Menu

Premium

Preekschets Lucas 2:9 – Kerst

Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken

Lukas 2:9
Schriftlezing: Lukas 2:8-20
Thema: Gods hemelse glans over ons



Het eigene van Eerste Kerstdag

Met Kerst vieren we dat God mens werd en in Christus deze wereld betrad. Aan het begin van de 4e eeuw zijn er aanwijzingen dat er Kerst werd gevierd door de Vroege Kerk. Het meest waarschijnlijk is dat Kerst een van oorsprong christelijk feest is, waarbij er geen invloed was van een andere religie. Het Kerstfeest is ontstaan vanuit uitbreiding van Pasen. Christelijke bronnen geven aan dat 25 december geen Romeinse feestdag was. Een mogelijk Germaanse oorsprong is een anachronisme dat in de 19e eeuw opkomt, bedoeld om het opkomende Duitsland een identiteit te geven die naar de tijd van voor het Christendom teruggaat. Deze theorie werd gepopulariseerd door de nationaal-socialisten om het Kerstfeest te ontdoen van de christelijke oorsprong.


Uitleg


Als Jezus wordt geboren in Bethlehem zijn er buiten herders in het veld die op hun schapen passen. Mogelijk dat deze schapen bedoeld zijn voor de tempeldienst in Jeruzalem. Bethlehem ligt immers niet ver verwijderd van Jeruzalem. Er is discussie over de vraag waarom de herders de boodschap horen. Een theorie ziet in de herders een groep gemarginaliseerden (vgl. Jesaja 61:1, een tekst die in 4:48 en 7:22 wordt geciteerd). Een andere theorie ziet in de herders een actualisering van de traditie van David als herder. Weer een andere theorie ziet in de herders een toespeling op de Romeinse verwachting van de gouden tijden (vgl. Vergilius’ Bucolica, 4e ecloge). Er is ook een theorie die in de herders de representanten van het volk Israël ziet. Daarbij zouden dan Micha 5:1-4 en Jeremia 33: 12-13 meeklinken.


Als deze herders in de nacht over hun kudde waken, worden de herders met de verschijning van de engel geplaatst in de hemelse glans en glorie. Het licht dat hen omstraalt is de heerlijkheid van God zelf: zijn doxa, zijn kabood. De kabood, de doxa kan ook worden gezien als een sfeer, die om God is en waarin mensen op genadige wijze opgenomen kunnen worden (vgl. Numeri 6:25). De verschijning van Gods doxa kan geduid worden als een op aarde verschijnen van God zelf. Geen wonder dat de herders met schrik bevangen zijn. Deze gebeurtenis, waarbij Gods heerlijkheid heb omstraalt, roept herinneringen uit oudere tijden op (Exodus 16: 7, 10; 24:16, Deuteronomium 5:24), aan Gods wonen in het heiligdom (Exodus 40:34-35, 1 Koningen 8:11, 2 Kronieken 5:7, Psalm 63:2). De verschijning van de heerlijkheid des Heeren wordt ook als een eschatologische verwachting aangekondigd (Jesaja 35:2, 40:5, 60: 1, 19). Mogelijk is het ook een toespeling op Jesaja 9:2. Simeon kondigt ook over dit Kind aan, dat het zal lichten over de heidenen en doxa zal geven aan het volk Israël (2:23). 


De doxa van God die hen omstraalt is een vooraankondiging van wat het koninkrijk van God zal zijn. Als Jezus op de berg is, wordt zijn gedaante verandert in een blinkende gestalte (Lukas 9:29). Jezus zal later de hemelse sfeer, de doxa, weer ingaan, maar moest eerst lijden en sterven (Lukas 24:26, vgl. Lukas 9:26 en 31, Handelingen 7:55). Vanuit de hemel zal Jezus wederkomen op de wolken, gehuld in deze doxa (Lukas 21:27). Paulus wordt op weg naar Damaskus met de doxa van Christus geconfronteerd (Handelingen 22:11, vgl voor Agrippa: 26:13).
 


Aanwijzingen voor de prediking


De dienst op kerstmorgen is een bijzondere dienst, omdat er mensen zijn die de kerk bezoeken, die anders geen kerkdienst bijwonen. De Kerstdienst is bij uitstek een missionaire kerkdienst. Het is goed om daar een mooie, vierende invulling aan te geven met zang en muziek. Al is het wel mijn indruk dat er steeds meer een verschuiving is naar de Kerstnachtdienst of het thuis in huiselijke kring vieren van Kerst. Het is van belang om de christenen die alleen met Kerst naar de kerk komen of helemaal niet meer naar de kerk komen niet te zien als tweederangschristenen. 


In deze dienst is een korte, kernachtige verkondiging gepast. Deze verkondiging hoeft niet populair en oppervlakkig te zijn. Bij zowel de bezoekers die eenmalig komen als de reguliere verlangen naar mijn idee naar een serieuze boodschap, die begrijpelijk is en uitlegt wat de geboorte van Christus met hun eigen leven te maken heeft.
De tijd rond Kerst is vaak een tijd van verlangen naar een andere, betere wereld: een wereld van vrede en harmonie binnen het eigen gezin en familie, in de directe omgeving, over heel de wereld. Met de verkondiging van de heerlijkheid die over de herders valt, kan worden aangesloten bij dat verlangen. Daarbij kan geschetst worden dat deze harmonie en vrede nooit door mensen bereikt kan worden, maar dat het uiteindelijk alleen God is die deze nieuwe wereld kan en zal brengen. Het Kerstkind is daarvoor het teken: door dit Kind zal die nieuwe wereld er komen. 


Er kan ook worden gekozen voor een confronterende stijl: de sfeer rondom Kerst, die met kunstlicht gecreëerd wordt, is een goedbedoelde poging om iets van die vrede binnen handbereik te krijgen, maar schiet uiteindelijk tekort. Daarbij moet wel de vraag gesteld worden of Kerst geschikt is voor een confronterende stijl van preken. De journalist en theoloog Matthias Morgenroth constateert dat het gemopper op de sfeer en folklore van Kerst inmiddels ook tot de folklore van Kerst behoort. Zinvoller is wat de godsdienstsocioloog Paul M. Zulehner empathische kritiek op spiritualiteit noemt: een kritiek die het verlangen in de spirituele uiting aanvoelt en honoreert, maar ook oog heeft voor het verbloemende van de pijn en de moeite in die spirituele uiting en daarom vanuit het evangelie een alternatief aanbiedt dat ook het verlangen opneemt, maar meer stevigheid heeft en het meer houdt in de aanvechting. 


Een mogelijkheid zou zijn om juist de vrees centraal te stellen. Dat kan een invoelende preek zijn, waarbij het ontzag voor God van de reguliere kerkganger als de incidentele kerkganger verwoord kan worden. Dat kan op een uitdagende, prikkelende manier waarbij geschetst kan worden dat er in het verschijnen van God op aarde, al is het in een Kind, ook zijn heiligheid meekomt.
Hoe moet de preek worden opgebouwd? Rudolf Bohren heeft eens aangegeven, dat een van de mogelijkheden van een preek op een feestdag is om het Bijbelverhaal na te vertellen, waarbij het grotere geheel van Gods heilsgeschiedenis verwerkt wordt. Daarbij kan ook gekeken worden naar kerstverhalen van literatoren. Matthias Morgenroth wijst erop drie soorten kerstverhalen zijn: (1) verhalen die zich in de dagen rondom Kerst afspelen en een specifieke kerstsfeer hebben, (2) verhalen waarin het Bijbelse verhaal wordt naverteld, al dan niet op een actualiserende manier, (3) verhalen waarin een bepaald inzicht dat bij Kerst (of de geboorte van Christus hoort) doorbreekt en een uitwerking heeft. De tweede categorie kan helpen het verhaal na te vertellen.
Een manier om de preek op te bouwen is om de structuur van een Kerstlied te volgen. Er kan gekeken worden naar de opbouw van het Weihnachtsoratorium van J.S. Bach of een andere kerstcantate. (Het Wikipedia-artikel Liste der Weihnachtskantaten geeft veel meer voorbeelden van kerstcantates door andere componisten.)


Ideeën voor kinderen en tieners

In de godsdienstpedagogiek is er tegenwoordig aandacht voor het belang van vieren om jongeren en anderen die niet vertrouwd zijn met kerk of geloof in te wijden. Feesten zijn een goede manier om in aanraking te brengen met het christelijk geloof. Met vieren gaat het om participatie, meedoen, om meegenomen worden. Van belang is het om de kerkdienst en het vieren van Kerst in het gezin niet als tegengestelden te zien, maar om iets dat elkaar versterkt. De kerstmaaltijd is een mooi vervolg op de kerstdienst en kan gevierd worden als een voorbode voor de maaltijd in het koninkrijk van God.
Een basale uitleg van de betekenis van het christelijk geloof gegeven worden over het waarom Kerst gevierd wordt en wat de betekenis is voor de kinderen en de jongeren.

Het is wel eens voorgekomen dat onze kinderen al vijf keer een Kerstviering hadden gehad voordat het 25 december was. Het gevaar is dat er dan een bepaalde Kerstmoeheid optreedt. Het positieve van deze vieringen is dat kinderen innerlijk voorbereid worden en meegenomen worden naar de Kerstdagen toe. Het kan aanbeveling verdienen om met de clubs, zondagsschool / kindernevendienst af te stemmen om elke afzonderlijke viering een eigen accent te geven en eventueel af te stemmen welke liederen er gezongen worden. Wanneer de kinderen in de kerk blijven tijdens de preek kan er gekozen worden voor een navertelling. Er kan gekozen worden om uit te leggen wat de boodschap in de levens van kinderen en jongeren betekend. 


Liturgische aanwijzingen


Voor veel mensen is een dienst op Eerste Kerstdag een bijzondere dienst. Het is goed om die dienst dan ook speciaal te maken met de aankleding en de invulling van de dienst.

Liederen

  • Ik mag hier aan uw kribbe staan (NLB 475)

  • Een lied weerklinkt in deze nacht (NLB 479)

  • Betlehem, o uitverkoren stad (NLB 498)

  • Wij staan aan een kribbe (NLB 503)

  • Wij gaan met haast naar Bethlehem (Weerklank 137)


Geraadpleegd

  • R. Bohren, Predigtlehre, München, 1971.

  • J.R. Edwards, The Gospel according to Luke. The Pillar New Testament Commentary , Grand Rapids/Cambridge,z.j., 205.

  • D.E. Garland, Luke. Zondervan Exegetical Commentary on the New Testament, Grand Rapids, 2011.

  • M. Morgenroth, Weihnachts-Christentum. Moderner Religiosität auf der Spur, Gütersloh. 2002.

  • P. Stuhlmacher, Die Geburt des Immanuel. Die Weihnachtsgeschichten aus dem Lukas- und Matthäusevangelium, Göttingen 2005.

  • S. Wahle, Das Fest der Menschwerdung. Weihnachten in Glaube, Kultur und Gesellschaft, Freiburg /Basel/Wien, 2015.

  • M. Wolter, Das Lukasevangelium. Handbuch zum Neuen Testament, Tübingen, 2008.




Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken