< Terug

Preekschets Jeremia 31:20c – stille zaterdag of Paaswake

Stille Zaterdag

Jeremia 31:20c

Ik móet mij over hem ontfermen.

Thema: wachten en hopen
Schriftlezingen: Johannes 19:38-42 en Jeremia 31:1, 2-6, 7-14, 15-22

Het eigene van de dag

Op Stille Zaterdag komen alle gebeurtenissen van de Stille Week tot stilstand. Jezus heeft de laatste maaltijd gevierd, de voeten gewassen, is verraden en gearresteerd, gekruisigd, gestorven en begraven. En dan is het een hele lange dag stil. In de traditie van de liturgie heeft de Stille Zaterdag slechts een bescheiden plek. Dat komt wellicht door het ongemak dat wachten in wanhoop met zich meebrengt. Tegelijkertijd brengt het ons bij de kern van ons bestaan als gelovigen: het doorstaan van het lijden en het wachten op de uiteindelijke verlossing zonder die nog te zien. Dat is het leven in hoop. Op Stille Zaterdag kan de gemeente hierbij stilstaan in een dienst rondom de thema’s wachten en hopen.

Het is gebruikelijker om op Stille Zaterdag later op de avond een paaswake te vieren, waarbij de doopgedachtenis centraal staat en de nieuwe paaskaars de kerk binnen wordt gedragen. Dat is als het ware al een voorproefje op Pasen. In deze bijdrage wil ik echter focussen op de leegte van Stille Zaterdag en het wachten bij het graf. Wanneer er naast de Stille Zaterdagviering ook een paaswake wordt gehouden, zorg dan dat er een duidelijke markering tussen de twee vieringen is. Dat kan door een markering in tijd: de Stille Zaterdagviering vroeg op de avond, en de paaswake laat op de avond of vroeg op zondagmorgen. Mocht je de twee vieringen toch op elkaar willen laten volgen, markeer dit dan door de wisseling van de liturgische kleur: van paars naar wit.

Uitleg

Het licht is nog niet doorgebroken en Jezus ligt nog in het graf. De leerlingen moeten een dag en twee nachten wachten voordat de Opgestane aan hen verschijnt. In de evangeliën wordt niet ingegaan op deze ‘tussendag’. Na de begrafenis in Johannes 19:38-42 vervolgt de schrijver het verhaal onmiddellijk met de eerste dag van de nieuwe week. Wat er op die tussendag gebeurd is, kunnen we alleen maar vermoeden: wanhoop, angst, leegte en sprakeloosheid. Bij deze gevoelens past het om uit de profeet Jeremia te lezen. Profetieën over hoop te midden van een situatie waarin alles verloren lijkt; spreken over licht vanuit de diepte.

Het boek Jeremia is ontstaan in de context van de val van Jeruzalem. Een onthutsende gebeurtenis, die alles op scherp zette. Grote delen van de tot dan toe geldige theologie werden op hun kop gezet. Er moesten nieuwe woorden gevonden worden, nieuwe zekerheden waar al het oude betekenisloos werd. De profeet zoekt naar een nieuwe heilsverwachting. Het grootste deel van Jeremia bestaat uit de nadruk op schuld en straf en het besef dat de ballingschap het resultaat is van de eigen ongehoorzaamheid. Maar in hoofdstuk 30-33 klinkt een andere toon: dan gaat het over opbouwen en opnieuw planten. Die hoop op een nieuw begin heeft in Jeremia drie dimensies.

De eerste dimensie is historisch: er is nog een groep mensen overgebleven in Jeruzalem, die langzamerhand zichzelf ziet als de voortzetting van het ware Israël. De tweede dimensie is pastoraal: een troost voor de ballingen om hun moed te geven om door te gaan. Maar de belangrijkste dimensie van de hoop in deze hoofdstukken is theologisch en ligt verankerd in Gods karakter, zoals de profeet zich die herinnert uit Gods daden van het verleden. God is trouw en machtig. Zijn trouw voor Israël zal nooit verloren gaan, en Hij is in staat om echte vernieuwing te brengen. Dat is de grond waarin de profetieën over het nieuwe begin verankerd zijn: Gods trouw en Gods macht.

De profetieën uit hoofdstuk 31 staan vol met beelden en metaforen. De verzen 1-25 kunnen ingedeeld worden in drie aparte profetieën: 2-6, 7-14 en 15-22, waarbij vers 1 een opmaat is. Je kunt ervoor kiezen om meer delen te lezen uit de hoofdstukken 31-33. Ik wil voor nu nader ingaan op de profetie in Jeremia 31:15-22. Deze begint met het klagen van moeder Rachel om alle verloren kinderen van Israël. Hiermee wordt het lijden van Israël in ballingschap verbreed: er is meer dan alleen het eigen lijden. Lijden gaat over alle generatiegrenzen heen. God antwoordt op de klacht van Rachel met troost. Daarna klinkt in de verzen 18-19 de stem van het kind over lijden, spijt en inkeer. God antwoordt opnieuw met medelijden en troost. Hij kan niet anders, zegt Hij. Zo klinkt hier door dat Gods neiging om voorgoed het eigenwijze Israël te verwerpen, steeds weer stuit op zijn eigen hart. Gods genade wint het van zijn verwerping, doordat Hij zich steeds weer herinnert wie Israël is: zijn eigen oogappel. Gods reactie op de klacht en de spijtbetuiging is steeds weer de belofte van een nieuw begin. Het volk zal niet eindigen in de diepten, maar gered worden uit de ballingschap.

Aanwijzingen voor de viering

Vanuit de lezing van Johannes over de begrafenis van Jezus, en de lezingen uit Jeremia 31 komen twee thema’s naar boven: wachten en hopen. Het licht is op Goede Vrijdag gedoofd en het is nog niet opnieuw de kerk binnengebracht. De Stille Zaterdagviering is een viering in afwachting van het losbarsten van de paasvreugde. Het is de kunst om in deze viering de spanning tussen lijden-nu en verlossing-straks te laten bestaan.

In de uitleg bij de lezingen kan worden stilgestaan bij de grenservaring van Stille Zaterdag, een ervaring die ons geloof wellicht sterker kenmerkt dan het optimisme van Pasen. Als gelovigen hebben we de verhalen en getuigenissen uit het verleden, net zoals Israël de verhalen over Gods grote daden had. Maar wat betekent dit als je daar op dit moment niets van ziet?

De Tsjechische theoloog Thomas Halik gaat op dit thema in, in het boek Geduld met God. Het verschil tussen atheïsten en gelovigen, zo zegt hij, is dat de atheïst minder geduld heeft. Want de ervaring van vragen zonder antwoord kennen we als mensen allemaal. De gelovige heeft alleen het geduld om het uit te houden in geloof, om te leren leven met het mysterie.

Dit geduld is de rode lijn voor deze viering van Stille Zaterdag. Geduld om te wachten tot het Pasen is, om de stilte en de leegte van Stille Zaterdag te kunnen uithouden. De reden voor ons geduldig wachten ligt in wat we over God weten: zijn liefde, zijn trouw en zijn macht. Niet dat we daar concrete bewijzen voor hebben, maar we hebben Gods eigen beloften doorverteld gekregen. Daar stellen we onze hoop op. Zo wordt het wachten van Stille Zaterdag een hoopvol wachten. Alleen zo kan Stille Zaterdag uitlopen in de paaswake, waarin voorzichtig het licht ontstoken wordt in het donker.

Liturgische aanwijzingen

Wissel de achtereenvolgende lezingen uit Jeremia af met liederen, gebeden en muziek.

Andere mogelijke liederen:

  • Psalm 27

  • NLB 598: Als alles duister is, 256: Blijf met uw genade bij ons

  • Wait for the Lord (Taizé)

  • NLB 592: Stil ligt de tuin

Het is mogelijk om net als het Avondmaal, de voetwassing en het doven van de paaskaars ook op deze Stille Zaterdag een zichtbaar symbool terug te laten komen in de viering. Bijvoorbeeld het planten van bloembollen. Jeremia vertrouwde erop dat God het land zou teruggeven aan het volk en dat het opnieuw tot bloei zou komen. Het planten van bloembollen is een symbool van ons vertrouwen op God: het vertrouwen op nieuw leven, wedergeboorte en opstanding, ook als we dat niet direct zien. Een teken dat we geloven in de toekomst, solidair met iedereen die het lijden sterker en fysieker dan wij ervaren. Geef iedere kerkganger een bloembol bij binnenkomst en zet voor in de kerk bloempotten gevuld met aarde. Tijdens een verstild moment in de viering is er de gelegenheid voor iedereen om naar voren te komen en de bloembol te planten. Het is mooi om de potten gedurende het jaar te laten staan in de kerk en samen de bloemen te zien groeien.

Geraadpleegd

< Terug