< Terug

Preekschets Handelingen 19:20

‘Zo zegevierde het woord van de Heer en vond het steeds meer gehoor’

Hervormingsdag

  • Bijbelgedeelten: Handelingen 19:20-40, Psalmen 115
  • Preektekst Handelingen 19:20
  • Thema: Gods woord blijft zegevieren

Liturgisch kader

Opwekking 689: Spreek, o Heer, door uw heilig Woord

Liedboek Zingen en bidden in huis en kerk 2013:

lied 115: Niet ons, o Heer, niet ons zij eer gewijd

lied 981: Zolang er mensen zijn op aarde

lied 898: Een vaste burcht is onze God (van oorsprong het Lutherlied)

Uitleg

Dit verhaal gaat over Demetrius de zilversmid, die met zijn personeel druk bezig is met de fabricage en verkoop van kleine tempeltjes, afbeeldingen van de grote tempel van Artemis in Efeze. Hij heeft ook collega’s, concurrenten, die hetzelfde doen.

Het gesprek van Demetrius met zijn collega’s is door Lucas geformuleerd, hij is er natuurlijk niet zelf bij geweest om het te notuleren. Zo mag dat in boeiende geschiedschrijving. Het volksoproer begint in de kring van de werknemers van Demetrius en hun collega’s. Hun roep klinkt godsdienstig geladen: groot is de Artemis van de Efeziërs, maar al gauw weet niemand meer waar het over gaat. Vrienden van Paulus worden naar het theater gesleept om gelyncht te worden. Het theater was beroemd, er was plaats voor 24.000 mensen, het was in een halve cirkel gebouwd, tegen de berg aan. Een type locatie die men vaker zocht voor zo’n bouwwerk.

De tempel van Artemis en het beeld van Artemis waren eveneens beroemde zaken. Van het beeld werd gezegd, dat het uit de hemel gevallen is (Handelingen 19:35). Was het een bewerkte meteoriet? Of betekent de uitdrukking dat het volgens het volksgeloof rechtstreeks van Zeus gekomen is? Demetrius heeft zijn opruiende toespraak ingezet met de beschuldiging, dat Paulus preekt dat goden die door mensen gemaakt zijn, geen echte goden zijn (Handelingen 19:26). We kennen deze prediking van Paulus uit Athene (Handelingen 17). De tempeltjes zijn door Demetrius en zijn collega’s gemaakt, maar het grote beeld van Artemis zelf niet. Daar is dus volgens de overtuiging van de Efeziërs iets bijzonders mee aan de hand. De stadssecretaris wijst, met relativering en humor, er in zijn toespraak  op dat er geen reden is zich druk te maken. Als het Paulus er om gaat dat goden niet door mensen gemaakt mogen zijn, is dat op Artemis niet van toepassing (Handelingen 19:35). De tempel is één van de zeven oude wereldwonderen (er is ook een nieuwer rijtje van zeven wereldwonderen). Artemis werd vaak gezien als godin van de jacht maar werd in Efeze vereerd als vruchtbaarheidsgodin.

Paulus wil de meegesleurde Gaius en Aristarchus verdedigen maar andere vrienden en ook hoge functionarissen, de Asiarchen, grijpen in en houden hem tegen. Hier is geen praten tegen. Deze Asiarchen zijn in de landstreek Asia verantwoordelijk voor handhaving van godsdienst en vrede. Bij godsdienst moet je in de eerste plaats aan de keizercultus denken, maar daar kwam verering van lokale, Griekse goden bij.

Ook de Joden vrezen slachtoffer te worden van het volksoproer. Zij hebben de vrijheid om aan de keizercultus en andere verering niet mee te doen, maar ze worden tegelijk om die reden ook wantrouwig aangekeken. Er blijkt later in Efeze ook inderdaad een bodem voor antisemitisme te zijn (Handelingen 19:34). Maar wat hun afgevaardigde Alexander doet, was niet fraai: uitzoeken waar de woede vandaan kwam, om het vuurtje nog eens extra te kunnen opporren. Als het de kopersmid is die in 2 Timoteüs 4:14 wordt genoemd, dan heeft hij Paulus veel kwaad gedaan en de verkondiging sterk tegengewerkt.

De bescherming komt dus via de stadssecretaris. Hij weet de goede woorden te kiezen. Zijn argumentatie (zie boven) gaat uit van het volksgeloof inzake de afkomst van het beeld van Artemis. Ook al zou hij daar zelf niet helemaal van overtuigd zijn, het werkt wel goed om de mensen rustig te stemmen. Als geleerd man, die verantwoordelijk is voor de rust en orde en de relaties met de Romeinen, is hij vooral bevreesd voor oproer en onrust, wat dan weer ingrijpen van de legioenen tot gevolg zou kunnen hebben (Handelingen 19:40). Zijn argument over de oprechtheid van Paulus klopt. En kennelijk heeft Paulus ook nooit de godin belasterd. Ook aan beeldenstorm of tempeldiefstal heeft Paulus zich, volgens het getuigenis van de stadssecretaris, niet bezondigd.

Aanwijzingen voor de prediking

De verzen van de gekozen perikoop vormen een schriftgedeelte zonder expliciete verkondiging. Daarom is het uitgangspunt gekozen in Handelingen 19:20, dat beschrijft hoe Paulus in Efeze het evangelie verkondigd heeft en dat daar zegen op rust. Het verhaal van de perikoop is het vervolg, vandaar in het thema: blijft zegevieren. Het verhaal van het oproer bepaalt ons erbij, dat er vaak heel snel heftige reacties kunnen worden losgemaakt op christelijke prediking, bewust of onbewust. Maar het hoofdstuk zegt ook, dat Gods Woord daar toch tegen bestand is. Daar zorgt God zelf voor; tegelijk vraagt het van de verkondigers  om niet alleen duidelijk, maar ook verstandig te zijn en bekend te staan als integere mensen.

De inzet van de prediking dat goden die door mensen zijn gemaakt niet echt kunnen zijn, geldt ook vandaag. Door mensen gemaakt, dat houdt ook in: door mensen bedacht. Zoals welvaartsgeloof,  geloof in techniek, geloof in evolutionisme, geloof in de mens.

Het Lutherlied beschrijft hetzelfde: Gods Woord houdt stand in eeuwigheid. Naast de bedreiging van het geloof in afgoden komen in Handelingen 19 nog drie specifieke bedreigingen naar voren.

  1. Het materialisme.
    Demetrius sleept wel de godsdienst erbij, maar zijn echte drijfveer is dat hij een financiële strop lijdt. En zijn collega’s ook. Niet elk verzet tegen kerk en christendom moet direct als geloofszaak worden gezien. Vaak gaat het over economische of sociologische factoren. Het verzet van de Rooms Katholiek Kerk tegen Luther kwam ook niet direct uit geloofsovertuigingen voort, maar vanwege geleden schade omdat de bron van de aflaathandel dreigde op te drogen. Deze aflaathandel was onder andere nodig voor de bouw van de Sint Pieterbasiliek in Rome. Het element van berouw, dat bij de ontvanger van aflaten aanwezig hoorde te zijn, was door de aflaathandelaar Tetzel al gauw achterwege gelaten. En toen bisschop Albrecht van Mainz het recht kreeg aflaten te verkopen om een schuld bij een bankier af te lossen, liepen de controleurs van de bank gewoon met de monnik mee. Bij dit eerste punt over het materialisme, moet de vraag voor ons zijn: mag het geloof je wat kosten? Geld, positie, materiële zekerheid. Je mag het dankbaar aanvaarden, maar moet er niet aan hangen.
  2. Het populisme.
    Het gemak waarmee een volksbeweging, en zelfs een oproer, wordt ontketend. Je mag niet lichtvaardig roepen dat een overheid je niet meer vertegenwoordigt of zelfs dat ze landverraad pleegt. Ook bij het tweede punt van het populisme is een sprong naar Luther te maken: het gevaarlijke populisme van de Boerenoorlog in Duitsland. Eerst steunde Luther hun maatschappijkritiek. Later stond hij aan de kant van de overheid die helaas veel opstandelingen een vreselijk einde heeft bezorgd. Niet in alles kun je achter een overheid staan. Niet alleen gaat het om recht en orde, ook om barmhartigheid.
  3. Een derde gevaar voor evangelieverkondiging zou je kunnen omschrijven als pseudo-geloof. Het woord komt uit 2 Korintiërs 12. Het gaat daar en in ook in Handelingen 19 over Joden, die zich van Paulus en andere christenen wilden distantiëren om niet zelf een schietschijf te worden. Indirect zetten ze scharen daarmee tegen de christenen op.

In de preek mag er ook aandacht zijn voor het belang van de structuren van de samenleving en de waarde van de overheid. Paulus heeft bij hen een goede naam opgebouwd en kan daarom op hulp rekenen als er een volksopstand komt. Dat mag een voorbeeld zijn. Voor een rechtsstaat zoals in Nederland moet je heel dankbaar zijn en daar niet ongefundeerd tegen fulmineren.

Wat andere godsdiensten betreft: de waarheid zeggen is iets anders dan belasteren. Ook al wordt van het spreken van de waarheid over niet-christelijke godsdiensten vaak gezegd, dat dit lastering van de godheid is (of van ‘de profeet’), het is toch goed als je van je zelf weet, en als anderen van je weten, dat je nooit de grenzen hebt opgezocht en lelijk gesproken hebt over ander geloof.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Voorbeeld van de gekte van een voetbalstadion en vernielingen die dan soms plaats vinden. De mensen doen met elkaar mee. Dat kost zelfs levens! Zo is in eenzelfde gekte de Heer Jezus ook gekruisigd door een aangestoken massa mensen.

Ook nu zijn er christenvervolgingen, waar op grond van een leugen en laster christenen voor de rechter komen en in de gevangenis of soms zelfs worden gedood op straat, voordat er een rechter aan te pas kan komen.

Geraadpleegd

  • John van Eck, Handelingen. De wereld in het geding, Commentaar op het Nieuwe Testament, Kampen 2003.
  • Heiko A. Oberman, Luther. Mens tussen God en duivel, Kampen 1988
  • Peter Hartkamp, Preek over Handelingen 19:23-40

Deze preekschets is geschreven door Jan Boersema.

< Terug