< Terug

Preekschets Habakuk 3:16-19 Dankdag

Ik hoorde dit alles en ik beefde vanbinnen, ik vernam het en mijn lippen trilden. Mijn botten werden aangevreten, ik stond te trillen op mijn benen, wachtend op de dag van het onheil, de dag dat u optrekt tegen het volk dat ons aanviel. Al zal de vijgenboom niet bloeien, al zal de wijnstok niets voortbrengen, al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen, al zal er geen koren op de akkers staan, al zal er geen schaap meer in de kooien zijn en geen rund meer binnen de omheining –toch zal ik juichen voor de HEER, jubelen voor de God die mij redt. God, de HEER, is mijn kracht, hij maakt mijn voeten snel als hinden, hij laat mij over mijn bergen gaan.

Kernvers: Habakuk 3:16-19

Schriftlezing: Habakuk 3

Thema: Dankdag in coronatijd

Zie ook

Dossier dankdag

Liturgisch kader

Begin november is in het landbouwbedrijf het binnenhalen van de oogst grotendeels afgerond. Een moment om God hiervoor te danken. We beperken dit niet tot de landbouw, maar bidden voor gewas en arbeid.
De coronatijd geeft een eigen kleur aan deze dankdag. Denk aan afwijkende werkomstandigheden, aan ziekte, die het moeilijk maakte om te werken en aan economische schade in de landbouw en andere sectoren. Deze eigen kleur van dankdag 2020 wordt nog versterkt doordat november de maand is waarin de overledenen herdacht worden, ook zij die overleden aan corona en over wie eerder dit jaar niet samen gerouwd kon worden.
De leegte die het coronavirus liet voelen in straten, op werkplekken en in heel de samenleving (NLB 1003) roept associaties op aan Habakuk 3:16-19, een tekst waarover vaak gepreekt is op dankdag en veel materiaal te vinden is, ook op Preekwijzer.nl. Deze preekschets spitst zich toe op het preken over deze tekst op dankdag in coronatijd.
Wie Habakuk 3 wil zingen kan terecht bij NLB 156, NLB 910:1,4 (=LB 448). De berijming ‘Al zou de vijgenboom niet bloeien’ (te vinden in EvLB, Gereformeerd Kerkboek (2006) en OtH) kan het lied gemakkelijk oppervlakkig laten klinken.

Uitleg

Gemakkelijk krijgt een preek over ‘toch zal ik juichen’ de toon van de imperatief: God draagt je op om ondanks alle corona-ellende hem te danken en te prijzen. Het boek Habakuk wil de lezer meenemen in de lofprijzing. Niet dwingen maar meenemen. De persoonlijke reactie van de profeet wordt een lied in de liturgie (vers 19: ‘Voor de koorleider. Bij snarenspel’). Om de gemeente in coronatijd mee te nemen in Habakuks gebed helpt het de tijd van de profeet te laten spreken.

Habakuk is een tijdgenoot van de veel bekendere Daniël, over wie de afgelopen maanden in veel kerken gelezen is. Terwijl Daniël in de dagen van Jojakim als een van de eersten losgerukt wordt van het vertrouwde leven in Jeruzalem, lijdt Habakuk onder het onrecht en geweld dat Jeruzalem beheerst (Jeremia 22:13-19). Op zijn klacht hierover (Habakuk 1:1-4) is Gods antwoord dat Hij door de Babylonische legers zijn straf laat voelen (1:5-11). Maar dan komt Habakuk met een nieuwe klacht (1:12-2:1). De wreedheid van de Babyloniërs is nog veel erger. God komt dan met een antwoord van eschatologische strekking: ‘Wie niet oprecht is kwijnt weg, maar de rechtvaardige zal leven door zijn trouw’ (2:4, verder uitgewerkt in hoofdstuk 2).
Hoofdstuk 3 is een gebed van de profeet dat terug lijkt te grijpen op een visioen dat hij eerder ontvangen heeft (2:2?). Het tekent Gods grootheid (vers 3-7), zijn strijd (vers 8-12) en zijn redding van zijn volk (vers 13-15).

De tekst voor de dankdagpreek (vers 16-19) is als een eenheid te lezen. Vers 17-19 wordt wel als een toevoeging uit later tijd gezien. Het omgaan met het probleem van de tegenvallende oogsten en de lege stallen zou vreemd zijn aan de thema’s van sociaal onrecht en vijandige wreedheden. Persoonlijk ben ik er niet van overtuigd dat deze verzen later zijn toegevoegd, maar ook als dit wel het geval is zijn ze toegevoegd om met vers 16 een eenheid te vormen: de reactie op Gods ingrijpen nu en in de toekomst. Vers 17 past historisch gezien goed in het verband. De val van Babylon zal voor Jeruzalem herstel brengen, maar op weg daar naartoe en ook als het herstel begonnen is moet Israël worstelen met ontberingen en onzekerheid (Ezra, Nehemia, Haggaï, Zacharia). Het slot van het boek Habakuk wil daarbij meenemen in een houding van afhankelijkheid. Daarbij is de reactie van de profeet een wonderlijke mix van schrik en vreugde. Wie uit Habakuk 3 leert hoe machtig God is (laat de beelden uit de eerste helft van het hoofdstuk eens rustig op je inwerken) en hoe teer zijn liefde voor zijn volk (vers 13) kan leren de profeet hierin te volgen.

Aanwijzingen voor de prediking

Evenals de eerste zangers van Habakuk 3 leven wij in een situatie waarin we losgerukt zijn van oude zekerheden. Wellicht is dit al in preken over Daniël, Ezra en Nehemia aan de orde gekomen. Toen ik Ontworteld van Stefan Paas en Siebrand Wierda (Zoetermeer 2011) las, met name het eerste hoofdstuk, drong het tot mij door dat wij ook in zo’n ontwortelde situatie leven. De ontworteling raakt veel aspecten van ons leven. Ook het geloof. Bij het maken van een dankdagpreek moet je daar diep van doordrongen zijn.

Verwoord de actuele situatie in werk en economie. Als je rondkijkt in je eigen gemeente: wie zijn er werkloos geworden? Welke bedrijven hebben het niet gered? Herinner je het voorjaar toen straten, kantoren en scholen zo leeg waren als de stallen in Habakuk 3:17. Hoe zwaar viel het werk niet velen, door thuiswerk of juist extra inzet op de werkplek.

Verdiep je ook in het oogstjaar 2020 (googlen). Welke gewassen gaven goede en welke slechte opbrengsten. Wat zie je er van in je eigen omgeving? Wat waren de gevolgen van de moeite om aan arbeidskrachten te komen? En van gesloten afzetmarkten?

Denk op deze dankdag ook aan de stikstof-problematiek.

Danken en juichen is niet vanzelfsprekend op deze dankdag. Bij lege stallen en lege stoelen stamel je een dankgebed. Geef aan de verlegenheid royaal de ruimte in de preek. En verwoord wat Habakuk beweegt tot zijn onverwachte loflied. Vanuit het geheel van hoofdstuk 3 en het geheel van het boek (met als kern 2:4b) kun je wijzen op Gods grootheid, zijn liefde voor zijn volk, en de hoop voor de toekomst.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Beschrijf een gesprek in een gezin dat in coronatijd probeert God te danken. Laat merken dat het moeilijk kan zijn. Noem concrete situaties. Laat merken hoe het toch kan. En spreek het dankgebed uit waar ze bij uitkomen. Laat het een eenvoudig en toegankelijk dankgebed zijn waar kinderen zich in kunnen herkennen.

Voor jongeren is de arbeid: hun school en hun baan in de supermarkt of de horeca. Sla ze niet over als je in de preek over werk spreekt. Wat was er in hun werk anders in dit coronajaar?

Geraadpleegd

Mijn belangrijkste gesprekspartner bij de exegese was A.S. van der Woude, Habakuk, Zefanja, Nijkerk 1978. Ook de inleiding.

< Terug