< Terug

Preekschets Lucas 7:7

3e zondag na Epifanie

Lucas 7:7

Daarom ook achtte ik mij niet waardig om zelf naar u toe te gaan. Maar u hoeft maar te spreken en mijn knecht zal genezen zijn.

Schriftlezing: Lucas 7: 1-10

Thema: Spreek (slechts) een woord en mijn knecht moet herstellen.

Het eigene van de zondag

Deze zondag is de derde in de Epifaniëntijd, het thema van de verschijning van Gods heerlijkheid (doxa) op aarde in Jezus Christus. De illustratie bij dit thema is het verhaal van een genezing op grond van het geloof in het woord van Jezus.

Uitleg

Het is goed eerst en vooral te letten op de plaats van deze perikoop in het geheel van het evangelie naar Lucas. Onmiddellijk na de ‘veldrede’ waar Matteüs de ‘Bergrede’ heeft, vermeldt Lucas de genezing van een slaaf van een hooggeplaatst militair gevolgd door de opwekking uit de dood van een jongeman te Naïn.

Na woorden daden. Lucas’ veldrede heeft duidelijk het karakter van een algemene en principiële aanduiding: zo dient iemand zijn leven te leven die naar Jezus’ woorden hoort. Hij dient deze woorden te doen want anders heeft hij op verkeerde wijze zijn huis, zijn leven, zichzelf (op)gebouwd. In de beeldspraak van het Nieuwe Testament: hoorders van Jezus’ woorden hebben daders te zijn, anders hebben zij het fundament van hun huis niet op de rots gebouwd. Als de waterstroom komt en tegen het huis slaat, stort het in en het huis wordt één grote bouwval.

Jezus bevindt zich opnieuw te Kafernaüm, een handelsstad aan de noordwestkant van het meer van Galilea. Er was een douanekantoor of tolhuis (Marcus 2: 14 en Matteüs 9:9) en ter bescherming daarvan een militaire post (Matteüs 8:5).

Wat gaat er gebeuren in Kafernaüm? Er is sprake van een slaaf, een bediende van een hoofdman over honderd soldaten – een centurio – die ernstig ziek is. De centurio laat duidelijk blijken dat de ernstig zieke slaaf hem zeer ter harte gaat (entimos). Lucas de arts voegt aan de ernst van de ziekte nog toe dat de slaaf op sterven lag.

De hoofdman stuurt enige oudsten van de joden naar Jezus met de vraag of hij wil komen om zijn slaaf in leven te houden. Waarom dat zó wordt vermeld, blijkt uit het vervolg: de centurio droeg de plaatselijke joodse gemeente een warm hart toe – hij heeft ons volk (to ethnos hèmoon) lief en hij heeft voor ons de synagoge gebouwd (vers 5).

De oudsten komen bij Jezus en vragen hem dringend om hulp (imperfectum én het bijwoord spoudaioos accentueren het dringende karakter van hun vraag). De structuur en de opbouw van het verhaal laten zich gemakkelijk aflezen: de spanning wordt zorgvuldig opgebouwd.

Op hun vraag gaat Jezus zondermeer dadelijk mee. Niet ver van het huis waar de zieke slaaf ligt, komen vrienden van de hoofdman op diens verzoek aan Jezus zeggen dat hij geen moeite moet doen. Want hij acht zichzelf niet waard dat Jezus onder zijn dak komt en dat hij daarom ook niet zélf naar Jezus was toegegaan.

Opmerkelijk is dat de joodse oudsten hem wel ‘waard’ vinden (vers 4) – hij zichzelf niet ‘waard’ vindt dat Jezus in zijn huis komt. Bovendien zijn het tweemaal anderen die voor hem (vers 3) of namens hem (vers 6) naar Jezus gaan.

Zijn boodschap is duidelijk: er is een te groot verschil tussen Jezus en hem. Er is in zijn visie maar één mogelijkheid om dat verschil, die afstand te overbruggen: dat Jezus een woord zegt en dat zal zijn knecht moeten doen herstellen (de werkwoordsvorm staat in de imperatief aor. pass., waarbij het passivum als pass. divinum kan worden beschouwd: het is God die het doen zal).

Het is de korte, stellende wijze van spreken van een militair die ook in het belijden van zijn geloof kort en stellend te werk gaat. Dat blijkt ook uit de manier waarop hij zijn woorden motiveert. Hij weet precies wat het is bevelen te geven en bevelen te ontvangen. Maar er klinkt bij deze militair ook nog een andere dimensie mee: als ik zelf die toch een ondergeschikte plaats inneem in de militaire hiërarchie al bevelen kan geven die opgevolgd worden, hoeveel temeer kunt U, Jezus, dat doen, U met Uw woord met macht en gezag geladen.

Dat Jezus zich verwonderde over deze woorden, vermelden zowel Matteüs als Lucas. Het is meteen aanleiding voor Jezus om zich tot de schare die volgde te richten met de mededeling dat hij zelfs in Israël – waar het verwacht kon worden – niet een zo groot geloof in de macht van zijn woord heeft gevonden als hier bij deze niet-joodse centurio. Diens geloof heeft persoonlijke overtuiging en diepgang waarbij het besef vooropgaat dat hij zichzelf niet waard vindt dat Jezus in zijn huis binnengaat.

Het verhaal eindigt – haast terloops – met de mededeling dat toen de door de centurio uitgezonden vrienden terugkwamen in het huis waar de slaaf ziek lag, zij deze weer gezond (hugioinonta) (partic. present.) aantroffen. Lucas de arts vermeldt dit laatste er nadrukkelijk bij.

Aanwijzingen voor de prediking

Bovenstaand bijbelgedeelte bespreekt een genezingswonder en wel wat in de Duitse taal een ‘Fernheilung’ wordt genoemd, een genezing op afstand zonder dat betrokkene door Jezus wordt gezien, aangeraakt of toegesproken. Joodse bronnen in de Talmoed kennen ook genezingen door rabbijnen, ook ‘Fernheilungen’.

Het gaat niet aan om een perikoop als deze tot onzin te verklaren omdat zoiets in onze tijd niet (meer) zou ‘kunnen’ of omdat moderne medische inzichten zich daartegen zouden verzetten.

Het gaat evenmin aan om deze perikoop als sluitend te verklaren omdat Jezus immers ‘alles’ kon. Ook dan gaat de uitleg voorbij aan wat dunkt mij bedoeld wordt: door de komst van Jezus Christus is het Koninkrijk van God aangebroken. Dat houdt in dat er een nieuwe wijze van bestaan is aangebroken, een heelheid van leven, een geheeld-zijn van de gebroken schepping, waarin ziekte, bezetenheid (demonie) en zelfs de dood tot de overwonnen structuren behoren. Voorwaarde is dat iemand gelooft in de kracht van het machtwoord dat Jezus spreekt.

In de perikoop is het een militair gewend om bevelen te geven en bevelen te ontvangen, wiens zieke slaaf door Jezus’ woord ‘op afstand’ wordt genezen. Belangrijk is wat deze militair over zichzelf denkt: hij acht zich niet waard dat Jezus in zijn huis binnengaat. Het is zaak deze uitspraak goed te overwegen bij de voor- en nabespreking: niet als sjibbolet maar als existentieel gemeende hartenkreet. Het is alleen op deze manier dat de afstand tussen een mens en Jezus van de ‘andere’ kant af kan worden overbrugd en heilzaam kan worden verwerkt. Ook moet bij de voor- en nabespreking ruimte worden opengelaten voor de tegenstelling: van wie het verwacht had kunnen worden (het joodse volk ten tijde van Jezus) kwam geen geloofsvertrouwen in Jezus tegenover degene van wie het niet te verwachten viel, kwam het juist wel (de centurio) – een tegenstelling die zich in de tegenwoordige tijd zou kunnen herhalen tussen kerk-mensen en niet-kerkelijken.

Liturgische aanwijzingen

Schriftlezingen: Psalm 100; 1 Thessalonicenzen 5: 14-25;

Psalm 98:1, 3, 4; LB 158, 326, 328.

Geraadpleegd

  • J.T. Nielsen, Het evangelie naar Lucas, Prediking van het Nieuwe Testament, Nijkerk 19862

  • H. van der Loos, The miracles of Jesus, Leiden 1965

  • A. van de Beek, Wonderen en wonderverhaler, Nijkerk 1991.

< Terug