< Terug

Preekschets bij Matteüs 6:11 – biddag voor gewas en arbeid

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’

Matteüs 6:11

Inleiding

Demissionair premier Rutte gaf tijdens de persconferentie van 2 februari 2021 aan dat er in deze coronatijd steeds drie grote wegingen te maken zijn. 1: Wat zijn de gevolgen van het coronavirus voor de zorg? Zowel voor de mensen die zorg nodig hebben als de mensen die zorg verlenen. 2: Wat is de economische impact? 3: Wat zijn de maatschappelijke gevolgen?

De gevolgen van Covid-19 zijn groot. Persoonlijk, als gemeente, in de familie of in de buurt waarin we wonen zien we dat. Er zijn lege plaatsen, omdat mensen ons ontvallen zijn. De blijvende gevolgen van het virus op je functioneren kunnen heftig zijn. Uitgestelde behandelingen kunnen lijden zwaarder maken. Zorgmedewerkers krijgen veel voor hun kiezen. De economische impact kan groot zijn als je winkel verplicht gesloten werd of je je baan kwijtraakte. Wat te denken van ouderen en jongeren die eenzaam zijn. Niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten zijn er schrijnende situaties.

Wat kunnen wij doen? Verschillende mensen ervaren een soort moeheid door al het digitale werken. De maatregelen maken het er niet eenvoudiger op om achter de nood van mensen te komen. Daarnaast is het soms moeilijk om er iets aan te doen. Laten we het ‘behapbaar’ maken en beginnen bij het gebed dat Jezus ons heeft leren bidden: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Of, zoals de NBV vertaalt: ‘Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben’.

Opmerking: Wellicht heeft u dit gedeelte kortgeleden bepreekt tijdens de behandeling van de Heidelbergse Catechismus of zal het over niet al te lange tijd aan de orde komen. Dan kunt u ervoor kiezen om de nadruk te leggen op een aspect vanuit deze schets en het thema hierop aan te passen. Bijvoorbeeld: ‘Bidden om te delen’.

Structuur

Jezus geeft dit gebed in het hart van de Bergrede, Matteüs 5-7. Uit Lucas 11 kunnen we opmaken dat Hij het gebed ook op een ander moment aan hen heeft geleerd, hoewel daar de doxologie aan het einde ontbreekt. De Bergrede wordt wel de grondwet van het Koninkrijk genoemd. In hoofdstuk 6 waarschuwt Jezus voor huichelarij in het dienen van God. Je kunt huichelen bij het geven van de liefdegave, in het gebed en tijdens het vasten. Jezus veroordeelt dit. Het gaat om de Vader Die in het verborgene ziet en niet om wat de mensen

ervan zien. Vervolgens wijst Hij ze vanaf vers 19 op het vertrouwen dat ze mogen hebben op de hemelse Vader. Ze hoeven niet bezorgd te zijn, want de Vader weet wat wij nodig hebben.

Het gebed begint met een prachtige aanhef. De heilige God als Vader mogen aanspreken geeft reden tot verwondering en vertrouwen. Hij is immers de hemelse Vader. Vervolgens zijn er drie keer drie beden die bij elkaar horen. De eerst drie beden zijn met het oog op de eer van de Vader. Wij bidden daarmee tegen onze eigen natuur in. Het gaat niet om onze naam, maar om Zijn Naam. Het gaat niet om ons imperium, maar om Zijn Koninkrijk. Het gaat niet om onze wil, maar Zijn wil. Wij bidden om gehoorzaamheid aan Zijn wil.

Na deze drie beden gericht op de Vader komen er drie beden, waarin we bidden voor onszelf. Let erop dat er in dit gebed keer op keer in het meervoud gesproken wordt. Onze Vader, ons brood, onze schulden, onze verzoeking. Wij bidden dit gebed niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen. Je zou kunnen zeggen: we includeren anderen. Het gebed sluit af met een lofprijzing.

Uitleg

Vanuit het besef van schuld voor God, zou het best logisch geweest zijn als Jezus eerst de bede om vergeving had gegeven. Toch doet Jezus dat niet. Hij laat daarmee zien dat de zorg voor onze aardse levensbehoeften er echt toe doet. De zorgzaamheid van de Vader onderstreept Jezus nadrukkelijk in het laatste gedeelte van Mattheüs 6.

Hoewel er in het Grieks moeilijkheden zijn, omdat de taalkundige afleiding van ‘epiousios’ niet duidelijk is, heeft dit geen gevolgen voor de uitleg. Bij brood gaat het om het geheel aan aardse, menselijke levensbehoeften. De bede gaat uit van het vaste vertrouwen in God, dat Hij heden (sèmeron) in voldoende mate zal geven wat een mens nodig heeft. Op de achtergrond hiervan staat het gebed van Agur uit Spreuken 30: “Geef mij geen armoede of rijkdom, voorzie mij van mijn toegewezen deel aan brood. Anders zou ik, verzadigd, U verloochenen en zeggen: ‘Wie is de HEERE?’ of anders zou ik, arm geworden, stelen, en de Naam van mijn God aantasten.” Hoewel de aarde vanwege de zondeval vervloekt is en het voedsel met moeite wordt gewonnen, leert Jezus vol vertrouwen bidden om dagelijks brood. Naast het vertrouwen in de Vader is er ook het besef van afhankelijkheid. Zoals het volk in de woestijn dagelijks manna kreeg (Exodus 16), zo mogen wij met het uitspreken van dit gebed afhankelijkheid belijden.

Lijnen naar de preek

1: Het is een gebed vol vertrouwen. Wij bidden tot de Schepper als onze Vader, dat is vertrouwelijk. Hij weet van de musjes. Hij weet ook van ons. Het is goed om de gemeente hierop te wijzen nu er veel vanzelfsprekends is weggevallen. Wij leven niet om te eten, maar eten om te leven voor Gods aangezicht. Tegenover de prestatiedruk staat het bevrijdende van Gods zegen, waar wij al biddend op mogen vertrouwen. Romeinen 8 vers 32: ‘Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?’ Dat geldt ook in coronatijd.

2: Het is ook een gebed in afhankelijkheid. Eén virus legt het leven voor een groot deel stil. Het heeft impact op onze gezondheid, de zorg, de economie en de maatschappij. Wij zijn diep afhankelijk. Het is goed om dit besef van afhankelijkheid de gemeente voor te houden. Dat geldt ook als de kasten nog vol zitten met eten en we niet de afhankelijkheid van het manna in de woestijn ervaren. Zoals ouders hun kinderen leren dat ze niet zomaar een koekje mogen pakken, omdat ze er recht op hebben, zo wil God ook dat wij niet zomaar pakken, omdat we er recht op hebben. We pakken het niet, maar we krijgen het van Onze Vader. Het is goed om te beseffen dat Mozes het volk Israël erop wijst dat ze de HEERE niet moeten vergeten als ze

het beloofde land gaan bewonen (Deuteronomium 6 en 8). Daar moeten wij ook op gewezen worden.

We bidden niet om graan of meel, maar om brood. Daar zit het hele arbeidsproces bij in. Brood staat symbool voor de eerste levensbehoeften. Dat gaat ook over woonruimte, inkomen, kleding en ga zo maar door.

3: Het is daarnaast ook een gebed, waarin dankbaarheid mag doorklinken. Naast aandacht voor de gevolgen voor de gezondheid en angst voor de economische en sociale gevolgen is het goed om hier de vinger bij te leggen, want de meesten bidden dit gebed niet met een huis zonder eten. Er is brood en vaak veel meer dan dat. Er is overvloed. Misschien is er veel weggevallen, maar onze Vader blijft trouw. Hij wil ons het dagelijkse brood geven. In deze tijd kan het gevaar zijn dat we teveel kijken naar wat we niet meer hebben, terwijl er nog zoveel is om voor te danken. Als we droog brood als basis nemen, dan is het beleg al extra. Tegenover de consumptiedruk staat de dankbaarheid. In ons gebed erkennen we Hem nadrukkelijk als de Gever.

4: Het is vervolgens een gebed om te delen. Wij krijgen zoveel, daarvan mogen we doorgeven aan onze medemens die het nodig heeft. Jezus waarschuwt in dit hoofdstuk voor huichelarij. Ook in het Oude Testament waarschuwt God voor schijnvroomheid en zegt over het vasten dat Hij verkiest in Jesaja 58 vers 7a: ‘Is het niet dit, dat u uw brood deelt met wie honger lijdt?’ Als leden van het lichaam van Christus, past het niet om te bidden om de dagelijkse behoeften en onze broeder of zuster, onze naaste dichtbij en ver weg te laten verhongeren. Door de coronamaatregelen is er veel meer gespaard in 2020 in verhouding tot de jaren daarvoor. Dat brengt ons bij de vraag: waar zoeken we onze zekerheden? Wie dit gebed bidt, zal het bidden vanuit de eerste drie beden van het Onze Vader. Het brood dat we krijgen mag ten dienste zijn aan de eer van God. Ezechiël 18 vers 7 en 16 vertelt dat de rechtvaardige de hongerige zijn brood geeft. In Mattheüs 25 lezen we van de rechtvaardigen die de minste die honger had te eten heeft gegeven. In de minste geven ze het aan Jezus Zelf.

Tijdens deze biddag mogen we delen en leren we delen. We mogen delen door te geven aan onze naaste, zowel financieel als materieel. Hoe staat het ervoor met de diaconale collecte in uw gemeente? Heeft u er zicht op of de voedselbank in uw omgeving voldoende middelen heeft? We mogen leren om te geven. Soms moeten onze ogen en ons hart opengaan voor de nood van onze naaste. Een bord eten of een luisterend oor voor een buurman of buurvrouw kan van grote betekenis zijn.

Lijnen naar Jezus: Jezus heeft gegeten en gedronken. Hij was geen asceet en nam ook wijn en meer dan alleen brood. Hij deed mee met de feestmaaltijden en droeg een kostbare mantel. Dat leert ons om niet krampachtig zekerheid te zoeken in de aardse dingen, maar ook om niet krampachtig afstand te nemen van alle luxe. Wanneer er sprake is van gebrek mogen we weten dat Hij honger geleden heeft. Denk aan de verzoeking in de woestijn. Hij was bewogen met de menigte die geen eten heeft en gaf hen te eten (Markus 8: 2). Hij noemt Zichzelf het Brood des Levens (Johannes 6: 35). Eventueel kan de lijn doorgetrokken worden naar het Heilig Avondmaal.

Liedsuggesties

Psalmen: 37, 104, 146 en 147

Liederen: berijmingen van het Onze Vader en vele andere liederen die passen bij biddag

Gebruikte literatuur

Commentaren: HTKNT (Gnilka), Das Matthäusevangelium 1-13; KZNT (Strack-BillerBeck), Das Evangelium nach Matthäus 1; POT (Nielsen), Het Evangelie naar Mattheüs 1; WBC (Hagner), Matthew 1-13.

Meditatief: Diversen, waaronder: Bidden zoals Jezus (Klaassen); diverse catechismusverklaringen, waaronder: Goed gelovig (Batenburg).

< Terug