< Terug

Preekschets Johannes 2:13-22

Thema: Een heilig huis
Schriftlezing: Johannes 2:13-25, Jeremia 26:1-15

Het eigene van deze zondag

Op de zondagen na Epifanie volgen we de evangelist Johannes in zijn beschrijving van het eerste optreden van Jezus. Vanuit zijn eigen intieme ervaring, die hij voor ons opgetekend heeft, wil de ‘geliefde leerling’ ons laten zien wie Jezus is.

In deze tweede preek (zie ook de eerste preek: Preekschets Johannes 1:51) staat een publiek optreden van Jezus centraal: in de tempel in Jeruzalem verjaagt hij de handelaars en geldwisselaars om de heiligheid van het huis van zijn Vader te herstellen.

Uitleg

Geoefende bijbellezers zullen meteen de vraag stellen: hoe verhoudt zich deze tempelreiniging tot de episode waarover de synoptische evangeliën vertellen (Matt. 21:10-14, Mark. 11:15-19, Luk. 19:45-48)? Zonder de historische en literaire vragen volledig op te lossen, kan met goede redenen de onafhankelijkheid van het verhaal in Johannes 2 worden verdedigd (Ridderbos, Van Bruggen). Anders dan bij de synoptici wordt hier het schoonvegen van het tempelplein gevolgd door een raadselspreuk van Jezus waarin Hij zinspeelt op zijn eigen sterven en opstanding.

Het optreden van Jezus in de tempel van Jeruzalem krijgt door een combinatie van motieven een programmatische strekking, en bevat een aantal hints aan de lezer om bij de verdere lectuur in gedachten te houden (Wierenga). Na het eerste teken in Kana (2:11) toont Jezus nu in het hart van Israëls godsdienstig leven wie Hij is. Zonder van een afzonderlijke sèmeia-bron in het Johannesevangelie te willen spreken (vgl. Bultmann), kan toch in de verbinding van Jezus’ handelen en zijn woorden een belangrijke sleutel worden gevonden voor wie Hij is.

Een eerste aanwijzing voor Jezus’ identiteit is zijn spreken over ‘het huis van mijn Vader’. De verhouding van Jezus tot de Vader is het dragende thema van het Johannesevangelie. Hier identificeert Jezus zich voor het eerst – indirect maar onmiskenbaar – als de Zoon van God. De nauwe relatie tussen deze mens en de God van Israël creëert hoogspanning.

De leerlingen die het van nabij meemaken moeten bij het felle, verontwaardigde optreden van hun meester denken aan het woord uit Psalm 69:10: De hartstocht voor uw huis zal mij verteren. In eerste instantie gaat dit over de gloeiende passie die Jezus laat zien als hij het tempelplein schoonveegt, een passie die past bij de Zoon die als geen ander gehecht is aan zijn Vader. Tegelijk wil de evangelist zijn lezers alvast laten wennen aan de diepere lagen die hij met zijn citaten uit de Schriften oproept: dezelfde hartstocht die Jezus nu manifesteert, zal aan het einde van zijn missie hem letterlijk ‘verteren’ in de dood die hij ondergaat. In dat opzicht is er een intrinsiek verband met Jezus’ optreden hier in de tempel en zijn uiteindelijke verwerping door het Joodse volk en zijn leiders.

Ook naar een andere zijde roept Jezus’ noemen van ‘mijn Vader’ spanning op. De Joden – zijn het gewone omstanders, of de religieuze leiders? – roepen hem ter verantwoording: wie bent u dat u dit mag doen? Dit maakt van het optreden in de tempel meer dan een incident: Jezus eigent zich de centrale plaats van Israëls godsdienst toe, en dat roept de vraag op naar zijn autoriteit. De confrontatie tussen Jezus en het religieuze establishment in Israël is een terugkerend motief in het evangelie. Deze confrontatie blijkt intrinsiek met de identiteit van Jezus verbonden te zijn: als hij werkelijk is wie hij zegt te zijn, dan vraagt dit om erkenning van Gods volk Israël, en dan verschuift het centrum van Israëls eredienst naar Jezus.

Door zijn reactie op de vraag naar een teken buigt Jezus de kwestie van legitimatie om naar een betekenisvol openbaringswoord. Het is een uitspraak die voor de toenmalige omstanders nauwelijks te vatten moet zijn geweest: “Breek deze tempel maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.” De dubbelzinnigheid zit in tenminste drie elementen: 


  • Waar verwijst Jezus naar met ‘deze tempel’? Wijst hij van zichzelf af naar het gebouw, of zit er een verborgen verwijzing in naar zijn eigen lichaam als een metaforische tempel? De Joden vatten het in letterlijke zin op, en dan is het onbestaanbaar dat zo’n complex bouwwerk, waar 46 jaar aan is gewerkt, door één man in drie dagen weer overeind gezet wordt.


  • Hoe moeten we de ‘drie dagen’ opvatten? Letterlijk gezien is dat een onmogelijk korte tijdsduur, dus zal het wel op iets anders betrekking hebben. Als lezers weten we achteraf dat Jezus op de derde dag opstond uit de dood, maar je kunt het de omstanders en de leerlingen van Jezus niet kwalijk nemen dat ze dit tóen nog niet konden bevatten.

  • Het woord dat met ‘opbouwen’ vertaald wordt, is tegelijk ook het woord (egeirô) voor de opwekking van Jezus uit de dood.
Gezien deze onduidelijkheden is het geen wonder dat de uitspraak van Jezus uit Johannes 2 bij het verhoor door het Sanhedrin in verhaspelde vorm terugkomt (Matt. 26:61 en parallellen).

Het commentaar van de evangelist in vers 21-22 lost de dubbelzinnigheden voor de lezer op. Dat de strekking van Jezus’ woorden niet meteen helder was, is begrijpelijk. Zijn identiteit en zijn missie vormen een geheim dat pas geleidelijk onthuld wordt. Door de woorden van de Schrift te betrekken op het optreden van Jezus, worden leerlingen en lezers in dit geheim ingewijd en komen ze tot erkenning van deze Mensenzoon (1:51) als Zoon van God en gezonden messias. De scène in de tempel is een veelzeggend voorbeeld van het mystagogische karakter van het evangelieverhaal dat Johannes vertelt.

Aanwijzingen voor de prediking

Bij het eerste horen zullen kerkgangers schrikken van het felle, boze optreden van Jezus. Is dit onze Heiland? Vanuit deze reactie kan de uitspraak over de hartstocht voor uw huis naar voren gebracht worden. De heilige, gloeiende verontwaardiging is niet een duistere kant van Jezus, maar komt onmiddellijk voort uit zijn pure toewijding aan zijn Vader. Hij kan het niet hebben dat de dienst aan God zo gecorrumpeerd wordt.

Maar misschien moet de schrik ook wel even worden vastgehouden. Zoals Jezus de religieuze ‘business’ op het tempelplein omvergooit, zou Hij zo ook kunnen binnenkomen in ons geestelijke en kerkelijke leven? Doorgaans zal onze ‘religie’ niet zo door commerciële belangen bedorven zijn als de markthandel op het tempelplein. Toch lopen wij gevaar om in kerk en geloof onze eigen ‘heilige huisjes’ op te trekken. In plaats van met God zijn we bezig met onze eigen tradities, machtsposities, veranderplannen, gezellige activiteiten, en noem maar op. Ongemerkt nemen we onszelf zo serieus, dat er in onze godsdienst voor God zelf nauwelijks plaats overblijft.

Het tempelteken en het tempelwoord trekken alle aandacht toe naar Jezus zelf. In verkondiging en geloof moet ook vandaag telkens weer die beweging gemaakt worden. In zijn Zoon wil God bij ons wonen. De ijver die Jezus verteerde is voor ons de reddende zelfovergave van onze Heer die samenleven met de hemelse Vader mogelijk maakt.

Christenen kunnen soms ‘zeloten’ (zêlos = ijver, fanatisme) worden, die vol passie gaan voor wat zij als de wil van God zien. Als je idealen dan op de weerbarstige praktijk stuklopen, haak je teleurgesteld af. Je hebt je het vuur uit de sloffen gelopen, maar is dat dan voor niets? Het kan heilzaam en ontspannend zijn om onze verwachting te leren stellen op de passie van onze Heer, en niet op die van onszelf. Hij richt het heilig huis op, dat hoeven wij niet te doen.

Voor materiaal gericht op de kinderen in de kerk kunnen methodes als Vertel het maar en Kind op zondag geraadpleegd worden. Het verhaal zal kinderen direct aanspreken. Ook kunnen zij over de vraag nadenken: waar ben ik zo druk mee, dat ik God soms vergeet?

Liturgische aanwijzingen

De tempelreiniging sluit aan bij de profetische kritiek uit het Oude Testament op de verwording van de cultus. Vandaar dat een tweede lezing uit Jeremia 26 is gekozen. De verbinding ligt dieper: ook bij de profeet Jeremia stelt het religieus establishment zijn legitimatie ter discussie, en wordt de trouwe dienaar van de HEER met de dood bedreigd.

Liedkeuze: verschillende Psalmen die over de tempel van God spreken (bv. 84, 100, 138) komen in aanmerking. Enkele verzen uit Psalm 69 kunnen een mooie aanvulling bij de evangelielezing zijn. Het NLB bevat een lied (187) over de tempelreiniging. LB 971 (Zing een nieuw lied) is geschikt als openingslied dat tegelijk verband houdt met het thema van de dienst.

Geraadpleegd

  • J.A. Bengel (Gnomon, 1773)

  • F. Lücke (KEH, 1833)

  • R. Bultmann (KEK, 1950)

  • E.L. Smelik (PNT, 1965)

  • H. Ridderbos (1992)

  • P.H.R. van Houwelingen (CNT, 1997)

  • L. Wierenga, Verhalen als bewijzen: strategieën van narratieve retoriek, in Johannes: verslag van een cursorische lectuur van het Johannes-evangelie, Kampen: Kok, 2001

< Terug