< Terug

Preekschets Lucas 6:43-44

‘Een goede boom brengt geen slechte vruchten voort en evenmin brengt een slechte boom goede vruchten voort. Elke boom kun je aan zijn vruchten kennen, want van distels pluk je geen vijgen en van doornstruiken geen druiven.’ (NBV21)

Het eigene van de zondag

Deze schets past bij Epifanie én de lijdenstijd. Epifanie: de verschijning van de Heer; er wordt vooral gedacht aan hoe de Heer op aarde wandelde in leven en (wonder)teken, in woord en wandel: zijn leven als getuigenis over wie God is, God zelf die mens werd. Om te lijden voor ons. In de Lutherse Dienstboeken zijn we dan al in de 70 dagen voor Pasen. Deze zondagen worden doorkleurd met het paars van de lijdenstijd. 

Uitleg

Voorafgaand aan de tekst vinden we de geschiedenis van de leerlingen die graankorrels eten en die zo het Sabbatsgebod om niet te oogsten op de Sabbat overtreden. De leerlingen worden hierop aangesproken door een aantal Farizeeën. Hetzelfde gebeurt op een andere Sabbat als Jezus iemand geneest met een met een ‘verdorde’ hand (NBV ‘misvormd’). Ook een overtreding van het Sabbatsgebod op arbeid; Jezus had toen dus al tegenstanders. Na de roeping en aanstelling van de 12 leerlingen (let op: volgens Monshouwer op de derde dag, gevolgd door de mededeling dat veel mensen genezing bij de Heer vinden, volgt bij Lucas de Veldrede: een rede die inhoudelijk veel verwantschap heeft met de Bergrede uit Matteüs 5-7. Die Veldrede heeft dus alles te maken met wie Jezus is en is – evenals trouwens de Bergrede – ten diepste gestoeld op een praktische toepassing van de Thora. Daarom worden in Lucas vier zaligsprekingen gevolgd door vier wee roepen, een verwijzing naar zegen en vloek bij Gerizim en Ebal in het Eerste Testament. 

Als we dan naar de twee voorbeelden in de lezing kijken, dan zien we daar twee vergelijkingen: goede boom tegenover slechte boom, en het huis op de rots tegenover het huis op het zand. Niet alleen zaligsprekingen en wee-woorden. Ook de vergelijkingen zijn geënt op het eerste Testament: vergelijk vers 43 en verder met Psalmen 1 en vers 48 en verder met een Rabbijns verhaal over goede en slechte bouwers, niet een directe referentie, maar wel een Rabbijns commentaar op Spreuken van Eleazar ben Azariah met precies het voorbeeld van verstandige bouwers, een voorbeeld dat Jezus waarschijnlijk heeft gekend.

Vrucht dragen en vertrouwen

Willen we dus deze vergelijkingen begrijpen, dan moeten we die lezen in het licht van Thora. Mensen die vrucht dragen en vertrouwen op een God die zich met mensen verbindt, zijn als vruchtbare bomen met goede vruchten en bouwers op een stevig fundament. Het aantal van vier zaligsprekingen tegenover vier wee-roepen is geënt op het Joodse begrip van getallen. Niet alleen een opsomming van een rij. Het getal ‘vier’ staat voor ‘volkomenheid’, dat is de reden dat de Godsnaam ook vier letters heeft, en Jesaja spreekt over de ‘vier’ uithoeken van de aarde. De Thora is dus volkomen en overal geldig tot heilzaamheid; Lucas heeft dat literair onderstreept door vier zaligsprekingen tegenover vier wee-roepen te plaatsen. Hij was geen Jood, maar kende klaarblijkelijk de Joodse geschriften en denkwijze deksels goed. Vandaar ook dat Jezus in de synagogen optreedt en in de Tempel, wat het meest gebruikelijk was bij het Jodendom in Jezus’ dagen, maar ook op in het veld, in huizen en op andere openbare plaatsen, en breekt daarbij meer dan eens gangbare regels. Evenals de oproep vijanden lief te hebben (Gr: agapate, imperatief van agapaoo). Dit wordt ingekaderd in het liefhebben van de Heer boven alles en de naaste als zichzelf: de twee ‘kroongetuigen’ van de waarheid die de Wet weergeeft. Bij Jezus heeft ook de vijand toekomst, niemand is buitengesloten van Zijn liefde: dit gaat zeker boven het gangbare begrip van Thora in die tijd uit.

Het gaat dus om een praktisch invullen wat Thora eigenlijk is: een levensrichting die heilzaam is. Die Veldrede gaat blijkbaar niet om precieze kennis van regels maar om precies verstaan hoe mensen zich met elkaar verhouden vanuit wie God is. Armen zijn niet zalig, omdat ze arm zijn of honger hebben, of gehaat worden of wat dan ook, maar omdat God in deze situatie hen nabij is en hen plaatst in het licht van het Koninkrijk. (n.a.v. de Heer: deel 2, pp. 8 en verder). En niet de zegen van rijkdom, overvloed en plezier tellen, maar wat er blijkbaar met die zegen wordt gedaan. Armoede tegenover rijkdom, honger tegenover overvloed, verdriet tegenover lachen, gehaat worden tegenover al dan niet gemeend respect vanwege die rijkdom en invloed.

Horen

De teksten die verder volgen, worden alle op de één of andere manier in de Thora gevonden, dit kan met een concordantie of zoekmachine worden nageslagen. Opvallend is het woord ‘horen’ (vers 27) in de Griekse tekst: Dat begrip heeft veel betekenissen, maar herinnert altijd aan het ‘sjema’: ‘Hoort, Israël ..’ Ook dit woord laat zien hoe belangrijk het is Gods woorden serieus te nemen en in praktijk te brengen. Precies dat ‘horen’ ontbrak in de synagogen, vandaar ook de ergernis voor genezingstekenen op Sabbat. Men kende de geboden, maar de implicaties ervan in de dagelijkse praktijk werden lang niet altijd in praktijk gebracht. Hier gaat het om het horen met het hart; navolging van Thora is een hartezaak. Het horen leidt tot ‘metanoia’, omkeer, en die verandert de houding naar vijanden, naar haters en naar mensen die in nood iets nodig hadden (volgens de Heer). En dat verwijst weer naar God, die ín vrijgevig is en liefheeft, zonder onderscheid, en waarin Thora wordt vervuld. Immers, een vijand die aangevallen wordt met liefde kan geen vijand meer zijn, evenals een hater zijn/haar kracht verliest als die niet wordt beantwoord wordt met bitterheid. En geven .. Christus gaf Zichzelf, ten behoeve van ons. Het ‘maar’ (alla) in vers 27 is meer een uitdrukking van een tegenstelling in series uitdrukkingen, het ‘maar’ (pleen) in vers 35 drukt een tegenstelling uit die algemeen geldig is, dus een veranderde levenshouding, en is daarmee zowel een samenvatting van het voorgaande als een oproep. (vergelijk Nida: 89.130 en 136 e.a.) Vandaar ook die vergelijking met die vruchtbare boom, die goede vruchten draagt en dat huis op zand of rots. Niet de letter van de wet verandert levens, maar hoe het leven is gegrond en geaard. Volgens de meeste uitleggers verwijst Jezus in beide gevallen ten diepste naar zijn eigen levensvoorbeeld, die ook oproep is tot omkeer en verandering. Navolging kan lijden inhouden en smaad, maar is wel gestoeld op de Rots en draagt als een goede boomvrucht. 

Aanwijzingen voor de verkondiging

Juist de Veldrede, en trouwens ook de Bergrede kan maar al te gemakkelijk ‘vertaald’ worden in een set van ethische principes. Belangrijk, maar is hier niet de kern. De kern is in wezen de verwijzing naar Christus, de aanwijzing om Hem na te volgen en hoe in Hem God zich openbaart als God die Liefde is. Kruis en smaad kunnen daarbij horen, ook bij de navolging vandaag! Vanuit die verbinding met de levende Heer geschiedt een veranderde mentaliteit en omkeer. En die heeft zijn weerslag hoe met medemensen, dus ook ‘vijanden’ wordt omgegaan. Ten diepste een verwijzing dat ieder mens naar Gods beeld en gelijkenis is geschapen (Genesis 1 in Thora!) en daarmee al een verwijzing naar het koninkrijk van God, zoals dat door Hem is bedoeld. Voluit Joods, voluit toepasbaar op ‘heidenen’, ook de hedendaagse. Dat is volgens veel rabbijnen ook de betekenis van een rots in het leven om het levenshuis op te bouwen.

Liturgische aanwijzingen

Bij de kinderdienst

Hemelhoog 396 ‘Kijk eens om je heen’ https://www.youtube.com/watch?v=uTOjcBNQH5Q&t=14s

Hemelhoog 89 ‘Een wijs man bouwde zijn huis op de rots’: https://www.youtube.com/watch?v=gx8hWI6lF4A&t=1s

Hemelhoog 88 ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God’

Bij de eredienst

Naast liederen die verwijzen naar ‘navolging’ kan ook gekeken worden naar liederen die verwijzen naar de Heer als Rots, en naar een God die zijn liefde in ons leven schrijft:

Psalm 103, Psalm 1 

NLB  911, Hemelhoog 466 ‘Vaste Rots’. De nieuwere berijming van Barnard bij voorkeur.

NLB 734 met voorzang en/of cantorij: prachtig Taizélied bij zowel Lucas 6 als Matteüs 5

NLB  537 verwijzing naar Lucas 6:27-35

Hemelhoog 735 bij heel Lucas 6

Psalm 46 en NLB  898 ‘Een vaste burcht’ of: toevlucht bij Lucas 6:44.

Geraadpleegde literatuur

Jos de Heer: Lucas, Acta, deel 2, Zoetermeer 2006

B. Hemelsoet en D. Monshouwer, Lucas, Zoetermeer 1997

Louw and Nida, Greek-English Lexicon I and II, Grand Rapids 1997

W.R. van der Zee, De wereld wordt vaderland, Den Haag 1981

Dirk Monshouwer, The Gospels and Jewish worship par. 101 , Vught 210

The Jewish annotated New Testament, Oxford 2011

Deze preekschets is geschreven door Johan Lotterman.

< Terug