< Terug

Preekschets bij Romeinen 1:3-4

‘Advent met Paulus’, voor een van de zondagen van advent

Het eigene van de zondag

Kan dat wel: ‘Advent met Paulus’? Als we advent nemen als een voorbereidingstijd voor het kerstfeest, gedachtenis van de geboorte van Jezus, dan gaat dat amper of misschien helemaal niet. In de brieven van Paulus speelt Jezus als historische figuur vrijwel geen rol. Laat staan dat de apostel van de heidenen interesse zou hebben gehad voor geboorteverhalen. In ieder geval deelt hij daarover niets met zijn gehoor. Van verwachting is overigens volop sprake bij Paulus, en hoe! Bij hem is ondubbelzinnig sprake van een ongecompliceerde Naherwartung. Vergelijk het eindtijdelijke scenario in misschien wel het allereerste geschrift van het Nieuwe Testament: 1 Tessalonicenzen 4:13-18. Ook in latere brieven van Paulus is sprake van acute verwachting van de adventus, de komst van Jezus, de verrezene.

Kortom: waarom niet eens afgeweken van de bekende series lezingen uit Matteüs of Lucas? Waarom niet eens een epistellezing uit het Corpus Paulinum als centrale tekst genomen?

Deze preekschets krijgt daarmee enigszins het karakter van een gedachtenexperiment. Stel je eens voor dat de evangeliën van Matteüs en Lucas verloren waren gegaan. Dat is beslist niet ondenkbaar. Dat we alleen die van Marcus en Johannes hadden gehad. Beide evangeliën zetten direct in met het publieke optreden van Jezus. Was er dan ooit zoiets ontstaan als een viering van de geboorte van Jezus? Waarschijnlijk was dan ook in de Westerse kerk niet Kerst maar Epifanie een centraal feest geworden, met de doop van Jezus als het middelpunt. Stel dat er vanuit volksvroomheid dan toch iets als een geboortefeest was ontstaan. Dan had het begin van de Romeinenbrief daarin een logische plek kunnen krijgen, net zo vanzelfsprekend als de lezing van Lucas 2:1-20 in de viering van de kerstnacht nu.

Exegese: Jezus bij Paulus

Uitgedaagd door de gedachte van ‘Advent met Paulus’ kwam het denkbeeld op iets te doen met de ‘dubbele Jezus’ uit een deel van de aanhef (het exordium) van de Romeinenbrief.

In vers 3 en 4 is eerst sprake van de Zoon als ‘mens voortgekomen uit het nageslacht van David’, en vervolgens van de Zoon ‘met macht bekleed door de heilige Geest, toen Hij opstond uit de dood’ (NBV21).

Paulus gebruikt hier een christologie in twee etappes, zeg maar van ‘laag en hoog’. Elders varieert hij daar ook op.

Er wordt verschillend gedacht over de vraag wat precies het doel is van de brief aan de Romeinen, gericht tot een hem nog onbekende gemeente, maar uit hoofdstuk 9-11 is wel duidelijk dat in deze brief de plek van Israël centraal staat.

Dat is dan ook van invloed op de unieke manier waarop Paulus in Romeinen 1:3-4 spreekt: in de brieven waarvan zijn auteurschap onomstreden is, is dit de enige plek waar hij spreekt over een Davidische afkomst van Jezus.

Voor Jewett is dat een signaal voor wat hij in zijn commentaar als een rode draad in deze brief ziet, namelijk dat Paulus steeds zou wisselen tussen zinnen bedoeld voor joden en zinnen bedoeld voor de gojim. Dat leidt echter soms tot geforceerde uitleg, ook al meteen bij de onderhavige passage.

Wolter verwoordt het nuchterder: het gaat er niet om dat eerst de betekenis voor de joden en dan voor de heidenen gegeven wordt. Wel is het ‘onze Heer’ in vers 4 uitdrukkelijk collectief, voor iedereen, bedoeld. De belijdenis van het kyrios-zijn van Jezus is verworteld in de geschiedenis van Israël, is daarvan niet los te maken. Daarmee loopt de passage inderdaad vooruit op wat door velen als het hoogtepunt en eigenlijke programma van de brief aan de Romeinen wordt gezien: de hoofdstukken 9-11.

Voor een preek in de advent is het genoeg om te zeggen dat in Romeinen 1:3 het hele complex van messiaans-koninklijke verwachtingen meekomt en dat deze Davidische Jezus tot goed nieuws voor de hele wereld is geworden – ja, hij mag Kyrios worden genoemd (1:4)! Daarin wordt de Godsnaam uit het Eerste Testament meegenomen. Wellicht is hier al een impliciete kritiek op de vergoddelijking van de keizers te vinden?

Bij het thema ‘Advent met Paulus’ hoort dat we nog wat verder graven in het Corpus Paulinum. Zegt Galaten 4:4 misschien nog iets meer? Daar gaat het over de ‘Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet’. De frase ‘geboren uit een vrouw’ is niet noodzakelijkerwijs een verwijzing naar een specifiek geboorteverhaal. Uit teksten als Job 14:1 en Matteüs 11:11 blijkt dat het een algemene formule is die erover gaat dat we zonder uitzondering zo ter wereld komen. Het gaat om een puur biologisch feit. Paulus laat er parallel nog iets op volgen. Na ‘genomenon ek gynaikos’ staat er ‘genomenon hypo nomon’.In de polemiek van de Galatenbrief benadrukt Paulus zo dat Jezus geheel onze menselijke conditie gedeeld heeft, namelijk van slaaf zijn onder de wet (cf. Galaten 3:23-25). Als mens heeft Christus gedeeld in al het negatieve dat bij ons mens-zijn hoort.

We kunnen ook kort verwijzen naar de beroemde passage uit Filippenzen 2:6-9. Hier is overduidelijk ook sprake van een schema laag – hoog. Het eerste wordt verwoord in het aannemen van de gestalte van een dienaar/slaaf, de weg van vernedering tot aan de dood van het kruis. Het tweede wordt verwoord in ‘hoog verheven’ worden door God en de naam van Kyrios krijgen – cf. Romeinen 1:4.

Het is een kwestie van onophoudelijk debat in hoeverre Paulus wel of niet kennis had van verhalen over Jezus.. In dat verband speelt 2 Korintiërs 5:16 een rol. Daar staat de frase ‘… al hebben wij Christus naar het vlees gekend’. Zo de letterlijke vertaling in de NBG-1951. Vanuit die vertaling wordt soms verdedigd dat we hier een toespeling vinden op een moment dat de jonge Paulus daadwerkelijk Jezus ontmoet zou hebben. Volgens Handelingen 7:58 is Saulus getuige geweest van de steniging van Stefanus. Reeds eerder zou hij mogelijk in Jeruzalem getuige zijn geweest van het proces tegen Jezus en diens dood. Terloops zou Paulus daar dan op deze plek naar verwijzen.

Een andere vertaaltraditie is te vinden in o.a. de NBV. Daar wordt de combinatie ‘ginooskein kata sarka’ weergegeven als ‘beoordelen volgens de maatstaven van deze wereld’. Elke toespeling op een daadwerkelijke ontmoeting van Paulus met Jezus in Jeruzalem is dan verdwenen. Dat lijkt mij terecht, want waarom zou Paulus hier dan niet vaker naar verwezen hebben? Hij had zijn boodschap van het kruis dan kunnen aanvullen met persoonlijke beelden. Een gelegenheid die de retorisch sensitieve Paulus zeker niet had laten liggen!

Mogelijkheden voor verkondiging

Velen, binnen en buiten de kerk, hebben grote moeite zich iets concreets voor te stellen bij het woord ‘God’. Voor een groot deel zit dat al ingebakken in onze traditie die ook weet heeft van de verborgenheid van God. Ook zijn al onze beelden slechts ‘bij wijze van spreken’. Dat alles gezegd zijnde, mag verkondiging op zondagmorgen echt iets meer melden dan slechts een vaag gevoel dat er ‘iets meer is’. Het gaat over werkelijk licht, echte vrede, waarlijk mens worden, echte gerechtigheid en noem maar op. Daarbij hebben we het beeld voor ogen van een mens onder ons die door Paulus ook ‘ikoon van God, de onzichtbare’ wordt genoemd (Kolossenzen 1:15).

De tijd van advent nodigt ons uit om in gelovig verwachten een concreet beeld van een mens centraal te stellen. Ook of zelfs bij Paulus vinden we enkele concrete beelden over Jezus (naast o.a. de passage over de instelling van het Avondmaal): hij is een mens als wij (Galaten 4); is van Davidische afkomst (Romeinen 1); is dienaar of slaaf geworden (Filippenzen 2).

In die drie passages kiest Paulus steeds een beeld dat hoort bij de retorische situatie van de brief: In Romeinen gaat het over het samengaan van joden en heidenen; in Galaten is Jezus geboren geweest ‘onder de wet’; in Filippenzen worden de gemeenteleden aangespoord om elkaar te dienen zoals Jezus dienaar is geweest.

In Romeinen 1: 3-4 zoekt Paulus bewust naar een formulering die de gehele gemeente aan kan spreken. Dat zouden wij ook graag willen: iedereen aan kunnen spreken. Naar welk beeld kunnen wij zoeken voor onze gemeenten waar inmiddels verhitte discussies plaatsvinden tussen gevaccineerden en ongevaccineerden? In Jezus is toch zeker heil van God aanwezig voor allen?

In de meeste brieven van Paulus volgt na een gedeelte over de leer een gedeelte met toepassing voor het leven. Hoe zou dat dan in onze dagen van Covid-19 uit kunnen pakken? Wat verwachten wij in de tijd van advent van de komst van Jezus onder ons? Zo eindigt deze schets met meer vragen dan antwoorden.

Liturgiesuggestie

Als Oudtestamentische tekst kan goed dienen de belofte uit 2 Samuël 7:12-16.

Ideeën voor kinderen (en/of tieners)

Je zou een gesprek aan kunnen gaan met de volgende stappen:

  • Waar denken we aan bij het kerstfeest?
  • Inzoomend op de pasgeboren Jezus: Waarom vieren we zijn geboorte elk jaar opnieuw?
  • Wat weten we nog meer over hem? Inventariseren welke beelden dat oproept. Welke verhalen kennen ze al?
  • Afhankelijk van de leeftijd van de kinderen/jongeren: Kunnen we God zien? Nee, dat gaat niet. Maar in de kerk zeggen we dan tegen elkaar: kijk naar Jezus, hij wijst je Gods spoor in onze wereld.

Geraadpleegde bronnen

  • Barclay, J.M.G., ‘Jesus and Paul’. In: G.F. Hawthorne e.a. (Eds.), Dictionary of Paul and his Letters. Downers Grove, Il.: InterVarsity Press 1993, pp. 492-503.
  • Boer, M.C. de, Galatians, a Commentary. [The New Testament Library] 2011.
  • Jewett, R, Romans. A Commentary [Hermeneia] Minneapolis, Fortress Press 2007.
  • Wolter, M., Der Brief an die Römer (Teilband 1: Röm 1-8). [E.K.K.] Neukirchen – Vluyn: Neukirchener 2014.

Credit bij uitgelichte afbeelding

De apostel Paulus met zwaard en boek. Hij staat tussen ruïnes van een Romeinse tempel. Op de achtergrond links de stad Rome (Rijksmuseum, Richard Collin/Erasmus Quellinus).

apostel Paulus (Rijksmuseum, Richard Collin/Erasmus Quellinus)

< Terug