< Terug

Preekschets Lucas 6:19

Lucas 6:19

Vijfde zondag na Epifanie

Want er ging een kracht van hem uit die allen genas.

Schriftlezing: Lucas 6:12-19

Uitleg

Vers 12. Op één van die dagen – tautais – ‘die dagen’, maar wat is dan het verschil met ekeinais (Luc. 2:1)? Het kan zinvol zijn om te overwegen waarom Lucas juist met egeneto en tais hèmerais tautais (het geschiedde in die dagen) het voorafgaande verbindt met wat nu komt. Verheij hoort er de voorafgaande (sabbats)dagen in, een eschatologische, hoopvolle notie. Bovon ziet het als verwijzing naar de weerstand tegen Jezus, de ‘verstokking’ in Exodus 32:30; 34:2. Daar wordt ook de berg beklommen.

Om te bidden – ter voorbereiding op een belangrijk moment, zoals in Getsemane (Luc. 22:41). Bovon (280) ziet in de keren dat Jezus bidt steeds momenten van een wending (nieuwe etappe) in de heilsgeschiedenis. De werkwoordsvorm (aoristus) laat het intensieve, durende van zijn gebed zien.

De hele nacht – geeft niet het negatieve van ‘nacht’ aan, maar maakt die tot een tijd van afzondering waarin een lang en intensief gesprek met God mogelijk is, zoals Mozes op de berg.

Vers 13. Riep Hij zijn leerlingen bij zich – prosphonein is een zeldzaam woord (poëtisch zelfs, volgens sommigen), het is dus geen proskalein (zo Mar. 3:13 en Mat. 5:1; 10:1). Lucas laat voor mij echt de namen klinken; geen wonder dat daarna de lijst van de namen wordt afgelezen als een soort presentielijst, een roll-call in de vroege morgen.

Die hij apostelen noemde – Lucas noemt ze niet terloops apostelen, zoals Matteüs (10:1 en 5), maar zegt dat Jezus zelf hen zo noemt. Dat verwijst naar Lucas’ idee achter zijn hele compositie van zijn evangelie en Handelingen in elkaars verlengde – het evangelie moet de wereld in…

Vers 14-16. De lijst van de twaalf (apostelen) – daarover heb ik waslijsten van vergelijkingen met de andere evangelisten en met Handelingen 1:13 gevonden. De oudste volgorde (bij Mar. 3:17-19) noemt als eerste drie Petrus, Jakobus en Johannes, degenen die met Jezus bijzondere momenten hebben meegemaakt, op de berg en in Getsemane. Maar Lucas (net als Matteüs) noemt naast Simon eerst Andreas, zijn broer. Maar in de roeping van Simon komt Andreas niet voor (Luc. 5:1-11), Matteüs is consequenter (Mat. 4:18 en 10:2). Verder ruilt Lucas Taddeüs in vooreen tweede Judas, Judas van Jakobus zelfs, dat wil zeggen: een echte Juda. Er zijn ook twee Simons en twee Jakobussen. Met alle verschuivingen en verschillen is steeds Simon (Petrus) de eerste en Judas (Iskariot) de laatste. De lijst laat zien dat sommige apostelen namen dragen die verbonden zijn met Israël en anderen met de Griekse wereld; past ook weer in Lucas’ thema.

Vers 17. Met hen de berg was afgedaald – ineens blijkt dat die twaalf mét Jezus op de berg waren; daar is het apostelschap dus ontstaan – in de afzondering, met als hart Jezus’ nachtelijke gebed tot God. Heilige grond en heilige tijd.

Een plaats waar het vlak was – de eerste grote rede van Jezus, bij Matteüs op de berg, is bij Lucas in de vlakte. Vlak, pedeinos, wordt in de Septuagint samen met oreinos gebruikt om het beloofde land aan te duiden (noot bij Bovon, 286). Geen Thora, geen Mozes-associaties; bij Lucas is de afdalende beweging belangrijk. Bij Matteüs begint Jezus zijn optreden bijna met die eerste grote rede, bij Lucas zijn er al genezingen en roepingen en omzwervingen in Galilea aan voorafgegaan. Jezus daalt met de twaalf van de berg af, volgens Verheij een parallel met de apostelen die van de Olijfberg terugkeren naar de stad (Hand. 1:12). Die afdalende beweging is een ‘opmaat’ voor het verstrooid worden van het evangelie over de wereld (Verheij, 110). Rondom Jezus staan drie groepen: de kring der apostelen, dan de schare van de leerlingen en dan het volk. En dat volk is niet alleen het joodse land, maar ook de kuststreken van Tyrus en Sidon, representant van de volkeren. Hier zijn ze allen samen: vólk/laos heeft een theologische lading. Allen horen bij laos, en niet apart de heidenen als ethnè.

Vers 19. Ze komen om te luisteren én om genezen te worden; hier een technisch woord dat het werk van de arts oproept. Dan worden apart genoemd: de bezetenen zelf en niet de bezettende macht (de demonen, zoals in 4:41), zoals ook bij Marcus (3:11 bijv.). De ‘arts’ Lucas heeft aandacht voor de mens/de patiënt. De hele menigte (nu geen laos maar een menselijke ‘massa’ – ochlos) zocht hem aan te raken (haptomai). In het parallelle stuk bij Marcus is het aanraken een gevolg van een opdringende menigte. Maar bij Lucas lees ik dat anders. De mensen zóeken het. Dat aanraken komt van de mensen; je denkt bij genezen aan dat Jezus de mensen aanraakt (en geneest), maar hier is het een act van de mensen zelf. Op de een of andere manier ontroert me dat. Al die reikende handen, waar de hunkering van zoveel levens in meekomt.

Helende kracht (dunamis). Het geheim van Jezus wordt verwoord als kracht die van Hem uitgaat en het is die kracht die geneest (vgl. 8:46).

Aanwijzingen voor de prediking

  • Schuman (55) schetst de inbedding van deze perikoop in de opbouw van Lucas’ evangelie (hoofdstukken 4-6) en ‘tweede boek’: waar komen we vandaan, waar zijn we nu, waar gaat het naar toe? Het loopt allemaal wel langs Lucas’ rode draad: de weg van het Koninkrijk dwars door de wereld van Jeruzalem tot Rome. Jezus kiest voor de weg van alle vlees (hoofdstuk 3B en 4A). In Nazaret roept Jezus een nieuw regiem uit. Daarvoor moet de bezettingsmacht van de demonen worden verslagen en moeten mensen worden uitgenodigd en geroepen daaraan mee te doen. Allereerst zijn ze er getuige van hoe heilzaam dat regiem is voor zieke en verziekte mensen, een regiem met nieuwe regels die alle verstarring opheffen. Dat is al een heel stuk van de weg; we naderen een mijlpaal (de veldrede), waar het uitgezonden worden van de leerlingen en de ware menselijkheid centraal staan. En daartussen staan deze verzen 12-19.

  • Het heeft Jezus een nacht van gebed gekost om het getal van zijn leerlingen die apostelen zouden worden vol te maken; de vissers en de tollenaar had Hij al, maar ze worden nog eens genoemd, inclusief Judas (van wie de lezer nu al te weten komt dat hij een verrader wordt en dus in de vertelvolgorde al meer weet dan de spelers in het spel), geselecteerd uit ‘de leerlingen’. De eerste ecclesia, met z’n twaalven! Dat getal twaalf is natuurlijk bekend. Stel je voor: net wakker geworden, ze wrijven hun ogen nog uit en voor ze het weten, zijn ze erbij. Er vallen er ook af, worden tenminste (nog) niet geroepen.

  • De plaats waar het vlak was – het veld, waaraan de veldrede zijn naam ontleent – is een contrast met de berg. De berg is in de religies de plaats waar de góden en de geesten huizen. Maar in de schriften is het de plaats van de ontmoeting met God, de plaats waar God zich liet ‘zien’ aan Mozes en Elia. Voor Jezus is het de gebedsplaats bij uitstek. Die vlakke plaats is ook een verwijzing naar de profetie (zie Luc. 3:4-6) waar de bergen en de heuvels geslecht worden en gereedgemaakt worden voor de komst van God. Dat vlakke terrein is het beloofde land, waar Jezus met zijn nieuwe volk van twaalf aankomt en waar het nieuwe leven begint. Iedereen komt erheen, naar Galilea. Ook uit Judea en Jeruzalem, waar het heiligdom is en waar de geestelijkheid, de clerus, het voor het zeggen heeft. Zelfs uit het buitenland – Tyrus en Sidon – zoeken ze Jezus in dat nieuwe land om daar heling te vinden.

  • Als ik spreek over ‘heling’ past voor Jezus de mooie oude naam Heiland. Naar Hem reiken al die gemankeerde levens en dolende zielen, zoals al die handen zichtbaar maken. Zie mijn uitleg bij vers 19. Bij ziek-zijn en aanraken denk ik ook aan de ziekenzalving – daarin zijn aanraken en aangeraakt beide belangrijk (Dienstboek II, 453vv.).

  • Gaat er ook voor ons, mensen van nu, nog kracht uit van deze Jezus? Bereikt de kracht van die woorden van toen ons over de eeuwen heen? Die vraag zal een antwoord vinden in het vervolg, in de tocht van deze ‘ecclesia’ door de eeuwen met het verhaal dat bevrijding moet brengen. Hier begint het pas. Een paar hoofdstukken later gaat Jezus naar Jeruzalem om daar zijn exodus te volbrengen (9:51e.v.).

In het grote reisverhaal van Betlehem, en van Nazaret in Galilea tot in Rome – en waarheen dat verhaal van Jezus ook zijn weg vond – laat Lucas zien dat er kracht uitgaat van dit helend woord.

Liturgische aanwijzingen

De groep lezingen uit Lucas 6 in deze Postille spoort niet geheel met het leesrooster van De Eerste Dag. Men kan dus zelf op zoek naar aanvullende lezingen. Een keuze uit het Oude Testament zou Jesaja 40:1-5 (11) kunnen zijn.

Zingen: Psalm 134; Gezang 170; 313 (m.n. vs. 5); Tt nr. 57; lijkt moeilijk maar met (eenvoudig) slagwerk een bemoedigend ‘marslied’ voor onze tocht door deze wereld en dit leven.

< Terug