< Terug

Preekschets Lukas 18:14a – 2e zondag van de herfst

2e zondag van de herfst

Ik zeg jullie, hij (de tollenaar) ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God.

2e zondag van de herfst

29 september 2019

Schriftlezing: Lukas 18: 9-14

Het eigene van de zondag

De naam van de zondag duidt op het gegeven dat zij in een lange serie staat. De zogenaamde Groene Tijd wordt als liturgisch zwak getypeerd omdat zij geen Hoogfeesten herbergt en ook geen voorbereidingstijden huisvest. Iedere zondag is er echter één en wil ons helpen om de ons toegemeten tijd bewust te leven. Bij de tijd te zijn; de tijd niet op laten gaan in een grijze brij waarin de dagen inwisselbaar zijn. Ook is de kleur groen geen grijs. Groen staat als kleur voor het jonge leven, voor de hoop.

Hoop mag niet verward worden met optimisme. Waar optimisme een heldere aanleiding heeft, die wordt ingeschat als perspectiefvol, daar is de hoop een beweging die voor wie naar snel geluk en succes verlangt onnavolgbaar is en onzichtbaar blijft.

Jezus daagt ons uit ons in de hoop te trainen, ons erop toe te leggen en daarbij niet te scherp de grens te trekken voor hen die volgens de grote wereld voor hopeloos doorgaan.

Uitleg

Bij deze gelijkenis, een vertelling voor onderweg, is Jezus en zijn reisgezelschap op weg naar Jericho.

Jericho is vanuit Galilea gezien de laatste stop voor Jeruzalem, de afstand tussen deze plaatsen is niet groot. Wellicht de reden dat de gelijkenis zich afspeelt op de plaats van hun reisdoel. De tempel staat in Jeruzalem.

Gelijkenissen kunnen soms als gemakkelijk te verstouwen moraallesjes worden opgevat. Niets is minder waar. Wie naar de tempel op weg is, moet weten waarvoor hij op weg is.

In deze vertelling gaat het om dikaiosune oftewel tsedeka oftewel gerechtigheid.

De Farizeeër heeft met al zijn studie en toewijding wel een idee wat gerechtigheid inhoudt. Wetsbetrachting en correctheid zijn voor hem niet alleen pijlers maar ook de wijzers die een aanvaardbaar onderscheid maken.

Zijn reine levenswijze is wat hem recht op doet staan en recht op doet gaan.

Er is geen last die daarbij op zijn schouders drukt.

Bij de tollenaar, als malversant bij uitstek voor iedereen herkenbaar, weegt de last juist zwaar. Hij gaat er onder gebukt. Hij lijkt wat we noemen: een boetvaardige zondaar.

Het verlangen naar een ander leven met een metanoia, een ommekeer, daaraan voorafgaand, maakt duidelijk dat hij de hoop niet heeft opgegeven.

De ommekeer, de metanoia die wij als toehoorder onder ogen mogen zien is dat gerechtigheid niet alleen een correct en perfect afgelegd parcours is, maar ook en vooral een houding is die vraagt om te mogen ontvangen.

Dat de harde realiteit ons andere lessen leert die ons cynisch en weinig ontvankelijk hiervoor maken is evident.

Zij maken het dat we de hoop op ‘anders’ opgeven. Dat we ons in de wereld moeten begeven als overlevers in de jungle. Dat leven met verwachting en geduld een utopie is, een overtuiging voor idioten.

Fraai is dat de tollenaar die hier nog in een parabel wordt opgevoerd, zo dadelijk eenmaal in Jericho aangekomen, ook daadwerkelijk uit de boom zal worden geroepen.

De kleine Zacheus staat verderop, in dit hoofdstuk 19, symbool voor de kleine mens, die zich te gering acht om door de genade te worden aangezien, maar zelf wel met hartstocht zien wil.

Wil zien als Bartimeus, die als blinde bedelaar, vlak daarvoor, aan de poort van Jericho, geen geld vraagt maar zicht op toekomst, hoop op gerechtigheid.

Aanwijzing voor de prediking

De gelijkenis is demoraliserend voor wie de wijsheid in pacht heeft. Belangrijk is derhalve dat zij niet als een lesje klinkt. Zij verzet zich juist tegen moralisme.

Gelijkenissen werden doorgaans uitgesproken in het gaan, het onderweg zijn, al lopend.

Maar ook figuurlijk zijn ze bedoeld om de voeten op de rechte weg te krijgen en te binnen te brengen waar de voeten naar op weg zijn…

Gelijkenissen kunnen in een overweging ook tot klinken komen in een spiegelvertelling; niet in een context uit de oudheid maar in een context uit onze tijd.

De Farizeeër kan vervangen worden door de dominee die de uitspraak voor zijn rekening nam dat hij niets tegen homoseksualiteit had, maar alleen tegen zonde was; de tollenaar kan vervangen worden voor iemand die juist hierom twijfelt aan zijn bestaansrecht en bestaansgrond.

Maar…wie mag niet bestaan voor God’s ogen? Simul iustus et peccator!’ was Luthers conclusie na jaren van vertwijfeling. Met andere woorden: ‘Juist de zondaar zal leven!’

Belangrijkste is dat de gelijkenis af wil rekenen met schema’s die gemakkelijk zijn toe te passen. Zij wil ons juist verrassen en verfrissen. God is Anders dan wij met onze behoefte aan snel en krachtig oordeel. Onderwerp van ons bidden: Durf daar rekening mee te houden!

Liturgische aanwijzingen

Liedsuggesties
LB 863: ‘Nu laat ons God de Here’, Helmbold, Een lied uit de Lutherse traditie, uit het Duits vertaald door Ad den Besten. Goed zingbaar, zes coupletten die alle verdienen gezongen te worden. Met name vers vier geeft goed weer, waar het in deze evangelielezing om spant.

Lezingsuggestie

Jeremia 14: 7-10, 19-22

De uitingen van berouw in deze tekst zijn nogal expliciet en uitgesproken.

Vol beklag, maar geen zelfbeklag eerder: ‘jeremiërend’, een begrip aan deze profeet ontleend. Voor moderne oren woorden die wellicht te zwaar klinken. Toch zijn ze juist progressief, vol verlangen naar een andere weg, dan de oude die dood liep.

Het laatste vers maakt expliciet, waarom deze tekst in een viering in combinatie met Lukas 18: 8 vss klinken moet. ‘Wij vestigen onze hoop op U, want U hebt alles gemaakt.’

Geraadpleegde literatuur

  • De armen en de rijken bij Lukas, Coert Lindijer, Zoetermeer z.j.

  • Wörterbuch zum Neuen Testament, Walter Bauer, WdeG z.j.

< Terug