< Terug

Preekschets bij Handelingen 14:22 voor de epifanietijd

… en zij versterkten de zielen van de discipelen, spoorden hen aan in het geloof te blijven en zeiden dat wij door veel verdrukkingen in het Koninkrijk van God moeten ingaan.
Handelingen 14:22 (HSV)

Schriftlezing:

Handelingen 14:21-28

Thema:

De opbouw van de gemeente

Zie ook:

Preekschets bij Handelingen 14:15 voor epifanietijd

Liturgisch kader

Het is wellicht minder gebruikelijk om op de zondagen na Kerst te preken uit Handelingen. Maar met Kerst staan we ook stil bij de start van de beweging die het Evangelie de wereld inbrengt. Denk aan de herders die ‘overal het woord bekendmaakten dat hun over dit Kind verteld was.’ (Lucas 2:17, HSV) Daar waar dit evangelie gehoor vindt, ontstaan ook gemeenschappen. En die gemeenschappen hebben aanhoudend zorg nodig. Anders dreigt met het verdwijnen van het kerstgevoel ook de binding aan dat evangelie verloren te gaan, door allerlei invloeden.

Wie deze link van Handelingen 14 met Epifanie wellicht toch wat geforceerd vindt, mag bedenken dat het kerkelijk jaar belangrijk is. Maar het is niet alles. Calvijn gaf al de voorkeur aan lectio continua, en nog is de gemeente erbij gebaat als een bijbelboek of zelfs een enkel hoofdstuk wat langer de aandacht krijgt.

Te denken valt aan liederen die passen bij de beweging van het evangelie de wereld in. Dat is de beweging van Handelingen en ook van hoofdstuk 14. Concreet noem ik uit Weerklank Lied 242 (‘Samen in de naam van Jezus’) en Lied 593 (‘Heer, zie ons aan’). Wat betreft de psalmen, wil ik verwijzen naar psalm 117 of 67.

Uitleg

De eerste zendingsreis lijkt ten einde. Het evangelie heeft geklonken in Antiochië, Ikonium, Lystra en Derbe. Het evangelie vindt aanhang, maar het roept ook weerstand op. Die komt met name uit de Joodse gemeenschap. Deze weerstand wordt zo heftig, dat Paulus in Lystra gestenigd wordt. Hij wordt voor dood uit de stad gesleept. Omringd door de discipelen staat Paulus weer op (vers 20). Een prachtig beeld voor de gang van het evangelie toen en nu: de prediking ervan lijkt soms op sterven na dood, maar is niet uit te roeien. Telkens als je denkt dat de kerk het loodje heeft gelegd, staat ze toch weer op. En wordt uitgebreid. Vergeet niet: ook in Lystra zijn mensen tot geloof gekomen, ondanks alle weerstand. De dood gewaande Paulus wordt immers omringd door discipelen.

In ieder geval weten Paulus en Barnabas uit eigen ervaring dat het evangelie verzet oproept. Dat doet hen besluiten om na Derbe Antiochië, Ikonium en Lystra opnieuw te bezoeken. Dat lijkt een hachelijk besluit, na alle weerstand die ze daar hebben ontmoet. Maar zij weten nu zélf van verdrukking af. En zij realiseren zich: er is hier en nu geen andere entree in Gods koninkrijk mogelijk. De weg naar de toekomstige openbaring ervan -de wederkomst- is ook getekend door verdrukking. Daarop moeten de gemeenten worden voorbereid en daarom ontvangen ze van Paulus en Barnabas toerusting. En met de toerusting sporen ze de gemeenten aan om trouw te blijven. Geloof dat mogelijk gaat wankelen in de toekomst moet door deze toerusting en aansporing alvast versterkt/gestut worden (vers 22).

Daarbij beseffen Paulus en Barnabas dat meer nodig is: blijvende toerusting en bewaring van de gemeente. Zij kunnen echter niet constant aanwezig zijn. Daarom wijzen zij overal oudsten aan. Die zijn onmisbaar om de gemeente bij het heil te bewaren. Juist vanwege deze belangrijke taak wordt hun keuze en aanstelling in het ambt met gebed omringd (vers 23). Belangrijker is echter de krachtige werking van de Heere. Teruggekeerd op hun uitvalsbasis −Antiochië in Syrië − vertellen ze aan de gemeente ‘dat Hij voor de heidenen de deur van het geloof geopend had’ (vers 27, HSV). Waar God om Jezus’ wil de deur openzet, kan geen verzet tegen het evangelie die deur weer sluiten. Er zullen mensen door die open deur naar God blijven gaan. Tevens is dit vers een doorkijkje naar de grote strijd van hoofdstuk 15. In 14:27 blijkt de strijd wezenlijk al beslist: door het geloof in Christus alleen is en blijft de deur geopend. Aanvulling door bijvoorbeeld besnijdenis is voor niet-Joden onnodig en zelfs schadelijk.

De vraag is wat vandaag het geloof van christenen dreigt aan te vreten. En: hoe zij hierin versterkt moeten worden door de oudsten van de gemeente. Op de eerste vraag vallen nogal wat antwoorden te geven. De grootste verdrukking voor christenen nu zou weleens kunnen zijn het gevoel dat geloof helemaal niet nodig lijkt. Dat je zonder evengoed ver kunt komen in het leven. Dat God geen wezenlijke rol meer speelt, ook niet in het leven van veel kerkmensen.

De schapen van de kudde hebben dus ambtelijke leiding nodig. Het goede nieuws werd in de nacht van Christus’ geboorte door herders de wereld ingebracht. Vervolgens zijn er ook herders nodig om de gemeente bij dat goede nieuws te bewaren. Daarbij valt te denken aan de ambtsdragers en met name de oudsten/ouderlingen. Bij een voortdurend tekort aan ouderlingen worden er nauwelijks nog eisen aan kandidaat-ouderlingen gesteld. Maar we kunnen er niet onderuit dat zij geroepen zijn de gemeente, te midden van aanvechtingen, in het geloof te versterken. De vraag is hoe deze taak moet worden uitgevoerd in een zeer mondige tijd. De kunst is om pal te gaan staan als ouderling: voor mensen in hun aanvechtingen, maar ook voor de waarheid van het evangelie. Een hele taak. Zij mogen zich echter bemoedigd weten door het feit dat Gód het echte werk gedaan heeft en doet. In Christus, door het geloof in Hem, heeft Hij eens en voorgoed de deur naar Hem opengezet. Tot op heden zorgt Hij ervoor dat er mensen binnengaan. Hoeveel weerstanden zij in deze tijd ook ondervinden.

Aanwijzingen voor de prediking

Wie werkt met een thema en onderverdeling in punten, kan kiezen voor het volgende thema: ‘De opbouw van de gemeente door…’

Op het laatste woord volgen dan drie trefwoorden. Dat is ten eerste: onderwijs. Paulus lijkt dood en staat weer op. Zo is hij beeld van de evangelieprediking die in deze wereld, ook in Nederland, tóch doorgaat, en wel met kracht. In Derbe kan in alle rust het Evangelie worden verkondigd (vers 21). Als wij ons daar in de gemeente op zouden focussen, zou dat geen rust geven en zou daar geen zegen op rusten? In Derbe worden veel discipelen geworven: discipelen, toen en nu, zijn mensen die levenslang van Jezus moeten leren en diep afhankelijk zijn van zijn onverdiende liefde. De discipelen moeten ook toegerust worden (vers 22) om burger te blijven van Gods Koninkrijk en het straks voorgoed binnen te gaan. Om gaande te blijven moeten ook wij worden toegerust voor de verdrukking van de kant van de wereld, satan en onze oude natuur.

Het tweede trefwoord is: ambtsdragers. Met name voor het geven van onderwijs wijzen Paulus en Barnabas in alle gemeenten ouderlingen aan. Het voortzetten van het onderwijs van de apostelen moet beschermen tegen interne en externe vijanden. Nog steeds is dat onderwijs -en het toezien erop- de taak van ouderlingen en de predikant als bijzonder ouderling. Zij zijn -met de diakenen- een geschenk aan de gemeente van Christus uit de hemel (Efeziërs 4). Een hele positie, maar de ouderlingen/predikant hebben elkaar en de toerusting van Christus vanuit de hemel. Het gebed voor (het kiezen van) nieuwe ouderlingen is heel belangrijk, ook nadat ze eenmaal in functie zijn.

Het derde trefwoord is: de Heere. In Syrisch Antiochië wordt verslag uitgebracht: de deur, toegang tot God en Zijn genade, staat voor de niet-Joden open! Voorspel op de strijd van de Galatenbrief en Handelingen 15: niet door aanvullende voorwaarden, maar alleen door genade in geloof mag je horen bij God en zijn volk. Nog steeds geldt: maak het niet ingewikkelder dan het is! De heilige Geest neemt ons alles uit handen waarmee wij door de deur bij God naar binnen willen gaan en maakt ons gunnend naar anderen toe. Alleen door God en zijn Geest gaat het evangelie voort te midden van allerlei vormen van verdrukking.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Met de kinderen kun je aan het begin van de preek bespreken wat ambtsdragers eigenlijk doen. Je kunt beginnen met een foto van een ouderling en een diaken. Wie zijn ze? Wat doen ze? Interactie met de kinderen is altijd leuk. Nadat je iets over de taken van de verschillende ambtsdragers hebt gezegd, kun je samenvattend zeggen dat ambtsdragers er zijn om ons dicht bij de Heere en bij elkaar te houden. Voor jongeren kun je iets vergelijkbaars doen door een jeugdouderling aan het woord te laten. Deze suggesties hebben te maken met de belangrijke rol van oudsten/ouderlingen in onze schriftlezing. 

Geraadpleegd

R.W. Wall, The Acts of the Apostles. Introduction, commentary, and reflections, in: L.E. Keck e.a. (red.), The New Interpreter’s Bible Commentary Volume IX, 153-155

J. van Eck, Handelingen. De wereld in het geding (J. van Bruggen red., Commentaar op het Nieuwe Testament derde serie), Kampen 2003, 306-313

< Terug