< Terug

Preekschets Hebreeën 13:1 – Tweede zondag van de zomer

Hebreeën 13:1

Houd de onderlinge liefde in stand

Schriftlezing: Hebreeën 13:1-6

Thema: Samen onderweg

Het eigene van de zondag

We leven in de tijd na Pinksteren en zien uit naar de grote zomer. Daar sluit de thematiek van Hebreeën 12 en 13 heel goed bij aan. We zijn onderweg.

Uitleg

Zie de preekschets Hebreeën 12:1 voor algemene opmerkingen over de auteur, het adres en het karakter van de brief aan de Hebreeën.

Hebreeën 13:1-6 bevat opmerkingen die op het eerste gezicht een beetje los van elkaar staan. Bij nader inzien kun je toch begrijpen hoe de schrijver van aanwijzing naar aanwijzing gaat.

In vers 1 start de schrijver bij filadelfia: ‘liefde voor eigen volk’. Het gaat om liefde zoals je die in een gezin vindt. Het is de liefde tussen broers en zussen: je houdt van elkaar omdat je bij elkaar hoort; je hebt weleens gedoe met elkaar maar dat overwin je omdat je familie bent. Om zulke liefde staan de Joodse christenen in Jeruzalem bekend. Vlak na Pinksteren valt het de andere inwoners van Jeruzalem op hoe de christenen met elkaar omgaan. Het is warempel één grote familie vol liefde voor eigen volk. Tot zulke liefde worden de Joodse christenen in Jeruzalem opgeroepen. In vers 2 wordt dat uitgebreid. Het is Gods bedoeling dat ook mensen die bij je aankloppen, zullen delen in de liefde in het gezin. De schrijver gebruikt hierover het woord filoxenia: ‘liefde voor vreemd volk’. God wil dat vreemd volk meegeniet van de liefde voor eigen volk. De schrijver doelt hierbij vooral op reizigers die op pad zijn vanwege het evangelie en die jouw steun vragen. Je kunt daarbij in onze tijd denken aan vervolgde christenen maar ook aan evangelisten die met jouw financiële ondersteuning hun werk kunnen doen. De schrijver voegt eraan toe dat het bij die ondersteuning om eenvoudig werk gaat, maar benadrukt dat zulk eenvoudig werk grotere gevolgen kan hebben dan je beseft. In vers 3 maakt de schrijver duidelijk hoever deze liefde voor eigen volk en voor vreemd volk gaat. Je hebt oog (en gebed) voor wie gevangen zitten omdat je je met hen verbonden voelt. Hun pijn is jouw pijn! Het gaat hier allereerst om mensen die door het geloof met je verbonden zijn, maar in andere bijbelgedeelten (bijvoorbeeld Matteüs 25:36) wordt opgeroepen tot de zorg voor alle gevangenen en alle vervolgden; het gaat om mensen als jij en ik!

In vers 4 wordt aan de liefde voor eigen volk de oproep gekoppeld om het huwelijk in ere te houden als iets wat God heeft ingesteld. En in vers 5 wordt aan de liefde voor eigen volk de oproep gekoppeld om je leven niet te laten beheersen door geldzucht. In beide gevallen komt het erop aan tevreden te zijn met wat je hebt en er het beste van te maken, ook al is het allemaal niet ideaal in je leven. De schrijver herinnert daarbij aan de hartelijke belofte die God specifiek aan Jozua gaf toen hij de taak van Mozes op zich moest nemen en te horen kreeg dat God met hem mee zou gaan! De schrijver verlangt ernaar dat zijn lezers zich samen met hem deze belofte eigen maken. Hij wil ook dat zijn lezers zich samen met hem aan God toevertrouwen en samen met hem hun vertrouwen op God uitspreken met woorden uit de Psalmen: de Heer is mijn helper!

Aanwijzingen voor de prediking

Mijn advies is om de preek uit twee gedeelten te laten bestaan.

In het eerste gedeelte van de preek kan aandacht gegeven worden aan vers 1-3. Het ligt voor de hand dat xenofobie ter sprake komt: de angst voor vreemd volk. De angst voor vreemd volk is logisch. Als ’s nachts iemand van de familie bij je op de stoep staat, laat je hem binnen. Maar doe je dat ook als het om een wildvreemde gaat? Het is goed te begrijpen dat mensen bang zijn voor iemand die anders is dan zij, een andere taal spreekt dan zij, een andere huidskleur heeft dan zij, andere gewoontes heeft dan zij, een andere godsdienst heeft dan zij. Die angst voor vreemd volk is helemaal te begrijpen als mensen zich omringd voelen door vreemden. In Hebreeën 13 klinkt de oproep om niet bang te zijn voor vreemd volk maar juist liefde te tonen aan vreemd volk. En deze liefde vloeit voort uit liefde voor eigen volk. Dat is iets om zorgvuldig te overwegen en in je eigen woonplaats toe te passen. Het is waardevol om de liefde voor vreemd volk concreet te maken. Dat kan door te verwijzen naar steun die vanuit de gemeente wordt gegeven aan mensen die zijn uitgezonden naar verre landen om Gods liefde te laten zien en om mensen op te roepen om in die liefde te leven. Dat kan verder door aandacht te geven aan mensen die in een moeilijke situatie zitten vanwege hun geloof in God: bid voor hen en organiseer een schrijfactie. Maar maak het je niet gemakkelijk door uitsluitend concrete voorbeelden te geven van liefde voor vreemd volk ver weg; probeer ook concreet te maken hoe je in je eigen woonomgeving liefde kunt tonen aan vreemd volk. Zo ben je liefdevol terwijl je samen onderweg bent.

In het tweede gedeelte van de preek kan vers 4-6 worden besproken. Mensen zeggen wel eens tegen elkaar: Ach, je kunt ook niet alles hebben. In theorie weet je dat, maar in de praktijk wil je toch bij voorkeur wel alles hebben, zowel qua relatie als qua spullen. We willen allemaal gelukkig zijn in de liefde. We verlangen ernaar dat anderen daar geen kritische vragen bij stellen, want dat voelt al snel als een afwijzing. Het is een uitdaging om samen na te gaan wat in jouw situatie de oproep betekent: ‘houd het huwelijk in ere’. Dit is een kwetsbaar thema, maar wellicht is ons bezit een nog kwetsbaarder thema. We vinden het allemaal prettig om genoeg spullen om ons heen te hebben. Laten we samen eerlijk onder ogen zien wat de oproep ‘laat uw leven niet beheersen door geldzucht’ betekent. En juist daarna volgt de herinnering aan de belofte die Jozua vroeger heeft ontvangen (toen Mozes gestorven was en Jozua de taak van Mozes op zich moest nemen) en die via Hebreeën 13 ook naar onze tijd toe komt: Ik ga niet bij je weg! Ik laat je niet vallen! Ik help je! Ik laat je nooit in de steek! Die belofte geeft ons alle aanleiding om ons vertrouwen uit te spreken in God die onze helper is. Zo ben je tevreden terwijl je samen onderweg bent.

Liturgische aanwijzingen

Het is heel mooi om tijdens de dienst Hebreeën 13 in zijn geheel te lezen. Voorafgaand aan de bijbellezing kan Psalm 13 worden gezongen: een psalm waarin David zich klagend richt tot God door wie hij zich vergeten voelt maar die hij toch bejubelt om zijn liefde. Het is ook waardevol om Psalm 118 te laten zingen (de psalm die wordt aangehaald in Hebreeën 13:6). Psalm 25 past heel goed bij de thematiek van deze dienst. Wie rechtstreeks wil laten zingen over Jezus als de verlosser, kan daarvoor Opwekking 263 gebruiken.

Geraadpleegde literatuur

Voor een helder overzicht van de brief aan de Hebreeën kun je terecht in de Studiebijbel in Perspectief (Heerenveen 2009).

Een eigenzinnige vertaling en verklaring wordt geleverd door D. Holwerda, Hebreeën. Vertaling met korte aantekeningen en 18 bredere studies (Kampen 2003).

Verder is het waardevol om de zevendelige serie An exposition of the Epistle to the Hebrews van John Owen te raadplegen.

Voor een duidelijk overzicht van antwoorden op de inleidingsvragen kun je terecht bij Van de Kamp, Hebreeën in de serie Commentaar op het Nieuwe Testament (Kampen 2010).

< Terug