< Terug

Preekschets: 1 Koningen 19:13

Toen klonk een stem die tegen hem zei: ‘Elia, wat doe je hier?’ (1 Koningen 19:13 slot)

De Heer zei tegen Elia: ‘Keer terug ..’ (1 Koningen 19:15)

  • Bijbellezingen: 1 Koningen 19, Romeinen 11:1-5
  • Preektekst: 1 Koningen 19: 13(slot), 15
  • Thema: Geef niet op!

Liturgisch kader

Deze preekschets kan worden gebruikt voor de periode van Advent.

Liederen uit het Liedboek, Zingen en bidden in huis en kerk, 2013 zijn:

  • Lied 99: 1,6,7 (God is koning, Hij sticht zijn heerschappij)
  • Lied 405 (Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig)
  • Lied 283 (In de veelheid van geluiden)
  • Lied 221:1 (Zo vriendelijk en veilig als het licht)

Uitleg

Het is noodzakelijk om in de preek de voorgeschiedenis te vertellen: Elia op de Karmel. ‘De Heer, Hij is God’. De executie van de Baäl-priesters. Het contact tussen Elia en Achab, tegen wie hij zegt dat de regen er aan komt. Een oproep aan de koning om naar huis te gaan, voordat de bui losbarst. Elia begeleidt de koning zelfs tot aan Jizreël. Misschien groeit er ontzag voor Elia bij Achab. De reactie van Izebel is vervolgens des te heftiger, ook al durft ze Elia niet stante pede te doden. Elia vlucht voor de dreigementen van Izebel.

Via de kustroute reist hij, min of meer buiten het tienstammenrijk om, naar het uiterste Zuiden van het tweestammenrijk, Berseba. Daar ligt veel geschiedenis van Abraham en Isaäk. De knecht blijft achter in de drukte van de karavaanstad, vindt wel nieuw werk. Elia trekt verder en lijkt op Hagar, die vanuit Berseba vluchtte voor Saraï, maar door een engel werd teruggestuurd (Genesis 16). En later nog een keer. Dan legt ze haar zoon Ismaël te sterven legt onder een struik (Genesis 21). Elia gaat ook onder een struik liggen. Misschien hoopt hij in slaap te vallen en dan weggenomen te worden.

Tot twee keer toe wordt hij door een engel wakker gemaakt. Ook na het eerste eten, dat de engel hem geeft, gaat hij weer slapen. Toch begint zich ook bij hem een plan te vormen om tot aan de Horeb te reizen.  De engel spreekt de tweede keer over een reis, die wel eens te ver kan zijn als hij geen rust en voedsel neemt.

Mozes heeft bij de Horeb twee keer God zelf ontmoet. Nog voor zijn roeping, bij de brandende doornstruik (Exodus 3) en als leider van het volk, als hij voor het volk gaat bidden na de zonde met het gouden kalf (Exodus 33). Hij wacht dan vanuit een spelonk op de Heer en hoort heerlijke woorden die God over zichzelf uitspreekt, over zijn ontferming en vergeving.

Machtige natuurverschijnselen waren er destijds op de Horeb, ook bij beluisteren van de wet: de top van de berg stond als in brand, er waren donder en aardbeving. Elia maakt dat alles ook mee. Het volk Israël weet het en kent de plek en Elia ook. Die plek zoekt hij op om God te ontmoeten. 

De lichtste route is die langs de kust van de golf van Akaba gaat, ca 480 km: 40 dagen, 12 km per dag. Voor een ervaren woestijnreiziger is het te doen. Die kan met zijn ervaring ook eten en drinken onderweg vinden. Het zal voor Elia niet veertig dagen vasten zijn geweest. Maar hij moet van de engel wel met een volle maag op weg gaan. Het hele gebergte heet Horeb (droog gebied), de bewuste top heet Sinaï (misschien genoemd naar een doornstruik).

Zijn moedeloosheid mag afgenomen zijn, er is nog wel iets van boosheid bij hem. Waarom heeft God het zo ver met Israël laten komen, vraagt hij zich af. Hij verwacht God te ontmoeten in een (de) spelonk, maar krijgt te horen: ‘Wat doe je hier?’ Daarin klinkt door: ‘Ik heb je toch niet gevraagd hier te komen’.

In antwoord daarop verwijt Elia aan God, dat het verbond op niets is uitgelopen; het volk heeft het gebroken. God gebiedt Elia op Hem te wachten. Het duurt lang. De geweldige natuurverschijnselen als bij Mozes zijn er wel, maar God komt niet. Totdat na de storm, na de aardbeving, na het vuur, het stil wordt zoals op een avond, met een zacht briesje. Elia weet dan dat God er is en gaat buiten staan met bedekt gezicht, zoals Mozes. God stelt dezelfde vraag. Elia heeft zijn mening nog niet herzien en begint weer te klagen. In zijn boosheid wordt Elia toch bemoedigd, want er blijkt toekomst voor Gods volk te zijn. Maar Gods antwoord is eerst niet fijn om aan te horen.

Er gaan vreselijke dingen gebeuren door degenen die Elia, direct of indirect, moet aanstellen: zijn eigen opvolger Elisa, een nieuw koningshuis in Israël en een nieuwe koning van Aram. Ze worden in omgekeerde volgorde genoemd. Wat de nieuwe leider van Aram gaat doen met Israël is het meest erg. Zijn naam komt eerst. Deze man, Hazael, was al bekend, als generaal, maar wordt later door Elisa, de opvolger van Elia, aangesproken als nieuwe koning (2 Koningen. 8). Elia werkt daar naartoe, omdat hij Elisa aanstelt. Elia moet ook een nieuwe koning voor Israël zalven, die het huis van Achab zal uitroeien. Ook dat is via de opvolger Elisa gegaan of eigenlijk via een leerling van Elisa (2 Kon. 9). Maar Elia heeft het in gang gezet. Want hij moest deze Elisa aanstellen als opvolger. Zalven is hier steeds: aanstellen. Dat is het eerste wat hij doet na de Horeb: hij gaat naar de woestijn bij Israël, richting Damascus. Vandaar is hij later naar het Jordaandal gegaan, waar dat zich verbreedt bij Beth San. Daar woont Elisa bij zijn ouders, in Abel Mechola. En Elia roept Elisa hem te volgen.

Elia’s opvolger heeft ook het nieuwe koningshuis, dat van Jehu, de ondergang aangezegd, namelijk in de persoon van koning Joas, die het zou gaan verliezen van een zoon van Hazaël (2 Koningen 13). Dat zou bedoeld kunnen zijn met de woorden, dat Elisa zal doden, wie ontkomt aan Jehu (vers 17).

De eerste drie boodschappen voor Elia lijken op verschijnselen in de natuur, waarin de Heer toch niet verschijnt: grimmig en donker. Ze brengen storm en onheil voor Israël. Maar dan is er een boodschap van de Heer, die lijkt op de stilte, waarin God komt op Horeb: ‘Stil, niet doorvertellen. Ik heb ervoor gezorgd dat er in Israël altijd nog 7000 zijn (niet: zal overlaten, zoals Nieuwe Bijbelvertaling, maar: heb overgelaten, vergelijk: Romeinen 11) die geloven.

Deze gelovige rest zie je al verschijnen bij Elisa. Hij volgt Elia en zijn familie staat achter hem; hij mag mee gaan en er komt een feestelijk afscheidsmaal. Wat de Heer Jezus later bedoelt, dat je geen afscheid van familie moet nemen, als Hij je roept en wanneer zij een belemmering vormen (Lucas 9). Hier werken ze mee.

Aanwijzingen voor de prediking

Een preek over moedeloosheid, burn-out, depressie. Hoe noem je het precies, waar Elia aan leed? Maar heel herkenbaar. Ook hierin dat juist na het behalen van een grote overwinning, na een geweldige inspanning, de moedeloosheid toeslaat. Het was meer dan een vlucht. Waarom anders helemaal naar Horeb? Elia zoekt gelijkenis met Mozes. Hij heeft Mozes voor ogen. Hij heeft ook het verbond met God voor ogen. Hij slaakt eenzelfde verwijt als eens Mozes: ‘Het is toch uw volk, niet het mijne’ (Numeri 11).

Misschien zeggen wij ook wel, dat God het slecht doet. Als de kerk zijn werk is, waarom bloeit ze dan niet op in ons land? We mogen God bestormen met onze vragen. Maar we moeten beseffen, dat Gods antwoord vaak heel anders luidt dan wij verwachten. God komt niet altijd met macht en geweld, maar God komt wel en geeft troost, als je Hem verwacht.

In Romeinen 11 gaat het over de overgebleven gelovigen onder Israël: de Joodse christenen. In Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 27 wordt het toegepast op de kerk, die altijd groter is dan wij denken. Zoals in de Middeleeuwen er toch ook geloof gevonden werd in de Rooms-Katholieke kerk.

Zo kan dat woord over de 7000 ook verbonden worden met Advent: verwacht de komst van de Here. In de 7000 brak het licht van de wereld door, in de tijd van het Oude Testament toen ze op de eerste komst van Christus wachtten. In onze tijd schijnt dat licht in de kerk van Christus, die op zijn tweede komst wacht, ook al zou het voor het oog slecht met de kerk gaan.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Vertelling voor kinderen: dit is een preek over een uitgeputte man. Wat moet ik daar nu mee? En dan ook nog een man, die in de put zit. Daar heb ik toch niets aan?

Maar het gaat wel over geloof, en dat is belangrijk voor iedereen. Dat je niet moet opgeven en dat God altijd wat voor je te doen heeft. Denk er maar over na wie jij zou kunnen helpen en zou kunnen opbeuren.

Geraadpleegd

  • M.B. van ’t Veer: Mijn God is Jahwe. II. Groningen 1949
  • C. van Gelderen: De boeken der Koningen (Korte Verklaring), II, Kampen 1936
  • A. Šanda: Die Bücher der Könige (Exegetisches Handbuch zum A.T.), I, Münster 1911
  • Evert van den Berg, Elia op de Horeb. Interpretatie, juli 2006

Deze preekschets is geschreven door Jan Boersema.



< Terug