< Terug

Preekschets bij Johannes 2:7 voor de 3e zondag van Epifanie

‘Jezus zei tegen de bedienden: Vul de vaten met water’
Johannes 2:7

Schriftlezing:

Johannes 2:1-11

Zie ook:

Het eigene van de zondag

In de christelijke traditie staat op de eerste zondagen na kerst de openbaring van Jezus centraal: Epifanie. De eerste zondag staat de aanbidding van Jezus als kind door de wijzen uit het Oosten centraal. De tweede zondag de doop van de Heere Jezus in de Jordaan en de stem van God die Hem Zijn geliefde Zoon noemde. Deze (de derde) zondag staat in het teken van het wonder te Kana.

Jezus verandert water in wijn. Dit is het eerste wonder van de Heere Jezus wat beschreven wordt in het Evangelie van Johannes. In Johannes 2:11 staat: “Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; Hij toonde zo Zijn grootheid en Zijn leerlingen geloofden in Hem.” Dit is een ander ‘verschijnen’ dan bij de andere zondagen, omdat het voor het eerst toont dat de kracht van God aan het werk is in Jezus.

Uitleg

De bruiloft in Kana wordt alleen door Johannes beschreven in het Evangelie. Met enkele concrete aanwijzingen van plaats en tijd plaatst hij het in een historisch kader. De tijdsuitdrukking “op de derde dag” kan verschillend worden gelezen. Het kan de derde dag van de week zijn (dinsdag dus). Waarschijnlijk dienen we het te lezen in aansluiting op tijdsbepalingen in hoofdstuk 1. De eerste dag is de ontmoeting met Johannes bij de Jordaan. De tweede dag roept Jezus zijn eerste discipelen (vers 35); de derde dag Filippus en Natanaël. Weer drie dagen later is Jezus bij de bruiloft in Kana. Zo zit de eerste week van Jezus’ bediening erop. Het komt nu tot een hoogtepunt met het eerste wonder.

Een aantal mensen speelt een nadrukkelijke rol in de geschiedenis: Jezus, Zijn moeder Maria, de dienaars, de ceremoniemeester en de bruidegom. De (vijf?) discipelen zijn aanwezig, maar spelen geen rol.  De bruid wordt in het geheel niet genoemd, terwijl de identiteit van de bruidegom en de relatie met Maria en Jezus ook onbenoemd blijft. De grote vraag is waar Jozef is.

Kenmerkend voor Jezus is dat Hij aanwezig is op een bruiloft. Johannes de Doper is de asceet bij uitstek. Hem zouden we niet verwachten. Jezus is wel betrokken op het leven van alle dag en is bewust aanwezig. Dat staat niet in contrast met zijn bediening, maar vloeit daar uit voort.

Er ontstond een tekort aan wijn. In het Midden-Oosten was dit een schromelijk gebrek aan gastvrijheid, een regelrechte schande. Hoe dit kwam is onbekend, maar duidelijk is dat de bruiloft in het water gaat vallen. Het zal niet zo zijn dat de aanwezigheid van Jezus en enkele discipelen dit probleem veroorzaakt. Hoe dan ook, Maria meldt het aan Jezus. Zij meldt het feit, maar vraagt Jezus niets concreets. Jezus ziet dit wel als een call to action, want Hij reageert met de vraag wat zij van Hem wil. Daar voegt Hij aan toe: “Mijn uur (tijd) is nog niet gekomen”.

Opvallend is de wijze waarop Jezus Zijn moeder aanspreekt: γύναι, vrouw.  Hij spreekt zo ook onbekende of niet-verwante vrouwen aan (4:21; 8:10; 20:15; Matteüs 15:28; Lucas 13:12). Jezus creëert hier enerzijds afstand mee, maar blijft haar wel respecteren. Overigens noemt Jezus haar nooit moeder (of Maria).  Daar speelt wel bij dat Hij haar in de synoptische evangeliën überhaupt nooit rechtstreeks aanspreekt.

Vervolgens de vraag: “Wat wilt u van mij?” Dit is een vraag die (emotionele) afstand creëert. De vraag is of Jezus dit bedoelt ten opzichte van (de vraag van) Maria, of ten aanzien van het probleem op het feest, het opraken van de wijn.
“Mijn uur (tijd) is nog niet gekomen”. Letterlijk staat hier het Griekse woord voor “uur”, maar duidelijk is dat het over gekwalificeerde tijd gaat. Dit begrip verwijst bij Johannes steeds naar tijdstip van Jezus’ sterven en de daarin meekomende verheerlijking. (Zie onder andere 7:30; 8:20; 12:23-27; 13:1; 17:1). Hoe lezen we dit woord in de context van Kana? Is het een retorische opmerking? Is het uur van het wonder nog niet gekomen? Is het een terechtwijzing van Maria, dat alleen de Vader het uur bepaalt? Zeker is dat het uur van het lijden en sterven nog niet is gekomen. In het evangelie van Johannes zien we overigens vaker dat Jezus een verzoek eerst weigert onder verwijzing naar zijn uur, maar daarna als nog gehoor geeft (bijvoorbeeld 7:2-10; 11:1-7).

Maria heeft vertrouwen in haar zoon. Ze zegt tegen de dienaars dat ze hoe dan ook Jezus gehoorzaam moeten zijn, wat Hij ook vraagt. En de vraag komt. Jezus vraagt hen om zes grote watervaten (totaal 470 – 700 liter!) te vullen met water. Deze vaten stonden er om gebruikt te worden bij rituele reiniging (zie Leviticus 11:33; Matteüs 15:2-3; Marcus 7:3vv). De Misjna geeft aan dat afgesloten stenen vaten rein zijn. Overigens worden niet alleen handen, maar ook keukengerei en vaatwerk gereinigd. Stenen vaten houden minder vuil vast als aardewerk.

Als ze gevuld zijn, vraagt Jezus om er uit te scheppen en de ceremoniemeester te laten proeven. Die komt tot de uitroep dat de beste wijn tot het laatst is bewaard. Dat zal een gegroeide gewoonte zijn, want een vastgelegde regel is niet bekend. Of is het slechts een humoristische opmerking van de opgeluchte ceremoniemeester?

Johannes sluit af met de nadruk dat dit het eerste wonderteken is dat Jezus gedaan heeft in Gallilea en dat dit geleid heeft tot geloof bij Zijn discipelen.

Aanwijzingen voor de prediking

Het (wonder)teken staat centraal in deze geschiedenis. Het Griekse woord “σημείων” heeft een analogie met het Hebreeuwse woord “ אוֹת”. Een teken is een merkteken van een historische gebeurtenis of een reeks gebeurtenissen. Denk aan de tekenen die God deed aan het volk Israël (zie bijvoorbeeld Deuteronomium 4:34; 7:19; 34:11). Zo is dit teken het startschot voor Jezus bediening op aarde: Zijn woorden, Zijn daden en Zijn lijden, sterven en opstanding.

De inhoud van het teken is daarbij zeker van belang. Jezus verandert 470 – 700 liter water in kwaliteitswijn. In het verleden hebben exegeten dit willen afzwakken door te stellen dat alleen het uitgeschepte water in wijn was veranderd. Het beeld van Jezus met grote hoeveelheden wijn paste blijkbaar niet in het plaatje. Echter, het is wel degelijk van belang om te zien dat Jezus niet karig is met zijn genade en gaven. We vinden dit terug in het wonder van de broodvermenigvuldiging: 5000 mensen aten van 5 broodjes en 2 visjes. En hoeveel was er wel niet over? Ook de wonderbare visvangst van 153 grote vissen spreekt tot de verbeelding.

Er kunnen parallellen gezocht worden in de Schrift ten aanzien van water en wijn. Enige voorzichtigheid is hier wel op zijn plaats. Het geeft geen pas om het bloed van Christus (de wijn) tegenover de Joodse reinigingswetten (het water) te plaatsen. Jezus is niet gekomen om de Thora af te schaffen, maar haar te vervullen.

Dit sluit overigens zeker niet uit dat we verwijzingen kunnen trekken naar de reinigende werking van het bloed van Christus. Jezus presenteert zich in Johannes 6 als het Levende Brood, als Hij de monden gevuld heeft. En onderwijst Hij de Samaritaanse vrouw ook niet door Zichzelf te vergelijken met het Levende water (Johannes 4)? Het feit dat Jezus het in Johannes veel voorkomende woord “mijn uur” ook in deze geschiedenis noemt, leidt er toe dat in de preek lijnen naar Zijn lijden, sterven en opstanding niet kunnen ontbreken.

Relevant is dat de geschiedenis Jezus neerzet als de Bruidegom van de omgekeerde wereld (vergelijk Johannes 3:29; Marcus 2:19-20). De ceremoniemeester riep de bruidegom en stelde dat hij de beste wijn tot het laatst heeft bewaard. Zonder het wonder gezien te hebben, spreekt hij in deze woorden Jezus aan, de Bruidegom. Jezus bewaart de beste wijn voor het laatst. Zijn bruiloftsfeest gaat komen, waar Hij met ons de wijn zal drinken! (Matteüs 26:29; Openbaring 19:7; Jesaja 25:6).

Liturgische aanwijzingen

Mogelijke tweede lezing:

  • Deuteronomium 34:9-12 (verwijzing naar de tekenen die God doet).
  • Jesaja 25:6-9 (verwijzing naar eschatologische maaltijd met wijn)
  • Matteüs 26:26-30 (verwijzing naar eschatologisch drinken van de vrucht van de wijnstok)

Zingen:

  • Berijmingen van Psalmen 78, 105, 106, 136 (die Gods tekenen in de geschiedenis van het volk Israël bezingen)
  • Liedboek voor de Kerken: 166,3-4 In Kana was de gloed geweken; 171,2 Zegening vloeit uit zijn handen
  • Liedboek 2013: 525 Wij willen de bruiloftsgasten zijn; 563 In Kana is het feest vandaag
  • Weerklank 21 De Heer zal op zijn berg (n.a.v. Jesaja 25:6-8)
  • Chris Tomlin, Our God- You turned water into wine https://www.azlyrics.com/lyrics/christomlin/ourgod.html

Ideeën voor kinderen

Voor de handigen onder ons, zijn er creatieve ideeën hoe je de verandering van water in wijn, concreet kan laten zien aan de kinderen: https://creatiefkinderwerk.nl/ideeen/714-592-hoe-verander-je-water-in-wijn.

In het gesprekje met de kinderen kun je met dit verhaal veel kanten uit. Een goede keuze lijkt het om de kinderen te vragen naar hun ervaringen met een bruiloft. Het vele eten, drinken en snoepen staat ze ongetwijfeld bij. Vandaar kan de lijn worden gelegd met de veelheid van zegeningen die God geeft. Zelfs als wij weinig hebben (de vaten leeg zijn).

Geraadpleegd

Dr. J. van Bruggen, Matteus: het Evangelie voor Israël

R.T. France, The New International Commentary on the New Testament, NICNT, the gospel of Matthew

G. van den Brink, J.C. Bette, A.W. Zwiep, Studiebijbel NT, Matteus

< Terug