< Terug

Preekschets bij Psalm 67 – biddag voor gewas en arbeid

Dat de volken U loven
Psalm 67:4a en 6a

Uitleg

Inleiding

Psalm 67 is een danklied en past in de rij van Psalm 65-68. Er is geen auteur bekend of datering mogelijk. Van oorsprong is het waarschijnlijk een oogstlied. Het kan ook gezien worden als een lied dat juist gericht is op de toekomst. Een geslaagde oogst geeft reden tot dankbaarheid, maar het biedt geen enkele garantie voor de toekomst. Dat vraagt dus direct om een vervolg. Het gebed om zegen blijft van kracht.

Maar deze Psalm is niet in de eerste plaats een lied dat gericht is op een overvloedige oogst. Het is een lied dat gericht is op de eer van God. Het doel is dat de naam van de Here groot wordt op aarde. Zelfs de oogst wordt in dat verband genoemd: dat de volken U loven – dat is het doel.

Structuur

De Psalm is kort en logisch van opbouw.

A vs. 2+3 gebed om zegen en dat die leidt tot wereldwijde erkenning van de Here

B vs. 4 refrein: dat de volken U loven

C vs. 5 Gods heerschappij in rechtvaardigheid is de basis van het verlangen naar de Here

B’ vs. 6 refrein: dat de volken U loven

A’ vs. 7+8 gebed om zegen en dat die leidt tot wereldwijde erkenning van de Here

Kernwoorden

Genade – chnn – genade van God, de toewending van God naar de mens waarin al het goede van God de mensen toevalt.

Zegen – brch – de zegen van het verbondsvolk – hier ligt de nadruk op vruchtbaarheid, de groei van de oogst. Maar de zegen heeft een verdere implicatie – die zegen voor Israël mag leiden tot geloof bij de volken dat zij ook onder de zegen van de Here komen.

Kennen – jd’ – het weten, beseffen – het uiteindelijke doel van de zegen is dat de volken God kennen, erkennen, weten wie Hij is – niet alleen met het hoofd, maar met het hart. Dat zij komen tot het volgen van de Here.

Oordelen – sjpt – gaat erom dat orde in de samenleving wordt hersteld. De Here komt om te heersen en recht te brengen op aarde, juist in de ongerechtigheid van de mensen. Aan de ene kant betekent dat oordeel – wat kwaad is, zal verdwijnen. Aan de andere kant is het juist een troost. De mens lijdt juist vaak aan onrecht, de Here brengt en herstelt het recht.

Detailexegese

De Psalm begint met een gebed om de zegen van de Here. In deze verzen zit een zinspeling op de priesterzegen, Numeri 6:25. Deze zegen wordt hier naar het lijkt liturgisch verwerkt en universeel toegepast (net als in Psalm 4:7). De zegen van God wordt op het volk gelegd. God die zich naar de mens keert en zo zichtbaar wordt: hier voor de volken. Zo krijgt de priesterzegen een nieuwe toepassing in een gebed voor de wereldwijde aanvaarding van de zegen.

Inhoudelijk gaat het dan om genade (vergeving, ontferming, vs. 2). Maar het gaat verder dan dat. Ook vruchtbaarheid, voorspoed komen naar voren (vs. 7). Het doel is dat God nabij blijkt. Niet alleen voor Israël, maar voor de hele wereld. Laat het zo zijn, dat heel het leven van alle volken op aarde in het licht van Gods genadige aanwezigheid komt te staan.

Gods zegen is onlosmakelijk met Israël verbonden. In het leven van Israël wordt Gods werk op aarde zichtbaar. Het gaat daarbij maar heel zijdelings over de oogst in deze Psalm. Die oogst is slechts een vingerwijzing waardoor de volken op God gewezen zouden kunnen worden. Hier loopt duidelijk een lijn naar Genesis 12:1-4: in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. Het gaat daarbij om grote zaken – niet in de eerste plaats om de oogst. Het gaat om Gods redden, richten en leiden, vs. 5. Israël mag daar iets van zichtbaar maken in deze wereld. Dat wat Israël ontvangt, heeft en kan, moet zicht geven op de God van Israël.

Opvallend is dat de nadruk dus niet op de oogst ligt. De volken komen werkelijk in zicht als over een rechtvaardig oordeel wordt gesproken. De volken leren de Here niet kennen als vruchtbaarheidsgod, maar als de Here, de God van hemel en aarde, de God van recht en gerechtigheid. Dat is waar mensen naar verlangen en dat is waar de Here voor staat. Zijn oordeel is rechtvaardig. Hij wil de weg wijzen in deze wereld, besturen en recht brengen.

Zo komen aan het einde van de Psalm het motief van de volken die tot de Here komen en het motief van de opbrengst, de overvloedige oogst bij elkaar. En dan zien we ook iets van de heilstijd – een vooruitblik op overvloed en de zegen van God die gaat tot het einde van de aarde. Vers 7 en 8 duiden de zegen van de Here zo dat het nationale karakter een eschatologisch perspectief krijgt door de verbreiding van het thema: het komen en loven van de volken. Dat het een verlangen mag zijn van Israël om in die zegen van de Here die komt, een rol te spelen.

In Christus wordt Psalm 67 waar. De opdracht in deze Psalm is te breken met alle nauwe begrenzing van het heil. Zegen wordt niet aan Israël gegeven om voor zich te houden. Het wordt gegeven met het oog op de volken. In Christus wordt het werkelijk waar: de genade en zegen van God komen op deze aarde en worden in Israël zichtbaar voor de hele wereld en alle volken. De aanwezigheid van de Here op de aarde – het is werkelijk te zien in Christus die zegen en genade is.

Lijnen naar de preek

Biddag voor gewas en arbeid. Vanuit Psalm 67 een biddag om de zegen van de Here. Zegen over het leven die blijkt in de genade en aanwezigheid van de Here (vs. 2). Zegen over de oogst dat die overvloedig mag zijn (vs. 7). De zegen van God maakt voor de mens zichtbaar dat Hij er is. We ervaren zijn aanwezigheid en zijn werk. Maar die zegen is er niet alleen voor ons eigen leven – God wil door zijn zegen veel meer werken.

Bijbels gezien is de zegen de genadige toewending van God. Dat Hij aanwezig blijkt en zijn licht over ons levenspad schijnt (cf. Numeri 6:24-26). Die zegen is er echter nooit met het oog op de mens en zijn leven alleen. Die zegen is er met het oog op de heerlijkheid van God. Die wordt zichtbaar in de zegen en die mag mensen ook de weg naar de Here wijzen (cf. Genesis 12:1-4). Werkelijke blijdschap om wat God ons geeft, kan bijna niet anders dan een missionaire inslag geven. Door in alles wat we hebben en zijn op God te wijzen.

Zo mogen we bidden zegen te ontvangen – met het oog op deze wereld waarin zoveel mensen leven die we het toewensen dat ze de aanwezigheid van God mogen ervaren. In een wereld waarin zoveel mensen snakken naar recht en gerechtigheid is de boodschap dat de Here rechtvaardig zal oordelen een heerlijke boodschap (vs. 5). Als we in Psalm 67 leren dat de volken de Here leren kennen door de zegen van Israël, dan brengt dat

ook een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Als we met Israël bidden om de zegen over ons leven, dan wordt daarin dus iets van ons verwacht. Alles waar God ons mee zegent, is een middel in zijn hand en dient tot de eer van God. Ons geld, onze tijd, onze gaven en talenten: dat ze naar God mogen verwijzen en dat we ernaar zoeken om God zichtbaar te maken in ons leven. Juist in ons oog voor de naaste, in het omzien naar het zwakke en onaanzienlijke. Dat alle zegen van God dienstbaar mag zijn aan het grote doel: dat de volken U loven.

De genade en zegen van God zijn zichtbaar geworden in Christus. Zo mogen alle volken delen in dat heil van God. En zo mogen ook alle volken een bron van zegen worden. Door dat wat we van God ontvangen niet voor onszelf te houden, maar het door te geven. Dat geldt voor ons bezit (oogst, opbrengst, inkomen). Maar dat geldt ook voor onze talenten. Het geldt net zo goed voor onze tijd en aandacht.

We worden opgeroepen alle zegen die we ontvangen dienstbaar te maken aan het verlangen van de dichter van Psalm 67 dat het verlangen van de Here is: dat de volken U loven; dat alle volken U loven.

Liedsuggesties

  • Psalmen: 65, 66, 67, 107 en andere dankliederen

  • Gezangen: 350, 351

  • Sela: Gebed om zegen (Opw. 710)

Gebruikte literatuur

Commentaren:
BKAT (Kraus), Psalmen 64-150;
Interpretation (Mays), Psalms;
SBOT, Psalmen I (Paul, red.);
POT (van Uchelen), Psalmen deel II.

Meditatief:
Goldingay, Psalmen voor iedereen 1;
Keller, Psalmendagboek.

< Terug