< Terug

Preekschets Johannes 16:7a

Johannes 16:7a

Exaudi of weeskinderen

Het is beter voor jullie dat Ik weg ga!

Schriftlezing: Johannes 16:5-15

Het eigene van de zondag

Op deze wezenzondag tussen Hemelvaart en Pinksteren is gekozen voor een tekst uit Johannes, waar Jezus aangeeft dat er een tijd zal komen dat Hij er lijfelijk niet meer zijn zal, maar dat van Godswege de Trooster (Parakleet) vol Geestkracht nabij zal komen. De hemelvaart is geen vlucht weg van de wereld, maar een voorwaarde om de komende, wereldwijd werkende Geest op aarde te leren onderkennen. In die woorden klinkt iets van komend te verwachten heil; zo zou men in plaats van wezenzondag ook van ’Pinksteradvent’ kunnen spreken.

Uitleg

Jezus belooft zijn leerlingen dat zijn naderend heengaan niet alleen verdriet (vs. 6) zal doen. Hij zal hen niet als wezen (orphanoi, Joh. 14:18) achterlaten. In dit woord resoneert het Oude Testament, waar de Heer keer op keer opkomt voor de rechteloze positie van weeskinderen, vaak in combinatie met even rechteloze weduwen. Israël krijgt de opdracht hun recht te verschaffen (Deut. 24:17; Ps. 10:14; Ps. 82:3). God zal ook nu zijn kinderen niet laten verwezen, al zal Jezus niet meer in persoon terugkeren. Jezus is overigens vaker ‘vertrokken’, namelijk om bewust op afstand van zijn geliefden te gaan staan en daarna weer een toewendende beweging te maken (bv. Mat. 14:22-24). Vergelijk ook Jesaja 54:4-7, waar het beeld wordt getekend van Israël als de verlaten en diepbedroefde vrouw die, nadat God haar een kort ogenblik had verlaten, weer tot haar vreugde met grote liefde in erbarmen wordt opgenomen. De afwezigheid is Goddank niet definitief, zoals ook in de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters (Mat. 21:33vv),al komt daar niet de heer zelf terug, maar zijn zoon als zijn representant.

Er is een wonderlijke logica in de gedachte dat Jezus weg moet om de komende Geest ruimte te geven. Wellicht is dit als een mystieke logica op te vatten, die met name door deze evangelist is doordacht, waarin duidelijk zal worden dat tijd en plaats voor de boodschap nu te beperkt zijn. Jezus, ook als Christus, is tijd- en plaatsgebonden. De komende Geestkracht die de gehele aarde zal bedauwen, is niet zonder Christus, maar juist vol van zijn kracht en nabijheid, en daarin volledig een met de Vader.

De Geest is de ‘andere Trooster’ (Joh. 14:16). Christus Zelf is de eerste Trooster geweest; zo wordt Hij ook genoemd als Parakleet (advocatus) in de eerste Johannesbrief (2:1) en vertaald als ‘voorspraak’ (nbg) of ‘pleitbezorger’ (nbv) die voor je opkomt. De vertaling ‘Trooster’ is dus gedeeltelijk juist; het gaat eigenlijk meer om een advocaat, die te hulp geroepen wordt en je in alles bijstaat, je zaak overneemt, deze behartigt op de juiste wijze en die je tot het laatst begeleidt. Met deze naam komt de bijzondere werking van Christus, die alles bij de Vader brengt en een is met Hem, in ons persoonlijk leven nog meer tot uiting.

Jezus ging al tijdens zijn aardse rondgang steeds heel persoonlijk met zijn discipelen om (Mar. 6:31-32). In alles bewees Hij dat Hij zijn schapen kende (Mat. 17:25-27). Voor ieder waren er persoonlijke, zorgzame aandacht en wijsheid, een intense betrokkenheid, die precies beantwoordde aan de behoefte van ieder. Dat moeten de leerlingen nu gaan missen. Maar staan blijft de belofte van Christus dat alles wat Christus geweest is de Heilige Geest nu zal gaan doen, en blijkbaar alomtegenwoordiger, volmaakter, dieper en intenser dan Christus heeft kunnen doen (Joh. 16:12-15). Onbegrijpelijk, maar waar!

Aanwijzingen voor de prediking

  • Voor veel gemeenteleden is de Geest een vaag begrip. Men weet er geen weg mee, zich er niets bij voorstellen en ervaart de Geestkracht niet. De lijfelijke aanwezigheid van Jezus is zoveel tastbaarder en lijkt daardoor overtuigender en wenselijker. Velen herkennen zich gemakkelijker in de discipelen van vóór Pinksteren, maar daarna lijkt men slechts hun ‘achterlichten’ te zien; men het geloofstempo niet meer bijhouden. Zo staart men zich gemakkelijk blind op de historische werkelijkheid van toen en praat zichzelf een gemis aan (wij kunnen er eenvoudig niet bij zijn, zoals zij vroeger wel). Troostend is het dat de woorden van toen, ‘het is beter dat ik wegga’, ons nu samenbrengen met de leerlingen: Jezus heeft dat woord tot hen en ons allen gericht. Dat Hij er niet meer is, is beter, ook voor ons. Jezus vindt het juist beter om weg te gaan, niet voor Zichzelf, maar voor ons. Het is voor jullie beter als Ik ga! Zolang Jezus op aarde was, moest Hij van buiten naar binnen werken, maar toen Hij heenging, zond Hij zijn Geest, om hun groei in vertrouwen van binnenuit gestalte te geven. Zo gaan zij daadwerkelijk zelf, uit een vrijwillige keus en overgave, steeds meer leven met de Vader, hun Vader (Rom. 8:14-17). Hoe zou het trouwens zijn geweest als wij erbij zouden zijn geweest? Wat zou ons geloofsleven dan zijn geweest? Hoe zouden we met Hem hebben opgetrokken? Volgens Hem is het beter dat Hij ‘op afstand met ons verbonden is’.

  • Het ‘weggaan van Jezus’ stelt het geloof op de proef. Ook mensen die zeer verbonden leven met God ervaren soms een vervreemding, een bitter gevoelde afstandelijkheid. Het is in zijn uiterste vorm de kreet ‘Waarom hebt u mij verlaten?’ (Ps. 22:2). Dat Jezus aan het kruis juist die woorden uitschreeuwt, is zijn opperste solidariteit met mensen van alle tijden. Soms zoeken mensen naar het waarom van die afwezigheid. Is het hun schuld? Dat is de vraag waar Job mee worstelt in gesprek met zijn vrienden. De ervaring van de afwezigheid Gods een hunkering naar zoeken oproepen. Veel schriftplaatsen getuigen ervan dat God gezocht wil worden. En wie zoekt, ontdekt (Ps. 22:27; 27:4; 34:11; 63:2; 83:7; Mat. 6:33; 7:8; Kol. 3:1). Maar de afstand blijft er. Dat betekent dat wij, net als Petrus (Joh. 13:36), ondanks onze belijdenissen Hem niet letterlijk kunnen volgen, maar mogen vertrouwen dat de Geest een brug zal slaan (Joh. 16:13). De Geest leert ons dit. Dat betekent niet dat de Heilige Geest alles heel begrijpelijk maakt of het ons theoretisch leert. Hij wil het vooral in de praktijk leren. Hij wil het ons voordoen, ons stimuleren om het zelf te doen: omgang zoeken met Christus, de dingen aan Hem voorleggen, niet verder gaan zonder Hem. De Geest laat ons niet alles zien, Hij laat ons iets zijn!

  • Het is een verleiding het geloof te zien als een manier om gemakkelijker en aangenamer te leven. De uitdaging is te zoeken naar wat werkelijk doelmatiger, vruchtbaarder is. Als je nu daadwerkelijk met het voorbeeld van Christus voor ogen en gedreven door zijn heilrijke aanwezigheid van binnen, bereid bent om moeilijkheden onder ogen te zien en je op te offeren waar dit nodig is, zul je een groei ontdekken, een levenslange, intieme verbondenheid, echt met Hem, die het werk van zijn handen nooit loslaat, die beloofd heeft dat Hij bij ons zal zijn, tot aan de voleinding, elke dag (Mat. 28:20)!

Liturgische aanwijzingen

Uit (NH1938) Psalm 92:1 en 2; 103:6, 7; 89:12, 19; 111:1, 5; Gezang 171:2, 3; 136:3, 5.

Geraadpleegde literatuur

A. van de Beek, De adem van God, Nijkerk, 1987.

< Terug