< Terug

Preekschets Lucas 5:24b

Lucas 5:24b

Achttiende zondag na Pinksteren

En hij zei tegen de verlamde:
‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis’

Schriftlezing: Lucas 5:17-26

Het eigene van de zondag

De achttiende zondag na Pinksteren is zowel einde als begin. De zomertijd loopt via de Quatertemperdagen van september dóór tot de ochtenduren van deze zondag. De grens tussen zomer en herfst loopt dwars door deze dag heen.

Deze zondag staat in de schaduw van het Loofhuttenfeest. Op het Loofhuttenfeest kijkt men omhoog. Door het dak van de loofhut moet je de sterren kunnen zien. De palmtakken van Soekkot zijn overigens ‘op drift geraakt’ in het kerkelijke jaar en vinden we terug op palmzondag, vandaag precies een halfjaar geleden. ‘Onderweg leef je niet definitief maar voorlopig. Je bivakkeert. Het echte “thuiszijn” komt nog. Wonen doen we pas in het beloofde land’ (Stoel, 53). ‘Het zinnebeeld van de “tent” is altijd gebleven, ook buiten de joodse gemeente. Ook in het christendom. Een ekklesia die kampeerde. Paulus was tentenmaker. Ons “voorlopig” leven vergeleken met tentbestaan (2 Cor. 5).’

Vandaag is het Israëlzondag, in 1949, nu zestig jaar geleden, ingesteld. Even oud als de Postille dus. Mooi verband! Preken doen we met het oog op Israël en het oor naar de synagoge.

Uitleg

17. ‘En het geschiedde …’: het gebeurt ‘… onderricht gaf’: aan mensen uit Galilea, uit Judea en uit Jeruzalem. Jeruzalem is dus al in zicht. ‘De kracht van de Heer …’: door de kracht van de Geest (4:14). Deze verleent Jezus exousia, (vol)macht om zonden te vergeven (vs. 24).

18. ‘… een verlamde’: een mens die zichzelf niet op de been kan helpen.

19. ‘… in het tegeldak …’: plat dak, bedekt met balken en daarop platgewalst leem.

20. ‘… hun geloof’: niet van de verlamde, maar van zijn vrienden dus. Vanwege hun geloof ontvangt de zieke vergeving van zonden. Lichamelijke heling alléén is niet volkómen heling.

21. ‘… godslasterlijke taal…’: niet een mens, alleen God kan zonden vergeven. De Messias is gekomen om het leven weer op gang te brengen, op de been te helpen.

22. ‘… al die bedenkingen …’: Jezus leest de gedachten achter hun woorden.

23. ‘Wat is gemakkelijker …’: vergeven lijkt gemakkelijker, is onzichtbaar, en genezing moeilijker, want zichtbaar.

24. ‘… volmacht…’: verleend aan de Mensenzoon, aan wie gegeven zal zijn alle (vol)macht in hemel en op aarde. Deze woorden gaan terug op Daniël 7:14.

25. De verlamde staat op en draagt zelf het bed waarop hij gelegen had. ‘… terwijl hij God loofde’: op de lofprijzing aan God lopen vergeving en genezing uit, op een leven van dankbaarheid.

26. ‘Allen stonden versteld…’: raakten in extase, buiten zichzelf, gingen uit hun dak (!). De extase voert tot lofprijzing. Vervolgens worden ze ‘vervuld van ontzag’: hier schrijft Lucas het bronwoord de vreze des Heren. Vandaag hebben ze paradoxa gezien, ongelofelijke dingen, tegenstrijdig voor het menselijk oor en oog.

Aanwijzingen voor de prediking

  • Een paralyticus wordt bij de Heiland gebracht, op een bed (epi klines) geworpen. Wij ruiken de machteloze lucht van een kliniek. Hij ziet hun geloof: ‘Geloof is blijkbaar niet een particuliere bijdrage, maar een zich mededelend, een meeslepend wervelen van verwachting’ (Lieve, 287). ‘Gedragen door het geloof van Uw kerk komen wij tot U.’ ‘De Heer is niet te vinden door steeds hoger te willen gaan. Zij droegen die lamme de trap wel op, maar óm hem neer te laten’ (Stoel, 66). ‘… volhouden, jongen! En hij laat er op volgen: je zonden zijn je vergeven.’ De meisjes van Jeruzalem op Goede Vrijdag: ‘Wat zonde van die verloren bruidegom! Hier zegt hij dan: daar gaan de zonden. Maar de weg die de zonden gaan leggen zij af op zijn rug. En de zo toegesprokene wordt vervolgens als een minnaar aan het leven teruggegeven’ (Lieve, 287).

  • Psalm 122 is psalm van de intocht. ‘Men zou op deze plaats ook kunnen zingen van het nieuwe Jeruzalem, een schriftgezang over Apocalyps 21 of 22 bijvoorbeeld. (…) Apocalyps 21 vs 1-4 is een beeld van de heilige stad, een tuinstad, een synthese, cultuur (d.i. geschiedenis) en schepping samengesteld, gecomponeerd tot één; de daden Gods en die der mensen “wel samengevoegd”. Het is de hemelse stad, dwz. de stad die uit de hemel neerdaalt, die uit het verborgene aan de dag treedt. Dat het daarbij niet gaat om vergeestelijking blijkt uit het evangelie. (…) het verhaal van de geraakte te Kapernaüm, die door het dak, als een caricatuur van het visioen van Johannes, voor Jezus’ voeten wordt neergelaten. (…) Het evangelie roert de diepste geheimen aan, nl. dat de Heer ons, pelgrims, onderweg is tegemoetgekomen en dat hij ons weer “op de been” helpt, waarbij het lichaam als uitingsmogelijkheid van de ziel wordt gezien. “Sta op en wandel”, deze woorden herhalen, met messiaans gezag, de aanhef van de pelgrimspsalm. Dit nu, deze “vergeving der zonden” of “absolutie” (dat wil zeggen: ontboeiing) heeft ook te maken met de geheimzinnige regels uit de psalm waar Jeruzalem wordt genoemd de zetel van het recht, waar het gericht over de machten der zonde wordt gehouden. Jezus heeft dat, zo zegt het evangelie, dus uitgelegd en toegepast als vergeving en genezing. Hoe star en formeel is daarmee vergeleken (en hoe onchristelijk!) de meestal heersende opvatting van “het recht” dat dan “zijn loop moet hebben”! Het nieuwe, volmaakte Jeruzalem is dan ook, hiervandaan gezien, een triomf van vergeving der zonden en genezing van alle ellende. God zal alle tranen van hun ogen afwissen (Apocalyps 21 vs. 4)’ (Binnen, 256v).

  • Salomo bouwt een huis voor de Eeuwige. ‘Was de Voor-trekker van de woestijnpelgrims niet zelf een Tentbewoner, een “kamperende” God?’ (Stoel, 54). Onmogelijk is het voor de mens de Eeuwige een huis te bouwen. ‘God heeft onze liturgie niet nodig en hij kan ook wel zonder onze liederen. Maar misschien hebben wij het nodig?’ (Stoel, 54).

  • Het geheim is niet te zien: de vergeving van zonden. ‘Pas op, de woorden zitten onder een korst van wanbegrip. Zonde, dat is: stagnatie van de schepping, een soort trombose van de geschiedenis. Vergeving, dat is: een nieuw scheppingswoord, het stroomt weer voort’ (Stoel, 64). De grammatici Gods mompelen: blasfemie! ‘Wat is minder moeite, te zeggen: daar gaan je zonden! of: daar gaat je zieke lijf! Er staat: (…) ga opstaan en wandel in ’t rond!’ Jezus heeft exousia: ‘Het is deze exousia die aan zijn taal de kracht en de uitwerking geeft. Het is een spreken met macht (en niet als de grammatici des Heren). Exousia is allerletterlijkst de toestand die ontstaat als de exodus achter de rug is. Het is een onthevenheid, een vrijheid die de tegenpool is van de slavernij. Het is de vrijstad Jeruzalem tegenover het diensthuis Egypte. De grammatici sloffen nog door de woestijn, als de Zoon des Mensen de Jordaan al door is’ (Lieve, 287).

  • ‘De mensen zitten zo diep verscholen in hun kazematten, het kost moeite om tot het zachte blote vlees door te dringen, het zijn net schildpadden in hun welverzekerd bestaan (…) Boven hen ontstaat een gat. Ze hebben niet het plafond boven zich, maar de hemel (…) Maar Jezus wordt niet van zijn stuk gebracht, omdat hij altijd onder de open hemel leefde, waar hij ook was. Het hou-je-gedekt heeft hij nooit toegepast. (…) Hij is daar. Hij leeft in een dampkring van vergeving …’ (Stoel, 65v).

  • ‘De aangesprokene, de lamme uit het evangelie, speelt ons in één zinnetje Pasen en Hemelvaart voor. Opgestaan (!) ging hij naar huis (!). Hij speelt als het ware een Christusrol, hij is vrij man, het opgetogen Israël, geheelde mensheid’ (Lieve, 288).

  • De omstanders kijken toe, de schare schrikt. Ze zingen een Te Deum. ‘Wat moet men anders doen … (…) Er staat eucharisto. Het is eucharistisch gestamel. (…) Het is de hele lofzang van de hele kerk’ (Lieve, 288).

  • Dit is het verhaal van verlamming en verwachting. Barnard maakt een vergelijking met de verlamming die de preek kan treffen. Wij zijn in onze dagen aan onze eigen genialiteit overgeleverd. Dat leidt tot dorheid en willekeur. ‘Wij zouden de woorden moeten knuffelen .’ (Lieve, 286).

Liturgische aanwijzingen

Schriftlezingen: Leviticus 23:34-36; Lucas 5:17-26.

Liederen: Psalm 118; Gezang 294.

Geraadpleegde literatuur

Heinz Schürmann, Das Lukasevangelium, Erster Teil, 1,1-9,50,in: ThKNT, Freiburg / Basel / Wien 1984, 2001; D. Monshouwer, Vieren vol verwachting, Kampen 1992, 67vv.

< Terug