< Terug

Preekschets Lucas 2:7

Kerstnacht

‘Ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene.’

Lucas 2:7

Schriftlezing: Lucas 2:1-7
Thema: De eerstgeborene

Het eigene van dit moment

In de Kerstnacht kantelt Advent naar Kerst. Een geboorte in de nacht: verwondering, ontspanning, ademloze eerbied voor het wonder van een nieuw begin. Maar we spitsen de oren niet meer bij het oude Kerstverhaal. We kennen het zo langzamerhand wel. Dat geldt voor trouwe kerkgangers en minder trouwe. Het is elke Kerst de uitdaging, niet in het minst voor de uitlegger, de oorspronkelijke gloed ervan te herontdekken.

Uitleg

In het geboorteverhaal van Jezus wordt Hij uitdrukkelijke de ‘Eerstgeborene’ genoemd. Hij was het eerste kind van Maria en Jozef. Elke dag worden er kinderen geboren en dus ook oudste, maar voor ouders die dit meemaken is de komst van de eerstgeborene uiterst bijzonder. Een ingrijpender gebeurtenis kun je je nauwelijks voorstellen. Je zou kunnen spreken van een bestaansschok of existentiële aardschok. Plotseling draait alles niet meer om jezelf, maar om het kind. Je leven krijgt een andere oriëntatie. Het benoemen van Jezus als ‘Eerstgeborene’ roept daardoor allerlei associaties en vragen op. Wat schokt mijn bestaan? Wat of wie heroriënteert mijn leven? In welke zin betekent de komst van Jezus voor mij een bestaansschok?

Als Lucas zijn kerstverhaal schrijft, is door de volgelingen van Jezus al veel over diens betekenis nagedacht. Hij was in de ogen van Lucas niet zomaar een geestrijk mens, maar veel meer dan dat. Het door hem gebruikte begrip ‘Eerstgeborene’ drukt dit uit. Een eerstgeborene had in Israël een bijzondere status. In hem zette de familielijn zich voort. Hij was de eerste, de voorganger, de belangrijkste erfgenaam. Hij gold als de drager van verleden en toekomst. Aan hem verbonden zich verwachtingen, verlangens en idealen.

In enkele nieuwtestamentische teksten heeft het woord ‘eerstgeborene’ een theologische lading gekregen. In Kolossenzen 1:15 heet Jezus ‘eerstgeborene van heel de schepping’, in Kolossenzen 1:18 en Openbaring 1:5 ‘eerstgeborene van de doden’ (vergelijk ook Romeinen 8:29; Hebreeën 1:6).

Het woord ‘eerstgeborene’ valt ook in Psalm 89:28. In deze psalm gaat het over David. God ‘maakt’ David, tot eerstgeborene, de hoogste van de koningen der aarde, wiens dynastie altijd zal voortleven. In deze Psalm zijn verscheidene teksten te vinden die gemakkelijk met Kerst en Christus kunnen worden geassocieerd.

Wij kijken op nog meer afstand dan Lucas naar dit alles. Het Romeinse Rijk was voor hem nog een realiteit. Nu bestaat het alleen nog uit archeologische brokstukken. Het verhaal van Jezus’ geboorte lezen we echter nog altijd. Het reikte tot in Rome en veel verder. Niet het Romeinse Rijk bleek de toekomst te hebben, maar de ‘eerstgeborene’. Hij bleek de erfgenaam van een blijvender erfenis.

In dit verband valt het op dat Lucas bij aanvang van zijn verhaal de namen van twee machthebbers in dat rijk noemt: Augustus en Quirinius. In zijn evangelie en het boek Handelingen toont hij hoe het verhaal van Jezus zijn weg vindt naar Rome. Bij aanvang, in het geboorteverhaal van Jezus, is dit einddoel al in beeld. Een voorlopig doel, zo beseffen wij nu. In Jezus’ geboorte, uit twee nietige mensen in een uithoek van een inmiddels verloren gegaan rijk, ontdekten velen, wereldwijd en tot op de dag van vandaag, een voorgoed begonnen begin. De geboorte van deze ‘eerstgeborene’ vormde en vormt nog voor vele generaties een bestaansschok en heroriëntatie.

Aanwijzingen voor de prediking

Dat de komst van Jezus, de eerstgeborene, in veel opzichten het bestaan van mensen een nieuwe oriëntatie geeft, kan op uiteenlopende manieren worden uitgewerkt.

Wie dichtbij de ingrijpende ervaring van de komst van een eerste kind wil blijven, zou zich kunnen laten inspireren door het verhaal ‘De kerstmorgen’ van de Zweedse schrijfster en Nobelprijswinnaar Selma Lagerlöff. Het gaat over een man die na lang zoeken eindelijk een vrouw trouwt. Jan Andersson heet hij. Het is een stille man die leeft op het Zweedse platteland. Hij is blij eindelijk een vrouw te hebben die zijn eten klaarmaakt en huis verzorgt. Dan komt er een bericht waarvan hij schrikt: zijn vrouw is zwanger. Jan ziet alleen problemen: een huilend kind, een mond extra. Terwijl de bevalling gaande is, zit Jan buiten te wachten, bozig en mokkend. Nadat het kind geboren is, wordt hij binnengeroepen. Er wordt en bundeltje in zijn armen gelegd. Hij ziet een gezichtje, het is een meisje. Plotseling begint zijn hart enorm te bonzen. De vroedvrouw ziet het en wil het kind uit zijn armen nemen maar Jan Andersson klemt het kind stevig tegen zijn borst. De vroedvrouw vraagt: ‘Heb je nog nooit iemand zo liefgehad dat je hart begon te bonzen?’ Hij schudt van nee. Ineens begrijpt hij dat hij van dit meisje houdt vanaf het moment dat het in zijn armen werd gelegd. Het is een vreemd geluk, dat hij nooit eerder had meegemaakt. Door dit vreemde geluk begrijpt Jan Andersson voor het eerst wat het betekent om mens te zijn.

Een meer theologische uitwerking zou aansluiting kunnen zoeken bij de eerder genoemde nieuwtestamentische teksten over Jezus als de ‘Eerstgeborene’. Lucas heeft Jezus als de Opgestane leren kennen en die ontdekking komt uit alle poriën van zijn evangelie. Ook al in het kerstverhaal. Jezus is de Eerstgeborene, d.w.z. de Erfgenaam van Gods toekomst. Hij is de Drager van de profetische toekomstbeloftes en het Koninkrijk. In Hem komt God aan het licht. Lucas vertelt niet dat de geboorte van Jezus in de nacht plaatsvond. Maar in de verbeelding van de overlevering was dat wel zo en terecht. De nacht kon de komst van deze Lichtdrager niet verhinderen.

Eventueel kan de focus van de preek ook liggen op de uitwerking van Jezus’ geboorte. Niet het Romeinse Rijk veranderde de wereld zozeer, maar deze Eerstgeborene wel. Overal in de wereld en door de geschiedenis heen ontstonden er dankzij Hem eilanden van liefde. Zonder de ogen te sluiten voor de zwarte bladzijden uit de geschiedenis van de kerk, kan er gewezen worden op de heilzame uitwerking van het christendom. Kennelijk heeft het verhaal van Jezus meer kracht dan aanvankelijk vermoed. Overigens is het de vraag of er veel aandacht moet worden gegeven aan de grote aantallen mensen die zich met dit verhaal hebben verbonden. Het ging Jezus nooit zo om grote aantallen. Think big was niet echt zijn stijl. Het ging Hem veeleer om ieder mens afzonderlijk.

Iedere geboorte is een oergebeurtenis met een Paasdimensie: leven bloeit op als ware het een geschenk uit het niets. Door het verhaal van Jezus’ geboorte heen echoën dezelfde woorden als in het verhaal van zijn opstanding: ‘En toch …’. De benaming ‘eerstgeborene’ is geladen met dat ‘en toch’. Met hoop dus. Je moet uitkijken met dit woord, dat in de ogen van velen even versleten is als het woord Kerst. ‘Is er nog hoop?’ vroeg de dichter Levi Weemoedt? Zijn antwoord luidde: ‘Ja, een hoop ellende.’

Het gaat om de diepere lagen van de hoop. De aanduiding van Jezus als ‘eerstgeborene’ betekent dat zijn geboorte een schakel creëert tussen de oude hoop van Israël, belichaamd in Maria en Jozef, en de vervulling van die hoop, althans een begin ervan. God schakelt zichzelf in. Zijn nabijheid hebben generaties van mensen ontdekt in Jezus. Hij was geen Socrates die mensen probeerde op te voeden tot hoger menselijkheid, al is daar natuurlijk niets mis mee. ‘Christus daarentegen laat zijn leerlingen voelen dat ze niet alleen menselijk zijn, maar ook in staat zijn tot contact met de goddelijke werkelijkheid, de eeuwigheid. Dankzij deze verbinding zijn ze nooit meer thuis bij zichzelf en zullen ze nooit meer, als louter mens, met zichzelf kunnen samenvallen.’ (Renée van Riessen) Deze openheid naar God kan een diepe laag in onze ziel worden die mensen ontvankelijk maakt voor hoop.

Liturgische aanwijzingen

Wie een oudtestamentische lezing wil opnemen in de dienst, zou kunnen denken aan fragmenten uit de hierboven aangehaalde Psalm 89, bijvoorbeeld de verzen 21-30.

Voor de Kerstnacht zijn natuurlijk vele liederen geschikt. Een lied waarin diverse aspecten van Christus als ‘eerstgeborene’ worden verwoord, is NLB 478. Eventueel valt te denken aan NLB 601, waarin de symboliek van het licht een belangrijke rol speelt en eindigt met ‘Liefste der mensen, eerstgeboren, licht, laatst woord van Hem die leeft.’

Geraadpleegde literatuur

  • S. Lagerlöf, Kerstvertellingen, Den Haag, 1992

  • J. Leman, Van totem tot verrezen Heer, Een historisch-antropologisch verhaal, Kalmthout, 2015

  • R. van Riessen, De ziel opnieuw, Over innerlijkheid, inspiratie & onderwijs, Amsterdam, 2013

< Terug