< Terug

Preekschets bij Efeziërs 4:25-5:2

Eigene van de zondag

Deze tekst leent zich goed voor een preek aan het begin van het nieuwe seizoen. De tekst heeft een element van pelgrimage in zich (“de weg van de liefde gaan”, vers 2), wat kan helpen om aan te sluiten bij de ervaringen in de vakantie. Maar de aanwijzingen die de schrijver geeft zijn concreet genoeg (“eerlijk de kost verdienen”, “laat alle wrok en drift en boosheid varen”); daarom sluit de tekst goed aan bij de voornemens voor een nieuw seizoen waarin hard gewerkt moet worden maar waar ook irritatie en korte lontjes op de loer liggen als alle ballen weer in de lucht gehouden moeten worden. Deze tekst kan dus dienen als een soort ‘programmatische’ tekst om het nieuwe, veeleisende seizoen weer in te gaan.

Uitleg

Efeziërs opereert volgens een strikt christocentrische logica waarin het ‘in Christus’ zijn het fundament is van letterlijk alles: “om alles in hemel en aarde onder één hoofd samen te brengen, onder Christus” (Efeziërs 1:10). Ook de praktische aanwijzingen zijn een uitwerking van wat het betekent om ‘in Christus’ te leven als vernieuwd mens.

Efeziërs 4:25-5:2 werkt de betekenis van de kosmische Christus uit voor het dagelijks leven. Het gedeelte staat dan ook bol van de intertekstualiteit, maar dat is niet altijd goed te zien in de NBV.

Vers 25 gaat verder op de kledingmetafoor van het aantrekken van de nieuwe mens en het afleggen van de oude mens. Bij het afleggen van de oude mens hoort ook het afleggen van de leugen en het aantrekken van de waarheid. Die waarheid gaat veel verder en dieper dan puur feitelijke juistheid. De waarheid is Christus zelf. De schrijver maakt hier een verbinding terug naar Efeziërs 1:13: “In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding.”

Vers 26, “Als u boos wordt, zondig dan niet,” is een letterlijke quote uit Psalm 4:5a in de Septuaginta. Deze verbinding is iets lastiger te ontdekken omdat het Hebreeuws een andere betekenis heeft (“Beef voor hem en zondig niet”).

Vers 28: Voormalige dieven moeten hun leven beteren door te werken voor de kost. Dat werk heeft een diepere lading. Dat werk is namelijk in het Grieks equivalent met de ‘goede daden’ die God voorbereid heeft voor de gelovigen. Ook hier dus geen puur morele of bourgeois aansporing om eerlijk je brood te verdienen – maar het werk voor het dagelijks brood mag z’n plek hebben in de ‘goede daden’ als onderdeel van het nieuwe leven.

Vers 29: Ook hier meer dan alleen een moreel appel, maar een uitvloeisel van wat het betekent om ‘in Christus’ te zijn. De goede woorden die de gelovigen ‘in Christus’ spreken geven genade (charis) aan degenen die dat nodig hebben, in navolging van de gave van genade (charis) van Christus zelf (4:7)

Vers 30-31: “maak Gods heilige Geest niet bedroefd” is een actieve aansporing – kwalijk taalgebruik doet meer dan alleen de band tussen mensen ontwrichten – ook de band met Gods heilige Geest wordt daardoor beschadigd. Paulus switcht daarna naar een passieve werkwoordsvorm: Alle wrok, kwaadaardigheid e.d. “moet bij u verdwijnen” (Willibrord), als uiting dat mensen dit niet eigenhandig laten varen, maar hiertoe door de Geest gedreven worden.

De oproep om “alle wrok en drift en boosheid, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid” te laten varen linkt ook weer terug naar vers 19 van hoofdstuk 4. Daar wordt “alle onreinheid” (HSV, minder makkelijk te herkennen in de NBV) gekoppeld aan de heidenen in wiens geest duisternis heerst en die zich hebben overgegeven aan alle vormen van losbandigheid. De tegenstelling wordt door die herhaalde focus op ‘alle’ absoluut gemaakt.

Hoofdstuk 5: 1-2: Hier zien we een overgang naar cultisch taalgebruik met woorden als offer en geurige gave. De NBV wijkt af van Willibrord en HSV met: “en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.” In het Grieks: “en heeft zichzelf gegeven als gave en offer aan God, tot aangename geur.” Er is zeker wat te zeggen voor de weergave van de NBV, gezien bijvoorbeeld de HSV tot twee keer toe het ‘slacht’-karakter benadrukt en daar toch iets te zwaar aanzet naar mijn idee. De NBV is hier het meest behulpzaam om het gaan van de weg van de liefde te relateren aan de navolging van de weg van Christus, die zichzelf ook gegeven heeft als een goede, geurige gave voor God.

Het taalgebruik hier roept Romeinen 12:1 in herinnering: “ik vraag u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u.” Het gaan van de weg van de liefde doen de gelovigen als geliefde kinderen en dit geeft dus een zeer persoonlijke lading aan de navolging.

Aanwijzingen voor een preek

Het is belangrijk om van de preek geen al te moraliserend verhaal te maken en geen veeg uit de pan te geven aan mensen die weleens over de schreef gaan qua taalgebruik. Want we hebben Efeziërs niet per se nodig om te weten dat we elkaar beter wat liever en aardig kunnen behandelen en elkaar niet de tent uit moeten schelden.

Daarom is het belangrijk om de link te maken naar het eigene van de Efeziërs-tekst. Het is mijn ervaring in mijn gemeente dat men nog weinig in aanraking is geweest met de briefteksten en daarom weinig weet heeft van de specifieke theologische logica die deze hele brief doordrenkt. Namelijk het fundamentele punt van in Christus zijn: deelhebben aan het lichaam van Christus omdat Christus de scheidsmuur heeft weggebroken en Christus onze vrede is.

Diverse invalshoeken zijn mogelijk, afhankelijk van de behoefte van de gemeente. Ik noem er drie.

Als eerste een preek die meer mystagogisch gericht is, met de focus op het gelijkvormig worden aan het beeld van God. U kunt hierbij ook de verbinding leggen met Romeinen 8:29: “bestemd om gelijkvormig te zijn aan het beeld van Zijn Zoon.” Met deze link houdt u de preek christocentrisch, wat ook helemaal in de lijn van Efeziërs zit.

Maar die gelijkvormigheid moet natuurlijk ook concreet gestalte krijgen in concrete levens. Omdat het hier gaat over de mimesis, μίμησις, oftewel op z’n Latijn, imitatio, belanden we natuurlijk al snel bij Thomas à Kempis met de klassieker: De navolging van Christus. In Zwolle is er onlangs een gloednieuwe muurschildering onthuld van Thomas. De afbeelding daarvan leent zich goed om in de preek te gebruiken of in de communicatie voor de zondag te gebruiken als teaser. Zwolle profileert zich tegenwoordig als de ideale bestemming voor ‘spiritueel toerisme’ (dat is blijkbaar een nieuwe en lucratieve vorm van citymarketing). Maar een pelgrimstocht als kerk in de voetsporen van Thomas zou zeker geen gek idee zijn en biedt een concrete invulling.

Als tweede een preek die het pelgrimskarakter benadrukt van de gelovige. Altijd onderweg, wandelend, maar wel op een zeer specifieke manier: wandelend in de liefde.

Ook hier kan een aansluiting bij Thomas à Kempis goed doen. Maar ook aansluiten bijvoorbeeld bij de populariteit van de camino naar Santiago de Compostella. Hoe kun je zelf een pelgrimselement in je leven integreren? En wat kunnen protestanten leren van de katholieke traditie rond pelgrimage? Zeker als een protestantse gemeente zich bevindt in een gebied dat van oudsher meer katholiek georiënteerd is, kan een oecumenische benadering van pelgrimage de preek concreet maken. De oecumene kan vorm krijgen juist in de toevoeging van Efeziërs: “in de liefde”: dat is de kern van hoe we wandelen op aarde.

Als laatste een meer praktische invalshoek: aansluiten bij de bezorgdheden die er leven in kerk en maatschappij rond bedreigend taalgebruik op social media, waarin andersdenkenden en minderheden het vaak moeten ontgelden. Hoe kun je zelf opbouwend blijven in een klimaat waarin fake news welig tiert? En hoe verhoudt deze oproep om alleen goede en waar nodig opbouwende woorden te spreken in Efeze zich tot de scherpe woorden die Jezus zelf spreekt (“adderengebroed”, “witgekalkte graven”) of elders in de brieven (“Domme Galaten, wie heeft u behekst?” – Gal 3:1).

Liturgische suggesties

Lezingen:
Een gedeelte uit Spreuken leent zich goed als lezing uit het Eerste Testament. Het spreken van wijze woorden is uiteraard een hoofdthema in Spreuken, dus keuze te over. Bijvoorbeeld Spreuken 25:11-12. Ook toepasselijk is Psalm 139 vers 23-24 (“zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is.”)

Liederenkeuze:

  • Diverse verzen uit Psalm 119 (berijmd), bijvoorbeeld 1, 38.

  • Psalm 141:3

  • Psalm 51, diverse uitvoeringen. Bijvoorbeeld: Schone Start van Psalmen voor Nu.

  • “Bekleedt u met de nieuwe mens van Tom Naastepad” (Tussentijds 84a/b en Zingt Jubilate 527). Als de melodie niet goed bekend is, kan het lied ook als gedicht voorgedragen worden.

Gebruikte bronnen

John Paul Heil, Ephesians: Empowerment To Walk in Love for the Unity of All in Christ, Society of Biblical Literature, 2007.

< Terug