< Terug

Preekschets bij Matteüs 2:10 voor Epifanie

Toen zij dat (de ster) zagen, werden zij vervuld van diepe vreugde
Matteüs 2:10

Schriftlezing:

Matteüs 2:1-12

Zie ook:

Het eigene van de zondag

In de christelijke traditie staat op de eerste zondagen na kerst de openbaring van Jezus centraal: Epifanie. Deze (de eerste) zondag staat de aanbidding van Jezus als kind door de wijzen uit het Oosten centraal. De tweede zondag de doop van de Heere Jezus in de Jordaan en de stem van God die Hem Zijn geliefde Zoon noemde. De derde zondag staat in het teken van het wonder te Kana.

Deze zondag staan we stil bij Christus die verscheen aan de wijzen uit het oosten. De wijzen staan symbool voor de heidenen (de niet-Joodse volken). Ze volgden de ster en vonden het Kind. “Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, Zijn moeder. Ze wierpen zich neer om Het eer te bewijzen (Matteüs 2:11)”. Dit wordt als een zeer belangrijke gebeurtenis gezien, omdat het aantoonde dat Christus niet alleen als de Messias voor het Joodse volk was gekomen, maar als de Koning van de hele aarde. Het feest van Driekoningen, dat in sommige tradities wordt gevierd, is hiervan afgeleid.

Uitleg

Matteüs schrijft zijn Evangelie overwegend voor een Joods publiek of voor hen die sympathiseren met het Joodse geloof en een meer dan gemiddelde kennis bezaten van de Tenach. Dat betekent niet dat Mattheüs het goede nieuws alleen voor hen bedoeld ziet zijn. Juist door de geschiedenis van de wijzen uit het oosten op te nemen, laat hij duidelijk zien dat God door Israël en de Messias van Israël de hele wereld op het oog heeft. De wijzen vertegenwoordigen de volken.

In het verhaal spelen veel personen een rol. De wijzen uit het Oosten, koning Herodes, de overpriesters en schriftgeleerden, het Kind en Maria, de moeder van het Kind. Opvallend afwezig is Jozef, de pleegvader van het Kind. De wijzen lijken de hoofdpersonen te zijn, maar het gaat uiteindelijk om het Kind Jezus. De tekst begint te noemen dat het speelt in de tijd dat Jezus in Bethlehem geboren was (vers 1) en het komt tot een climax met de aanbidding van het Kind Jezus (vers 11).

Wie waren de wijzen uit het oosten? Het Griekse woord μάγοι wordt soms letterlijk vertaald met “magiërs”. Helder is dat het een verzamelnaam is voor een groep mensen die zich bezig houdt met wijsheid, astrologie, uitlegging van dromen, toekomstvoorspelling, etc. Het Nederlandse woord “magiër” wordt vaak geassocieerd met (zwarte) tovenarij. Wijzen is een meer neutrale term. Bedacht moet worden dat wetenschap en religie een eenheid vormden.

Vaak wordt gedacht dat de wijzen uit Babylonië of Perzië kwamen. Dat zou goed kunnen omdat het woord hier bekend was. Echter, Matteüs laat het open; mogelijk om ze symbool te kunnen laten zijn van alle niet-Joodse volken. De aankomst in Jeruzalem, dat is wat telt. Niet het land van afkomst. Mattheüs legt de nadruk op het aankomen in Jeruzalem, met het woord “Zie”.

Opvallend is het noemen van de twee steden: Jeruzalem en Betlehem. David was afkomstig uit Bethlehem, maar Jeruzalem werd de koningsstad. Een geboorte van een zoon van David had logischerwijs in Jeruzalem moeten zijn. Maar nu zit er een Romeinse vazalvorst op de troon, de Edomiet Herodes.

Ook het Sanhedrin heeft Jeruzalem als domicilie. De overpriesters symboliseren de machthebbers in de tempel (overwegend Sadduceeën), de schriftgeleerden de behoeders van de schriftelijke en mondelingen Tora (overwegend Farizeeën). Onder hen is de koning van de Joden niet te vinden. Hij is geboren in Bethlehem. Het contrast met de wereldlijke en religieuze macht is opvallend. Maar er is geen contrast met de Schrift zelf. Want helder is het citaat uit Micha 5:1 “En u, Bethlehem (…) uit u zal de Leidsman voortkomen Die Mijn volk Israël weiden zal”.

Betlehem is de afgehouwen tronk (Jesaja 11:1). Het tekent de neergang van het Davidisch huis en de nederige geboorte van Jezus.

Jeruzalem speelt wel degelijk een belangrijke rol. God had de wijzen ook direct naar Bethlehem kunnen leiden, maar dat doet Hij niet. Jeruzalem is nodig om het contrast te laten zien tussen de wereldlijke en religieuze leiders en het raadsplan van God. Het contrast is niet bedoeld om Jeruzalem af te serveren. Nee, God brengt een boodschap aan Jeruzalem: aan Herodes en aan de religieuze leiders. Hij doet dat op Zijn bekende manier: door het inschakelen van mensen die niet in het plaatje passen. In dit geval door heidenen, die buiten het verbond staan. Maar dat maakt de bekendmaking door God van het goede nieuws aan Jeruzalem niet minder echt.

Schrijnend is het wel dat Herodes het goede nieuws serieus neemt (zij het dat hij het als slecht nieuws interpreteert), maar de overpriesters en de schriftgeleerden niet. Ze openen dan wel de Schrift, informeren Herodes er over, maar verstaan het toch niet. Want anders zouden zij ook naar Bethlehem zijn afgereisd.

Niet te missen is het citaat van Micha 5:1. Mogelijk zijn er verbanden met Jesaja 60:6 (kamelen die goud en wierook brengen), Numeri 24:17 (er zal een ster uit Jakob voortkomen), Psalm 72:10-11 (de koningen van Seba en Saba zullen schatten aanvoeren).

De ster speelt een belangrijke rol in het verhaal. De wijzen noemen deze ster, de ster van de pasgeboren koning van de Joden (vers 2). Het is geen gewone ster dus. Dat blijkt ook wel uit het feit dat de ster de wijzen voor gaat naar Bethlehem, maar stil blijft staan boven het huis waar Jezus zich bevond. Een astronomische verklaring alleen voldoet niet. Toch is duidelijk dat de wijzen een fysieke ster zagen. Astrologie hoorde bij het pakket van de wijzen in Babylonië en Perzië. Hoe ze echter wisten dat deze ster informatie geeft over de geboren koning van de Joden, daar kunnen we alleen naar gissen. Relaties zijn wel gelegd met de waarzegger Bileam en de wijsheid van Daniël en zijn vrienden.

De wijzen mogen dan kennis hebben van astrologie, politiek zijn ze erg naïef. Ze kloppen aan bij Herodes, de Edomitische vazalkoning van de Romeinen. Ze hebben uiteindelijk nog een droom van God nodig om te begrijpen dat Herodes geen andere koning wenst te aanbidden, maar alleen uit is op vernietiging.

De wijzen vinden uiteindelijk het Kind en Zijn moeder en ze aanbaden het Kind. Daar ligt de kern van het verhaal. De aanbidding gaat gepaard met het overhandigen van luxe cadeaus: goud, wierook en mirre. Waar is de aanbidding en de gaven van de overpriesters, de schriftgeleerden en koning Herodes? De volken gaan hier Israël voor in de aanbidding.

Aanwijzingen voor de prediking

Een aantal zaken zijn relevant voor het preken over dit gedeelte:

  • Het heilsplan van God schittert in dit verhaal. God heeft het volk Israël gekozen om het licht te verspreiden in deze wereld. Maar Israël herkent de eigen Messias niet. Het zijn vreemdelingen die weten van de geboorte van de Koning van de Joden en Hem aanbidden. Op deze wijze worden de volken toegevoegd aan het verbond met Israël, zie Romeinen 11. De overpriesters en de schriftgeleerden die de tempeldienst en de Tora vertegenwoordigen komen niet tot aanbidding. Dit betekent echter niet dat Israël heeft afgedaan of dat de kerk Israël vervangt. God heeft Zijn verbond niet opgezegd (zie wederom Romeinen 11).
  • Dit neemt niet weg dat de spanning tussen Betlehem en Jeruzalem wel degelijk meegenomen kan worden in de preek. God werkt op een onverwachte wijze in deze geschiedenis. Zoals Jezus ook vaak het wereldbeeld van Zijn tijd op de kop zet (zie lofzang van Maria over rijk en arm; omgang van Jezus met tollenaars en zondaren; de Samaritaan die Jezus bedankt en wel zorgt voor de gewonde reiziger, etc.).
    Christus verschijnt aan de heidenen. Waar is de religieuze en wereldlijke macht?
    God ziet het nederige, het kwetsbare. Er is geen ruimte voor het beroemen op eigen afkomst, eigen geloof, eigen prestaties, etc. Het is Gods genade waar wij uit mogen (leren) leven.
  • De focus van het gedeelte ligt op de aanbidding van het Kind. De hoorders mogen meegenomen worden in het verhaal op zo’n wijze dat zij voor een keuze gesteld worden.
  • Het is lastig om als prediker echt de tekst tot je door te laten dringen en de traditie even te parkeren.  Wie van ons krijgt bij het lezen van deze tekst niet een beeld met kamelen voor ogen (die niet in de tekst worden genoemd)?
    Er is de middeleeuwse traditie om het aantal wijzen te beperken tot drie (Baltasar, Melchior, Caspar), hen te transformeren tot koningen en ze afkomstig te laten zijn uit drie werelddelen, om zo de wijzen als metafoor voor alle volken te zien.
    In andere tradities worden de drie ambten van Christus gesymboliseerd in de gaven van de wijzen. Of drie christelijke deugden. Tradities hebben zeker hun waarde en willen vaak wat zaken meegeven. Het is aan de prediker om te zien op welke wijze de traditie de boodschap van de tekst kan ondersteunen.
  • Het wereldbeeld van toen speelt een grote rol in het verhaal. Astronomie (kennis van het heelal) werd niet los gezien van astrologie (religie). Ook in onze tijd is er ruime aandacht voor astrologie. Daartegenover mag het Evangelie klinken dat niet de sterren (noodlot) ons leven bepalen, maar dat wij vastgehouden worden door Christus. Hij heeft de sterren in Zijn hand (Openbaring 1:16).

Liturgische aanwijzingen

Mogelijke tweede lezing:

  • Micha 5:1-3
  • Jesaja 60:1-7
  • Openbaring 1:9-18

Zingen:

  • Psalm 72: 3,5 (Liedboek 2013); 6,8 (1773); 3,5 (DNP)
  • Uit Liedboek voor de Kerken: 145:3 Wijzen uit het Oosten; 153:3 Het oosten offert; 154 O kerstnacht; 166 Juicht voor de koning van de Joden.
  • Uit Weerklank: 125 Ik mag hier aan uw kribbe staan; 132:4 Wijzen uit het Oosten en 571 De wijzen, de wijzen (kinderen).

Ideeën voor kinderen

Een creatieve werkvorm rond het thema “de wijzen uit het oosten” vind je op: https://creatiefkinderwerk.nl/ideeen/60-20-de-wijzen-uit-het-oosten-een-kerstverhaal.

Een gesprekje met de kinderen kun je beginnen over het maken van een lange reis. Wat een lange reis is, zal per kind heel erg verschillen. Maar de herinnering dat iets lang duurt, hebben ze al snel. Vandaar kun je de vraag stellen wat ze er voor over zouden hebben om Jezus te ontmoeten. Daar zet je dan de inspanning en het geloof van de wijzen naast.

Geraadpleegd

J. van Bruggen, Matteus: het Evangelie voor Israël

R.T. France, The New International Commentary on the New Testament, NICNT, the gospel of Matthew

G. van den Brink, J.C. Bette, A.W. Zwiep, Studiebijbel NT, Matteüs

< Terug