< Terug

Preekschets Johannes 1:12

Wie Hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft Hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden.

Johannes 1: 12

Schriftlezing Johannes 1: 1-18. Preektekst Johannes 1: 10-13.

Het eigene van de zondag

Ook al staat vers 14a ons voor ogen in de context van Kerst, de ‘proloog’ van Johannes is niet typisch adventsstof. Het is een inleiding op het hele evangelie. Chronologie, hoewel aanwezig, is niet leidend. Onze preektekst is dan ook op z’n plaats tussen Kerst en de lijdenstijd. Het is de eerste van een korte serie van twee uit Johannes.

Uitleg

Vanuit het middelpunt van vers 1-3 rollen achtereenvolgens drie golven over elkaar heen. Het licht wordt steeds helderder, als in een zonsopgang. Hier rolt de tweede golf uit. Die begon met de introductie van Johannes de Doper en gaat dan verder over Hem die het Licht zelf is.

We concentreren ons op de tweeërlei uitwerking van het Licht. Vers 9 klinkt wel mee in de preek, al was het maar omdat het daar genoemde Licht het subject blijft. Ik vat de structuur van vers 9 samen in de volgende parafrase: Het wás er (al), het echte licht, dat ieder mens verlicht; het was bezig te komen in de wereld.

Dat we met een inleiding te doen hebben, komt uit in verschillende trekken. Het subject, de persoon, wordt (anders dan de voorloper Johannes de Doper) nog niet bij name genoemd. Het begint, geheimzinnig, waar de tijd ontspringt aan de eeuwigheid. Hij wordt genoemd met namen en begrippen die abstract en bijna filosofisch klinken: Woord, Leven, Licht. Het begrip ‘Logos’, ‘Woord’, impliceert wel duidelijke taal. In Hem blijkt God zich aan ons te openbaren en heel dicht bij ons te komen, intiem, vs 14vv. Tegelijkertijd roept ‘Logos’ associaties op aan Griekse filosofie en Joodse theologie (Philo). Logos is daar het principe van de wereld. Vers 3, ‘Alles is erdoor ontstaan’, bevestigt die associatie, en die uitspraak wordt direct daarna nog eens benadrukt. Deze gedachte uit vers 3 vinden we hier in vers 10 terug: ‘De wereld is door Hem ontstaan’.

De preektekst bestaat uit twee gedeelten. De gedachten in vs 10 en vs 11 zijn parallel, maar niet identiek. Aan de ene kant zijn ‘de wereld’ en ‘het zijne’ geen strikt gescheiden groepen of eenheden; het zijn concentrische cirkels: ‘de wereld’ is de wijdere, ‘het zijne’ de nauwere cirkel. Overigens gaat het pas aan het eind expliciet over mensen.

De tijd komt daarmee overeen: vs 10 en 11 volgen niet chronologisch op elkaar maar vormen concentrische cirkels. Nogmaals: de historische orde is ondergeschikt. èlthen (aor.) introduceert levendigheid, het begin van het verhaal dat gaat volgen: er gebeurde iets, Hij kwam! Hij kwam ‘tot het zijne’, zijn eigen terrein, zijn erf, zijn eigen huis. Ze hoorden bij elkaar, Hij en zij. èn (ipf.; naar z’n aard duratief) klinkt meer statisch. Slaat het misschien op de tijd vanaf ‘het begin’ (vs1v)? Maar tegelijkertijd spreekt het, gezien het slot van vs 10 en het volgende evangelieverhaal, van de hele tijd dat Jezus op aarde was: ‘Hij was (een tijdlang) in de wereld’; wij zeggen: ‘Hij is in de wereld geweest’. Dan volgt een conclusie achteraf (vgl vs 11): de wereld kende Hem niet, begreep Hem niet, erkende Hem niet (aor., vertelling van een gebeurtenis). Ze haalde haar schouders over Hem op, was niet in Hem geïnteresseerd, leefde langs Hem heen, gaf Hem geen plaats in hun nieuws- en actualiteitenprogramma’s; Hij bleef hun innerlijk vreemd.

De zijnen, dat is het volk Israël, met z’n bijzondere positie: hier was Hij beloofd, hier werd Hij geboren en trad Hij op. Zij ontvingen Hem niet, namen Hem niet aan, namen Hem niet op in hun kring. Ook hier wordt niet met zoveel woorden gezegd dat dat des te meer verwacht had mogen worden en dat deze afwijzing des te wranger was. Nog sereen en terughoudend vertelt Johannes wat in feite uitliep op de vernederende terechtstelling aan de kruispaal.

De korte zinnetjes staan naast elkaar, nevengeschikt met een paar keer kai ‘en’ ertussen. Dat is typerend voor de serene stijl van Johannes (bij een niet altijd serene inhoud). Tegelijkertijd past het bij het karakter van een inleiding. Hoe je in vers 10 en 11 de verhouding moet zien tussen de oorspronkelijke relatie en de uiteindelijke verwerping, blijft nog open. Je kunt geschokt zijn door de tegenstelling: hoe is het mogelijk! Maar je kunt ook nieuwsgierig zijn: hoe zou dat gekomen zijn, hoe zou dat gegaan zijn?

Nog een andere mogelijke reactie is scepsis: als iemand die van God komt zo gefaald heeft in de aansluiting bij de mensenwereld, waarom zou Hij mij dan nog iets te zeggen hebben? Als antwoord daarop opent vs 12v een venster op toch nog een andere groep mensen. De eerste lezers van dit evangelie moeten zich erin herkend hebben. Het zijn mensen als die in de zeven brieven van Openbaring 2 en 3, kleine kerken in vreemdelingschap in iets als (wat wij nu noemen) een geseculariseerde samenleving.

Met die mensen staat het anders: ‘Aan de andere kant…’ ‘Ontvangen’ (aor.) is zowel ontvangen (receptief) als aannemen (actief). Hij gaf hun de bevoegdheid, de vrijheid, het recht, de volmacht om kinderen van God te worden. Het accent valt op de overgang: kom maar, je mag kind van God worden, kijk maar, de adoptiepapieren liggen klaar! De overgang naar een nieuwe rechtspositie brengt ook een feitelijke verandering van situatie met zich mee. Kinderen van God – daar komt Johannes in zijn eerste brief nadrukkelijk op terug: hij moedigt de mensen aan om vrijmoedig die positie in te nemen. Het is een intieme relatie met God, meer dan in welke godsdienst of spiritualiteit ook.

Wat zijn dat voor mensen? Ze geloven in zijn naam, dat wil zeggen in zijn persoon. Latere hoofdstukken zullen die persoonlijke relatie sterk benadrukken, zoals hoofdstuk 6 over het eten van zijn vlees en het drinken van zijn bloed. Waar die mensen vandaan komen is en blijft een mysterie. Je kunt ze niet verklaren uit hun afstamming. Dat was een essentieel kenmerk voor de Joden. Maar dat is het ook voor mensen hier en nu: kom je uit een ‘joods-christelijke’ of uit een moslimcultuur? Ze zijn ook niet geboren uit mensen met goede bedoelingen, die graag hun kinderen en kleinkinderen zien opgroeien in een betere wereld dan ze zelf hebben aangetroffen. Of uit de wil van een man die samen met zijn vrouw een gezin wil stichten en ervoor zorgen. Tot dat alles kun je ze niet reduceren, het verklaart hun bestaan niet. Het is nog wonderbaarlijker dan adoptie, God is in nog meer directe zin hun Vader. Dit zal in hoofdstuk 3 worden uitgewerkt. Zouden de hoorders zich hierin herkennen? Die uitdaging ligt in de tekst.

Heel onze passage staat in de derde persoon. Pas in het vervolg maakt die plaats voor ‘wij’ (het ‘wij’ van de getuigen). Dit gedeelte vooronderstelt niet dat lezer en hoorders al geloven, het zegt ook niet dat ze dat moeten. Dit is nog maar de inleiding op een boek dat dat geloof als doel heeft (20: 31). Deze karaktertrek van de tekst stel ik voor als uitgangspunt voor de toonzetting van de preek: voor een gehoor met twijfelaars in een niet-christelijke wereld.

Aanwijzingen voor de prediking

Beginnen vanuit de moeite (van velen) om te geloven. En de realiteit: veel mensen geloven niet, en dat lijkt vanzelfsprekend te zijn. Ook Johannes ziet duidelijk en erkent expliciet deze realiteit van ‘de wereld’.

Jezus is een geheimzinnige figuur. Hij was het licht. Licht zie je zelf niet, maar je ziet alle dingen ín het licht. Tips voor de concretisering: je ziet waar je bent, waar je kunt gaan, je kunt vooruit in de wereld, je geniet van een zonnige dag, je kunt met de dingen aan de gang. Je ziet hoe het er in de wereld voorstaat, je hebt inzicht. Dat is aan Hem te danken.

Maar dat heeft de wereld niet opgepikt en pikt ze vandaag nog niet op. Ook al zien ze het wel, het dringt niet tot ze door. Niemand heeft het erover. Je hoort er niet over in de media. Zelfs toen Hij er was, lijfelijk en wel, op aarde, toen iedereen het hoorde en het daarna werd uitgebeeld in schilderijen en muziek, bleef dat doorzicht uit.

Hij kwam, Hij trad op, leefde en werkte in Israël, als Jood onder de Joden. Zij kenden God, de God van het Oude Testament, inclusief zijn beloften over de Messias; Hij was hún God. En Hij kwam van God, van die God. Hij en zij hoorden bij elkaar. Bij hen zou je, meer nog dan bij de wereld, herkenning en erkenning van Hem verwachten. Maar ook zij accepteerden Hem niet, ze verwierpen Hem als een vreemde. Vergelijk de positie van een asielzoeker aan de grens.

Zo is zijn carrière op aarde op niets uitgelopen. Hij werd nergens geaccepteerd. Je kunt je afvragen: waarom zou ik dan iets met Hem moeten? Past Hij blijkbaar niet bij ons?

Toch zijn er mensen die Hem wel ‘ontvangen’ hebben; christenen, gelovigen. Wij denken bij die woorden al gauw aan eigenschappen of een keus van die mensen. Of een aanleg – zodat je zou kunnen zeggen: ik heb dat nou eenmaal niet. Maar dat is hier niet aan de orde. Die mensen hebben iets gekregen: dit licht, deze man zelf. Hij is naar ze toe gekomen. Dat kwam niet door iets wat ze van zichzelf meebrachten. Niet doordat ze uit gelovige ouders geboren zijn, of uit hoogopgeleide ouders, of uit blanke ouders, in een westerse cultuur. Dat hoeft niet en dat is vaak ook niet zo. Maar hun leven is helemaal opnieuw begonnen: God werd hun Vader; dát is hun achtergrond, hun herkomst. Ze mochten bij Hem komen wonen. Hij heeft ze ingewijd in zijn plannen. Het licht is voor ze opgegaan. (Al klinkt in onze wereld de uitdrukking ‘hij of zij heeft het licht gezien’ meestal ironisch.)

De afsluiting van de preek, de toon ervan, heeft te maken met hoe de prediker zijn gemeente ziet. Er zijn hier in de kerk zulke mensen, gelovigen in Christus. Het evangelie zegt niet: je móét geloven. Dit is de inleiding. Hier schijnt dat licht, in het evangelie; in de kerk. De uitdaging is om het evangelie te lezen – dat doen wij hier met elkaar –, het licht op je af te laten komen, te laten schijnen, met elkaar en anderen te delen, erin te leven. Daar ligt de belofte in van het kind van God zijn of worden.

Ideeën voor kinderen en tieners

Neem een zaklantaarn of dergelijke lamp mee, hanteer hem en bespreek wat je ermee kunt en wat je eraan hebt, vooral als het donker is. Zo is Jezus voor ons. Met tieners kun je – als de groep het aankan – het hebben over ongelovigen en gelovigen. Wat is het verschil? Ze zullen komen met wat mensen vinden en doen; leid het gesprek dan naar het ‘ontvangen’.

Aanwijzingen voor de liturgie

  • Psalm 43: 3,4. Psalm 49: 1. Psalm 89: 7. Psalm 97: 6

  • LB 179:1 (Kan ook op de melodie van Psalm 22.)

Geraadpleegd

  • http://biblehub.com/commentaries/john/1-9.htm enz., op de volgende verzen.

  • Calvijn, Het evangelie van Johannes verklaard. Kampen 1908.

  • P.H.R. van Houwelingen, Johannes. Het evangelie van het Woord. Kampen 1997.

< Terug