< Terug

Preekschets bij Lucas 1:68

Voor de vierde zondag van advent

Geprezen zij de Heer, de God van Israël, Hij heeft zich over zijn volk ontfermd en het verlost.
Lucas 1:68

  • Schriftlezing: Lucas 1:57-80
  • Thema: Lucht

Zie ook

Preekschets bij Lucas 1:47 voor de derde zondag van advent.

Liturgisch kader

Deze schets is bestemd voor de vierde zondag van Advent.

Een oude priester heeft maandenlang in het isolement geleefd omdat hij niet kon spreken. Hij krijgt het woord als zijn zoontje geboren is en mag als profeet duidelijk maken welke rol zijn kind zal spelen om Gods volk gereed te maken voor de Heer.

Het is waardevol om in de dienst iets te laten zingen uit Psalm 132: met name de berijming van vers 15-18 (waar herinnerd wordt aan Gods belofte dat Hij Davids huis tot aanzien brengt). Zacharias ziet dat zijn zoon eraan mee mag werken dat die belofte werkelijkheid wordt.

Verder is Opwekking 354 (Glorie aan God) een lied dat heel goed past bij een preek over de lofzang van Zacharias omdat hierin de lof wordt gezongen op Jezus Christus die ons leven bevrijdt zodat we kunnen herademen.

Ik adviseer om de berijming van deze lofzang (Liedboek 158a) niet in de liturgie op te nemen omdat het heel moeilijk is om al zingend te beseffen wat je eigenlijk zingt (waarbij nog komt dat de melodie moeilijk is, zeker voor kerkgangers die vertrouwd zijn met een andere melodie). Bovendien zie je de duidelijke onderverdeling van deze lofzang (vers 68-75 is een loflied op God en vers 76-79 is een woord tot Johannes) niet terug in de berijming. Daardoor is deze berijming niet behulpzaam om je deze tekst eigen te maken maar vormt hij eerder een belemmering om de tekst goed te verstaan en mee te laten klinken in je eigen hart. Een mooi alternatief is Liedboek 444 (Nu het daagt het in het oosten): een eenvoudige herinnering aan Zacharias’ lofzang.

Uitleg

De lofzang van Zacharias is heel bekend en roept bij vele kerkgangers warme gevoelens wakker maar blijkt bij nader inzien een moeilijke tekst te zijn. Ik werp een aantal vragen op en voorzie ze van een antwoord:

Wat was de beperking van Zacharias voordat zijn zoon geboren was?

Duidelijk is dat Zacharias niet kon spreken. Lucas vertelt (in vers 64) dat de mond van Zacharias verlamd was. Maar was hij wellicht ook doof? Die indruk zou je kunnen krijgen uit de wijze waarop Lucas er (in vers 62) over schrijft. De mensen praatten niet normaal met hem maar ze wenkten hem erbij. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn dat Zacharias ook doof was; in het Grieks kan voor stomheid en doofheid hetzelfde woord worden gebruikt. Maar Lucas vertelt uitsluitend dat de verlamming van Zacharias’ mond ongedaan werd gemaakt. Daarom denk ik niet dat Zacharias ook doof was. Dat de mensen hem erbij wenkten, laat wel zien dat hij buiten de samenleving stond omdat hij niet kon spreken. Deze vraag heeft geen groot principieel gewicht maar is toch wel belangrijk voor de inkleuring van de geschiedenis van Zacharias.

Is het een lied geweest? Of heeft Zacharias het als een gedicht gezegd?

In Lucas 1 en 2 tref je vier maal een tekst aan die in onze traditie als lied behandeld is. Maar uit de inleiding op deze vier teksten kun je niet afleiden dat het werkelijk om een lied gaat. Immers: “Maria zei” (Lucas 1:46); “Zacharias (…) sprak deze profetie” (Lucas 1:67); “een groot hemels leger dat God prees met de woorden” (Lucas 2:13); Simeon “loofde God met de woorden” (Lucas 2:28). Mijn conclusie is dat het in geen van deze vier gevallen om een lied gaat. Het is een (dichterlijke) tekst waarmee God groot wordt gemaakt, een tekst die je vanwege zijn karakter heel goed kunt zingen.

Wanneer heeft Zacharias zijn profetie gesproken?

In vers 64 wordt verteld dat Zacharias begon te spreken en dat hij God loofde. Soms wordt daaruit afgeleid dat vers 68-79 de tekst is waarmee Zacharias God loofde; dat is een uitleg die mogelijk is en die (onder invloed van de wijze van vertellen in kinderbijbels) populair is. Maar het is ook heel goed mogelijk dat de profetie van Zacharias een reactie is op vragen in zijn omgeving, vragen als: Hoe zal het verder gaan met dit kind? (vers 66). Ik geef aan de tweede optie de voorkeur omdat dat het beste past bij het moment waarop Lucas de tekst weergeeft.

Hoe is de profetie van Zacharias opgebouwd?

Zoals ik bij het liturgisch kader al aangaf, bestaat deze profetie uit twee onderdelen.

Vers 68-75 is een loflied op God die zijn volk gaat verlossen. Hij doet dat via een hoorn die Hij verwekt heeft in het huis van David; dat is het middel dat God gebruikt. Via die hoorn rukt Hij zijn volk los uit de macht van de vijanden. Het doel daarvan is dat we altijd de Heer vereren op een mooie en eerlijke manier.

Vers 76-79 sluit daar bij aan. Zacharias spreekt zijn zoon Johannes aan: hij mag de redding van het volk aankondigen. Zo gaat God mensen redden die het leven totaal niet meer zagen zitten. Het doel daarvan is dat we vooruit komen op de weg van de vrede.

Aanwijzingen voor de prediking

De lofzang van Zacharias is dermate vol dat je in de preek een concentratiepunt moet zoeken.

Ik adviseer om de ‘verlossing’ (vers 68) centraal te zetten. Het gaat hier om een woord dat zoveel gebruikt wordt dat je het risico loopt dat het niet meer in zijn volle betekenis gehoord wordt. Daarom is het de moeite waard om de ‘verlossing’ in te vullen aan de hand van bijbelse gegevens over schuldsanering. Zie Leviticus 25 (het jubeljaar). Zie vervolgens de praktijk van de schuldsanering in het boek Ruth: wat een feest dat er een losser is. Maar wat een ellende als er geen rijke oom meer is om als losser op te treden: als iedereen verarmd is zul je nooit meer van je schulden afkomen. In die uitzichtloze situatie komt Jesaja in hoofdstuk 54 met een bijzondere beloften: God gaat zelf optreden als losser. Zacharias ziet dat dat werkelijkheid wordt! Hij is er helemaal enthousiast van. Laat dat enthousiasme maar uitkomen in de preek: de opluchting dat je niet langer onder je schulden gebukt hoeft te gaan maar dat je ervan bevrijd wordt, dat je mag herademen, dat je weer lucht krijgt.

God geeft daarvoor in het huis van David “een hoorn van zaligheid” (HSV), “een reddende kracht” (NBV), “een machtige redder” (BGT). Wie de HSV als kerkbijbel gebruikt, zal moeten uitleggen wat met die ‘hoorn’ bedoeld wordt (het gaat om de stootkracht); je hebt wel het voordeel dat er een directe aansluiting is bij Psalm 132 waar ook over zo’n hoorn wordt gesproken. Wie de NBV of de BGT gebruikt, zal duidelijk moeten maken wat de verbinding is met Psalm 132. Het mooie van de BGT is dat daarin duidelijk naar een persoonlijke redder wordt verwezen; in de NBV blijft het wat onpersoonlijk. Het is de uitdaging om te laten zien dat Zacharias hier verwijst naar Jezus Christus: onze redder, die het totale leven herstelt en ons zo samen lucht geeft.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Voor kinderen zou je (kort) het verhaal van Ruth kunnen vertellen. En dan daarbij de vraag; hoe kom je van je schulden af als iedereen arm is? Dat zou een mooie opmaat zijn naar de preek over het loflied van Zacharias.

Bij jongeren zou je kunnen benadrukken dat ‘verlossing’ niet alleen maar iets voor de toekomst is (dat je naar de hemel mag, bijvoorbeeld) maar ook iets voor vandaag (dat God je vandaag al lucht wil geven en dat het mooi is om dat ook aan anderen te gunnen, bijvoorbeeld door schuldsanering op grote en kleine schaal).

< Terug