< Terug

Preekschets Lucas 2:38

Lucas 2:38

Op dat moment kwam ze naar hen toe en bracht hulde aan God en sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem.

Schriftlezing: Lucas 2:22-39

Het eigene van de zondag

De zondag tussen Kerst en Oud en Nieuw is vaak een zondag die in de verdrukking komt door alle bijzondere dagen. Op deze dag krijgt de boodschap van het Kerstfeest een plaats in het ‘gewone’ leven van iedere (zon)dag. Door het kerstkind wordt dat gewone voor altijd in goddelijk licht gezet.

Uitleg

In deze schets wordt slechts ingegaan op de persoon van Simeon voor zover dat in verband met Hanna van belang is.

Na de besnijdenis van een jongen, die op de achtste dag na zijn geboorte plaatsvond (vs. 21), was een periode van reiniging van 33 dagen voorgeschreven. Wanneer het de eerstgeboren zoon betrof, ging men daarna naar de tempel ‘om Hem aan de Here aan te bieden’. Dit verwijst naar de lossing van de Israëlitische eerstgeborenen die bij de tiende plaag in Egypte gespaard waren. Hiervoor moest iedere niet-leviet vijf sikkels geven, bedoeld voor de instandhouding van de tempeldienst (zie Num. 18:15, 16). Voor de reiniging van de moeder moesten een lam als brandoffer en een duif als zondoffer worden gegeven. Armen mochten twee duiven offeren.

Het valt op dat veel woorden in deze perikoop overeenkomen met die welke worden gebruikt in 1:5-23, waar wordt verteld over de priester Zacharias in de tempel. Aangezien Jozef en Maria nakomelingen van koning David zijn, zijn op deze wijze koning, priester en profeet (profetes) in de tempel betrokken bij de verkondiging van de komst van de Messias.

Simeon en Hanna zijn twee oudtestamentische getuigen, die vol verwachting op de drempel van het Nieuwe Testament uitzien naar de Messias. Op het getuigenis van twee getuigen stond een zaak vast.

Aangezien Hanna als vrouw niet verder dan de voorhof der vrouwen mocht komen, vindt deze gebeurtenis vermoedelijk plaats in deze voorhof, of in de voorhof der heidenen. De openbaring van de Messias begint in de tempel, in het hart van de Joodse godsdienst, maar zichtbaar voor het gehele volk, mannen en vrouwen (en eventueel ook voor gelovige heidenen).

Hanna betekent ‘begenadigde’. Fanuël komt van Pniël: het aangezicht van God (zien). De namen van deze vrouw zijn in tegenspraak met wat van haar veelal rijke en wereldsgezinde stam gezegd kon worden, maar zijn zeer toepasselijk voor haar. De stam Aser (betekenis: geluk, succes) had zijn grondgebied in het noordwesten van Galilea, en was daarmee het verst van de tempel verwijderd. Ook wat geloof betreft ging dat op voor deze stam, die in ballingschap werd gevoerd en waarvan slechts een klein deel terugkeerde.

Profeten waren al lange tijd niet meer opgetreden. Net als in de tijd van Samuël, wiens moeder eveneens Hanna heette, ‘was het woord des Heren schaars’. Hanna is de eerste die in het Nieuwe Testament profeet of profetes wordt genoemd.

Het woord ‘weduwe’ (chèra) heeft de notie van eenzaamheid. Een weduwe zonder kinderen keerde terug naar het huis van haar ouders, om daar te wachten op een tweede huwelijk of op de dood. Hanna bleef alleen, hoewel ze jong was, en juist daarom stond zij hoog in aanzien. De meningen lopen uiteen over de vraag, of Hanna 84 jaar oud was, of dat zij al 84 jaar weduwe was. In het laatste geval was zij ten tijde van deze geschiedenis minstens 105 jaar oud. De laatste uitleg verdient de voorkeur. Zij had de ontaarding en het verval van de Hasmonese dynastie meegemaakt, de verovering van Jeruzalem en de ontwijding van de tempel door Pompejus (63 v. Chr.), en de despotische regering van Herodes de Grote.

Vers 37: ‘Zij verwijderde zich niet van de tempel, met vasten en gebeden dienende nacht en dag.’ Het valt op, dat de nacht (het bijzondere) voor de dag (het gewonere) wordt vermeld. Zie 1 Timoteüs 5:5 en Psalm 84. Mogelijk had Hanna een woonvertrekje binnen de tempelmuren.

Vers 38: anthomologeomai is een samenvoeging van anti en homologeomai: zij op haar beurt prees, of beleed, God. Het imperfectum geeft aan, dat zij dit voortdurend deed. Dezelfde werkwoordsvorm wordt gebruikt voor het ‘spreken over’ het kind. Zij sprak dus ook na deze ontmoeting steeds over Hem. Aangezien zij voortdurend in de tempel was, kende zij veel bezoekers ervan, en men kende haar. Zo had zij veel gelegenheid om over het kind te spreken. Prosdeuchomai is uitzien naar, verwachten of aannemen; voor wie gelooft is de verlossing al werkelijkheid voor deze gerealiseerd is. Lutroosis betekent letterlijk losmaking, en vanuit deze betekenis ook bevrijding, verlossing. Het is een beeldend woord. Deze tekst doet denken aan Jesaja 52:9. Waar Simeon de vertroosting van Israël verwacht, spreekt Hanna over de verlossing van Jeruzalem. Dit laatste politiek of geestelijk opgevat worden. In verband met de tempel wijzen de woorden op het herstel van de juiste dienst aan de Here, onder andere doordat de op politieke gronden door onbevoegden benoemde hogepriesters uit hun functie worden gezet door de komst van de hogepriester naar de wil van de Heilige Israëls. Jeruzalem is hier de vertegenwoordigster van Gods volk.

Lucas vermeldt hier niet de episode van de komst van de wijzen uit het Oosten en de vlucht naar Egypte, die door Matteüs worden verhaald, maar gaat over tot de orde van de dag: het dagelijks leven in Galilea (vs. 39). Hiermee wordt het (schijnbaar) gewone van het kind Jezus benadrukt.

Aanwijzingen voor de prediking

In de afgelopen feestperiode is regelmatig aandacht gevraagd voor mensen die eenzaam zijn. Er wordt van uitgegaan dat iedereen wel zulke mensen kent; mensen zoals Hanna. Mogelijk herkennen kerkgangers zichzelf in haar eenzaamheid. Herkennen zij ook haar toewijding aan de Here God en het idee dat Hij haar leven vult, zodat het gemis niet op de voorgrond staat?

Heel wat mensen hebben na de feestdagen een kater – hopelijk niet letterlijk – omdat het feest wéér niet perfect was, hoeveel inspanningen er ook gepleegd zijn. Hanna zou met recht teleurgesteld kunnen zijn; het leven had haar niet gebracht wat wenselijk was. Zowel in haar persoonlijk leven als in de recente geschiedenis van haar volk is weinig om blij mee te zijn. Maar zij straalt en juicht. Wat is haar geheim? Ze is in de tempel in haar element en leeft dicht bij haar God. Daarom heeft zij in die tempel haar Verlosser gevonden.

Wie Hanna zocht, wist waar hij moest zijn. Haar leven was een leven uit één stuk. De jongere generatie van tegenwoordig wordt wel de patchworkgeneratie genoemd, en ook de ouderen vertonen trekjes hiervan. Voor het geestelijk welzijn van mensen is dat niet gezond.

Hanna’s handen waren leeg. Met volle handen kun je weinig ontvangen.

Een korte uitleg van de reden van de komst van Jozef en Maria met het kind is op zijn plaats. De priesters en levieten die rondliepen in de tempel jubelen het niet uit omdat zij hebben gezien wie er is binnengebracht. Het in stand houden van godsdienstige vormen, hoe goed op zichzelf ook, geeft niet de vreugde die Hanna kende. Mensen kunnen zo druk zijn met de orde van alledag, dat zij Gods Zoon voorbij lopen. Druk zijn met het dagelijks leven geeft weinig ruimte voor het verwachten van het niet-alledaagse. Het gaat erom, welke prioriteiten mensen stellen. Rekenen zij met God, niet alleen op het Kerstfeest, maar ook erna?

Hanna’s namen zijn werkelijkheid geworden. Tegenwoordig weten veel mensen niet meer wat hun naam betekent, en over hun voorouders weten zij vaak ook weinig. Daarmee is een belangrijke band met het voorgeslacht verdwenen. Ook dat zorgt voor het eenzame gevoel dat mensen op zichzelf zijn aangewezen.

Simeon en Hanna zijn twee oudtestamentische getuigen. Zij zijn oud en dus eerbiedwaardig. Zij ‘zijn er bijna’, terwijl men in onze maatschappij zou denken dat ‘zij er bijna zijn geweest’. De (geloofs)woorden van oudere mensen zijn de moeite van het horen waard.

Lang wachten wordt vaak een gewoonte. Hanna gelooft nog steeds in de vervulling van haar verwachting, en herkent die daarom toen het zover was. Zij herkent haar Verlosser zelfs terwijl de verlossing nog moet plaatsvinden. Al voor die werkelijkheid wordt prijst zij God en zij spreekt vanaf dat moment steeds over Hem met allen die de verlossing voor Jeruzalem verwachten. Zij wordt op haar oude voeten een vreugdebode zoals Jesaja die beschreef. Wie het vervolg van Jezus’ leven kent, wie niet alleen Kerstfeest maar ook Pasen vierde, heeft zéker reden om vreugdebode te worden. Zulke mensen hebben iets te vertellen als er wordt gevraagd hoe hun Kerstfeest was!

Liturgische aanwijzingen

Tweede schriftlezing: Jesaja 52:7-12.

Omdat in de nieuwtestamentische lezing veel noties uit het Oude Testament meeklinken, is het mooi om veel psalmen te zingen, bijvoorbeeld Psalm 84, 92 en 139. De gezangen 139, 147 en 464 zijn ook toepasselijk, evenals de gezongen geloofsbelijdenis. Na alle bijzondere diensten het een verademing zijn wanneer deze dienst eenvoudig van opzet is. Als zegen verdient de Aaronitische zegen de voorkeur.

Geraadpleegde literatuur

L. Goppelt, Theologie des NT, Göttingen 1978; A. Noordegraaf, Postille 36, 31w; G. Karssen, Manninne, Kampen 1979, 140w; J. Overduin, Profetische vergezichten, Kampen 1951, 194w.

< Terug