< Terug

Preekschets 1 Korintiërs 15:51 – Jeugddienst met Pasen

1 Korintiërs 15:51

Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden

Schriftlezing: 1 Korintiërs 15:35-53 en Matteüs 28:1-15

Het eigene van de dienst
Het fenomeen jeugddienst ligt voor mij wat moeilijk. Ik kies liever voor een gewone kerkdienst die mee wordt voorbereid door de jongeren van de gemeente, omdat ik er vanuit ga dat in iedere kerkdienst oud én jong zich aangesproken zouden moeten weten, zeker een dienst op de hoge feestdagen zoals Pasen.

Liturgische aanwijzingen

Naast de bekende paasliederen kan gekozen worden voor: LvdK Gezang 80; kyrie van Gezang 184; Gezang 76; ‘De Heer is waarlijk opgestaan ’, AWN I, 27. In de proeve voor de eredienst I: ‘Liturgie in dagen van rouw’ (uitgave Boekencentrum) staan een aantal gebeden of gedeelten van gebeden die gebruikt kunnen worden. Naast de vragen en de twijfels worden daarin ook de beelden uit de beide lezingen gebruikt.

Geraadpleegde literatuur

N. Bouhuijs en K.A. Deurloo, Taalwegen en Dwaalwegen; Catechesemethode Zappen(uitgave SGO Hoevelaken); Vertaal het Verhaal, Methode voor het werken met video in groepen (uitgave LDC, Utrecht); Werkboek bij de Groeibijbel, deel II (Uitgave SGO Hoevelaken).

Vooraf
De voorbereiding van de dienst is essentieel. Het zal veel tijd in beslag nemen. Eén gesprek met de jongeren is absoluut onvoldoende. Vanwege de korte concentratiespanne van tieners is een groot aantal korte bijeenkomsten aan te bevelen. Het voorbereiden van zo’n dienst kan dus een catecheseblok op zich zijn.

Het mee voorbereiden van een jeugddienst, vooral tieners, betekent lang niet altijd dat de voorbereiders ook uitvoerders zijn. Het vraagt nogal wat van tieners om vooraan in de kerk te staan en iets te zeggen of te doen. Pubers voelen zich vaak onzeker, vooral voor een grote groep. Dit is een van de redenen waarom ik gekozen heb voor het voorbereiden van een dienst waarbij video gebruikt wordt. Een ander argument daarvoor is dat jongeren in een beeldcultuur leven en meer dan ouderen in beelden denken. Ook kies ik voor deze methode omdat je de scènes eindeloos kunt herhalen en opnemen en de beste ‘shots’ daarvan kunt gebruiken voor de dienst. De jongeren gaan daarmee niet af en voelen zich minder onzeker. Tenslotte doe ik het omdat het de mogelijkheid biedt het bijbelverhaal naar onze tijd te vertalen. Nodig is dat een van de jongeren of een van de gemeenteleden kan filmen en monteren. En dat er in de kerk de mogelijkheid bestaat om via een beamer de video te projecteren.

Aanwijzingen voor de prediking

Uitleg van de tekst Werken met video is een uitstekende manier om met tieners te exegetiseren. Je kunt twee methoden gebruiken om met tieners dichterbij het bijbelverhaal te komen. Beide (1 en 2) helpen om te kijken naar de tekst en de daarin besloten thematiek vanuit het perspectief van de tieners. Tenslotte (3) maken we de omgekeerde beweging en kijken we vanuit tekst en thematiek naar de tieners.

1.Video-exegese Aan de hand van enkele reclame-items leren de jongeren om te gaan met de vragen: wat voor beelden zie je? Wat is de doelgroep? En wat is de boodschap? Dit model, dat gemakkelijk is te gebruiken voor de analyse van de korte items van reclameboodschappen, is ook toe te passen op bijbelteksten. Het sluit aan bij de beeldcultuur waarin jong en oud in onze tijd leven en kan ook voor volwassenen een goede manier van exegetiseren zijn.

Welke beelden zie je bij de tekst van Paulus? Juist bij de tekst van 1 Korintiërs 15 gebruikt Paulus veel beelden. Het beeld bijvoorbeeld dat Jezus zelf gebruikt van de graankorrel die in de aarde gaat, sterft en vrucht voortbrengt. En het beeld van het veranderen, een andere vorm aannemen (allagèsometha) op een moment in de tijd. Dat laatste beeld is ook naar deze tijd te vertalen door te denken aan de rups, die pop wordt en dan vlinder. Als er van tevoren in een catecheseblok (bijvoorbeeld Zappen) gesproken is over leven na de dood, komen de jongeren in dit bijbelgedeelte al twee verschillende visies op ‘dood en dan?’ tegen. Ook ‘slapen tot God zelf komt en je roept’ en het woord van Jezus (door Matteüs verteld) tot de rover die met Hem gekruisigd wordt ‘Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn’, zijn verschillende beelden uit de Schrift. Het Eerste (Oude)Testament geeft nog weer andere beelden (zie daarvoor Deurloo en Bouhuijs). Dit schriftgedeelte heeft slechts twee beelden, waarbij opvalt dat het gaat van het bekende naar het bijzondere, van het kleine naar het grotere, van het gewone naar het hemelse, het door God gewilde. Dan komt – zoals Okke Jager het zegt – er bij ons uit wat er bij Jezus in zit (een citaat uit een artikel in Trouw in 1989).

Wat is de doelgroep? Mensen die willen weten hoe het zit met de opstanding uit de dood. Daarin zullen de jongeren zichzelf aangesproken weten als doelgroep. ‘Dood is dood en hoe kun je nu geloven dat het na de dood verdergaat?’, zeiden de jongeren uit mijn voorbereidingsgroep.

Wat is de boodschap? De dood heeft niet het laatste woord. Hoe de opstanding is, weten we niet, maar we weten wel dat het gaat van gewoon naar bijzonder, van klein naar groot; door de dood heen naar een toestand zoals God het wil.

2.Je inleven in rollen Een tweede methode die vooral voor de tweede lezing en de te maken video-opname bruikbaar is, is het invullen van de rollen. Na het maken van een lijst van de personen of zaken die je wilt uitbeelden, zoek je een invulling voor persoonskenmerken, uiterlijk, vrijetijdsbesteding, maatschappelijke status, karaktereigenschappen enz. In het boekje Vertaal het Verhaal staan die rolvragen uitgeschreven. Daarbij wordt aan de tieners gevraagd of het verhaal speelt in het heden of het verleden. Vaak kiezen jongeren voor een invulling in het heden en voor een video-opname is dat ook noodzakelijk. Voor de beantwoording van de vragen beschikken de jongeren alleen over het bijbelverhaal en hun eigen fantasie. Door zich in te leven in de rol (dat kan goed twee aan twee), komen ze dichter bij het bijbelverhaal.

Met jonge tieners zal bijna altijd voor de narratieve bijbeltekst, dat wil in dit geval zeggen de evangelietekst, gekozen worden. (Het is een uitdaging om met een oudere groep eens te kijken of de beelden uit 1 Korintiërs 15 uit te beelden zijn in video- of fotomateriaal.)

Dit werken met rollen kan twee bijeenkomsten vragen als de jongeren het niet gewend zijn. Daarna worden de scènes voor de video bedacht. Kies de scènes uit en vul ze één voor één in. In de groep waarmee ik dit deed, hebben de tieners gekozen voor een programma als Netwerk – op de eerste dag van de week – waarbij werd ingegaan op de geruchten uit Jeruzalem (dit naar aanleiding van Mat. 28:11-15) waarbij de interviewer op zoek gaat naar de waarheid achter de geruchten en een van de soldaten, het hoofd van de politiemacht én enkele voorbijgangers ondervraagt. De interviews werden door een nieuwslezer in de studio aan elkaar gepraat.

De scènes worden gefilmd. Jongeren hebben lang niet altijd zin om zelf te filmen. Ze willen wel zelf spelen. Zorg dus voor een cameraman of -vrouw. Daarna volgt de montage.

De video wordt gedraaid voor de lezing en eventueel aan het begin van de preek opnieuw.

3.Tekst en thematiek Het is goed om met de jongeren even stil te staan bij het dualistische Griekse denken, de scheiding van geest en lichaam. Een indeling die in onze tijd nog steeds gebruikt wordt. Paulus gebruikt die aanduiding echter voor oud en nieuw. Lichamelijk is natuurlijk en geestelijk is door God en Christus geïnspireerd en nieuw gemaakt.

Bij de uitleg van het Paasverhaal blijkt dat er veel vragen naar boven komen. In de gemeente waar jongeren serieus genomen worden, mogen ook hun vragen en twijfels meeklinken. Vaak zijn die niet zoveel anders dan die van de ouderen in de gemeente.

Juist door het opstandingsverhaal naar onze tijd te halen, blijkt hoe moeilijk het is voor te stellen. Je ziet hoe mensen ‘vervuld worden met vrees en grote blijdschap’ (Mat. 28:8b) of ‘en zij zeiden niemand iets want ze waren bevreesd’ (Marc. 16:8b). De bijbel blijkt eigenlijk zeer summier over de opstanding. Bij geen van de evangelisten wordt de opstanding zelf beschreven. Als God Jezus tot leven roept is, daar geen mens bij. Zoals je God niet af kan beelden, kun je ook dit niet afbeelden. Het graf is leeg. ‘Niet te geloven!’ zeiden de jongeren in de groep. Dat mag ook gezegd worden, ook binnen de muren van de kerk. Het hoeft niet meteen met halleluja afgesloten worden.

Duidelijk is dat de Schrift niet eenduidig spreekt over het leven na dit leven en dat wij daar net als Paulus slechts in metaforen, over kunnen spreken en schrijven.

Twee beelden vallen in de lezing op die je kunt gebruiken om mensen die het niet kunnen geloven uit te leggen hoe het is: het beeld van de graankorrel en het beeld van veranderen. Veranderen door de dood heen. Paulus (en ook Jezus) geven aan dat je door de dood heen moet: als de graankorrel niet sterft, . Daarin heeft de dood niet het laatste woord. Het werd voor de voorbereidingsgroep duidelijk toen iemand opperde: ‘Als Jezus aan het kruis levend was geworden, was dat een goedkope truc geweest.’ We spraken er toen over dat Jezus ons menselijk bestaan totaal gedeeld heeft tot de dood erop volgde. Ook in het lijden en de pijn heeft Hij ons bestaan gedeeld. Opstanding is dan dat de Levende Hem riep uit de dood. Daardoor is ons menselijk bestaan de moeite waard. Na Jezus heeft de dood niet meer het laatste woord en mogen we leven. Dat leven is niet iets voor later. Zo van: later zal het mooier worden. Dït leven is daarom mooi. Als je het niet kunt geloven, kijk je naar de weg van Jezus. Die heeft ons leven willen delen, is gestorven en opgestaan.

< Terug