen 1936
  • A. Šanda: Die Bücher der Könige (Exegetisches Handbuch zum A.T.), I, Münster 1911

Deze preekschets is geschreven door Jan Boersema.

< Terug