< Terug

Preekschets bij Handelingen 14:15 voor de epifanietijd

‘Mannen, waarom doet u dit? Ook wij zijn mensen net zoals u, en wij verkondigen u juist dat u zich van deze zinloze dingen moet bekeren tot de levende God, Die de hemel, de aarde, de zee en alles wat erin is, gemaakt heeft.’
Handelingen 14:15 (HSV)

Schriftlezing:

Handelingen 14:8-20

Thema:

Geen toegang voor het kerstevangelie?

Zie ook:

Preekschets bij Handelingen 14:22

Liturgisch kader

De tijd na Kerst nodigt uit tot doorgaande bezinning en verwondering vanwege Gods verschijning (epifanie) op aarde. Nog wel in menselijk vlees en bloed. De schriftlezing spreekt over de verwondering van de inwoners van Lystra, dat de goden tot hen zijn neergedaald. Op deze zondag mogen we gestimuleerd worden om te zien waar en hoe God werkelijk mens is geworden. En geroepen worden om te beseffen hoe lastig het eigenlijk is om dit evangelie te communiceren, gezien allerlei voorgegeven kaders bij de hoorders. Een punt waarbij we op het feest van de menswording – Kerst − niet snel stilstaan.

De voorgestelde liederen onderstrepen eerst nog eens hoe en waar God menselijk onder ons is gekomen. Het betreft Lied 478 (Liedboek 2013). Lied 379 uit Weerklank biedt een ‘berijming’ van Zondag 14 van de Catechismus, over Christus’ menswording. Voor een lied over het belang van de ‘vertaalslag’ van het Evangelie – zie hieronder- valt te denken aan Lied 314 (Liedboek 2013).

Uitleg

Het boek Handelingen laat zien hoe het evangelie gebracht wordt in heel verschillende leefwerelden. Denk aan de Joodse tegenover de Grieks-Romeinse. Je ziet met name Paulus zich telkens aanpassen aan zijn gehoor. Een Joods publiek krijgt te horen hoe Jezus’ persoon en werk de vervulling zijn van de Joodse Schriften (bijvoorbeeld in Handelingen 13:16-41). Paulus’ publiek in Athene, filosofen, hoort hem aansluiten bij de hun bekende denkbeelden en dichter (Handelingen 17:22-31). Tegelijk vindt er kortsluiting plaats tussen het evangelie en die verschillende leefwerelden.

Zo’n botsing vinden we in Handelingen 14:8-20. Paulus en Barnabas zijn bezig met hun eerste zendingsreis. Ze bevinden zich in de binnenlanden van het huidige Turkije. Ze hebben al Pisidisch Antiochië en Ikonium bezocht. In die plaatsen kwam verzet vanuit de Joodse gemeenschap. In Lystra is er een probleem met de niet-Joden. Niet alleen brengen Paulus en Barnabas daar het evangelie. Paulus geneest daar ook een man die tot geloof gekomen is door zijn prediking. Hij doet dat met een enkel woord van Paulus. Wonderlijk zijn trouwens de overeenkomsten met de genezing van een verlamde uit Handelingen 3. Het Griekse woord uit vers 9 dat vertaald wordt met ‘genezen’ heeft ook de lading van ‘gered worden’: gered ván het oordeel en vóór het eeuwige leven. De lichamelijke genezing is teken van een veelomvattender redding.

Maar de mensen in Lystra komen niet tot geloof door dit wonder. Dit indrukwekkende optreden van beide zendelingen wordt ingepast in hun heidense denkkader. De dichter Ovidius vertelt een verhaal over Zeus en Hermes die incognito juist de landstreek van Lystra -Frygië- bezochten. Zij waren nergens welkom behalve bij een ouder echtpaar. Deze man en vrouw werden daarop tot priesters verheven, terwijl de rest van de landstreek blank kwam te staan. De mensen in Lystra zien in de genezing een goddelijke daad, die in hen de hoop wakker maakt dat Zeus en Hermes opnieuw op bezoek zijn gekomen. De goden zien weer naar hen om! De ingeseinde priester van de tempel van Zeus-buiten-de muren komt al aanzetten met omkranste ossen. Alles wordt gereedgemaakt voor een offer. De ironie is dat Paulus en Barnabas eerst niet doorhebben wat gaande is, omdat ze de plaatselijke taal niet verstaan. Over barrières in het verstaan gesproken!

Paulus en Barnabas reageren uiteindelijk met grote schrik. Deze christenen blijven Joden, die slechts de ene God van Israël erkennen. Daarom verafschuwen zij de verafgoding van mensen. Niet alleen scheuren Paulus en Barnabas uit ontzetting hun kleren, maar ze duiken in de menigte om het offer te keren. Paulus wil in zijn toespraak deze mensen niet alleen een halt toeroepen. Hij wil ze ook bereiken met het evangelie. Daartoe zoekt hij aansluiting bij hun leefwereld. Hij spreekt over God als Schepper van de wereld die zij bewonen. Hem komen zij tegen in vruchtbaarheid en dagelijks voedsel. Maar weer lijkt er kortsluiting: het offer kan maar nauwelijks worden tegengehouden. Wellicht wordt Paulus in de rede gevallen. Hij krijgt de kans niet om te spreken over Hem in wie de ware God naar deze aarde is gekomen.

Zodoende stelt dit schriftgedeelte elke prediker én hoorder van het evangelie indringende vragen. Die betreffen allereerst de communicatie van het evangelie. Ken ik de postmoderne leefwereld van mijn hoorders en hoe vind ik daarbij aansluiting? Deze vraag naar de aansluiting bij de hoorder is steeds belangrijker geworden. Zeker naarmate een vanzelfsprekende vertrouwdheid met het evangelie verloren is gegaan. In missionair, theologisch en gewoon gemeentewerk is menigeen bezig met de vertaling, de hermeneutiek. Hoe nodig vertolking en aansluiting ook zijn, we zien in Handelingen 14 dat bescheidenheid past. Met al ons pogen tot vertalen en aansluiten blijven we aanlopen tegen interpretatiekaders waar het evangelie niet of met moeite in past. Voorbeeld: de oproep aan alle hoorders om tot Christus te komen zal niet makkelijk ingang vinden bij iemand die een heel leven lang gehoord heeft dat er veel aan je ziel moet gebeuren voordat je mág komen. De enige die uiteindelijk de vertaalslag kan maken naar het hart van de hoorder is de Geest van God. Hij verbrijzelt vastgeroeste interpretatiekaders. Hij alleen brengt herders en wijzen tot aanbidding van de mensgeworden Zoon van God.

Aanwijzingen voor de prediking

Wie werkt met een thema en onderverdeling in punten, zou het thema van de preek kunnen verwoorden als ‘Geen toegang voor het kerstevangelie?’. Dit thema wordt bepaald door de verwijzing naar het oude verhaal over het godenbezoek. De goden op bezoek: dat doet denken aan het kerstevangelie. Tegelijk zien we hier hoe lastig dat kerstevangelie ingang vindt. Het vraagteken bepaalt erbij dat door de werking van de Geest onze vaste denkkaders niet het laatste woord hoeven te hebben.

Te denken valt aan de volgende drie aandachtspunten:

  1. Het wonder: In de genezing van de verlamde in Lystra gaat het om de uitwerking van de verkondiging van het evangelie. Dat is geloof. En daarmee redding. Zichtbaar in een genezing. Heeft de prediking bij jou net zo’n uitwerking gehad? Die uitwerking is er, als je door het geloof in Jezus Christus bent opgestaan tot een nieuw leven. De uitwerking van de prediking is, als het goed is, ook bekering: zoals de verlamde zich afkeert van de afgoderij, je afkeren van je oude leven en de ‘goden’ die je diende naar het leven in Christus.
  2. De reactie: De inwoners van Lystra gaan Paulus en Barnabas als goden vereren; daarmee drukken ze hun boodschap kapot in het kader van hun verwachtingen en religie. Ook wij hebben een denkkader dat gevormd is door onze levensloop etc. Daarin passen we uit onszelf het evangelie in, of het past helemaal niet. Het werk van de Geest is nodig om die denkkaders stuk te slaan. De inwoners van Lystra zien uit naar de komst van de goden tot vervulling van hun verlangens. De God van Israël is in Jezus mens geworden. Vervulling van onze diepste verlangens is daardoor mogelijk.
  3. De prediking: Paulus en Barnabas proberen de offers te verhinderen. Hun boodschap: God heeft geduld gehad met mensen die hun eigen wegen gaan, én laat zich niet onbetuigd. Eten en de onderlinge verbondenheid daarbij zijn als getuigen die oproepen Hém te erkennen. In je getuigenis mag je daar proberen te beginnen waar de mensen zijn, dus bij dagelijkse ervaringen van bijvoorbeeld eten en verbondenheid. Om dan te wijzen op de God en Vader van Christus: Hij geeft ten diepste vervulling van onze verlangens. Belangrijk is echter het besef dat alleen de Geest het goede nieuws laat landen.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Een voorbeeld op het niveau van jongeren zou kunnen zijn het gebruik van Google Translate. Het resultaat van Google Translate valt soms tegen. Het blijkt lastig om een boodschap over te zetten in begrijpelijke taal. Het is de vraag of dat ten aanzien van de boodschap van het evangelie zo heel anders is. Je kunt jongeren bijvoorbeeld uitdagen om, zonder gebruik van geijkte woorden, de kern van hun geloof in vijftig woorden te noteren. En wel zo, dat een buitenstaander het snapt. Waarbij je benadrukt dat ‘snappen’ nog niets zegt over ‘innerlijk’ begrip en/of acceptatie.

Op het niveau van kinderen: misschien kun je aan het begin van de preek een foto laten zien van twee wereldleiders in gesprek. Wie zijn die mensen op de achtergrond? Dat zijn tolken. Die zorgen ervoor dat de leiders elkaar kunnen begrijpen. Die vertalen elk woord. Als wij luisteren naar het evangelie, hebben we ook zo’n tolk nodig. En dat is de Heilige Geest.

Geraadpleegd

  • R.W. Wall, The Acts of the Apostles. Introduction, commentary, and reflections, in: L.E. Keck e.a. (red.), The New Interpreter’s Bible Commentary Volume IX, 153-155
  • J. van Eck, Handelingen. De wereld in het geding (J. van Bruggen red., Commentaar op het Nieuwe Testament derde serie), Kampen 2003, 306-31

< Terug