< Terug

Preekschets Handelingen 1:1-14

Zondag Rogate – 5e zondag na Pasen

Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed.

  • Bijbelgedeelte: Handelingen 1:1-14
  • Preektekst: Handelingen 1: 4, 5 en 14
  • Thema: Nood leert bidden

Liturgisch kader

De 5e zondag na Pasen heet Rogate: vraag! Deze aansporing om te bidden vinden we in Johannes 16:24. Jezus moedigt zijn leerlingen aan in zijn naam tot de Vader te bidden: ‘vraag het en je zult het ontvangen.’ Dit sluit aan bij Handelingen 1:14a, waar de leerlingen bij elkaar zijn en vurig en eensgezind bidden om de Heilige Geest.

Uitleg

In zijn eerste boek beschrijft Lucas, hoe de vrouwen die waren meegereisd met Jezus uit Galilea naar Jeruzalem, teruggaan naar het graf, waarin het lichaam van Jezus is gelegd. Ze zien, dat de steen die de ingang van het graf afsloot, is weggerold en dat het graf leeg is. Zij zijn de eerste getuigen van Jezus’ opstanding. Daarna gaan ze naar de elf leerlingen en die geloven hen niet. Petrus gaat naar het graf en vindt het leeg, zoals de vrouwen al hadden gezegd. Daarna, zo lezen we in Handelingen 1:3, verschijnt Jezus gedurende veertig dagen meerdere keren aan hen en draagt Hij hen op om getuigenis af te leggen van zijn dood en opstanding. Eerst in Jeruzalem en daarna in Judea, Samaria en verder tot aan de uiteinden van de aarde.

Nadat Jezus in de hemel is opgenomen, Handelingen 1:11, keren de leerlingen terug naar Jeruzalem waar ze gaan naar het bovenvertrek. Blijkbaar was dit een bekende plaats, waar ze eerder samen kwamen. Het is mogelijk, dat dit de ruimte was, waar Jezus met zijn leerlingen het avondmaal vierden voorafgaand aan zijn gevangenneming. Het woord dat in Lucas 22:12 voor deze ruimte wordt gebruikt, is echter een ander dan het woord in Handelingen 1:14. Het zou het huis van Maria, moeder van Johannes Marcus, kunnen zijn, Handelingen 12:12. In het bovenvertrek zijn behalve de leerlingen, ook de vrouwen aanwezig, waaronder de moeder van Jezus, Maria. Ook worden de broers van Jezus genoemd. Hun gedachten over Jezus, hun broer, zijn radicaal veranderd. In Marcus 3:20, 21 lezen we, dat zijn familieleden Hem willen meenemen, omdat Hij zijn verstand kwijt zou zijn.

In Jeruzalem bevinden de leerlingen, de vrouwen en de broers van Jezus zich in het hol van de leeuw, want zij zijn Galileeërs en de Jezusbeweging wordt door de religieuze leiders in Jeruzalem bestreden. Deze twee partijen staan lijnrecht tegenover elkaar. Het groepje mensen in het bovenvertrek hebben te vrezen voor vijandschap en vervolging. De situatie is gevaarlijk voor hen.

Ze blijven bij elkaar en zijn eensgezind en verwachten de komst van de Heilige Geest die door Jezus was beloofd. Wat kunnen ze doen in het bovenvertrek? Hun bewegingsvrijheid en mogelijkheden zijn minimaal. Wat ze wel kunnen doen in deze situatie is bidden. Dat doen ze dan ook, vurig en eensgezind. Als de Heilige Geest óver hen komt, dan ontvangen ze kracht en zullen ze getuigen van Jezus. Dit had Hij Zelf hen beloofd. Zie 1:8.

Aanwijzingen voor de prediking

Het gebed van deze mensen was verwachtingsvol vanwege deze belofte, dat de Heilige Geest óver hen zou komen. De opdracht waarmee Jezus hen in de wereld stuurt, is zeer ambitieus en te groots voor dit groepje mensen. Ze zullen immers getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria en tot aan de uiteinden der aarde. Deze belofte lijkt onmogelijk, want ze bevinden zich in het gevaarlijke Jeruzalem in een bovenkamer, omringd door muren, en kunnen geen kant op.

Het werkwoord ‘getuigen’ doet denken aan de wereld van de rechtspraak. In de wereld is een proces gaande over Jezus. De ene partij ziet Hem als een verleider van het volk of een populist, die de mensen bedriegt of als een goed mens en meer niet. De andere partij is de Here God Zelf, die een uitspraak doet door Jezus uit de dood op te wekken en Hem zo eerherstel geeft. De leerlingen zijn hier nauw bij betrokken, omdat zij Jezus hebben ontmoet, nadat Hij opstond uit zijn graf. Zij kunnen getuigen, dat Jezus uit de dood is opgestaan, want ze hebben Hem gezien en ook aangeraakt en horen spreken tot hen. Ook hebben ze gezien dat Hij werd opgenomen in een wolk en ze hoorden van mannen in witte kleding, die bij hen stonden, dat Jezus zal terugkomen, zoals Hij zojuist is weg gegaan. De leerlingen moeten hier van getuigen, wereldwijd. Zo worden de mensen op aarde voor de keuze gesteld: geloven we dit getuigenis over Jezus?

Het zijn grote woorden en het is een grote opdracht voor een groepje mensen heimelijk bijeen in een bovenvertrek. Moeten zij, dit groepje machteloze mensen, dit getuigenis verkondigen in de wijde wereld? Menselijk beschouwd is het een onmogelijke opdracht en daarom ligt er zo’n nadruk op gebed. De belofte dat de Heilige Geest over hen zou komen en dat ze dan kracht zouden ontvangen (1:8), gaf hen de moed om naar Jeruzalem terug te gaan en niet in Galilea te blijven. Daarom zetten ze alles op alles en gaan ze vurig en eensgezind bidden

Het is opvallend dat het eigenlijk geen opdracht is, die ze van Jezus krijgen, maar een belofte: ‘Maar wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen’ (nogmaals 1:8). Het komt er neer, dat ze moeten vertrouwen, dat wat bij mensen onmogelijk is, mogelijk is bij God. Met dit vertrouwen is de kerk begonnen daar in dat bovenvertrek in Jeruzalem.

We vinden het moeilijk te geloven dat in deze wereld het koninkrijk van God wordt gerealiseerd. We zien dat de kerk steeds meer verdwijnt naar de marge en een afgesloten hoofdstuk wordt in het bestaan van Nederland. De kerk wordt geschiedenis. Maar kijk hoe de kerk is begonnen: in dat bovenvertrek waar de eerste volgelingen zich schuilhielden en niets anders konden dan zich vastklampen aan de belofte van Jezus en te bidden. Wie alleen maar kijkt naar huidige feiten en cijfers en gaat rekenen, die komt tot de conclusie dat het in ons land een aflopende zaak is met het christelijk geloof. In deze berekeningen wordt echter geen rekening gehouden met de kracht van de Heilige Geest.

Als we beseffen dat de kerk een goddelijk en geen menselijk initiatief is, dan groeit ons vertrouwen dat God Zelf zijn plan tot een goed einde zal brengen. Hij vraagt van ons vertrouwen en dat we onze plaats blijven innemen in dat plan. De kerk is begonnen met gebed van mensen en daarin ligt nog steeds onze kracht.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Gebeden zijn als zaadjes, die je in Gods handen mag leggen. God bewaart je gebed en Hij laat het ontkiemen en geeft er groei aan. Idee: laat kinderen in een bakje met aarde een zaadje zaaien. In de weken daarna zullen de kinderen het zaadje zien uitkomen en zien groeien tot een plantje. Zo waren de mensen in het bovenvertrek aan het bidden en eigenlijk zaadjes aan het planten. En dan kan de voorganger of degene die het kindermoment leidt, vertellen over hoe klein de kerk is begonnen en hoe wereldwijd ze nu is door de kracht van God, dat is de kracht van de Heilige Geest. Voor ideeën over kinderwerk: zie de website van creatiefkinderwerk.nl.

Deze preekschets is geschreven door Hans van Winkelhoff, predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerken.

Geraadpleegd

• Dr. H. Mulder, De Handelingen der Apostelen, een bijbels reisboek, Boekencentrum, Zoetermeer, 1992, 31-35.
• W. Robertson Nicoll, The Expositor’s Greek Testament, the Acts of the Apostles, W.M.B. Eerdmans Publishing Company, 1983, 49-61.
• Dr. W. Holwerda, De Schrift opent een vergezicht, gebundelde bijdragen tot de exegese van het Nieuwe Testament, Voorhoeve, Kampen, 1998, 502
• V.O. Orbeld, Voorbeeld van een brontitel, Commentaar op het Nieuwe Testament, Utrecht 2017, 34-47.

< Terug