< Terug

Preekschets Johannes 13:33

Bij de 1e zondag van de veertigdagentijd

Waar Ik heen ga, daar kunnen jullie niet komen.

Johannes 13:33

  • Schriftlezing: Johannes 13:31-38
  • Thema: Niet te volgen…

Actueel: als je schaatsers als Irene Wüst of Kjeld Nuis boven zichzelf uit ziet grijpen naar zege, denk je ‘onnavolgbaar…’! Hoe kun je zulke helden, voorbeelden evenaren, bijbenen, laat staan inhalen? Ieder heeft zijn helden of voorbeelden, maar hoe ga je om met de drang tot bewondering of navolging?

Liturgisch kader

In de Lijdenstijd of veertigdagentijd bezint de kerk zich op de weg, die Jezus is gegaan, op weg naar zijn sterven aan het kruis. De verkondiging kan zich deze zes of zeven zondagen richten op de betekenis van zijn lijden. Johannes doet in zijn evangelie uitgebreid verslag van de gesprekken die plaatsvonden tijdens de laatste maaltijd die Jezus met zijn discipelen hield (hoofdstukken 13 tot en met 17). Hierin is genoeg stof tot overdenken te vinden voor deze periode van het kerkelijk jaar.

Wat de liederenkeuze betreft, kan er gekozen worden voor ‘Heer, ik prijs uw grote naam’ (Evangelische Liedbundel 342) dat in een paar regels bezingt welke weg Jezus is gegaan. Een lied dat ook niet mag ontbreken in deze tijd is ‘Alles wat over ons geschreven is’, dat erop wijst dat met Jezus’ lijden profetieën in vervulling gaan. Dit lied is in twee versies in het Liedboek (2013) terechtgekomen: 536 en 556 (vanwege het vijfde vers zou ik zeker voor de laatste kiezen).

Uitleg

De intocht in Jeruzalem is al beschreven in het voorgaande hoofdstuk. De tweede helft van dit evangelie is dus in zijn geheel gewijd aan de laatste dagen van Jezus op aarde, zijn sterven en de getuigenissen van de opstanding. Johannes is de enige van de evangelisten die verslag doet van de voetwassing, aan het begin van hoofdstuk 13. Hoewel dit evangelie vervolgens veel plaats inruimt voor wat er aan tafel gezegd is, blijft een beschrijving van de instelling van het avondmaal achterwege (alsof daar in hoofdstuk 6 al voldoende over gezegd is). Wanneer we beginnen te lezen vanaf vers 31 is Judas al van tafel gestuurd om zijn verraderlijke werk te doen.

Vers 31: de ‘grootheid’ (NBV) of ‘heerlijkheid’ (NBG’51) van de Mensenzoon is een belangrijk thema in dit evangelie; ook dat Jezus niet zichzelf verheerlijkt, maar dat de Vader dat doet (7:39; 8:54; 11:4; 12:16, 23, 28). Deze grootheid is zichtbaar in alles wat er vanaf dit moment gebeurt – dus niet alleen door zijn verhoging aan het kruis, of met zijn opwekking uit de dood. Let op het ‘nu onmiddellijk’ in vers 32. Met het vertrek van Judas is er blijkbaar geen weg terug.

Jezus’ grootheid wordt dus niet gemeten naar de maatstaven van de wereld, maar wordt Hem vergund door de Vader die Jezus in staat stelt om Hém (de Vader) te verheerlijken (bijvoorbeeld 17:1) in het volbrengen van zijn taak op aarde (17:4, 10).

Vers 33: nu is ook het moment aangebroken waarop de discipelen Jezus niet langer kunnen volgen. Deze weg zal Hij alleen gaan. Ook dit is een terugkerend thema: eerder al had Hij de Joden verteld dat ze Hem zouden zoeken, maar niet zouden kunnen vinden (7:33-36); in het volgende hoofdstuk wijst Jezus de leerlingen er opnieuw op dat ze Hem op dit moment nog niet kunnen volgen – ook al kennen ze de weg (‘Ik ben de Weg’, 14:6); ze zullen moeten wachten tot Jezus terugkomt om Hem te kunnen volgen naar het huis van de Vader (14:3).

Iedere keer wanneer Jezus hierop zinspeelt, ontstaat er discussie: de Joden in hoofdstuk 7, Petrus hier in hoofdstuk 13, Tomas in hoofdstuk 14 – Jezus brengt hen door deze woorden in verwarring, omdat ze het kennelijk niet kunnen / willen accepteren dat Hij voor hen ‘niet te volgen’ is. Petrus zal hier ook daadwerkelijk in falen: wanneer hij Jezus volgt naar de plek waar Hij verhoord wordt, neemt hij zijn toevlucht tot een leugen om te ontkomen aan het lot dat Jezus zal moeten ondergaan. Dat hij bereid is zijn leven voor Jezus te geven (vers 37), blijkt grootspraak. Het zal juist andersom zijn: Jezus zal sterven voor Petrus.

Vers 34: intussen wijst Jezus zijn leerlingen wel een andere weg – die van de onderlinge liefde. Dit gebod behoort tot zijn nalatenschap: de discipelen kunnen Hem niet overal volgen, maar als zij zich in de tussentijd bezighouden met wat Hij hun geleerd heeft, zullen de mensen hen herkennen als zijn leerlingen (vers 35). Jezus noemt het een nieuw gebod – dat lijkt vreemd omdat het gebod om de naaste lief te hebben al heel oud is. Nieuw is de onderlinge liefde van de volgelingen van Jezus: hier wordt een nieuwe gemeenschap gecreëerd. In het vervolg zal Hij deze nieuwe leefregel nog herhalen (15:12, 17).

Aanwijzingen voor de verkondiging

De verkondiging zou kunnen starten bij de ervaring van de hoorder: het is het lot van de christen dat hij geroepen is om Iemand te volgen die ‘niet te volgen’ is. Dat kan leiden tot frustratie (‘ik doe het nooit goed’) of tot verwarring (‘waar is Hij nu?’). Tegelijk kan het troosten dat Hij voor ons uit dóór het oordeel is gegaan om ons te verlossen.

In zijn gehoorzaamheid aan de Vader is Jezus onnavolgbaar: geen mens is in staat om alles te doen wat God van hem vraagt. Dat is onze zonde. Jezus’ zondeloosheid maakt Hem bij uitstek geschikt om de wil van God te volbrengen en de mensheid langs die weg te verzoenen met God.

Het is immers zijn roeping om een weg te gaan, die niemand Hem nadoet: de weg van het plaatsvervangende lijden en sterven. Dat God bereid is zijn Zoon te offeren, en dat er bloed ‘moest’ vloeien voor onze zonden, is voor het menselijke verstand ook ‘niet te volgen’. We hoeven geen poging te doen om dit te verklaren: stimuleer de hoorder om het gelovig aan te nemen.

Juist in zijn zelfopoffering – eerder in Johannes 13 krachtig verbeeld in de voetwassing – wordt Jezus’ grootheid zichtbaar. Daarin verschilt Hij van de meeste ‘grootheden’ (in de politiek, de media, de sport) die in deze wereld geëerd worden vanwege uitnemende prestaties. Het is goed om die grootheid te benadrukken: zijn Koninkrijk is niet gebouwd op geweld, God regeert deze wereld niet door alles en iedereen te dwingen naar Zijn pijpen te dansen; Jezus verlost ons van onze zonden door gehoorzaam te zijn, Hij strijdt tegen het kwaad door zelfopofferende liefde. Je moet wel heel groot zijn wanneer je dat werkelijk waar maakt. Zo groot is Jezus! Hij getuigt er overigens van dat die grootheid Hem geschonken is; Hij beschouwt het niet als eigen verdienste. In een terzijde zou erop gewezen kunnen worden dat ook voor ons échte grootheid erin bestaat dat we God verheerlijken door gehoorzaam te zijn aan onze roeping.

Dat Hij verheerlijkt wordt, brengt Jezus ergens waar wij Hem niet kunnen volgen – nog niet. Hij gaat dóór het lijden naar Gods heerlijkheid. Die is voor ons nog ontoegankelijk. Om daar te komen, zullen we moeten wachten tot Hij ons komt halen. Dit vraagt van de gelovige geduld en hoopvol uitzien naar het moment dat we deel krijgen aan de definitieve verlossing van onze zonden en van al het kwaad.

In afwachting van het moment waarop we Jezus ook dat laatste stukje kunnen volgen, bestaat onze navolging uit het gehoorzamen aan het nieuwe gebod dat Hij zijn leerlingen gegeven heeft: elkaar lief te hebben. Het zou een missionaire kracht kunnen / moeten zijn wanneer we het voorbeeld van Jezus volgen in dienende liefde voor onze broeders en zusters (waarbij we opnieuw kunnen wijzen op de voetwassing). Wellicht zijn hier concrete voorbeelden te noemen van situaties in de eigen gemeente waarin die onderlinge liefde in de praktijk gebracht wordt of gestimuleerd kan worden. Of ook hoe die dienende liefde naar buiten toe vormgegeven kan worden.

Helaas, ook hierin falen we geregeld. Kijk maar naar de verdeeldheid van de kerken, of conflicten tussen gelovigen. We mogen geloven dat Jezus ook ons tekortkomen in de liefde wil vergeven. Daarbij zouden we erop kunnen wijzen dat Petrus – die zo stellig beweerde voor Jezus te willen sterven – na zijn verloochening opnieuw door Jezus wordt aangenomen om zijn roeping voort te zetten.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Je zou kinderen een vraag kunnen stellen: als iemand je de weg vraagt, dan wijs je hem / haar in de goede richting. Maar waar stuur je iemand naar toe, die naar God, de Vader wil? Het heeft natuurlijk geen zin om naar boven te wijzen. Maar je kunt wel vertellen dat Jezus de weg is naar God en dat Jezus volgen en vertrouwen door de deur naar God gaan is en voor je hele leven is.

Deze recensie is geschreven door Jan Swager. Swager is predikant van de Gereformeerde kerk in Doornspijk.

Geraadpleegd

M. de Jonge, Johannes, een praktische bijbelverklaring, Tekst en Toelichting, Kampen 1996

L. Morris, The Gospel according to John, The New International Commentary on the New Testament, Grand Rappids 1995


< Terug