< Terug

Preekschets Genesis 32:29 – 30e zondag door het jaar

30e zondag door het jaar

Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël

Genesis 32:29
Schriftlezingen: Genesis 32:23-33 en Efeziërs 4:17-24
Thema: Van Jakob naar Israël groeien

Zie ook: een extra kindermoment bij deze preekschets

Uitleg

Perspectief binnen de lezing

De schriftlezing van Genesis 32:23-33 beschrijft een cruciaal moment in het leven van Jakob. Jakob staat op het punt Ezau, zijn oudere tweelingbroer, te ontmoeten. De broer die hij bedrogen heeft en waar hij nog grote angst voor heeft. De reden ook dat hij gevlucht is en een leven in het buitenland heeft opgebouwd onder de hoede van oom Laban. God heeft Jakob duidelijk gemaakt dat hij terug moet gaan naar Kanaän. En dan hoort Jakob dat zijn broer er aankomt. De angst overvalt hem. Jakob probeert zijn broer te paaien met allerlei cadeaus. Maar de angst blijft. Dan komt hij tot een worsteling in het duister met een man. Het blijkt God zelf te zijn waar Jakob mee worstelt. Daarom noemt Jakob de plaats Peniël wat letterlijk betekent: aangezicht van God. Jakob krijgt een nieuwe naam: Israël. Dat betekent: met God gestreden. Of zoals het ook vertaald kan worden: God strijdt voor je. Deze worsteling van Jakob met God heeft hem veranderd. Hij durft nu op Ezau af te stappen. Hij overwint zijn angst en staat anders in het leven.

Perspectief van de schrijver

De schrijver van het boek Genesis geeft aan dat deze gebeurtenis in het leven van Jakob belangrijk is. Na deze gebeurtenis wordt er wisselend over Jakob en Israël gesproken. Daarmee geeft de schrijver aan dat deze twee identiteiten ook na de ontmoeting met God nog steeds door elkaar heen spelen. Het is niet een totale verandering, maar een geleidelijke verandering. Daarbij is het opvallend dat als de schrijver Jakob gebruikt er vaak iets sombers of negatiefs is. En bij Israël een meer gelovig perspectief. (Voorbeelden: Genesis 45:25-28, Genesis 47:8,9 in vergelijking met Genesis 47:28-48:22) Uiteindelijk eindigt het leven van Jakob wel als een Israël die zijn kinderen de zegen geeft. De identiteit van Jakob wordt steeds meer gekleurd door de identiteit van Israël.

Perspectief van de hoorder. Het verhaal van de worsteling van Jakob bij de Jabbok is een veelal bekend verhaal. Het roept ook vragen op. Met wie worstelde Jakob nu? En hoe kan het dat hij zegt dat hij met God worstelde? En wat betekent deze worsteling voor mijn leven? Wat heeft deze worsteling met mijn leven te maken vandaag?

Exegese gericht op de preekschets

Exegetisch is het belangrijk om erbij stil te staan dat de naam in de Bijbel vertelt wie iemand is. Het gaat over identiteit. De naam van Jakob betekent: vasthouder ( de hiel vasthouden). Die naam kreeg hij toen hij geboren werd en de hiel van Ezau vasthield (Genesis 25:26). Deze naam heeft ook een overdrachtelijke betekenis. Namelijk iemand die je beetneemt (Genesis 27:36). Overdrachtelijk zou je Jakob ook een controlefreak kunnen noemen. Iemand die alles wil regelen vanuit eigen inzicht en eigen kracht. Deze Jakob is wel een gelovig iemand. De zegen van God is belangrijk voor hem. En uit alles blijkt dat God met hem is. Isaäk zegent hem later toch nog (Genesis 28:1-5) en geeft daarmee aan dat hij eigenlijk blind was voor Gods bedoeling (niet alleen letterlijk blind dus). Jakob wordt ook bemoedigd door een visioen waarin God hem bemoedigt (Genesis 28:10-22). Jakob is de typeren als een gelovige die nog uit eigen kracht en gedachten leeft. Of om het met 1 kor 3 te zeggen: Jakob leeft nog als iemand van de wereld, als een onveranderd mens. Daarin ligt ook de link naar de gemeente vandaag. Je kunt gelovig zijn zonder dat je veranderd bent. Je kunt je geestelijk onvolwassen gedragen (1 kor 3:1-5). Daarom wil God onze geest en ons denken continu vernieuwen (Ef 4:23). Jakobs leven laat op een prachtige manier zien hoe God dat vernieuwingsproces in ons leven vormgeeft. Enerzijds geeft Hij zijn belofte van trouw en bijstand (Gen 28:10-22), anderzijds confronteert de Heer Jakob en ook ons met onze fouten (denk aan bedrog door Laban, wat een confrontatie was met zijn eigen bedrog). En God stuurt Jakob terug om ook zijn angst voor Ezau onder ogen te zien en schoon schip te maken met het verleden.

Deze opvoedkunde van God gaat door merg en been. Het raakt ons totale bestaan. Het verandert ons zelf en maakt dat wij vanuit een nieuwe identiteit gaan leven. In dit opvoedingsproces van de HEER is Genesis 32:24-33 te plaatsen. Deze worsteling van Jakob met God zou als een doorbraak in zijn geestelijk leven benoemd kunnen worden. Met het ontvangen van een nieuwe naam krijgt hij een nieuwe identiteit. Israël betekent: “strijder met God” of “hij heeft met God gestreden”. Jakob, “de vasthouder”, ontvangt deze naam op het moment dat hij de engel vasthoudt en die niet wil laten gaan tenzij hij gezegend wordt.

Exegetisch is de vraag te stellen wie die man/engel nu was waarmee Jakob vocht? In Hosea 12:4,5 wordt gesproken over de worsteling van Jakob met God en met de engel. Daarom wordt wel gedacht aan de engel van de HEER. Een openbaring van God in het Oude Testament die later ook wel de engel van het verbond genoemd wordt (Maleachi 3:1), die zal komen. Waarvan de vervulling plaats vindt in Jezus Christus die onder ons getabernakeld heeft (Joh 1:14) in wie God ten volle geopenbaard is.

Het mank gaan van Jakob na het gevecht kan uitgelegd worden als het breken van zijn natuurlijke kracht en vermogens. Opdat hij meer uit vertrouwen gaat leven.

Aanwijzingen voor de prediking

Bij aanvang van de preek kan er direct een lijn getrokken worden van Jakob naar ons. Zoals hij van een Jakob in een Israël verandert, zo wil de HERE God dat ook bij ons doen. Zijn strijd is ook onze strijd.

De schildering van Jakob. Uitleg van zijn naam en de combinatie met iemand die gelovig is. Dat kan dus blijkbaar: gelovig zijn en bedriegen. Gelovig zijn en uit eigen kracht en gedachten leven. Leg een link met 1 Kor 3:1-4 waar Paulus spreekt over gelovigen die nog leven zoals de wereld leeft, onveranderd. Zo kunnen mensen in de kerk zitten die wel geloven, maar waarbij de impact op hun leven minimaal is. Je zou Jakob kunnen typeren als een traditioneel gelovig iemand die zijn streken heeft behouden. God wil echter niet alleen dat wij in Hem geloven en openstaan voor zijn zegen. Hij wil ons ook transformeren tot andere mensen. Mensen die niet de zegen proberen te regelen, maar die van Hem gelovig ontvangen en ook uitdelen. God wil ons veranderen van een controlefreak in iemand die in vertrouwen leeft. Dat is de leerschool van de Heer waarin wij allemaal zitten (zie bovenstaande). Er kunnen voorbeelden genoemd worden hoe God ons vandaag opvoedt door dromen, visioenen, bijbelgedeeltes. Maar ook door confrontatie met ons eigen gedrag. En door worsteling met God door confrontatie met onze angsten, onzekerheden, ziekten. Je kunt als mens stilgezet worden. Door ziekte, overspannenheid, angsten, minderwaardigheidsgevoelens, depressies. Dat is een crisis in je leven. En dat heeft altijd tot gevolg dat je door een geloofscrisis gaat. Je worstelt met God in gebed en je vraagt je af: wie ben ik, wat wil ik en waar gaat mijn leven naar toe, hoe wil ik verder leven? Door de worsteling heen moeten we leren om de HERE aan te grijpen en ons houvast in hem te zoeken. Dat verandert ons als mens. Dan krijg je moed en lef. Zoals Jakob (of misschien beter: Israël) moed krijgt om zijn broer Ezau te ontmoeten. Deze worsteling blijft op een bepaalde manier plaatsvinden. Dat blijkt uit de afwisseling van Jakob en Israël na deze gebeurtenis van Gen 32. De oude mens blijft opspelen, maar Israël krijgt steeds meer de overhand. Daar sluit Genesis 49 mee af.

Ten slotte

God blijft de God van Jakob genoemd worden. Dat betekent: God accepteert je zoals je bent met al je controlefreak dingen en soms leugenachtig gedrag. God accepteert je als zondig mens. Maar Hij houdt te veel van je om je te laten zoals je bent. Daarom wil Hij een Israël van je maken.

Ideeën voor kinderen en tieners

Het voorbeeld van klei dat gevormd wordt door de pottenbakker tot een mooie vaas. De klei is nog niet af, maar in de hand van de pottenbakker wordt het mooi. Zo wil God jou en mij vormen. De vraag is: wil ik mij laten vormen? Klei die je laat liggen, wordt heel hard. Zo kunnen wij ons ook verharden als wij ons niet geven in die hand van de pottenbakker. Gevormd worden vraagt ook overgave om gevormd te willen worden. Liedsuggestie: ‘Zoals klei in de hand van de pottenbakker’.

Zie ook het extra kindermoment bij deze schets.

Liturgische aanwijzingen

Als wetslezing is Deuteronomium 6:4-9 heel geschikt. Daar gaat het namelijk over het gebod tot liefde voor God. De ouders moeten de kinderen leren wat dat betekent. Zij moeten hun kinderen opvoeden daarin en hen vormen. En door het binden op het voorhoofd, arm en deurpost word je zelf ook gevormd. Een mooie opstap naar het verhaal van de pottenbakker voor de kinderen en het verhaal van de vorming van Jakob naar Israël.

Enkele liederen Psalm 146:1,3 en LB 437

Geraadpleegd (zie noten)

  • Exegetica, B. J. Oosterhoff, Israëlitische persoonsnamen, 12 en 56

  • H. Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek – deel 2, 341 en 342

< Terug