< Terug

Preekschets 1 Petrus 3:21

‘en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, die niet het vuil van uw lichaam wast, maar een vraag is aan God om een zuiver geweten. De doop brengt redding dankzij de opstanding van Jezus Christus.’

  • Bijbelgedeelte: 1 Petrus 3:8-22
  • Preektekst: 1 Petrus 3:21 (NBV21)
  • Thema: Jezus leeft, goed leven kan.

Liturgisch kader

Preken over deze tekst uit de eerste Petrusbrief is past goed in de tijd na Pasen. Petrus schrijft over de opstandingskracht van Christus en het effect daarvan. Hij laat iets zien van de impact van de opstanding op onze manier van leven. Een preek over deze tekst kan ook goed in een doopdienst. Immers, in de tekst komt een betekenis van de doop naar voren die zicht geeft op de wijze waarop de doop kan functioneren in het leven van een gelovige.

De preek is gericht op bewustwording bij de hoorder, waarbij het gaat om een aspect dat voor sommigen misschien minder bekend is. Het gaat om de relatie tussen onze doop en de vraag hoe we goed zouden kunnen leven. Daarbij mag een woord van hoop klinken, hoop die er is dankzij de opstanding van Jezus Christus.

Als er in de dienst sprake is van een Wetslezing, kan daarvoor 1 Petrus 1:13-25 of 1 Petrus 2:1-10 worden gebruikt. Op deze manier komt voorafgaand aan de Schriftlezing en verkondiging al een stuk context van de Petrusbrief mee in de dienst.

Om te zingen is Psalm 34 erg geschikt, met name vers 5. Dit vers wordt geciteerd in 1 Petrus 3:10 en bepaalt de gemeente bij het thema van het goede leven. Ook het lied ‘In U zijn wij begrepen’ uit het Liedboek 2013 Zingen en bidden in huis en kerk (lied 351) is passend. Daarin zingen we over de dood van één voor allen die vruchtbaar werd in de tijd. In een doopdienst past het lied ‘In het water van de Doop’ van Sela goed.

Uitleg

Bij deze tekst is het van belang om diverse begrippen duidelijk uit te leggen en te illustreren. Woorden als ‘vraag’ of ‘geweten’ kunnen immers verschillend ingevuld worden, terwijl andere woorden verschillend vertaald worden. Vandaar eerst de bespreking van een aantal woorden.

Allereerst het woord ‘tegenbeeld’. In de NBV21 wordt het Griekse antitypos vertaald met voorafbeelding, andere Bijbelvertalingen (zoals de Naardense Bijbel en de Herziene Statenvertaling) kiezen voor de vertaling ‘tegenbeeld’. Petrus schrijft in het vers ervoor over het water van de zondvloed, dat levensbedreigend is; het staat voor oordeel en chaos. Het water van de doop is daar geen voorbeeld van, maar juist een tegenbeeld. De zondvloed laat zien wat de doop niet is en andersom. De doop is niet levensbedreigend, maar zegt het leven aan. De doop spreekt van vrijheid en laat zien hoe het in orde komt tussen God en je ziel.

Vervolgens het woord vraag èperótéma. Het gaat bij dit woord om een specifiek soort vraag. Een vraag in het teken van: wat je vraagt, moet je doen. Je vraagt dus ‘toestemming’ of doet een verzoek. Het Grieks dat hier gebruikt wordt, kun je vinden in contracten en houdt ook iets van belofte en verlangen in. Stel dat je het verlangen hebt iets te doen en je vraagt er toestemming voor, dan zul je dat ook doen, als dat mag.

Dan het woord geweten syneidésis, letterlijk met-weten. Het gaat hier niet om het geweten in psychologische zin, dat wat we wel het stemmetje van binnen noemen. Als je het woord heel letterlijk neemt, gaat het hier om het met God te weten, dus te weten wat God weet, weten hoe God wil dat je leeft. En omdat het niet zomaar een vraag is, volgt daarop dan ook zo te leven! Woorden die hierbij passen (gelet op voorkomens in die tijd) zijn de begrippen ‘gedeelde kennis’, ‘bewustzijn of besef van God’. Daardoor wordt je houding ten opzichte van God bepaald. Anders dan in sommige vertalingen kies ik hier niet voor de doop als vraag ván een goed geweten. Het bijvoeglijk naamwoord agathos hoeft niet per se met ‘zuiver’ vertaald te worden, eenvoudigweg vertalen met ‘goed’ is prima.

Ten slotte: door de opstanding van Jezus Christus. Ik kies ervoor om dit iets specifieker in te vullen door te spreken over de kracht van de opstanding. Mede vanwege vers 22. Die keuze is niet noodzakelijk. De gedachte hierachter is dat de opstanding van Jezus Christus en de kracht die daarin zichtbaar wordt, potentie heeft. Zo is het door de opstandingskracht mogelijk dat de doop, als vraag aan God om een goed geweten, ons behoudt. Het is de kracht, die groter is dan de krachten van duisternis, chaos en het water van vernietiging. Het is de kracht, die sterker is dan de dood, de kracht waardoor Jezus zelf opstond (Handelingen 2:24). De kracht van de Heilige Geest waardoor het evangelie de wereld over gaat (Handelingen 1:8). Als de tekst op deze manier gelezen wordt, wordt zichtbaar, dat de doop redt door de opstandingskracht van Jezus Christus. Het kan niet zonder Pasen, maar het hoeft ook niet zonder Pasen.

Aanwijzingen voor de prediking

De eerste lezers van deze Petrusbrief waren christenen, waarvan de meesten een heidense achtergrond hadden. Het leven was voor hen niet gemakkelijk, ze hadden regelmatig te maken met bepaalde vormen van vervolging. Gedoopt worden betekende voor deze nieuwe gelovigen de start en markering van een nieuwe manier van leven.

Wanneer in de dienst waarin deze preek gehouden wordt, sprake is van kinderdoop, is er voor de gedoopte zelf veel minder het besef van dit nieuwe begin. Daarom leent de uitleg, zoals hierboven gegeven, zich mogelijk meer voor een dienst, waarin volwassendoop aan de orde is. Tegelijk mag de vraag zijn of een volwassene, die als klein kind gedoopt is, deze betekenis zich ook niet zou kunnen toe-eigenen.

De preek staat in het teken van hoop. Immers, Jezus Christus is opgestaan, en dat heeft een positieve impact op allerlei terreinen. Ook wat betreft de vraag of wij goed zouden kunnen leven. Er zijn altijd genoeg redenen om mismoedig te zijn. Er is krimp, secularisatie, we slagen er niet zo goed in om het Evangelie uit te dragen, onze fierheid voor de zaak van Christus en het koninkrijk van God kunnen we zomaar kwijtgeraakt zijn.

Ook van jezelf kun je maar mismoedig worden. Denk aan vragen als: hoe moet je weten, wat God weet? Staat God niet vaak ver van ons af, in plaats van dat we als een vriend met Hem optrekken? Staat ons denken niet meer onder invloed van alles wat er om ons heen gebeurt, dan onder invloed van wat er leeft in Gods hart?

Toch is er hoop. Goed leven kán, door de kracht van Christus’ opstanding. En blijkbaar is het mogelijk:  kennis delen met God. Het is goed om in de preek aandacht te geven aan situaties in de gemeente zelf of daarbuiten waarin dat zichtbaar wordt.

In de preek kan worden stilgestaan bij de woorden de doop behoudt nu ook ons… (versie Herziene Statenvertaling). Dat kan verschillende gemeenteleden vreemd in de oren klinken. Is de doop dan meer dan een teken? En hoe zit het met mijn kind dat afgehaakt is? Enerzijds klinkt: de doop behoudt ons als vraag en belofte van onze kant. Anderzijds klinkt: door de opstandingskracht van Jezus. Zou die kracht geen wegen weten te vinden, waar ons denken afhaakt?

In een doopdienst waar gasten aanwezig zijn die niet eerder in een kerk kwamen, biedt deze tekst verschillende aanknopingspunten. De vraag hoe goed te leven is voor iedereen herkenbaar. De preek zou ermee kunnen beginnen. Hoe leef je goed, wie of wat helpt je daarbij. Daarnaast biedt de tekst voldoende mogelijkheden om beeldend te spreken, zodat er ruimte ontstaat, waarin de hoorder zelf verder in kan vullen.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Voor de kinderen: knip een groot vraagteken uit van karton en laat deze zien. Wie kan er een vraag bedenken, waar iedereen het antwoord op weet? (Wat is één plus één, regent het…?) Wie kan er een vraag bedenken waar niemand het antwoord op weet? (Wat gaat er morgen precies gebeuren?) Zo zijn er meer soorten vragen te bedenken.

Leg uit: er is nog een speciaal soort vraag: wat je vraagt moet je doen. Bijvoorbeeld: mag ik de afwas doen? Ja? Doen dan! Mag ik een nieuwe fiets? Ja? Wel gebruiken dan!

Weet je wat een mooie vraag is? Als je weet, waar een ander van houdt en dan je vraag stellen. Bijvoorbeeld: als je weet dat je vader van een mooie tuin houdt, dan vraag je hem te helpen in de tuin.

Wat zou een mooie vraag zijn om aan God te stellen?

Geraadpleegd

  • P.J. Achtemeier, 1 Peter, Hermeneia, Minneapolis 1996, 239-274 
  • P.H.R. van Houwelingen, 1 Petrus, Rondzendbrief uit Babylon, Commentaar op het Nieuwe Testament, Kampen 2010, 121-144 
  • N.T. Wright, The Early Christian Letters For Everyone, Louisville 2011, 79-83 
  • N. van Kampen-Boot, T1 Petrus, Vreemdelingen ver van huis, Zoetermeer 2007, 59-67 

Deze preekschets is geschreven door Gerrit van Wolfswinkel, predikant van de Protestantse Gemeente Maassluis.

< Terug