< Terug

Preekschets Handelingen 1:14a

‘Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed’
Handelingen 1:14a

Schriftlezingen: Handelingen 1: 12-14, 1 Tessalonicenzen 5:15-24
Thema: Een nieuwe gemeenschap

Het eigene van de zondag

De thematiek laat zich ingeven door de klassieke namen van deze zondag (‘Wezenzondag’ en ‘Exaudi’): Biddend de gave van de Geest verwachten. Deze viering leent zich voor een meer meditatieve invulling: beeldmeditatie, poëzie, stilte als uitdrukking van biddend uitzien naar de Geest. Het gebruik van het bidden van de noveen, een negen-dagen-gebed, vindt zijn oorsprong in deze periode van Hemelvaart tot Pinksteren.

Uitleg

De apostelen gaan naar het bovenvertrek in Jeruzalem (vs. 13). Alhoewel Lukas een ander woord gebruikt, kan het de zaal zijn van het laatste avondmaal. Dan is het meer dan symbolisch dat die tafel, keukentafel en liturgische tafel in één, de plek is van bidden en verlangen. De zelfgave Christus (“Dit is mijn lichaam…”) en de gave van de Geest (“Jullie zullen mijn getuigen zijn…”) ontspringen aan dezelfde bron. En de epiklese, het gebed om de Geest, is nauw verbonden met delen en dienen. De tafel van dienst aan God en aan de wereld horen bij elkaar.

Een andere mogelijkheid is dat de bovenzaal zich bevindt in het huis van Maria, de moeder van Johannes Markus.

Zij gingen naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden. De Griekse woorden geven een dubbele beweging aan. De leerlingen gaan op (‘ana) en zetten zich neer (‘kata). De liturgiewetenschap hanteert de begrippen ‘ascended en ‘descended om momenten of rituelen op het spoor te komen waarin de beweging van God naar mensen en de beweging van de mens naar God plaats vinden. Die dubbele beweging typeert Hemelvaart en het feest van de nederdaling van de Geest. Vergelijk ook de eucharistie met het ‘omhoog de harten’ en de epiklese. En de engelen in Jakobs droom bij Bethel de ladder op en af gaan (Genesis 32; Johannes 1:51).

Alle namen van de elf (vs. 13; Judas is weggevallen) worden genoemd, zoals bij het begin van het Evangelie. Zoals het begon, is er nu weer sprake van een kring, die uitziet naar de komst van de Geest.

Zij zijn eensgezind (vs. 14), eendrachtig bijeen. Thumos heeft veel betekenislagen: leven(smoed), gezindheid. Zij zijn één van hart en ziel want met eenzelfde richting van het hart: opwaarts (‘sursum corda’).

Zij wijden zich aan het gebed: de lofprijzing (proseuche). De betekenisvolle pauze (Karl Barth) tussen Gods grote daden met Pasen en Pinksteren is een gevulde stilte van wachten en bidden. Wat zullen ze bidden? ‘Veni, Creator Spiritus’. Dat was immers de belofte: “… wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen…” (1:8). Er staat niet: ‘Ga en wees mijn getuige’, maar ‘de heilige Geest zal komen en jullie zullen mijn getuige zijn”. Het gaat niet om een opdracht maar om een belofte.

Het hart van de gemeente wordt gevormd door gebed en lofprijzing. Een gemeente die intens betrokken is bij het gewone leven van zijn omgeving (2:43v.) vindt hier zijn bron.

Broers (vs. 14) kan ook vertaald worden met broers en zussen. In ieder geval is het opvallend dat hier vermeld wordt dat Jezus uit een gezin komt. Hij is de oudste van meer kinderen. Na hem komt Jacobus en volgen meer broers en zussen. Is de niet genoemde vader Jozef inmiddels overleden?

O.a. Marcus 3 vertelt dat de spanningen in het gezin van Jozef en Maria hoog oplopen naar aanleiding van het optreden van Jezus. Maria en Jezus’ broers zijn geschokt. Jezus zou zijn verstand hebben verloren. Onder aanvoering van Jacobus willen ze hem gedwongen laten opnemen. Jezus’ reactie: “Mijn moeder en mijn broers zijn zij die de wil van God doen”. Niet de bloed- of familieband geldt, maar de band met God de Vader. Dit woord blijkt van profetische waarde als in de bovenzaal de gemeente gevormd wordt door de geroepen leerlingen én het gezin van Jezus.

De verschijning aan Jacobus heeft in deze omslag ongetwijfeld een rol gespeeld (1 Korintiërs 15:7 zegt dat deze plaats had vóór die aan de apostelen).

Het biologische gezin van Jezus wordt hier in de geestelijke familie opgenomen. Afkomst en toekomst worden met elkaar verbonden. De aanvankelijke aarzelingen, weerstand, het onvermogen Jezus te volgen, zijn overwonnen. Samen vormen zij nu een nieuwe gemeenschap. Ook in het evangelie spelen die verhoudingen. Denk aan Johannes, de leerling die Jezus lief heeft die de moeder van Jezus in huis opneemt (Johannes 19:27). In tegenstelling tot Lukas noemt Johannes hen niet bij hun naam (“Zoon, zie uw moeder”) maar naar hun relatie met Jezus.

Aanwijzingen voor de prediking

Je verlangt naar vervulling, maar je voelt je leeg en verlaten. In plaats van die leegheid met activisme te vullen, word je gezegd af te wachten. Je hoopt iets te zien van Gods koningschap, je bent volgeling van Jezus, maar je kunt hem niet volgen. De kerk is een plek waar we radicaal onthand zijn. Wat ons te doen staat is niet iets wat wij organiseren: oefenen in openheid voor de Geest van God. Die zal komen, maar niet op afroep en niet als ons bezit. “Het allerkostbaarste kan niet worden gezocht, maar moet worden afgewacht” (Simone Weil).

Bidden en aanbidden is beseffen dat wat wij op aarde doen in het perspectief staat van de hemel. Ons leven staat in het teken van het voortgaande werk van Jezus in de Geest. Het koninkrijk is niet ons project, het is het koninkrijk van Gód.

De recente ontwikkelingen (God in Nederland 2016) zouden ons onzeker kunnen maken. Het nuchtere antwoord van Newbigin op de vraag of hij optimistisch of pessimistisch is over de kerk, luidt: “Ik geloof in de opstanding van Jezus en daarom is de vraag niet ter zake”. Relevanter is de vraag: geloof je het of niet?

Die vraag wordt actueel als we kijken naar de aanwezigen in de bovenzaal in Jeruzalem. Dat zijn de leerlingen van Jezus en zijn familie. Wat heeft dat gezin allemaal niet meegemaakt door het opzienbarende leven en optreden van Jezus? Maria werd gezegd dat een zwaard door haar ziel zou gaan. In Kafarnaüm wilden zijn broers Jezus oppakken en op laten nemen in een kliniek. En nu vormen zij de kern van de eerste gemeente.

Stel je eens voor dat je met die kleine gemeente in de bovenzaal zit. Je aanvankelijke aarzelingen, deel je die nog? Wat is er veranderd na Pasen?

Wat doet het met je als je naast Maria gaat zitten en haar verhaal hoort? Of naast Jakobus? Hij verklaarde zijn broer voor gek. En nu zullen de mensen van hem hetzelfde zeggen als hij hoofd van de kerk wordt en reëel gevaar zal lopen om vervolgd te worden. Je wordt misschien gek verklaard, maar je bent niet van God los. Integendeel!

Hoe is het voor jou te leven tussen de leegte en de liefde (naar Stef Bos: “Ik ben altijd onderweg / Ik leef onrustig en onzeker / Tussen de liefde en de leegte”).

Hoe kijk je met die ervaringen naar het komende Pinksterfeest? En vooral: wat zou jij bidden? Wat betekent bidden om de Geest? Welk verlangen leeft daaronder? Welk wenken van de Geest?

Augustinus schrijft:

Elk verlangen dat
diep in ons
naar God roept
vormt al een gebed.
Jouw verlangen
dat is reeds jouw gebed

Er bestaat een innerlijk gebed
dat nooit zwijgt;
het is jouw verlangen.
Wanneer je wilt bidden
zonder ophouden
Houd dan nooit op
te verlangen.

Ideeën voor kinderen en tieners

Praat met de kinderen over bidden en welke houdingen en gebaren zij kennen die daarbij passen. Ogen dicht, handen vouwen. Soms zie je ook mensen die hun handen open houden. Ze doen dat soms ook bij de zegen aan het eind van de kerkdienst. Twee open handen, als kommetjes die wat God wil geven op kunnen vangen. Bidden is met lege handen voor God staan. En zijn Geest verwachten.

Liturgische aanwijzingen

In de protestantse gemeente Houten kennen we traditie van de zevenweken-vorming: een verdiepingscursus tussen Pasen en Pinksteren. Je kunt het zien als een uitgebreide noveen, die aandacht vraagt op en vorm geeft aan de doorwerking van en vervulling met de heilige Geest. Dit jaar maken we gebruik van het werkschrift ‘Weg van leven’. Daarin wordt bij het thema verlangen het gedicht ‘Achterlangs’ van Willem Wilmink (ook vertolkt door Herman van Veen) aangereikt. Dat biedt mogelijkheden voor verbinding met het gewone leven.

Liederen uit Taizé zijn mooi om het bidden en (ver)wachten vorm te vertolken (Wait for the Lord; Wachet hier, NLB 681 e.a.). NLB kent verschillende bewerkingen van ‘Veni Creator (680, 684). Ook de bewerking van Cees van Setten (EvLB 151) is erg mooi. NLB 662 met de indringende vraag “Vermaakt Gij ons alleen uw dienstbaarheid?”

Geraadpleegd

  • De bijbelstudies van Lesslie Newbigin in Zending in het voetspoor van Christus, Sliedrecht 1989, zijn nog steeds de moeite waard: helder en gelovig

  • De tekst van Augustinus vond ik in Lex Boot en Alberte van Ess, Het ritme van de tijden, Dagboek christelijke meditatie, Zoetermeer, 2014, 132.

  • F.F. Bruce, The Book of the Acts (revised), The New International Commentary on the New Testament, Grand Rapids 1988

  • C.K. Barret, Acts 1-15, International Critical Commentary, London 2004

< Terug